Discussieplatform

In het discussieplatform worden vragen, stellingen en oproepen geplaatst. Reacties en bijdragen zijn mogelijk via een e-mail naar:
Vragen

 

U kunt van hier ook naar:
Vragen, antwoorden

Terug naar:
Discussie-onderwerpen
De welkomstpagina

Een (juridisch) praktischprobleem I : borstvoeding

' ... de zwakkere doelgroepen die minder goed in staat zijn om de consequenties van wet- en regelgeving te doorzien en adequaat voor de eigen rechten en belangen op te komen...'(Cinop 1997:19)
Ongeveer de helft van de nieuwkomers bestaat uit vrouwelijke nieuwkomers en meer dan de helft van deze vrouwelijke nieuwkomers zijn jonge moeders. Merendeel van deze moeders (met name Turkse en Marokkaanse vrouwen) geven liever hun kinderen bijna één jaar borstvoeding.
De wetgever heeft een regeling getroffen voor werkende vrouwen die hun kind de borst willen geven. Volgens de Arbeidstijden wet art. 4:8. lid l:' Een vrouwelijke werknemer, die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste 9 levens maanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken ten einde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven. De werkgever biedt haar daartoe de gelegenheid en stelt, waar nodig, een geschikte af te sluiten besloten ruimte ter beschikking'.
Vrouwelijke nieuwkomers met kinderen zijn geen werknemers, dus ze kunnen geen beroep doen op die wet. Maar ze zijn wel sinds 30 september 1998 verplicht om deel te nemen aan het inburgeringsprogramma. De gemeente voert deze wetgeving via haar instelling uit. In de huidige situatie is er geen faciliteit, zoals in de bovengenoemde wet, beschikbaar ten behoeve van deze vrouwen en hun baby's. Vervolgens verzuimen deze vrouwen het door de overheid verplicht gestelde inburgeringsprogramma. Dit verzuim leidt tot een bestuurlijke boete.
Ik vind dat de wetgever de gemeente (kinderopvang centra en scholen) ook verplicht moet stellen om de nodige mogelijkheden te creëren voor de vrouwelijke nieuwkomers die borstvoeding willen geven, omdat ze verplicht zijn om het inburgeringsprogramma te volgen. Als de gemeente die mogelijkheden niet kan realiseren, moet de gemeente de nieuwkomers geen bestuurlijke boete opleggen.
Bij het opleggen van een maatregel of boete wordt gekeken of de nieuwkomer het niet nakomen van de verplichting te verwijten valt (art. 18 Win). Ook wordt er gekeken naar de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden. Zolang de noodzakelijke faciliteiten niet
beschikbaar wordt gesteld, zie ik geen enkele reden om de vrouwelijke nieuwkomers te bestraffen

probleem II :
met of zonder uitkering
Wanneer sprake is van een echtpaar / partners met 1 of meer kinderen onder de 5 jaar geldt in het algemeen, dat een van de beiden wordt vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen in verband met de verzorging van het (de) kind (eren). Voor de niet verzorgende ouder gelden dan onverkort de arbeidsverplichtingen. Is de Sociale Dienst van mening dat een van de partners meer kansen heeft op arbeid, dan kan rolwisseling worden verlangd, wanneer het echtpaar een onderlinge verdeling van de verzorging van de kinderen tot 5 jaar overeen zijn gekomen. Indien het jongste kind 5 jaar is geworden gelden de arbeidsverplichtingen in principe voor beide ouders, tenzij er redenen zijn hiervan af te wijken (art. 107 lid 3 Abw)
De geest van de wetgeving is mijns inziens heel duidelijk: zorg voor kinderen heeft prioriteit. Als het gezin de hoeksteen van de samenleving is, is het kind het cement daarvan. De uitkeringsgerechtigden met kinderen jonger dan 5 jaar) worden vrijgesteld van het volgen van noodzakelijke scholing, sollicitatieplicht enz. omdat ze voor hun kinderen zorgen. Deze vrijstelling levert extra financiële druk op het gemeenschapsgeld.
Vrouwelijke nieuwkomers die wegens zorg voor kinderen gestopt zijn met het programma, krijgen boete opgelegd. Hoewel ze geen uitkering ontvangen, kan hun verweten worden dat zij hun verplichtingen met betrekking tot het volgen van het inburgeringsprogramma niet nakomen.
Aan de andere kant mogen de nieuwkomers, met kinderen jonger dan 5 jaar, zonder uitkering niet in aanmerking komen voor zo'n vrijstelling, bovendien krijgen ze een bestuurlijke boete. Hoewel deze wetten verschillend zijn, ontbreekt de consistentie tussen deze wetgevingen. Men kan hieruit snel een conclusie trekken dat de kinderen van de nieuwkomers de zorg van de ouders niet verdienen en het belang van het gezinsleven van de nieuwkomers minder zwaar weegt.
Een stap verder, mogen de vrouwelijke nieuwkomers niet zelf kiezen waaraan zij prioriteit (tussen verplichte inburgering en zorg voor kind) moeten geven? Kan deze verplichte inburgering niet beschouwd worden als inbreuk op het gezinsleven (art. 8 EVRM)? Is deze bemoeienis van de overheid niet in strijd met de privacy van het gezinsleven?
Als een vrouwelijke nieuwkomer op grond van het zorgen voor haar kind niet deelneemt aan het verplichte inburgeringsprogramma, in hoeverre is dit haar te verwijten? Als er rekening gehouden wordt met het niet nakomen van de verplichtingen naar de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden (art. 18 Win) hoeft er geen boete opgelegd te worden.
Gelukkig, dat het verlenen van verblijfsvergunning niet aan de inburgering gekoppeld is. De ene is al voldoende, namelijk de gezinsvormers en gezinsherenigers krijgen hun verblijfsvergunning op grond van verblijf bij echtgenoten of bij ouders. Maar het hoeft niet zo ver te komen, omdat de meeste vrouwelijke nieuwkomers zelf het inburgeringsprogramma willen volgen. Uit mijn praktijk ervaring weet ik dat ik tot nu toe nooit een nieuwkomer heb leren keren die de Nederlandse taal absoluut niet wilde leren. Degene die wel weigeren hebben meestal een ingewikkeld probleem (langdurige ziekte, echtscheiding, financiële tekortkomingen).

S. Dadak
Den Haag, 29 mei 1999


Wie helpt? Stuur uw bijdrage naar:Vragen.
U kunt uw bijdrage ook toesturen aan: InburgerNet, Planetenweg 80m, 2132 HP Hoofddorp. Fax: 023 - 5625613.