Er gebeurt veel in Inburgeringsland. Er is altijd wel een conferentie of een bijeenkomst aan de gang. In de agenda van InburgerNet proberen wij dat bij te houden. In samenwerking met de meeste organisaties, maar vooral met de Nieuwsbrief Nieuwkomers.

U kunt ook zelf studiedagen, conferenties en activiteiten opgeven met een e-mail aan: Vragen, of een fax op nummer: 023- 5625613.

Terug naar:
De Agenda
Nieuws
De welkomstpagina

 

Wat gaat er gebeuren in Inburgerland?
(een toegelichte termijn agenda)

Studiedag CINOP en Forum BO, dat werkt anders!

Donderdag 23 maart 2000 in zalencentrum Vredenburg te Utrecht

Achtergrond
In juni 1999 is het project Implementatie Beroepenoriëntatie in Inburgeringsprogramma's gestart. Het project loopt door tot juni 2000 en wordt met subsidie van OCenW gecoördineerd door CINOP (Centrum voor Innovatie van Opleidingen te Den Bosch) en FORUM (Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling te Utrecht).

Doel van het project is ROC’s te ondersteunen bij de ontwikkeling en implementatie van Beroepenoriëntatie in Inburgeringsprogramma’s volgens de portfoliomethodiek, zoals beschreven in de publicatie Beroepenoriëntatie in Inburgeringsprogramma’s (Van der Vegt en Speijers, Utrecht, Forum, 1998). Belangrijk in het project zijn de pilots. Er zijn twee proefprojecten uitgevoerd, waarin een aanbod beroepenoriëntatie is ontwikkeld en uitgevoerd, te weten het Rijn IJssel College te Arnhem en het Randmeer College te Harderwijk. De uitvoering van de pilots is op het moment van studiedag afgerond. We zijn de balans aan het opmaken.

Doelstelling
Alle bij de pilots betrokkenen, binnen en buiten het ROC, hebben zich in de loop van de pilots opgesteld pal achter de uitgangspunten van de portfoliomethodiek. De kandidaat als volwaardige gesprekspartner, die zelf actief bezig is met zijn of haar loopbaan. Het begrip LOB (loopbaanoriëntatie en -begeleiding) dekt wellicht dan ook beter dan BO waar we mee bezig zijn. Het is meer dan alleen het actieplan en de loopbaan houdt bovendien niet op na het inburgeringsprogramma. Draagvlak is er dus wel. Maar er waren ook genoeg vragen, bijvoorbeeld:

  • Hoe kan het aanbod er nou het best uitzien? Hoeveel tijd heb je nodig voor BO volgens de uitgangspunten zoals we die bedacht hebben? Wanneer ben je nou klaar? En is dat voor alle kandidaten hetzelfde? Wat doe je individueel en wat groepsgewijs? Wat voor werkvormen gebruik je?
  • Kan een docent MO of NT2 eigenlijk wel BO-begeleider worden? Of kan het beter een decaan zijn? Of moeten ze samenwerken? Of maakt het niet uit hoe je het doet als er maar bepaalde competenties aanwezig zijn? Welke zijn dat dan?
  • Hoe zorg je er met al die betrokken partijen binnen en buiten het ROC voor dat zowel voor de kandidaten als voor de begeleiders duidelijk is wie wat doet? Hoe voorkom je dat je elkaar in de wielen rijdt en dat de kandidaat daar de dupe van wordt?

Graag presenteren we op de studiedag de bevindingen, de vragen en voorlopige antwoorden. Enerzijds heeft dat als doel het veld alvast op de hoogte te stellen van de voorlopige resultaten. Anderzijds willen we vanuit het veld nog reacties, aanbevelingen, ervaringen en vragen meenemen bij het schrijven van de conclusies en aanbevelingen in de eindrapportage van het project. Deze eindpublicatie zal rond de zomer van 2000 beschikbaar zijn.

Doelgroep
Deze studiedag is bedoeld voor ROC’s. Andere instanties die met BO voor nieuwkomers te maken hebben, zoals het Arbeidsbureau of het Bureau Nieuwkomers, kunnen door het ROC worden uitgenodigd. Per ROC kunnen er twee personen worden ingeschreven.

Programma
Het programma ziet er als volgt uit:

9.30-10.00

Inloop

10.00-11.15

Centraal deel.

± 5 min: Welkom en inleiding

± 30 min: Een samenvatting van de belangrijkste projectresultaten, met conclusies en aanbevelingen ten aanzien van inhoud en organisatie

± 15 min: Een voorbeeld uit de praktijk. Mw. A. Iburg (Servicecentrum Studie en Beroep ROC Utrecht) schetst welk plaatje haar voor ogen staat waar het gaat om beroepenoriëntatie voor nieuwkomers en wanneer educatie daarbij een beroep kan doen op een Servicecentrum.

± 20 min: Ruimte voor inbreng en vragen uit het publiek.

11.15-11.30

Koffiepauze

11.30-13.00

Workshopronde 1

Workshop 1: Resultaten van de pilots (eerste keer)

Workshop 2: Wat weet en kan een competente BO-begeleider?

Workshop 3: De inzet van tests bij BO

13.00-14.00

Lunch

14.00-15.30

Workshopronde 2

Workshop 1: Resultaten van de pilots (tweede keer)

Workshop 4: Het ‘Zwolse model’

Workshop 5: De inzet van stages bij BO

15.30-16.00

Gelegenheid tot een drankje

Inschrijving
Per ROC kunnen er twee personen worden aangemeld. Dat kunnen ROC-medewerkers zijn, eventueel samen met iemand van een andere instantie. Er is een maximum van 100 deelnemers. De prijs van de studiedag bedraagt Fl. 125,- per persoon.

Leden van het platform BO en medewerkers van de pilots hebben voorrang bij plaatsing en nemen gratis deel. Van platform-ROC’s kunnen twee personen gratis deelnemen, daarnaast kunnen nog twee betalende personen worden aangemeld.

  • Datum: donderdag 23 maart 2000
  • Tijd: 9.30-16.00 uur
  • Plaats: Vredenburg 19, te Utrecht
  • Kosten: Fl. 125,- per persoon

Meer informatie:
CINOP
mw. D. Overwijn
Tel. 073-63800744
Email: doverwijn@cinop.nl
Aanmelden: Met het aanmeldingsformulier
Voor inhoudelijke informatie kunt u contact opnemen met:
Maria van der Vegt Anne-Marie Speijers
CINOP Forum
tel 073-6800895 (direct)
030-2974321 (algemeen)
email mvegt@cinop.nl
email a.m.speijers@forum.imo.nl


Workshops

Workshop 1 Resultaten van de pilots
Door de pilots Arnhem en Harderwijk. Deze workshop wordt twee keer uitgevoerd.
In de beide pilots is een aanbod BO ontwikkeld en uitgevoerd. Daarbij waren behalve BO-begeleiders ook anderen betrokken, zoals beroepsunits van het ROC, informatie- of servicecentra, het Arbeidsbureau en het Bureau Nieuwkomers. Met de kandidaten, de BO-begeleiders en met de intern en extern betrokkenen is intussen de evaluatie (vrijwel) afgerond. Een aantal (voorlopige) bevindingen worden in de centrale inleiding gepresenteerd. In de workshop zal een en ander meer concreet gestalte worden gegeven. De volgende vragen zullen onder andere de revue passeren:

  • Gaat men op de pilotlocaties het aanbod BO zoals dat is ontworpen en uitgevoerd structureel invoeren? Welke bijstellingen worden eventueel doorgevoerd? Wat vond men uiteindelijk de meerwaarde en wat beoordeelde men minder positief?
  • Hoe ziet het aanbod van de ROC’s er nu uiteindelijk uit? Een en ander zal gedemonstreerd worden aan de hand van een aantal casussen. Hoe verliep de loopbaanoriëntatie van de kandidaten en hoe ziet hun actieplan eruit?
  • Wat zijn succes- en faalfactoren gebleken? Welke aanbevelingen ten aanzien van inhoud en organisatie kunnen de pilots naar de andere ROC’s doen?

Workshop 2 Wat weet en kan een competente BO-begeleider?
Door mw. W. Bom, CINOP
In de pilots zijn enkele discussies gevoerd over de vraag over welke competenties een BO begeleider moet beschikken.

  • Beschikt een MO- of een NT2-docent over de benodigde basiskennis, inzicht en vaardigheden?
  • Welke competenties zijn nodig?
  • Moet je als BO-begeleider beschikken over alle competenties of is deze expertise ook in te huren? Waar? Wat? Hoe? Hoe dan af te stemmen en samen te werken?
  • Wat is het minimumpakket aan benodigde competenties en hoe kan een BO-begeleider aan competentie-ontwikkeling doen.

In de workshop wisselen we van gedachten over deze vragen. We doen een zelfbeoordelingstest, waarbij we onze competenties vergelijken met een standaard die binnen het project in een portfolio voor BObegeleiders is opgenomen. Vervolgens kijken we naar de mogelijkheden om de eigen competenties verder te ontwikkelen en bekijken we wat dat betekent voor teamsamenwerking en personeelsbeleid van educatie. We trekken conclusies in de vorm van een summier ontwikkelplan door drie leerpunten en actiepunten te benoemen.

Workshop 3 De inzet van tests bij BO
Door mw. C. Harder, loopbaanadviseurbij het Servicecentrum voor Studie en Beroep van het ROC Utrecht

Testen als beoordelend of verkennend instrument kunnen belangrijke hulpmiddelen zijn in het proces van loopbaanoriëntatie van de nieuwkomer. Vrijwel elk ROC kent een Servicecentrum, dat al dan niet in samenwerking met een regionaal AOB (Adviesbureau voor Opleiding en Beroep), op verzoek

van de BO-begeleider cursisten testen kan. Maar testen doe je niet zo maar. De uitslag van een test moet voor een BO-kandidaat effect hebben op het verdere verloop van zijn loopbaanorientatie. Caroline Harder vertelt wat het doel van testen in een BO-programma kan zijn. Wanneer wordt welke test ingezet en welke categorieën testen er zijn? Ze gaat tevens in op factoren die meespelen bij het testen van volwassenen uit een andere cultuur.

Workshop 4 Het ‘Zwolse model’
Door mw. C. van Nistelrooij, ROC Deltion College

Het Deltion College in Zwolle is lid van het platform BO. Er is een gedifferentieerd BO-aanbod ontwikkeld, met drie soorten programma’s voor verschillende types kandidaten: het zogenoemde BO-ABC.

  • Voor kandidaten die weinig gerichte werkervaring en/ of geen opleiding hebben. Dit is een algemeen oriënterend aanbod.
  • Voor kandidaten die al wel een keuze voor een bepaalde beroepssector hebben gemaakt.
  • Voor hen die praktijkervaring op willen doen door middel van een beroepsoriënterende stage.

Een en ander wordt uitgevoerd door de Taalschool in samenwerking met het Advies- en TestCentrum.

Corinne van Nistelrooij zal in deze workshop met name aandacht besteden aan de inhoud van de A-variant voor cursisten die nog ‘geen idee’ hebben over wat voor werk en/ of opleiding ze in Nederland willen gaan doen en voor wie de portfoliomethodiek minder geschikt wordt geacht.

Workshop 5 De inzet van stages bij BO
Door dhr. H. Snoeken, senior adviseur bij het ITTA, Instituut voor toegepaste taalkunde van de Universiteit van Amsterdam

Korte stages op de werkplek of in beroepsopleidingen kunnen als middel dienen in de oriëntatie op de mogelijkheden op de arbeidsmarkt in een wensberoep of in een bepaalde beroepsrichting. Het ITTA heeft ervaring met methodiek- en materiaalontwikkeling voor stages in beroepsopleidingen en op de werkvloer. Henk Snoeken zal in zijn presentatie vragen behandelen als: Voor welk type kandidaat is stage een juist instrument? Op welk moment zet je stages in tijdens het inburgeringsprogramma? Welke soorten stages zijn er en welke zet je in BO in? Werk je met stageopdrachten? Hoe zet je die uit en hoe rapporteert de kandidaat terug? Welke uitkomsten kun je verwachten?

Aanmeldingsformulier