|
Een nieuwkomer met een VTV-status komt naar Nederland om te werken. Kan de partner van deze nieuwkomer worden ingeburgerd?
Dit is niet mogelijk. De partner heeft een VTV-status met de beperking verblijf bij partner. Haar status is afhankelijk van die van haar man
en aangezien hij de beperking heeft dat hij komt voor werk, kan ook zijn vrouw niet worden ingeburgerd.
Een man is geboren in Duitsland, heeft geen Duitse maar de Turkse nationaliteit en is verhuisd naar Turkije. Hij komt nu in het kader van gezinshereniging naar Nederland. Valt hij onder de doelgroep van de WIN?
Ja, hij is een zogenoemde ‘derdelander’. In dit geval is zijn nationaliteit van belang.
Kan een nieuwkomer uit Zwitserland worden
ingeburgerd? In het model ter bepaling van de doelgroep wordt Zwitserland niet genoemd als EU/EER-land.
Nieuwkomers uit Zwitserland vallen onder de doelgroep van de WIN.
Kan een nieuwkomer met een Brits overzeese nationaliteit worden ingeburgerd?
Dit is mogelijk. Deze nieuwkomer is niet afkomstig uit de EU en behoort dus tot de doelgroep van de WIN.
Een nieuwkomer krijgt op 9 september 1998 een vergunning op basis van artikel 9 van deVreemdelingenwet. Deze wordt een dag later (10 september) weer ingetrokken. Op 3 december 1998 krijgt de man een nieuwe vergunning en meldt zich voor inburgering. Kan hij nu nog worden ingeburgerd?
Navraag bij het ministerie van BZK heeft uitgewezen dat inburgering in dit geval mogelijk is. Waarschijnlijk is er bij het uitreiken van de
eerste status een procedurefout gemaakt, waardoor de vergunning direct weer is ingetrokken. In deze situatie kan worden uitgegaan van de
uitreiking van de status op 3 december.
Een nieuwkomer heeft in mei 1998 een VTV met beperking verblijf bij partner gekregen. Pas in december 1998 heeft zij zich laten inschrijven in de GBA. Kan zij nu nog worden ingeburgerd?
Dit is niet meer mogelijk. De vrouw heeft al die tijd reguliere huisvesting gehad, maar de termijn van vier maanden na statusuitreiking of
eerste huisvesting, waarbinnen zij haar inburgeringscontract en onderwijsovereenkomst had moeten tekenen, is verstreken. Bovendien heeft
deze nieuwkomer verzuimd zich binnen de wettelijke termijn (5 dagen?) in te schrijven bij het GBA.
Een nieuwkomer is afkomstig uit Canada, maar heeft de Franse nationaliteit. Kan zij worden ingeburgerd?
Ja, de positie van deze persoon is vergelijkbaar met die van een persoon met de Nederlandse nationaliteit, die afkomstig is uit een land van
buiten de EU/EER (zie vraag 1.3, nov/dec 1998).
Een nieuwkomer heeft de Chinese nationaliteit en heeft een VTV met de beperking verblijf bij partnerr. Haar partner heeft de Deense nationaliteit. Kan zij worden ingeburgerd?
Dit is mogelijk. Het gaat hier om gezinsvorming of -hereniging. Het feit dat de partner een EU/EER-nationaliteit heeft speelt in een
dergelijke situatie geen rol.
Een nieuwkomer woont sinds 1995 in een gemeente. Sinds juli 1997 heeft hij een VTV, maar hij ontvangt nog steeds een ROA-uitkering. Kan de betrokkene worden ingeburgerd?
Dit is niet mogelijk. Om te bepalen of een nieuwkomer tot de doelgroep van de WIN behoort, is de datum van huisvesting of statusuitreiking
van belang. In deze situatie ligt die vóór de inwerkingtreding van de WIN. De betrokkene had ingeburgerd kunnen worden onder de
Onderwijsregeling Inburgering Nieuwkomers 1997. Het feit dat hij nog een ROA-uitkering ontvangt is in dit geval niet van belang.
Een nieuwkomer heeft in 1997 in een asielzoekerscentrum gewoond en heeft zich ingeschreven in het GBA van de gemeente. Medio 1997 heeft hij een VTV gekregen en onlangs is hij regulier gehuisvest in de gemeente. Komt deze nieuwkomer nog in aanmerking voor inburgering?
Inburgering is mogelijk. In artikel 2, 2e lid van de WIN (Sb. 261, 1998) staat dat de nieuwkomer zich binnen zes weken na vertrek
uit een opvangcentrum moet melden bij de gemeente. Hoewel de nieuwkomer zich al in 1997 heeft laten inschrijven in het GBA, is er nu pas
sprake van reguliere huisvesting in de gemeente. Om die reden komt de nieuwkomer voor inburgering in aanmerking.
Behoort een Amerikaan tot de doelgroep van de WIN?
Ja, behalve als hij een beperking op zijn VTV heeft zoals bedoeld in artikel 1, 2e lid van de WIN (Stb. 261, 1998) of als hij
werkzaam is bij een volkenrechtelijke organisatie (bijv. de Verenigde Naties, het Internationaal Tribunaal of het Internationaal
Gerechtshof). Ook de partner van een Amerikaan, die een dergelijke beperking op de status heeft, komt dan niet voor inburgering in
aanmerking.
Er blijkt nog veel verwarring te
bestaan over de doelgroep van de WIN. Wanneer valt een nieuwkomer onder de werking van deze wet, wanneer onder de werking van de Onderwijsregeling of de zogenoemde overgangsregeling?
Nieuwkomers, die zich vanaf 19 augustus 1998 met een niet tijdelijk doel in de gemeente hebben gehuisvest of een status hebben gekregen (incl.
Nederlanders, die buiten Nederland geboren zijn en zich voor het eerst in Nederland vestigen) vallen onder de WIN. Zij krijgen een
beschikking en na afronding van de toets krijgen zij een verklaring. Nieuwkomers, die zich vóór 19 augustus 1998 in de gemeente hebben
gevestigd of een status hebben gekregen, vallen onder de werking van de Onderwijsregeling. Zij kunnen vanaf 1 januari 1999 niet meer worden
ingeburgerd. Door de ‘Regeling tijdelijke handhaving en wijziging van de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998’
(overgangsregeling, GK 17b, 1998) is de oude Onderwijsregeling met drie maanden verlengd voor die nieuwkomers, die niet onder de doelgroep
van de WIN vallen (VVTV-ers en EU/EER-onderdanen). De VVTV-ers en de EU/EER-onderdanen krijgen geen beschikking, maar een
inburgeringscontract en zij krijgen geen verklaring, maar leggen wel de toets af. Het inburgeringscontract en de toets tellen mee in de t-2
systematiek. Het inburgeringscontract en de onderwijsovereenkomst moesten uiterlijk op 31 december 1998 zijn getekend. De toets moet
uiterlijk 31 december 1999 zijn afgelegd.
Hoe moet een gemeente handelen als
van een nieuwkomer de VVTV-status wordt ingetrokken? Hij heeft een inburgeringscontract in 1998 getekend.
Het intrekken van de VVTV is op zich geen argument om direct te stoppen met het inburgeringsprogramma. Het inburgeringscontract en de
onderwijsovereenkomst zijn getekend toen de betrokkene voldeed aan de voorwaarden, dus deelname is rechtmatig. Zolang de betrokkene niet
uitgezet wordt, dan wel illegaal wordt, kan hij blijven deelnemen aan het programma (dit is immers op vrijwillige basis). Ook de toets kan
onder de voorwaarden van de regeling worden afgelegd en telt dan gewoon mee. Dit is trouwens een overgangsprobleem dat zich alleen nog in
1999 kan voordoen.
Behoort een nieuwkomer,
afkomstig van Malta tot de doelgroep van de WIN? En een nieuwkomer uit Liechtenstein of Monaco?
Malta behoort niet tot de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. Dit betekent dat een Maltese nieuwkomer kan worden ingeburgerd.
Liechtenstein is een van de EER-landen. Een nieuwkomer afkomstig uit Liechtenstein behoort dan ook niet tot de doelgroep van de WIN. De
positie van nieuwkomers uit Monaco is (nog) niet duidelijk.
Een Zwitserse heeft een VTV met
beperking ‘verblijf bij partner’. Zij heeft eerder twee jaar in Nederland gewoond bij haar ouders. Kan zij worden ingeburgerd?
Nee, de vrouw behoort niet tot de doelgroep van de WIN omdat zij niet voor de eerste keer tot Nederland wordt toegelaten. Het gaat in dit
geval om tweede huisvesting (WIN, art.1, 1e lid onder a.1º).
Een nieuwkomer is geboren in Frankrijk en heeft de Franse (EU) en de Turkse (niet EU) nationaliteit. Komt hij voor inburgering in aanmerking?
In het geval een nieuwkomer twee nationaliteiten heeft (een EU en een niet EU-nationaliteit) is de geboorteplaats bepalend. In deze situatie
komt de nieuwkomer niet in aanmerking voor inburgering, ook al heeft hij ook de Turkse nationaliteit. Problematischer is de volgende
situatie: iemand is geboren buiten de EU/EER (bijv. in Turkije), verhuist naar een EU/EER-land (bijv. Frankrijk), krijgt naast de Turkse ook
de Franse nationaliteit en komt daarna naar Nederland. Als de persoon zich beroept op de Franse nationaliteit, is hij niet
inburgeringsplichtig, omdat hij recht kan doen gelden op bescherming van art. 48 van het Europees verdrag. Beroept hij zich echter op de
Turkse nationaliteit, dan is hij wel inburgeringsplichtig. Iedere situatie kan dus verschillend worden beoordeeld.
Een Britse man is naar Nederland gekomen om te
werken. Zijn Russische vrouw komt in het kader van gezinshereniging naar Nederland. Kan zij worden ingeburgerd?
Dit is mogelijk. Hoewel de man naar Nederland is gekomen om te werken, krijgt hij geen tewerkstellingsvergunning. Hij is immers een
onderdaan van de EU. De status van zijn vrouw is afhankelijk van zijn verblijfsvergunning. Omdat deze laatste geen beperking kent kan de
vrouw worden ingeburgerd.
terug naar boven

Een VVTV-er is in september 1998 begonnen met het educatief programma. In januari 1999 wordt zijn status omgezet in een A-status en behoort hij tot de doelgroep van de WIN. Moet de gemeente hem nu een ontheffing geven op basis van het feit dat de nieuwkomer al wordt ingeburgerd?
Nee, de gemeente mag hem geen ontheffing geven. De nieuwkomer moet zich melden bij de gemeente voor het inburgeringsonderzoek. Dit kan
relatief kort gehouden worden omdat men al inzicht heeft in de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de nieuwkomer. Op basis van de
resultaten van het onderzoek moet de gemeente een beschikking afgeven, waarin het educatief programma wordt vastgesteld. Deze beschikking
vervangt het oude inburgeringscontract. In het geval dit contract al is meegeteld in de prestatie die is opgegeven aan het Rijk, kan de
beschikking niet meer worden meegeteld in het volgende jaar.
Een nieuwkomer heeft zich aangemeld bij de gemeente en heeft een eerste gesprek gehad in het kader van het inburgeringsonderzoek. Dan blijkt dat de betrokkene wegens omstandigheden (psychische of religieuze redenen) niet wil of kan meewerken aan het inburgeringsprogramma. Kan de gemeente deze nieuwkomer alsnog een ontheffing geven?
Dit is niet mogelijk. Alleen de nieuwkomer zelf kan een verzoek tot ontheffing van de meldingsplicht indienen in plaats van zich te melden.
In dit geval heeft de betrokkene zich al gemeld. Er bestaat wettelijk (nog) geen mogelijkheid tot tussentijdse onderbreking van het
programma. Feitelijk is een tijdelijke onderbreking wel mogelijk. De verplichting om de toets binnen één jaar na start van het programma
af te leggen blijft dan wel bestaan (zie ook rapportage nr. 21, vraag 2.3)
Gemeenten kunnen Nederlandse nieuwkomers een ontheffing van
de meldingsplicht geven op basis van bepaalde diploma’s (art.3, 1e lid onder b van de WIN). Dit is geregeld in het Besluit opleidingseisen en in de regeling Overzicht Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse opleidingen en diplomavergelijking Nederlandse nieuwkomerss (Staatscourant 1998, nr. 183). In laatstgenoemde regeling staat in de toelichting dat gemeenten, in aanvulling op de regeling, een lijst wordt toegezonden met daarop de namen en adressen van middelbare scholen op de Antillen en Aruba. Wanneer kunnen gemeenten deze lijst verwachten?
Het is nog niet bekend wanneer de lijst gepubliceerd wordt. Het heeft de aandacht van de ministeries van BZK en OCenW (zie vraag 2.1,
nov/dec 1998).
Kan een gemeente uitstel verlenen aan een nieuwkomer wanneer deze na
de start van het inburgeringsprogramma, het traject tijdelijk wil onderbreken wegens het accepteren van tijdelijk werk?
Dit is niet mogelijk. Als een nieuwkomer is gestart met het educatief programma, kan hij geen tijdelijke ontheffing krijgen. Feitelijk is
een tijdelijke onderbreking wel mogelijk. De verplichting om de toets binnen één jaar na start van het programma af te leggen blijft dan
wel bestaan. Heeft de nieuwkomer vóór de toets het hem opgelegde aantal uren educatief programma nog niet gevolgd, dan zal hij deze in de
periode van doorgeleiding alsnog moeten volgen. Alleen als hij bij de toets het vastgestelde streefniveau behaalt, kan de gemeente hem
daarvan vrijstellen.
Kan een nieuwkomer een ontheffing van de meldingsplicht vragen als hij of zij kinderen onder de vijf jaar heeft?
Dit is mogelijk. Als de nieuwkomer op gewichtige gronden niet aan de verplichtingen van de WIN kan voldoen, kan hij een tijdelijke
ontheffing van de meldingsplicht vragen (art. 3, 1e lid, onder c). Onder ‘gewichtige gronden’ wordt in elk geval begrepen ‘het
hebben als ouder van een volledige verzorgende taak voor een of meer ten laste komende kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan 5 jaar,
zolang er geen erkende kinderopvang voor deze kinderen beschikbaar is’. Dit staat in modelbeleidsregels, die gemeenten hebben ontvangen
van het ministerie van BZK (brief van 29 juli 1998, CIM98/1247).
Een nieuwkomer heeft zich in haar woonplaats in Friesland gemeld. Haar man werkt in een gemeente in Noord-Holland. Hier staat het echtpaar ook ingeschreven als woningzoekenden. Is het mogelijk dat de nieuwkomer in Noord-Holland aan een ROC het educatief programma volgt?
De gemeente in Friesland heeft in deze situatie verschillende mogelijkheden. Allereerst kan de gemeente de nieuwkomer, op diens verzoek, een
tijdelijke ontheffing van de meldingsplicht geven wegens de aankomende verhuizing (WIN, art. 3, 1e lid onder c). Een tweede
mogelijkheid is dat de gemeente de nieuwkomer een volledige vrijstelling geeft van het educatief programma omdat de nieuwkomer dit op een
andere wijze zal volgen (WIN, art. 5, 2e lid). Het onderwijs aan een ander ROC zal dan betaald moeten worden van de reguliere
educatiemiddelen. Tot slot kan de gemeente in Friesland ook een productovereenkomst sluiten met een ROC in Noord-Holland en op die manier de
nieuwkomer een volledig inburgeringsprogramma laten volgen.
Een nieuwkomer heeft in oktober 1998 een VTV gekregen en zich gehuisvest in een gemeente. In april 1999 ontdekt de gemeente dat het gaat om een nieuwkomer in de zin van de WIN. Kan hij nog worden ingeburgerd? Moet hij zich nog aanmelden?
Het feit dat de zes weken termijn na huisvesting of statusuitreiking is verstreken, betekent niet dat de betrokkene geen nieuwkomer meer is
in de zin van de WIN. Hij heeft nog steeds de plicht zich te melden. Voor het niet nakomen van deze plicht, kan de gemeente de nieuwkomer
een boete opleggen (art. 17). Ook kan de gemeente besluiten van het opleggen van de boete af te zien als daarvoor dringende redenen aanwezig
zijn (art.18).
Een nieuwkomer heeft een ontheffing voor onbepaalde tijd gekregen. Vervolgens verhuist hij en de tweede gemeente van huisvesting is van mening dat de nieuwkomer wel kan worden ingeburgerd. Kan deze gemeente de ontheffing voor onbepaalde tijd herzien en alsnog een inburgeringsprogramma vaststellen?
Dit is niet mogelijk. Een ontheffing voor onbepaalde tijd houdt in dat de nieuwkomer niet hoeft in te burgeren, ook niet als hij verhuist
naar een andere gemeente. Anders is het als de ontheffing tijdelijk is. In dat geval blijft de betrokkene inburgeringsplichtig, maar hoeft
hij zich voorlopig niet te melden. Ook bij verhuizing naar een andere gemeente blijft deze situatie bestaan. De eerste gemeente moet dan de
gegevens van de nieuwkomer overdragen aan de tweede gemeente conform het Uitvoeringsbesluit, zodat de tweede gemeente de nieuwkomer opnieuw
kan beoordelen.
Een nieuwkomer heeft in september 1998 een status gekregen. Zij is twee keer uitgenodigd voor een gesprek, dat uiteindelijk begin december heeft plaatsgevonden. De gemeente heeft geen beschikking afgegeven. Wel is na het inburgeringsonderzoek besloten dat de nieuwkomer in februari 1999 zou starten met het onderwijs. Dit is wegens ziekte niet gebeurd. Het ROC heeft toen, in overleg met de nieuwkomer, besloten dat zij zou starten met het onderwijs in september 1999. Kan de nieuwkomer nog worden ingeburgerd? Zo ja, hoe moet de gemeente in dat geval handelen?
De nieuwkomer behoort nog steeds tot de doelgroep van de WIN. Het feit dat de termijnen zijn verstreken ontslaat de nieuwkomer niet van de
inburgeringsplicht. Het is vreemd dat de gemeente in december afspraken heeft gemaakt over het educatief programma, maar dat deze niet zijn
vastgelegd in een beschikking. De gemeente zal in dit geval de datum van aanmelding moeten vaststellen. Vanaf dat moment moet binnen vier
maanden het inburgeringsonderzoek zijn afgerond, de beschikking zijn afgegeven en de nieuwkomer zijn gestart met het volgen van onderwijs.
De gemeente moet nu verantwoorden waarom de termijnen zijn overschreden. Vanaf het moment dat de nieuwkomer wordt ingeschreven bij het ROC
(september 1999) moet de nieuwkomer binnen één jaar de toets afleggen (WIN, art. 10, 1e lid).
terug naar boven

Verder Vragen helpdesk inburgering januari 1999 - juni 1999
2-3
Oude meest gestelde vragen

Attentie
Aan de teksten zoals deze hier verschijnen is een maximale zorg besteed. Ondanks deze zorg kan aan de formulering geen rechten worden
ontleend. Indien u zekerheid over regelingen wilt verkrijgen, moet u zich schriftelijk tot het betrokken ministerie wenden.
|