Vragen, antwoorden

De rubriek Vragen, antwoorden komt mede tot stand in samenwerking met de Informatielijn Inburgering van CFI (079-3234000), die ingesteld is door de ministeries van BiZa, OCenW en VWS.

 

Zie ook:
Vragen helpdesk inburgering januari 1999 - juni 1999

De belangrijkste vragen en antwoorden uit: 'Er staat een Rus aan de balie.'

Oude meest gestelde vragen

Terug naar:

Vragen, antwoorden

De welkomstpagina

Vragen aan Informatielijn Inburgering

Vervolg van vragen die in de maanden augustus, september en oktober 1998 aan de helpdesk zijn voorgelegd. De beantwoording vindt plaats in overleg met de betrokken ministeries.

Reiskosten en kinderopvang

Vraag:
Moet de gemeente reiskosten en kinderopvang betalen voor een nieuwkomer?

Antwoord:
Dit is niet in de WIN vastgelegd. Gemeenten moeten dit zelf regelen binnen het kader van de WIN. Kinderopvang kan van de welzijnscomponent worden bekostigd, maar het is geen primair doel. De welzijnsgelden zijn in eerste instantie bedoeld voor traject- en maatschappelijke begeleiding. Kinderopvang kan bijvoorbeeld worden gefinancierd uit de daarvoor bestaande regelingen of uit de bijzondere bijstand. Dit laatste geldt ook voor de reiskosten.

Budget

Vraag:
Moeten gemeenten een aanvraag indienen om de inburgeringsgelden voor 1999 te ontvangen?

Antwoord:
Nee, dit is niet nodig. Aangezien gemeenten door de invoering van de WIN een plicht hebben gekregen om nieuwkomers in te burgeren, hoeven ze de gelden niet meer aan te vragen. Deze worden ongevraagd in drie termijnen in 1999 aan gemeenten betaald. Het betaalritme wijzigt niet ten opzichte van 1998. In februari krijgen gemeenten 25% van het budget, in april 40% en in september 35%.

Model

Vraag:
In artikel 7, tweede lid van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers (Stb. 441, 1998) is vermeld dat de financiële verantwoording van de aanwending en reservering van rijksbijdragen inburgering wordt ingericht volgens een model. Is dit model al beschikbaar?

Antwoord:
Dit model is opgenomen in het controleprotocol inburgering nieuwkomers 1998 (GK 17b, 1998). Dit protocol wordt nog gewijzigd, aangezien de controle in het bestaande protocol nog is gericht op de situatie van de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998.

Handhaving (sancties)

Vraag:
In artikel 17 van de WIN is vastgelegd dat het toezicht op de naleving van de WIN is opgedragen aan één of meer ambtenaren binnen de gemeente. Op het toezicht zijn enkele artikelen van de Leerplichtwet 1969 van toepassing. Betekent dit dat deze taak moet worden opgedragen aan de leerplichtambtenaar?

Antwoord:
Dit kan, maar is niet nodig. De ambtenaar, die met het toezicht wordt belast, moet op de hoogte zijn van de betreffende artikelen van de Leerplichtwet. Een trajectbegeleider kan het niet nakomen van de verplichtingen van zijn cliënt signaleren en rapporteren aan de betreffende ambtenaar. Deze stelt vervolgens een onderzoek in. Hij hoort de betrokken nieuwkomer en probeert hem alsnog aan zijn verplichtingen te laten voldoen. Als de nieuwkomer dit blijft weigeren, stuurt de ambtenaar een verslag van zijn bevindingen aan het college van B&W, waarna een boete kan worden vastgesteld (art. 17 en 18, WIN).

Samenwerken

Vraag:
Gemeenten die samenwerken kopen ter hoogte van de gezamenlijke taakstelling trajecten in bij een ROC. Stel dat gemeente A onder de taakstelling blijft en gemeente B krijgt meer nieuwkomers dan de raming. Hoe kunnen deze gemeenten omgaan met de verdeling van de welzijnscomponent? Kan gemeente A de welzijnscomponent reserveren of is zij verplicht deze af te staan aan gemeente B? In het laatste geval raakt gemeente A haar ‘buffer’ kwijt en zou gemeente B in het jaar t+2 meer inburgeringsgelden krijgen. Samenwerking is in dat geval niet gunstig.

Antwoord:
In geval van samenwerking wordt het samenwerkingsverband door de ministeries als één gemeente gezien. De reservering van de afzonderlijke gemeenten wordt dus ook getotaliseerd. In de verantwoording van de rijksbijdragen moeten de bekostigingsgegevens wel zijn uitgesplitst naar de betrokken gemeenten. Daarmee wordt voorkomen dat bij beëindiging van de samenwerking onduidelijkheid bestaat over het afzonderlijke aandeel van elk van die gemeenten. De wijze waarop de splitsing wordt aangebracht, is aan de gemeenten zelf overgelaten. Denkbaar is dat samenwerkende gemeenten een bepaalde onderlinge toedeling afspreken. Deze hoeft niet gelijk te zijn aan de feitelijke situatie (Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers, Stb. 441, art. 5 en toelichting).

terug naar boven

Boetebesluit

Vraag:
Zijn de boetes die in het Boetebesluit worden genoemd bindend?

Antwoord:
De WIN en het Boetebesluit schetsen een kader, waarbinnen gemeenten kunnen handelen. In het Boetebesluit wordt de hoogte van boetes genoemd. Gemeenten kunnen hiervan afwijken op basis van artikel 18, het tweede en vierde lid van de WIN. Het tweede lid vermeldt dat gemeenten de boete moeten afstemmen op de ernst van het feit, de omstandigheden waarin de nieuwkomer verkeert en de mate van verwijtbaarheid. Wanneer er dringende redenen aanwezig zijn, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten van het opleggen van een boete af te zien (art.18, vierde lid).

Verhuizing

Vraag:
Hoe moet een gemeente handelen als een nieuwkomer verhuist? Wat zijn de wijzigingen ten opzichte van de Onderwijsregeling Inburgering Nieuwkomers 1998?

Antwoord:
Volgens de Onderwijsregeling Inburgering Nieuwkomers 1998 kan alleen de eerste gemeente van huisvesting, waar het inburgeringscontract is getekend, de nieuwkomer opvoeren bij de rekening en verantwoording. Het uitwisselen van informatie en het verrekenen van de financiële middelen moeten de betreffende gemeenten onderling regelen. Hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Inburgering Nieuwkomers (Stb.409, 1998) geeft invulling aan artikel 14 van de WIN (Stb. 261, 1998). Hier wordt vermeld dat de gemeente van eerste huisvesting verplicht is binnen vier weken na verhuizing mededeling daarvan te doen aan de gemeente van tweede huisvesting. Binnen twee weken daarna wordt door de gemeenten afgesproken, na overleg met de nieuwkomer, welke gemeente de verantwoordelijkheid voor de inburgering op zich neemt. Het financiële gedeelte moeten gemeenten nog steeds onderling regelen. Een belangrijk verschil met de oude situatie is echter dat de gemeente, waar de beschikking is afgegeven, de nieuwkomer kan opvoeren in de verantwoording bij de beschikkingen. De gemeente, waar de verklaring is afgegeven kan de nieuwkomer opvoeren in de verantwoording bij de verklaringen. De beschikking en de verklaring zijn beiden telgegeven voor de bekostiging twee jaar later.

terug naar boven
Verder meest gestelde vragen 1-2-3
Oude meest gestelde vragen

Vragen helpdesk inburgering januari 1999 - juni 1999

Attentie

Aan de teksten zoals deze hier verschijnen is een maximale zorg besteed. Ondanks deze zorg kan aan de formulering geen rechten worden ontleend. Indien u zekerheid over regelingen wilt verkrijgen, moet u zich schriftelijk tot het betrokken ministerie wenden.