FACTSHEET WET INBURGERING NIEUWKOMERS
Vanaf 30 september 1998 is in Nederland de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) van kracht. De WIN heeft als doel de zelfredzaamheid van
nieuwkomers te bevorderen door middel van een inburgeringsprogramma.
Gemeenten zijn verplicht aan nieuwkomers op basis van een inburgeringsonderzoek een inburgeringsprogramma aan te bieden. De nieuwkomer heeft
de verplichting zich aan te melden voor een inburgeringsonderzoek. Op grond van dit onderzoek kunnen zij verplicht worden deel te nemen aan
een inburgeringsprogramma. Dit programma bevat onderwijs in de Nederlandse taal, Maatschappijoriëntatie en Beroepenoriëntatie. Daarnaast
krijgen nieuwkomers maatschappelijke begeleiding en trajectbegeleiding. De WIN voorziet ook in een overdracht naar arbeidstoeleidende
instanties of vervolgonderwijs.
In de hierna volgende tekst wordt het nieuwe beleid toegelicht.
Doel en achtergrond Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN)
Kerngedachte van het inburgeringsbeleid is het bevorderen van de zelfredzaamheid van nieuwkomers. Zij moeten zo snel mogelijk zelfstandig
kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving. Zo kort mogelijk na hun aankomst zullen zij benaderd moeten worden, en voorbereid op wat
hen in Nederland te wachten staat. Vroegtijdig investeren in nieuwkomers voorkomt het ontstaan van nieuwe achterstandsgroepen. Daarom bevat
de WIN meerdere verplichtingen en voorschriften die er bij elkaar toe moeten leiden dat:
- alle nieuwkomers deelnemen;
- nieuwkomers een kwalitatief hoogwaardig inburgeringsprogramma op maat krijgen aangeboden;
- nieuwkomers optimaal van dit aanbod gebruik maken;
- gemeenten voldoende ruimte krijgen om maatwerk te leveren;
- snel toeleiding naar vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt kan plaatsvinden.
De inrichting van de WIN stoelt op de eerdere ervaring met de opvang van nieuwkomers en bouwt voort op in 1996 ingevoerde regelingen.
Daarbij werden op voornamelijk vrijwillige basis inburgeringscontracten gesloten.
Door de aanhoudende immigratie, het succes van het inburgeringsbeleid en de ervaring met inburgeringscontracten, is besloten het
inburgeringsbeleid te versterken door middel van een wettelijke verplichting naar zowel nieuwkomers als gemeenten. De gemeente waar een
nieuwkomer zich vestigt is verantwoordelijk voor het inburgeringsbeleid. De nieuwkomer is verplicht zich hiervoor aan te melden en deel te
nemen aan een met hem overeengekomen inburgeringsprogramma.
Draagvlak
Er is een breed draagvlak in de Nederlandse samenleving en politiek voor het geven van een wettelijke grondslag aan het inburgeringsbeleid.
De WIN is in nauw overleg met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, OC en W en VWS, de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG), het maatschappelijk middenveld en belangenorganisaties van migranten en vluchtelingen tot stand gekomen. Er is veel
aandacht gegeven aan een goede aansluiting op onderwijs en arbeidsmarkt. Onder de WIN is de gemeente eerstverantwoordelijk voor de
uitvoering van het inburgeringsbeleid voor nieuwkomers. De Rijksoverheid vervult een stimulerende en faciliterende rol.
Doelgroep
Vreemdelingen met een permanente verblijfsvergunning en vluchtelingen met A-status of VTV-status op humanitaire gronden komen in aanmerking
voor deelname aan het inburgeringsprogramma in het kader van de nieuwe wet. De in Nederland verblijvende vreemdelingen die over een
voorwaardelijke vergunning tot verblijf (VVTV) beschikken, vallen pas bij omzetting van deze status naar een A- of VTV status onder de WIN.
De wet geldt tevens voor nieuwkomers met de Nederlandse nationaliteit die buiten Nederland zijn geboren (zoals Nederlanders uit overzeese
delen van het Koninkrijk). Het inburgeringsprogramma is voor 16- en 17-jarigen toegankelijk, voor zover zij niet meer volledig leerplichtig
zijn.
Het Inburgeringsonderzoek en het Inburgeringsprogramma
De nieuwkomer is na binnenkomst in een gemeente of na uitreiking van het verblijfsdocument verplicht zich binnen 6 weken aan te melden voor
een inburgeringsonderzoek. Dit is ook de termijn waarbinnen een tijdelijke of permanente ontheffing kan worden aangevraagd. Ontheffing kan
worden aangevraagd als de nieuwkomer vanwege lichamelijke of psychische gronden of op andere gewichtige gronden niet in staat is tijdelijk
of nooit aan de inburgering deel te nemen. Nieuwkomers met de Nederlandse nationaliteit komen ook voor een (permanente) ontheffing in
aanmerking als zij aan bepaalde opleidingseisen voldoen. De gemeente beslist over de verlening van de ontheffing. De tijdelijke ontheffing
kan voor de duur van maximaal 1 jaar worden verleend en kan daarna op aanvraag van de nieuwkomer worden verlengd.
Voordat een individueel inburgeringsprogramma voor een nieuwkomer wordt vastgesteld vindt een inburgeringsonderzoek plaats waarin de
noodzaak en samenstelling van een dergelijk programma wordt bepaald. Hierbij wordt rekening gehouden met voorkennis, vooropleiding en
werkervaring.
inschrijven bij Burgerzaken (GBA) of uitreiking verblijfsdocument

opsturen aanmeldings- en ontheffingsformulier ontheffing
(tijdelijk of permanent)

inburgeringsonderzoek vrijstelling

inburgeringsprogramma

afsluiten met certificaat
Ieder afzonderlijk gedeelte lichten we nu kort toe.
Het inburgeringsonderzoek
Na de verplichte aanmelding van de nieuwkomer start het inburgeringsonderzoek. In het inburgeringsonderzoek wordt nagegaan in welke mate een
maatschappelijke achterstand voor de nieuwkomer dreigt en aan welke onderdelen van een inburgeringsprogramma deelname nodig is.
Het inburgeringsonderzoek dat maximaal 4 maanden mag duren, bevat onder andere:
- een beoordeling van het aanmeldingsformulier;
- een begingesprek met uitleg over het inburgeringsonderzoek;
- een toets op kennis en vaardigheden, zoals de kennis van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving;
- een eindgesprek waarin het voor de betreffende nieuwkomer wenselijke inburgeringsprogramma wordt besproken, met name de te bereiken
einddoelen, en de rechten en plichten van de nieuwkomer.
De educatieve instelling en arbeidsvoorziening worden bij het inburgeringsonderzoek betrokken. Zodoende kunnen al tijdens het
inburgeringsprogramma de individuele perspectieven in Nederland op vervolgonderwijs of op de arbeidsmarkt worden vergroot.
Het inburgeringsonderzoek wordt afgesloten met een beschikking van de gemeente, waarin het programma dat de nieuwkomer moet volgen wordt
vastgelegd. Hierbij bestaat de mogelijkheid tot volledige vrijstelling of gedeeltelijke vrijstelling voor delen van het educatief programma.
Het inburgeringsprogramma
Binnen 4 maanden na aanmelding voor het inburgeringsonderzoek moet de nieuwkomer zich inschrijven bij een educatieve instelling
waar de gemeente een contract mee heeft gesloten. De nieuwkomer sluit een onderwijsovereenkomst met deze instelling. Nu start het educatieve
gedeelte. Het onderwijsprogramma bevat Nederlands als Tweede taal (NT2), Maatschappijoriëntatie en Beroepenoriëntatie. Het wordt
afgesloten met een toets. Deze toets op de onderdelen NT2 en MO vindt uiterlijk 12 maanden plaats na inschrijving bij de educatieve
instelling. Aan de toets is een verklaring verbonden, waaruit blijkt dat de nieuwkomer heeft deelgenomen aan het educatief programma. Ook
het door de nieuwkomer bereikte niveau wordt daarop aangegeven.
Naast het educatieve programma worden tevens trajectbegeleiding en maatschappelijke begeleiding aan de nieuwkomer geboden.
De trajectbegeleiding is essentieel voor het welslagen van de inburgering. Het is de trajectbegeleider die de nieuwkomer vanaf het
moment van aanmelding tot aan de doorgeleiding persoonlijk begeleidt, steunt bij eventuele problemen en zonodig motiveert. De basis van de
trajectbegeleiding vormt het opstellen van een individueel trajectplan voor de duur van het gehele inburgeringsprogramma. De
trajectbegeleider geeft zodoende aan de hand van het trajectplan inhoud aan het begrip individueel maatwerk.
Het trajectplan wordt aan het eind van het inburgeringsonderzoek vastgesteld. In het trajectplan wordt zowel de in het inburgeringsonderzoek
vastgestelde kennis, inzicht en vaardigheden opgenomen als de in te zetten middelen voor het te bereiken einddoel. Daarnaast bevat het
trajectplan een regeling voor tussentijdse evaluatiegesprekken.
Deze evaluatiegesprekken tijdens de trajectbegeleiding dienen om de voortgang bij te houden en eventueel de nieuwkomer te motiveren. Vanuit
de educatieve instelling vindt regelmatig terugkoppeling plaats aan de gemeente over de vorderingen van de nieuwkomer. Een goed registratie-
en volgsysteem is hierbij noodzakelijk.
Maatschappelijke begeleiding is een verplicht onderdeel van het inburgeringsprogramma en bestaat uit een gevarieerd aanbod van
praktische ondersteuning bij het dagelijkse leven van een nieuwkomer. Bij dit onderdeel kunnen zowel professionals als vrijwilligers worden
ingeschakeld.
Doorgeleiding en afsluiting met certificaat
De afsluiting van het inburgeringsprogramma vindt uiterlijk 6 maanden na de afsluitende toets plaats. Een belangrijk onderdeel van
de doorgeleiding is een gesprek met de nieuwkomer, een vertegenwoordiger van de educatieve instelling en de arbeidsvoorziening instantie
waarin een advies over doorstroming wordt vastgesteld. Daarna zorgt de gemeente voor een sluitende doorgeleiding naar zorgtaken,
vervolgonderwijs of toeleiding naar de arbeidsmarkt. De nieuwkomer ontvangt van de gemeente een certificaat, waaruit blijkt welk programma
hij of zij heeft gevolgd en welke resultaten daarmee zijn bereikt.
Sancties en toezicht
In de WIN is geregeld dat de gemeente toeziet op het nakomen van de plichten door de nieuwkomer. In de WIN zijn sanctiemogelijkheden
opgenomen als de nieuwkomer niet voldoet aan verplichtingen. Deze zijn al genoemd, zoals:
- aanmelding voor en meewerken aan het inburgeringsonderzoek;
- inschrijven bij de educatieve instelling en deelnemen aan het onderwijs;
- deelname aan de toets en overige onderdelen van het inburgeringsprogramma, zoals die in de beschikking zijn vastgesteld.
Als grondslag voor het toezicht dienen artikelen uit de Leerplichtwet die in de WIN van overeenkomstige toepassing zijn, maar ook
onderdelen uit de Algemene bijstandswet indien een nieuwkomer een bijstandsuitkering geniet. Verder zijn bestuurlijke boetes mogelijk, zoals
vastgesteld bij een algemene maatregel van bestuur.
Sancties zijn overigens geen doel, maar laatste middel als het niet lukt de nieuwkomer te bewegen om het inburgeringsprogramma goed te
doorlopen.
Financiën
De WIN kent een lump-sum financiering. De gemeenten krijgen rijksgelden om het inburgeringsprogramma te financieren. Alle verplichte
onderdelen van de inburgering moeten daaruit worden betaald. De gemeenten kunnen zelf een verdeelsleutel ontwikkelen om de verschillende
programmaonderdelen te bekostigen.
De rijksgelden worden landelijk vastgesteld aan de hand van een raming van het aantal in te burgeren nieuwkomers. Voor 1999 is een bedrag
beschikbaar van 284 miljoen gulden te besteden aan ongeveer 22.500 inburgeringstrajecten. De hoogte van de gelden per nieuwkomer is
vastgesteld op basis van wat het gemiddelde inburgeringstraject aan kosten met zich mee brengt. Dit biedt gemeenten de ruimte om gelden voor
nieuwkomers, die door vrijstellingen een beperkt programma volgen, in te zetten voor trajecten voor nieuwkomers die juist een volledig of
heel uitgebreid programma nodig hebben. Aan het einde van elk jaar moeten gemeenten de inzet van middelen aan het rijk verantwoorden.
De prestatie van de gemeente wordt vastgesteld aan de hand van de afgegeven beschikkingen na het inburgeringsonderzoek en de verklaringen
van de educatieve instelling na het afleggen van de toets. De prestatie in een jaar wordt gebruikt als basis voor de verdeling van de
landelijke middelen over de gemeenten twee jaar later (t-2 systematiek). Elke gemeente ontvangt daarvan het deel dat overeenkomt met het
aandeel in de landelijke prestatie twee jaar eerder.
Het is overigens mogelijk dat voor een optimale inburgering gebruik wordt gemaakt van gelden uit andere regelingen. Zo kan bijvoorbeeld voor
de kinderopvang voor nieuwkomers onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de bijzondere bijstand of de middelen die gemeenten daarvoor
van het rijk hebben gekregen.
oktober 1998
Colofon:
Uitgave
Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden
Productie begeleiding
Directie Communicatie, Documentatie en Bibliotheek
Lay-out, vormgeving en druk
DMO/Centrale Reproductie en Vormgeving
artikelnummer: 7610.98.3104F
Meerdere exemplaren kunt u aanvragen bij
Logistiek Centrum Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties
Fax.: 079-3614986
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met:
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
secretariaat Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden
Tel.: 070-3027787
oktober 1998
|