Discussieplatform

In het discussieplatform worden vragen, stellingen en oproepen geplaatst. Reacties en bijdragen zijn mogelijk via een e-mail naar:
Vragen

 

U kunt van hier ook naar:
Vragen, antwoorden

Terug naar:
Discussie-onderwerpen
De welkomstpagina

Gedwongen winkelnering

In de rubriek Vragen, Antwoorden (7 juli 1999) stelt de heer E. Moné uit Zoetermeer de kwestie aan de orde dat het NT2-aanbod in het kader van inburgering gebonden is aan een ROC.

Het antwoord van Inburgernet dat NT2-cursussen inderdaad alleen vergoed worden in het kader van de inburgering als ze ingekocht zijn bij het ROC waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten en dat een ROC verder niet verplicht is "door te contracteren" als zijn cursusaanbod niet aansluit bij de specifieke omstandigheden van een nieuwkomer, is om verschillende redenen zeer teleurstellend. Bovendien ben ik van mening dat door deze praktijk de geest van de WIN geweld wordt aangedaan en ik ben zeer benieuwd naar de reactie van beleidsmakers en politici als de gevolgen van deze starre werkwijze duidelijker worden.

Ik wil dit toelichten met mijn/onze eigen casus, die veel overeenkomsten vertoont met die van de heer en mevrouw Moné. Ook in mijn geval komt mijn vrouw uit Indonesië en zij woont nu sinds 7 mei jl. in Nederland, in Gennep (Noord-Limburg). Zij heeft inmiddels haar VTV gekregen. Als Indonesische komt zij in aanmerking voor de voorzieningen van de WIN en zij wil hier ook graag gebruik van maken. Alleen, zij is geen beginner in het Nederlands. Zij heeft in Jakarta Nederlands gestudeerd (afgestudeerd op, zeg maar, Bachelor's niveau). Zij heeft 2 deelcertificaten van het IVN-examen Nederlands als Vreemde Taal, niveau UK (dit is officieel equivalent met Staatsexamen NT2, II) en zij heeft in Jakarta zo'n 4 jaar gewerkt bij de Nederlands-Indonesische Kamer van Koophandel, dus ook met Nederlanders. Van de andere kant stelt de arbeidsmarkt en het overige reilen en zeilen in Nederland uiteraard hogere eisen aan haar Nederlands dan het geval was in Jakarta. Kortom, voor een goede aansluiting op de arbeidsmarkt en een op maat toegesneden inburgering zou zij graag NT2-cursussen volgen op vergevorderd niveau en/of voor hoger opgeleiden. Bovendien zou zij graag haar Engels opfrissen, omdat kennis van het Engels zeer vaak, zo niet altijd, gevraagd wordt in functies die vergelijkbaar zijn met haar functie in Jakarta.

Dergelijke cursussen hebben wij gevonden bij het UTN, dit is het Universitair Talencentrum Nijmegen, een -zelfstandig- onderdeel van de KU Nijmegen en vergelijkbaar met het door de heer Moné genoemde James Boswell-instituut van de Universiteit Utrecht. Echter, ook wij zijn vervolgens geconfronteerd met de starheid van de uitvoeringspraktijk van de WIN. Gilde Opleidingen, het instituut waarmee de gemeente Gennep samen met een aantal andere Noord-Limburgse gemeenten een contract heeft afgesloten, kan zeer waarschijnlijk niet voorzien in voor mijn vrouw relevante cursussen. Uitzondering hierop is wellicht een training voor de haar nog ontbrekende deelcertificaten van het Staatsexamen II, maar daarvoor zou zij dan naar Venlo moeten, zo'n 60 km van Gennep, terwijl het UTN in Nijmegen, dat een dergelijke cursus uiteraard ook heeft, slechts 20 km van Gennep ligt en een frequentere openbaar vervoerverbinding heeft. De inburgeringsmedewerker van de gemeente Gennep nu stelt dat een nieuwkomer zoals mijn vrouw eigenlijk geen inburgering meer nodig heeft, niet meer in aanmerking hoeft te komen voor inburgering, omdat zij het Nederlands al op voldoende niveau beheerst. Ik ben echter van mening, mede gebaseerd op uw antwoord op een vraag van mij in deze lijn van enkele maanden geleden (zie Vragen, Antwoorden, deel 3), dat de WIN maatwerk dient te leveren en dus flexibel moet kunnen inspringen op de specifieke omstandigheden waarin een nieuwkomer binnenkomt, anders gezegd: het is toch niet zo dat de WIN er alleen is voor nieuwkomers die geen of nog maar weinig Nederlands kennen, zoals de betreffende medewerker eigenlijk impliciet beweert? Dat wij, na een vrijstellende beschikking, op eigen kosten NT2-cursussen kunnen 'inkopen', begrijpen wij ook wel, maar naar mijn mening leidt een dergelijke gang van zaken tot een onaanvaardbare rechtsongelijkheid tussen nieuwkomers: dié nieuwkomer die toevallig een bepaald basisniveau Nederlands (en daarmee meestal ook maatschappelijke oriëntatie e.d.) heeft, is wel verplicht deel te nemen aan het inburgeringsonderzoek, maar kan vervolgens, i.t.t. andere nieuwkomers, niet gebruik maken van zijn rechten; anders gezegd: wel de lasten, maar niet de lusten.
Ik kom aldus tot mijn discussiepunten, vragen, oproepen.

  1. Het is in de geest van de WIN en volgens de bedoeling van deze wet dat alle nieuwkomers die binnen de criteria voor inburgering vallen, recht hebben op voorzieningen, bekostigd volgens deze wet, en dat deze voorzieningen toegesneden dienen te zijn op de specifieke omstandigheden van de betreffende nieuwkomer. Ofwel: deze voorzieningen dienen maatwerk te leveren.
  2. Als de onder 1. genoemde interpretatie juist is, dan dient de WIN met de hoogst mogelijke flexibiliteit uitgevoerd te worden. De uitvoeringspraktijk tot nu toe wijst echter op het tegendeel. Ondermeer de bijdragen van de heer Moné, mevrouw B. de Wit uit Amsterdam (zie Discussieplatform), de vragen/oproepen van Symbiose Limburg (zie Oproepen) en mijn eigen ervaringen wijzen op te starre regelingen, of in de woorden van mevrouw de Wit: de WIN dreigt eerder doel dan middel te worden.
  3. Een van de eerste maatregelen om de genoemde starheid te doorbreken zou moeten zijn dat het monopolie (feitelijk gedwongen winkelnering) van de ROC's opgeheven wordt. Als dat wenselijk en nodig is, moet een nieuwkomer, in samenspraak met bijvoorbeeld de trajectbegeleider, de mogelijkheid hebben zelf en naar eigen inzicht de ongeveer f8000,- die er voor het educatief traject staan, te besteden (en uiteraard ook af te sluiten met certificaten etc.), eventueel bij een ander ROC dan dat waarmee de gemeente toevallig contacten en contracten heeft. Een ander ROC kunnen kiezen zou bijvoorbeeld wel eens heel voordelig kunnen zijn voor an- of anders-alfabete nieuwkomers in gevallen waarin het eigen ROC tekort schiet op het zeer specifieke terrein van NT2 voor an-/anders-alfabeten. Het zou dan ook mogelijk moeten zijn, in voorkomende gevallen, met gelden van het educatief traject van de WIN, een hele of gedeeltelijke opleiding te volgen, aan MBO, HBO of universiteit, al naargelang de situatie van de nieuwkomer. Een 1e consequentie hiervan zou overigens zijn dat intaketoetsen afgenomen zouden moeten worden door een onafhankelijke instelling. Immers, bij concurrentie zou een ROC er alle belang bij hebben zoveel mogelijk schaapjes binnen te houden. Een 2e consequentie zou zijn dat ROC's meer dan nu het geval is, gedwongen zouden worden te concurreren op kwaliteit en ik heb het idee, ook afgaande op allerlei geluiden, dat ze daar niet slechter van zouden worden en dat veel belanghebbenden dat zouden toejuichen.
  4. Ik heb de indruk dat het onder 3. gestelde eveneens aansluit bij een hartenkreet van mevrouw de Wit uit Amsterdam. Houd op met de betutteling, beschouw nieuwkomers niet per definitie als onmondige mensen die van een andere planeet komen (in dit verband: het is bijvoorbeeld vaak van een treurigstemmende lachwekkendheid met welk een infantiliserend simplisme de zogenaamde Maatschappelijke Oriëntatie ingevuld wordt), maar geef ook nieuwkomers zo snel mogelijk die verantwoordelijkheden die Nederlanders ook steeds meer zelf moeten nemen.

Ik wacht met belangstelling op reacties op het bovenstaande, in de vorm van antwoorden, soortgelijke ervaringen, of bijdragen in de discussie, van wie en van waar dan ook.

Herman Giesbers

Wie helpt? Stuur uw bijdrage naar:Vragen.
U kunt uw bijdrage ook toesturen aan: InburgerNet, Planetenweg 80m, 2132 HP Hoofddorp. Fax: 023 - 5625613.