Werk

Terug naar:
Werk
De trajectwijzer
De welkomstpagina

Onderzoeksrapport "Vreemd kapitaal, hoger opgeleide minderheden op de arbeidsmarkt"

Het rapport Vreemd kapitaal, hoger opgeleide minderheden op de arbeidsmarkt (Ministerie van SZW, 1999) is het verslag van een onderzoek door het Instituut voor Sociaal-Economisch Onderzoek (ISEO) in opdracht van het Ministerie van SZW naar de arbeidsmarktpositie van hoger opgeleide etnische minderheden. Aanleiding voor deze marktverkenning was een motie van de Kamer aangenomen bij de behandeling van het Jaaroverzicht Integratiebeleid Minderheden 1997 in de Tweede Kamer op 12 mei 1997, waarin werd verzocht een databank ten behoeve van hoger opgeleide etnische minderheden op te zetten. De toenmalige minister van SZW gaf in antwoord op deze motie te kennen vooralsnog een dergelijke databank niet te willen opzetten, maar eerst een marktverkenning naar de bemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden te zullen laten uitvoeren. Hieronder volgen de resultaten van deze marktverkenning. Daarna wordt aangegeven bij welke aspecten van de arbeidsbemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden de Rijksoverheid een rol zou kunnen spelen, volgens de huidige Minister van SZW, mr. K.G. de Vries. In het rapport geven de onderzoekers ook de feiten van werk en werkloosheid onder hoger opgeleide etnische minderheden en doen ze aanbevelingen voor verbetering van hun kansen.

De resultaten van de marktverkenning
In de marktverkenning stonden de drie actoren in de arbeidsbemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden centraal (de werkgevers, het allochtone arbeidsaanbod en de arbeidsbemiddelingorganisaties). Nadere aandacht is besteed aan de specifiek op arbeidsbemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden gerichte initiatieven. De marktverkenning start met een beschrijving van de arbeidsmarktpositie van hoger opgeleide etnische minderheden.

De onderzoekers stellen vast dat de arbeidsmarktpositie van hoger opgeleide etnische minderheden sterk afwijkt van die van hoger opgeleide autochtonen. Zij zijn vaker werkloos en werken vaker onder het niveau van hun opleiding. De ongunstige arbeidsmarktpositie gaat vooral op voor degenen die moeite hebben met de Nederlandse taal en hun (hoogste) diploma in het buitenland hebben behaald, waaronder de ‘nieuwkomers’. De onderzoekers benadrukken dat de categorie hoger opgeleide minderheden een kleine groep op de arbeidsmarkt vormt en niet als homogene groep moet worden beschouwd.

De onderzoekers concluderen dat het gedrag van alledrie de actoren van invloed is op de arbeidsmarktkansen van hoger opgeleide etnische minderheden. Met betrekking tot de drie actoren merken zij op dat:

  • de aansluiting van de zoekkanalen van werkgevers en hoger opgeleide etnische minderheden verbeterd zou moeten worden;
  • aan de vraagzijde (werkgevers) - onder meer in verband met het niet op elkaar aansluiten van zoekkanalen - specifieke maatregelen nodig zijn om hoger opgeleide etnische minderheden aan te kunnen stellen en binnen het bedrijf te kunnen houden. (Desondanks zullen arbeidsorganisaties blijven stuiten op het probleem van een gering aanbod onder hoger opgeleide etnische minderheden);
  • aan de aanbodzijde, vooral bij diegenen die een diploma in het land van herkomst hebben behaald, een aanvulling van kwalificaties op het gebied van opleiding en taalbeheersing en het verbeteren van cultuurgebonden vaardigheden en kennis van de werking van de arbeidsmarkt van belang is;
  • bij Arbeidsvoorziening de registratie van de kwalificaties van hoger opgeleide etnische minderheden (en in het bijzonder van werkzoekenden met een in het buitenland behaald diploma) nog manco’s vertoont. Arbeidsvoorziening is daardoor onvoldoende in staat om hoger opgeleide minderheden voor een vacature voor te dragen. Met name de kwalificaties van kandidaten die nog maar kort in Nederland zijn (en dus een beperkte taalbeheersing hebben) en hun beroepskwalificatie in het buitenland hebben behaald, worden door de consulenten over het algemeen laag ingeschat. Ook het feit dat de categorie hoger opgeleide etnische minderheden niet als homogene groep moet worden beschouwd (en dat het daarom belangrijk is op maat gesneden trajecten aan te bieden), wordt door arbeidsbemiddelaars nog niet voldoende onderkend. Een nieuw registratiesysteem en training van arbeidsconsulenten kunnen een bijdrage leveren tot verbetering.

De onderzoekers hebben hun aandacht ook gericht op een aantal specifiek op minderheden en vluchtelingen gerichte initiatieven, zoals UAF-Job Support en Emplooi. Zij constateren dat deze initiatieven succesvol zijn. Slaagfactoren daarbij zijn:

  • adequate intake en het onderhouden van contact met het allochtone arbeidsaanbod;
  • inspanningen richting de vraagzijde (voorkomen van vroegtijdige uitstroom);
  • (indien nodig) intensieve begeleiding voor (hoger opgeleide) etnische minderheden.

De rol van de Rijksoverheid
Besteding van de publieke middelen voor arbeidsvoorziening
De Rijksoverheid zet de publieke middelen voor arbeidsvoorziening voor het grootste deel in door middel van de rijksbijdrage aan Arbeidsvoorziening, naast de inkoopmiddelen voor gemeenten en Uvi’s. Voor langdurig werklozen zijn er bovendien middelen voor gemeenten in het kader van de WIW. Tenslotte kunnen ook in sommige gevallen werkzoekenden met inzet van onderwijsmiddelen een traject richting arbeidsmarkt volgen. Dit is het kader waarbinnen een verbeterde publieke arbeidsbemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden gezien moet worden.
Hoewel het aan de beheerders van deze publieke middelen is om diensten voor werkzoekenden aan te bieden, kan de Rijksoverheid, van wie de middelen afkomstig zijn, de beheerders van de publieke middelen voor arbeidsvoorziening wel wijzen op achterstanden van bepaalde groepen werkzoekenden en aandringen op (verbeteringen van) voorzieningen voor deze groepen.
De resultaten van de marktverkenning in ogenschouw nemend, komt minister De Vries van SZW tot de conclusie dat er reeds initiatieven zijn voor de bemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden. Door een verbetering van de dienstverlening (inclusief de registratie) door arbeidsbemiddelaars en eventuele samenwerking tussen de in de marktverkenning genoemde organisaties kan de bemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden aan kwaliteit winnen. De minister vindt het opzetten van een databank voor de bemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden daarom niet nodig. Wel zullen de volgende initiatieven genomen worden:

  1. De versterking van het aanbod en de verbetering van de bemiddeling
    Het Ministerie van SZW zal aan Arbeidsvoorziening vragen aan te geven op welke wijze de arbeidsbureau’s voor hoger opgeleiden de bemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden ter hand zullen nemen. Arbeidsvoorziening zal daarbij met name worden gewezen op de behoefte aan trajecten voor deze (heterogene) doelgroep, waarbij vooral aandacht moet zijn voor:
  • aanvulling van de HBO- of WO-opleiding (met name voor personen met een in het buitenland behaalde beroepskwalificatie);
  • beheersing van de Nederlandse taal voor personen die nog maar kort in Nederland verblijven;
  • verwerving van (cultuurgebonden) kennis en vaardigheden, waaronder het voeren van sollicitatiegesprekken en kennis van de werking van de arbeidsmarkt;
  • of een combinatie van één of meer van de hier genoemde onderdelen.

Tevens zal aan Arbeidsvoorziening worden gevraagd aan de volgende aspecten speciale aandacht te besteden:

  • de adequate intake en registratie van de doelgroep (inclusief de in het buitenland behaalde diploma’s en de opgedane werkervaring);
  • de deskundigheid van consulenten.

De minister van SZW merkt hierbij op dat de constatering, dat met name degenen die hun kwalificatie in het buitenland hebben behaald behoren tot de risicogroep, er inmiddels toe heeft geleid dat het Ministerie van SZW laat inventariseren tot welke inhoudelijke advisering IDW (Internationale Diploma Waardering) leidt, in hoeverre deze adviezen worden opgevolgd en in hoeverre IDW rechtstreeks toegang tot de arbeidsmarkt kan bieden. De resultaten van de inventarisatie worden in het voorjaar van 1999 verwacht.

  1. Het beïnvloeden van de vraagzijde
    Het in dienst nemen van hoger opgeleide etnische minderheden is van economisch belang voor werkgevers, allereerst vanwege de krappe arbeidsmarkt voor bepaalde categorieën van hoger opgeleiden, maar ook vanwege de specifieke meerwaarde die deze groep kan hebben op de markt van producten en diensten. Voor het verder stimuleren van de vraag bij werkgevers naar personeel uit etnische minderheden in het algemeen zijn twee bestaande initiatieven relevant: het 2e minderhedenakkoord van de Stichting van de Arbeid en de ondersteunende wet SAMEN, die een evenredige deelname van etnische minderheden in het personeelsbestand van werkgevers beogen. De Taskforce Minderheden en Arbeidsmarkt stimuleert de implementatie van deze initiatieven tot het jaar 2000. Specifiek gericht op de hoger opgeleide minderheden wil de Taskforce in 1999 actie ondernemen om de kring van grote arbeidsorganisaties uit te breiden, die zich inspannen om een bepaald percentage etnische minderheden op te nemen in hun bestaande traineeprogramma’s voor jonge hbo-ers en academici. Ook wil de Taskforce in 1999 actie ondernemen om de instroom te stimuleren van etnische minderheden in ‘poortwachtersfuncties’ op de arbeidsmarkt, zoals die van personeelsfunctionarissen, arbeidsbemiddelaars en intercedenten.

De minister van SZW meent dat samenwerking tussen de bij de bemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden betrokken partijen van groot belang is belang. Daarom zal de minister de bij de arbeidsbemiddeling van hoger opgeleide etnische minderheden betrokken partijen, inclusief de uitvoerders van de in de marktverkenning genoemde specifieke initiatieven, binnenkort bijeenroepen. Dit met het doel om ervaringen uit te wisselen en gezamenlijk te bezien hoe, eventueel door een bundeling van expertise en bestaande databanken, de resultaten van de bemiddeling van de doelgroep kan worden verbeterd.
Overigens is in de nota "Kansen krijgen, kansen pakken, Integratiebeleid 1999-2002" (TK 1998-1999, nr. 26333) als actiepunt aangegeven dat BZK en VWS de totstandkoming zullen ondersteunen van een vacaturebank van potentiële bestuurders en deskundigen uit etnische minderheden (pag. 48). SZW zal daarbij worden betrokken vanwege de opgedane ervaringen met het bureau (en de databank) TopLink voor hoog opgeleide vrouwen.

A.V.M Odé en J.M. Dagevos, Vreemd kapitaal, hoger opgeleide minderheden op de arbeidsmarkt. Ministerie van SZW, 1999. (99p). Het rapport is te bestellen bij: Elsevier Bedrijfsinformatie, 070 - 3819900
ISBN 9057492539