is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
 
Beleid

Rapportage
Groot project

Resultaten, organisatie en uitvoering van inburgering 1998/1999
SAMENVATTING

Dit verslag schetst een beeld van de resultaten, organisatie en uitvoering van de inburgering van nieuwkomers in 1998 en 1999. Het is het derde resp. vierde verslag over de inburgering in gemeenten. Voor het verslag van 1998 zijn de gegevens van 519 gemeenten verwerkt en voor 1999 zijn dat er 538. Deze gemeenten vertegenwoordigen in beide verslagjaren 98% van het aantal bevoorschotte nieuwkomers.

Inburgeringsresultaten

De resultaten van 1998 laten, ten opzichte van 1996 en 1997, een lichte teruggang zien. Wellicht is dit een reactie op de wijzigingen als gevolg van de invoering van de WIN. Dergelijke wijzigingen gaan doorgaans met een tijdelijke productiviteitsreductie gepaard. Daarentegen zijn de resultaten van 1999 iets positiever. Met name is de aanmelding van nieuwkomers (NK’ers) in 1999 sterk verbeterd en zijn nagenoeg alle bereikte NK’ers in het inburgeringsonderzoek betrokken. De overige onderdelen vertonen geen verbetering ten opzichte van voorgaande verslagjaren. Enkele kerncijfers 1999 zijn:

Aanmelding/bereik: 87% van de instroom. Dit percentage kan nog tot maximaal 90% stijgen, omdat voor 3% de wettelijke termijn nog niet was verstreken. In voorgaande verslagjaren lag het bereik rond de 80%. In 1999 ontving 11% van de bereikte NK’ers een beschikking inzake ontheffing: 6% voor onbepaalde tijd en 5% voor bepaalde tijd;

inburgeringsonderzoek: nagenoeg alle bereikte NK’ers zijn in het inburgeringsonderzoek betrokken. 7% van de bereikte NK’ers ontving een vrijstellende beschikking. Het aantal vaststellende beschikkingen van 81% in 1999 ligt op hetzelfde niveau als het aantal inburgeringscontracten in eerdere verslagjaren (rond de 80%). Genoemde 81% kan echter nog

tot maximaal 91% stijgen, omdat bij 10% het inburgeringsonderzoek nog niet was afgerond;

educatieve programma: 46% van de bereikte NK’ers heeft het educatieve programma met een verklaring afgesloten, 16% zit nog op school. De uitval tussen vaststellende beschikking en verklaring is 19%. De vergelijkbare uitval in voorgaande jaren ligt eveneens rond de 20%;

doorgeleiding: 19% van de bereikte NK’ers is doorgeleid naar instellingen voor vervolgeducatie en arbeidsvoorziening; 7% heeft werk gevonden;

certificaten: 29% van de bereikte NK’ers heeft deze ontvangen (deze vraag is slecht beantwoord: bij ruim 25% van de gemeenten waren deze gegevens niet beschikbaar);

sancties: bij 2% van de bereikte NK’ers.

Samenstelling inburgeringsprogramma’s

In de vragenlijst 1999 wordt voor het eerst op de samenstelling en de intensiteit van het inburgeringsprogramma ingegaan. De bevindingen komen achtereenvolgens aan de orde.

Voor 57% van de Nk’ers met een vaststellende beschikking is in 1999 een inburgeringsprogramma vastgesteld dat bestaat uit: de verplichte onderdelen van het inburgeringsprogramma, NT2, MO en BO. Andere, minder vaak voorkomende programma’s zijn: verplichte onderdelen, MO en BO (13%), uitsluitend verplichte onderdelen (12%) en verplichte onderdelen, NT2 en MO (10%).

Daarnaast blijkt dat MO in 81% van de inburgeringsprogramma’s voorkomt, gevolgd door BO met 74%. NT2 scoort lager: zij is in 71% van de programma’s opgenomen. De gesignaleerde verschillen in samenstelling wijzen op het streven om van de inburgering meer maatwerk te maken.

In de vragenlijst 1999 wordt uitgebreid op de uitvoering van NT2, MO en BO ingegaan.

Over NT2 worden vragen gesteld over de drie beheersingsniveaus voor de deelvaardig-heden lezen/schrijven en spreken/luisteren. De drie niveaus zijn: startniveau, beoogd niveau en getoetst niveau. Er wordt met somscores voor lezen/schrijven en voor spreken/luisteren gewerkt, maar deze somscores zijn echter beperkt interpreteerbaar. Zij geven niet meer dan een rangorde in beheersingsniveau aan (zie hoofdtekst par. 3.2).

Uit de gegevens blijkt dat 71% van de NK’ers die een vaststellende beschikking hebben ontvangen een startniveau NT2 van 0 heeft. Een onderlinge vergelijking van drie beheersingsniveaus levert het volgende beeld op: de NK’er startte gemiddeld met een somscore 0 – 1, de beoogde somscore was gemiddeld 4 – 5, en er werd gemiddeld 2 – 3 gerealiseerd. Wellicht houdt dit resultaat verband met het feit dat NK’ers in 1999 gemiddeld minder uren NT2 hebben gevolgd dan in de beschikkingen waren vastgesteld.

Uit de resultaten van de profieltoets MO blijkt dat 62% niveau 2 haalt. Er worden bij MO gemiddeld evenveel uren MO gevolgd als dat er zijn vastgesteld.

Bij BO wordt gemiddeld meer uren gevolgd dan vastgesteld.

Samenstelling nieuwkomersgroep

De samenstelling van de nieuwkomersgroep per gemeente vertoont een samenhang met de omvang van de gemeente. Naarmate een gemeente groter is, neemt het aantal vluchtelingen, in het bijzonder VVTV’s sterk af, en de overige categorieën sterk toe. Op zich is dit niet verwonderlijk. Enerzijds speelt het rijksbeleid inzake de spreiding van vluchtelingen een cruciale rol in de relatie tussen gemeentegrootte en het aantal nieuwkomers/vluchtelingen. Anderzijds vestigen de overige categorieën zich in stedelijke gebieden waar zich al concentraties nieuwkomers hebben gevormd. De achtergrond daarvan ligt in de vestigingsgrond van de nieuwkomer (gezinsvorming en –hereniging).

De onderscheiden categorieën Nk’ers vertonen verschillen in inburgeringsresultaten. Vluchtelingen blijken naar verhouding meer het educatieve programma af te ronden dan de NK’ers uit de andere groepen. Nk’ers met een Nederlandse nationaliteit krijgen naar verhouding meer vrijstellingen.

De leeftijdsopbouw van NK’ers met een vaststellende en vrijstellende beschikking ontlopen elkaar niet veel. De leeftijdsopbouw van deze NK’ers wijkt echter wel sterk af van die van de Nederlandse bevolking. Het valt op dat 85% tussen de 18 en 40 jaar oud is.

Het opleidingsniveau van Nk’ers in kleine en middelgrote gemeenten is vergelijkbaar. In de 4GS ligt het gemiddelde opleidingsniveau iets lager. Daar komen minder MBO’ers voor en juist meer VMBO’ers, evenals minder lees- en schrijfvaardigen en juist meer analfabeten.

Gemeentelijke organisatie

In de vragenlijst 1999 komen geen vragen over de gemeentelijke organisatie voor, waardoor de volgende bevindingen uitsluitend over 1998 en eerdere verslagjaren handelen.

In 1998 participeerde circa 50% van de deelnemende gemeenten in een intergemeentelijk samenwerkingsverband t.b.v. de inburgering. Dit percentage loopt ieder verslagjaar iets terug. Naarmate gemeenten groter zijn is sprake van minder samenwerking. Gezamenlijke financiering al dan niet in combinatie met een gezamenlijke uitvoering waren in 1998 de redenen voor samenwerking. De samenwerking levert over algemeen weinig problemen op.

De aansturing en coördinatie van de uitvoeringsorganisaties is één van de hoofdtaken van de regie (beleidsmatig) en projectleiding (operationeel). In kleinere gemeenten zijn regie en projectleiding doorgaans bij de GSD ondergebracht. Bij de grotere gemeenten zijn beide functies vaak gescheiden ondergebracht: de regie bij de GSD of een andere gemeentelijke dienst of afdeling en de projectleiding bij een bureau Nk’ers. Het aantal gemeenten dat jaarlijks een beleids- en/of werkplan inburgering opstelt neemt ieder verslagjaar toe.

Er wordt ingegaan op de samenwerking van gemeenten met educatie-instellingen, Arbvo, GSD en uitvoerders WIW. Er zijn veel afspraken over hun inbreng bij het inburgeringsonderzoek en arbeidstoeleidingstrajecten gemaakt.

De trajectbegeleiding wordt in bijna de helft van de gemeenten door de GSD uitgevoerd. Dit gebeurt vooral in kleine gemeenten. In de grotere gemeenten wordt deze taak overwegend door het bureau NK’ers uitgevoerd. Naarmate een gemeente groter is neemt de gemiddelde caseload van de trajectbegeleiding toe.

Maatschappelijke begeleiding wordt in hoofdzaak door Vluchtelingenwerk uitgevoerd, doorgaans samen met een andere organisatie.

Download: Verslag Inburgering '98 '99 (Schets van de resultaten, organisatie en uitvoering van de inburgering van nieuwkomers in 1998 en 1999) (MS Word document 1.1 mb)

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.