is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
 

Algemeen Overleg dd 19 juni 2001

27 083, nr 19

De vaste commissies voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op 19 juni 2001 overleg gevoerd met de ministers Hermans en Van Boxtel en staatssecretaris Vliegenthart over de volgende zaken:

  • de brief van de minister voor GSI van 21 februari 2001 (rapportage inburgering)
  • de brief van de minister voor GSI van 13 maart 2001 (plan van aanpak oplossen wachtlijstproblematiek)
  • de brief van de minister voor GSI, mede namens de ministers van OCW en SZW en de staatssecretaris van VWS van 1 juni 2001 (inburgering).

Hieronder volgt een samenvatting van de reacties van de ministers en de staatssecretaris

op de vragen van de kamerleden Pitstra (Groen Links), Belinfante (PvdA), Rijpstra (VVD), Ravestein (D66), Kant (SP) en Verburg (CDA).

Van Boxtel
Minister Van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) complimenteert de Taskforce en de ambtelijke ondersteuning met het behaalde resultaat. De wachtlijst van vorig jaar is weggewerkt. De huidige wachtlijst voor oudkomers is volgens hem ontstaan door de grote behoefte aan goede taallessen. Het kabinet heeft 50 miljoen gulden extra beschikbaar gesteld om het aanbodvolume voor oudkomers te vergroten. De minister benadrukt dat er geen wachtlijst is voor nieuwkomers. Het lokale niveau dient goed te worden bedient. De projectleider van de landelijke Taskforce zal gevraagd worden of de regionale taskforces de gemeenteraden bericht willen geven van de ontwikkelingen.

Sancties bij niet nakomen verplichtingen
Het toepassen van een bestuurlijke boete of korting op de uitkering bij het niet nakomen van afspraken met de oudkomer wordt in 23% van de gevallen toegepast; dit moet worden verhoogd. Van Boxtel wil met de gemeenten en opleidingsinstituten verkennen wat de mogelijkheden voor het toepassen van dwang of drang bij oudkomers zijn. Hij legt uit dat de overheid veel geld hiervoor vrij maakt en dat in ruil daarvoor verlangd mag worden dat het hele traject wordt afgelegd. Het is volgens hem denkbaar dat aan het begin van het traject een borg betaald wordt, die na succesvolle beëindiging wordt terugbetaald. Een goede analyse dient aan eventuele sancties vooraf te gaan. De minister zal na het gesprek met de VNG, de ROC’s en de BVE-raad hierop terugkomen. Het ambitieniveau omtrent het wegwerken van de wachtlijsten wordt volgen de minister volkomen waargemaakt. Sancties mogen geen drempel opleveren, maar er moet wel een oplossing gezocht worden in de richting van meer drang voor diegenen die menen dat al dit soort cursussen vrijblijvend zijn. De sanctie waarvan in de WIN sprake is, moet worden toegepast als mensen zonder opgave van reden wegblijven van een verplichte cursus.

Maatwerk tegen uitval
Het percentage oudkomers dat uitvalt tijdens het volgen van NT2 is hoog, vermoedelijk 60 of 70 procent. Bij de WIN ligt het uitvalpercentage op 20 procent. Maatwerk kan volgens Van Boxtel een middel zijn om dit percentage te verkleinen. In samenwerking met de ROC’s is hierin inmiddels verandering gekomen, door de taallessen aan te passen aan verschillende klanten. Bij oudkomers is geen sprake van gedwongen winkelnering; gemeenten hoeven niet naar een ROC. Het geld kan ook worden besteed aan soortgelijke projecten bij club- en buurthuizen.

Duale trajecten
Voor oudkomers zijn er in het kader van duale trajecten, twee pilots gestart (door ITTA en Orbis/Rijnconsult). Er worden twee modaliteiten onderzocht: taalles binnen het bedrijf en in samenwerking met de werkgever overeengekomen taalles bij een ROC. Hieruit moet duidelijk worden wat het beste tegemoet komt aan het gewenste kwaliteitsniveau van de Nederlandse taal in combinatie met de wens van werkgevers om mensen zo snel mogelijk op de arbeidsmarkt te krijgen. Met TPG is een convenant gesloten, waarin is afgesproken dat de aldaar gegeven lesprogramma’s een behoorlijk kwaliteitsniveau hebben. Veel bedrijven hebben zich aangemeld om dit spoor te volgen. Van Boxtel spreekt tegen dat er op dit punt een blokkade in de WIN zit; de wet staat duale trajecten toe. Met minister Vermeend is hij bezig om met de grote steden convenanten af te sluiten waarin de sluitende aanpak van de reïntegratie ook belegd wordt met het onderdeel taallessen.

50 miljoen naar 54 gemeenten
In reactie op de vraag naar een sterkere centrale regie verwijst Van Boxtel naar de evaluatie van de WIN en de WEB, waarbij kan worden bekeken welke versterkingen nodig zijn. Bij de evaluatie van de WIN zal bekeken worden of de gedwongen winkelnering voor de nieuwkomers bij de ROC’s doorloopt. Wanneer in het najaar de begroting is verschenen, zal Van Boxtel de financiële geldstromen voor inburgering van nieuwkomers op een rij zetten. Het bedrag van 50 miljoen gaat naar 54 gemeenten. Met de grote steden wil hij een aanvullend convenant sluiten en voor andere steden die hiervoor geld krijgen, komen regelingen waarin outputafspraken zijn opgenomen. Van outputfinanciering is nog geen sprake.

Komende zes jaar 200.000 inburgeraars
Terugkomend op de wachtlijst merkt de minister op dat er wel een zekere wachtlijst nodig is om te kunnen plannen. Het doel is uiteraard om in een hoog tempo de komende zes jaar 200.000 mensen een inburgeringscursus te laten volgen. Dit aantal lijkt aan de magere kant, maar het plan om dit aantal te halen is enorm ambitieus, gelet op de problemen in de uitvoering waarbij de beschikbaarheid van lesgevenden en locaties een grote rol speelt. Den Haag moet niet de pretentie hebben om per wijk een inburgeringscursus te regelen. Den Haag stelt geld beschikbaar en de instituten worden geëquipeerd, maar die moeten het maatwerk leveren. De Taskforce zal tegen eind van dit jaar de eerste bevindingen bekend maken over de kwaliteit van de verschillende programma’s.

Minister Hermans
Minister Hermans van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen merkt op dat in verband met de alfabetiseringscursussen samen met de VNG bekeken wordt welke groepen moeten worden bereikt. Het gaat hierbij ook om Nederlanders die de taal niet beheersen. De VNG is bezig om best-practicesvoorbeelden voor gemeenten op te stellen en deze toegankelijk te maken (eventueel i.s.m. CINOP en een apart expertisecentrum NT2).

Geen gedwongen winkelnering
Hermans pleit ervoor de boodschap ‘geen gedwongen winkelnering’ uit te dragen naar vooral de onderwijswoordvoerders. Er kunnen volgens hem meerdere aanbieders zijn dan alleen door de overheid gesubsidieerden op onderwijsgebied. Wel moet de overheid zorgen voor een structuur die zorgt voor toegankelijk en kwalitatief goed onderwijs. Voor de oudkomers is geen sprake van gedwongen winkelnering, dit betreft alleen de nieuwkomers; een van de moeilijkste groepen die, net in de Nederlandse samenleving gekomen, het leren van de taal als belangrijkste punt zien. Hermans verzet zich voorlopig tegen het opheffen van de gedwongen winkelnering voor nieuwkomers, omdat voorkomen moet worden dat de opgebouwde expertise bij de ROC’s na een relatief korte periode van twee jaar overhoop wordt gehaald. Hermans is voorstander van het doorcontracteren, wanneer de ROC’s hun taak niet aankunnen. ROC’s kunnen aangesproken worden op hun flexibele aanpak waardoor maatwerk kan worden geleverd. Uit de rapportage van de Taskforce blijkt dat dit al gebeurt. Leegvallende plaatsen worden bij de start van nieuwe cursussen onmiddellijk opgevuld door nieuwkomers die op de wachtlijst staan of door oudkomers. Over de budgettaire gevolgen daarvan moeten afspraken gemaakt worden tussen ROC’s en gemeenten.

Taallessen via nieuwe media
Tevens deelt de minister mee dat in verband met het gebruik maken van nieuwe media, een initiatief uit Rotterdam met wijk-tv, nader bezien wordt (als mogelijke manier om via tv taallessen te geven). De minister wil nieuwe expertisecentra voorkomen, omdat er al een aantal van dit soort instituten bestaan. Nadat geïnventariseerd is wat op dit terrein aanwezig is, zal bekeken worden of virtuele informatie over expertise op dit terrein kan worden verstrekt. De gemeenten gaan over de output, omdat de ROC’s met hen contracten afsluiten. Bij totale doorvoering van outputfinanciering kan selectie aan de poort plaatsvinden; daar zouden de nadelen eerst goed van bekeken moeten worden. De Taskforce beziet op diverse locaties voorbeelden en mogelijkheden om die als best practices in de praktijk te kunnen inzetten. Hij benadrukt voorstander te zijn van maatwerk en flexibilisering.

Staatssecretaris Vliegenthart
Staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport merkt op dat door Forum een functioneel profiel trajectbegeleiding is ontwikkeld, waardoor de functie van trajectbegeleider eenduidiger en kwalitatief beter kan worden ingevuld. Er moet bekeken worden of dit bijdraagt aan de vermindering van uitval.

Uitbreidingsdoelstelling gerealiseerd
Bij de G25 is, wat betreft de beschikbaarheid van kinderopvang, 75% tot 100% van de uitbreidingsdoelstelling die voor deze kabinetsperiode gepland was, gerealiseerd. Het is bekend dat de vraag naar kinderopvang overal enorm groeit. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de kinderopvang en kunnen afspraken maken met de instellingen over het aantal te realiseren plaatsen. Naast de uitbreidingsregeling kinderopvang, wordt er gewerkt aan de wet basisvoorziening kinderopvang, waarin verantwoordelijkheden en financieringsstructuur veranderd worden. De gemeenten blijven verantwoordelijkheid dragen voor allen die de verplichte cursussen volgen. Bij de inburgering van oudkomers gaat het niet om het verplicht aanbieden van cursussen, maar om het faciliteren en aanreiken van voorzieningen. Dat betekent dat oudkomers ook onder de nieuwe wet basisvoorziening kinderopvang geen verplichte categorie worden. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om een aanbod te doen. Netwerken en vormen van samenhang in buurten en wijken kunnen eraan bijdragen dat opvoeders veel meer gebruik maken van de mogelijkheden.

Omslag naar vraaggestuurd systeem
Vliegenthart meldt dat men met de notitie ouder migranten door de werkelijkheid is ingehaald. Door de minister van SZW is beleid ontwikkeld op het terrein van de arbeidsmarkt en de sluitende aanpak die gericht is op migranten die al langer in Nederland zijn. Vanuit VWS is met SZW het sociale activeringstraject van een impuls voorzien in de hoop dat de deelname aan de sociale activering toeneemt. Er wordt dus gewerkt aan een samenhang tussen inburgeringstrajecten, sociale activeringstrajecten en de sluitende aanpak. Er vindt in dit verband een omslag plaats naar een meer vraaggestuurd systeem. Een voorstel van de Thuiszorg om in Turkije en Marokko personeel te werven, verwerpt de staatssecretaris, omdat voor dit werk in Nederland voldoende personeel aanwezig is. Duale trajecten kunnen hierbij en bij de kinderopvang een positieve rol spelen.

Kennis beschikbaar stellen aan gemeenten
De staatssecretaris zal proberen zaken die door de Taskforce geïnventariseerd zijn en kennis die bekend is bij het netwerkbureau uitbreiding kinderopvang te bundelen en ze ter beschikking te stellen aan de gemeenten. Met de sociale partners is een arbeidsmarktconvenant afgesloten waarover de Kamer beschikt, waar instroom van allochtoon personeel een belangrijk onderdeel van uitmaakt. De zorgsector kent de hoogste instroom van allochtone werknemers. Met de sociale partners wordt nu bekeken of de koppeling tussen inburgering en instroomtrajecten in de richting van werk nader kan worden versterkt.

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.