|
Er bestaat veel
verwarring bij gemeenten over het af te geven document aan nieuwkomers die
na 30 september een status hebben gekregen of zich in de gemeente hebben
gevestigd. Krijgen zij een inburgeringscontract of een beschikking?
Nieuwkomers die vvvr 19 augustus 1998 een status hebben gekregen en zich in de gemeente hebben gevestigd, hadden een inburgeringscontract moeten krijgen. Dit geldt ook voor nieuwkomers die gebruik hebben gemaakt van de hardheidsclausule. De inburgeringsafspraken die in dat geval na 30 september zijn gemaakt, moesten dan uiterlijk op 31 december 1998 ondertekend zijn. Nieuwkomers, die tot de doelgroep van de WIN behoren (dus niet de VVTV-ers en EU-onderdanen) en die op of na 19 augustus 1998 een status hebben gekregen of zich in de gemeente hebben gevestigd, krijgen een beschikking. VVTV-ers en EU-onderdanen konden op basis van de
overgangsregeling tot uiterlijk 31 december 1998 een inburgeringscontract tekenen.
Mogen 16- en 17-jarige nieuwkomers
(minderjarigen) zelf hun inburgeringsafspraken ondertekenen?
Anders dan onder de Onderwijsregeling krijgen nieuwkomers onder de WIN geen overeenkomst, maar een beschikking, die alleen door de gemeente wordt ondertekend. Als de nieuwkomer het niet eens is met het besluit kan hij bezwaar maken. Van ondertekening door de nieuwkomer zelf is dus geen sprake.
In artikel 5, 5e
lid van de WIN staat dat bij AMVB nadere regels over de
uitvoering van het gestelde in artikel 5.2 (besluiten tot het achterwege
laten van een inburgeringsprogramma) kunnen worden gesteld. Is deze AMVB
er al?
Nee, deze AMVB is er niet en vooralsnog is er ook geen noodzaak om deze op te stellen.
Een nieuwkomer
vertelt tijdens het inburgeringsonderzoek
een arbeidscontract te hebben voor een half jaar en op eigen initiatief te
zijn gestart met het volgen van een cursus Nederlands (6 uur per week).
Kan de gemeente deze nieuwkomer een tijdelijke ontheffing geven?
Formeel kan de gemeente deze nieuwkomer geen ontheffing meer verlenen
omdat de nieuwkomer zich al heeft gemeld en meewerkt aan het
inburgeringsonderzoek. Wel kan de gemeente de nieuwkomer op basis van
artikel 5, 2e lid van de WIN een vrijstelling geven voor het gehele of een gedeelte van het educatief programma. Het voordeel van een vrijstellende beschikking, ten opzichte van een ontheffingsbeschikking, is dat deze meetelt voor de vaststelling van het budget voor de gemeente twee jaar later.
Worden de
beschikkingen vertaald?
Nee, bij officiële documenten geldt dat deze in het Nederlands gesteld moeten worden. Dat geldt ook voor de beschikking. Het is aan de gemeente om een vertaling daarvan bij te leveren.
Moet de gemeente de beschikking binnen een bepaalde
termijn afgegeven?
In de WIN is niet geregeld wanneer de beschikking moet zijn afgegeven. De WEB schrijft echter voor dat de nieuwkomer binnen vier maanden, na de melding bij de gemeente, moet zijn gestart met het volgen van onderwijs (art. 8.1.3). Dat kan alleen als het inburgeringsonderzoek in deze periode is afgerond. Op basis van de resultaten van het onderzoek geeft de gemeente de beschikking af, waarin staat vermeld wanneer de nieuwkomer zich moet melden bij het ROC. Het ligt dus voor de hand de beschikking af te geven binnen vier maanden na de melding.
Wat kan een gemeente
doen als tijdens het inburgeringsonderzoek blijkt dat een nieuwkomer hoogopgeleid is en NT2 aan de
universiteit wil volgen?
In dit geval kan de gemeente de nieuwkomer op basis van artikel 5.2 van de WIN een gehele of gedeeltelijke vrijstelling geven van het educatief programma. Een gehele vrijstelling kan alleen worden gegeven als de nieuwkomer ook voldoende kennis heeft van MO en BO. De nieuwkomer kan nu, in plaats van inburgering, onderwijs volgen aan de universiteit. Dit onderwijs kan echter niet van de inburgeringsgelden worden betaald. Een andere mogelijkheid is dat het ROC onderwijs inkoopt bij een andere instelling (doorcontracteren). Het ROC is verantwoordelijk voor het doorcontracteren.
Een gemeente heeft
een nieuwkomer met een VTV met beperking
'verblijf bij partner' abusievelijk een beschikking gegeven dat zij niet
tot de doelgroep behoort. Kan de gemeente de beschikking intrekken en de
nieuwkomer alsnog laten inburgeren?
De gemeente kan de beschikking herzien. De inburgeringsplicht van de
nieuwkomer kan immers niet worden opgeheven door een fout van de gemeente.
Weliswaar zal in dit geval de vier maanden termijn, waarin de nieuwkomer
moet zijn gestart met het onderwijs, zijn overschreden, maar daar is een
goede verklaring voor. Deze kan worden vastgelegd in het dossier van de
nieuwkomer. De termijn van een jaar, waarin de nieuwkomer de toets moet
afleggen, gaat in op het moment dat de nieuwkomer wordt ingeschreven bij
het ROC (WIN, art. 10, 1e lid).
Een Nederlander, die
geboren is buiten Nederland en die zich voor het eerst in Nederland
vestigt, kan op basis van bepaalde opleidingseisen (Stb. 408, 1998) een
ontheffing krijgen van de meldingsplicht. Moet deze nieuwkomer zijn originele diploma's kunnen
overhandigen of kan de gemeente ook de beslissing nemen op basis van
kopieën?
Een kopie van een diploma is voldoende. In geval van twijfel aan de echtheid van het document kan de gemeente vragen naar het origineel. Een diploma hoeft echter niet altijd aanwezig te zijn. Soms is een bewijs van de overgang van het ene leerjaar naar het andere al voldoende voor een ontheffing. Dit is vastgelegd in de bovengenoemde regeling.
terug naar boven

4.1 Nederlands als Tweede taal (NT2)
Binnen vier maanden na aanmelding
bij de gemeente moet de nieuwkomer zijn gestart met het educatief
programma. Gaat de vier maanden termijn in op de dag dat de nieuwkomer het
aanmeldingsformulier instuurt of op de dag dat de gemeente het formulier
ontvangt?
De vier maanden termijn gaat in op de dag dat de gemeente het aanmeldingsformulier ontvangt.
Waar is informatie te verkrijgen over de opleiding tot
docent NT2?
Voor informatie over de opleiding docent NT2 kan contact worden opgenomen met de Hogeschool Rotterdam & Omstreken, mw. J. Kleij, tel.: 010-241.44.59 en met de Hogeschool van Utrecht, mw. C. Miltenburg, tel.: 030-254.73.13.
4.2 Maatschappij-oriintatie (MO)
Waar is het protocol te
verkrijgen, waarin de werkwijze voor het afnemen van de
MO-profieltoets en de weging van resultaten van deze toets zijn
vastgelegd?
Voor het afnemen van de MO-profieltoets is geen apart protocol opgesteld. Het ROC kan het Onderwijs- en Examenreglement (OER) van educatie toepassen (art. 7.4.8 van de WEB). Hierin moeten de werkwijze voor het afnemen van de toets en de meting en weging van de resultaten zijn opgenomen.
4.3 Beroepenoriëntatie (BO)
Geen vragen over dit onderdeel.
4.4 Toetsing
Moet de toets binnen 12 maanden na de
inschrijving bij het ROC worden afgenomen of binnen 12 maanden na de start
van het educatief programma?
De nieuwkomer moet binnen 12 maanden na inschrijving bij de onderwijsinstelling door het bevoegd gezag in de gelegenheid worden gesteld de toets af te leggen (art. 10, 1e lid van de WIN).
Het ROC stelt een nieuwkomer,
binnen een jaar na inschrijving bij de instelling, in de gelegenheid de
toets af te leggen. De nieuwkomer heeft 600 uren NT2 gevolgd en verschijnt
uiteindelijk niet op de vastgestelde dag. Hoe kan hiermee worden omgegaan,
gelet op de bekostiging twee jaar later?
Wettelijk gezien vervalt een deel van de bekostiging omdat het ROC geen verklaring kan afgeven. BZK zal accountants echter verzoeken, niet al te strikt met de termijn van een jaar om te gaan. Als de nieuwkomer door overmacht (bijv. ziekte) de toets niet kan afleggen, zal dat geen probleem opleveren voor de bekostiging. Een gemeente doet er verstandig aan de reden van afwezigheid te vermelden in het dossier van de nieuwkomer.
Is de periode van een jaar,
waarbinnen de nieuwkomer de toets moet afleggen, inclusief of exclusief
schoolvakanties?
Dit is inclusief de dagen, waarop het ROC gesloten is.
Moet een nieuwkomer
de toets afleggen
als hij is vrijgesteld van MO en NT2?
Nee, de MO- of NT2-profieltoets zijn alleen verplicht als MO respectievelijk NT2 onderdeel uitmaken van het educatief programma.
Een nieuwkomer heeft zonder problemen
600 uur NT2 gevolgd. Het vooruitzicht van de toets veroorzaakt bij de
nieuwkomer echter psychische en lichamelijke klachten. Hoe moet hiermee
worden omgegaan gelet op het feit dat de toets een bekostigingscriterium
is? De gemeente kan aantonen dat de nieuwkomer 600 uur onderwijs heeft
gevolgd. Ook is er een advies van de trajectbegeleider en van het ROC om
de toets niet af te leggen en een doktersverklaring kan ook worden
overlegd.
Het feit dat iemand om medische redenen niet in staat is om een toets af te leggen mag niet leiden tot het niet tellen van een volledig gevolgd programma. Ook in het reguliere onderwijs bestaan er mogelijkheden om leerlingen met faalangst op aangepaste manier te toetsen. Dit zou een ROC ook kunnen doen. Op basis van de resultaten kan dan een verklaring worden afgegeven. In een dergelijke situatie is het verstandig dat het ROC de medische verklaring daarbij vermeld of meestuurt.
terug naar boven

Een nieuwkomer is al gestart met het
educatief programma en vindt een baan. Nu wil hij graag onderwijs volgen
in de avonduren. Het ROC heeft in deze cursus echter geen plaats. Hoe moet
de gemeente nu handelen?
In deze situatie heeft de trajectbegeleider een belangrijke rol. Hij of zij kan de nieuwkomer ervan overtuigen dat het verstandig is eerst het educatief programma af te ronden omdat de nieuwkomer hiermee zijn kansen op de arbeidsmarkt waarschijnlijk vergroot. Ook zal de begeleider de nieuwkomer moeten wijzen op zijn verplichtingen en de gevolgen van het niet nakomen daarvan (boete). In de beschikking is vastgelegd dat de nieuwkomer dagonderwijs gaat volgen. Het is niet de gemeente, die zich moet aanpassen aan de situatie van de nieuwkomer. De betrokkene moet zelf ook moeite doen om aan zijn verplichtingen te voldoen. Het feit dat nieuwkomers snel willen uitstromen door het vinden van een werk is een probleem, dat bij het ministerie van BZK de aandacht heeft.
Waar is informatie
te verkrijgen over de eindtermen voor het
maatschappelijk traject?
Voor meer informatie over het maatschappelijk traject kan contact worden opgenomen met Forum, tel.: 030-297.43.21.
Uit onderzoek zou
zijn gebleken dat een caseload van 40 nieuwkomers
per trajectbegeleider te zwaar is. Is er iets bekend over de aanpassing
hiervan?
Er is geen landelijke norm vastgesteld maar veelal wordt uitgegaan van een belasting van 75 nieuwkomers per trajectbegeleider. Voor nadere informatie wordt verwezen naar Forum, tel.: 030-297.43.21.
terug naar boven

De eerste
nieuwkomers, die onder de WIN zijn gestart met het inburgeringsprogramma,
zullen het traject binnenkort afronden. De gemeente zal aan hen het certificaat moeten uitreiken. Wanneer komt dit
beschikbaar?
Inmiddels is het certificaat vastgesteld (september 1999) en gepubliceerd in de Staatscourant (nrs. 132 en 135 van 1999). Landelijk zal een voorraad certificaten worden aangemaakt door de VNG of de Staatsuitgeverij. Gemeenten kunnen tegen betaling deze certificaten aanvragen. Informatie hierover aan de gemeenten
Een nieuwkomer wil
een cursus volgen van het CBB. De kosten hiervan
bedragen ƒ 1.500,=. Mag dit worden betaald van de inburgeringsgelden?
Dit mag zolang het CBB een assessmentt aanbiedt en geen cursuss of opleidingg. In het kader van doorgeleiding kunnen de inburgeringsgelden worden besteed aan gesprekken of een assessment, maar niet aan opleidingen.
Moet een nieuwkomer
altijd worden ingeschreven
bij Arbeidsvoorziening?
Nee, alleen als een nieuwkomer tijdens het inburgeringsonderzoek, waarin Arbeidsvoorziening een administratieve intake doet, aangeeft te willen of kunnen werken, is overdracht aan Arbeidsvoorziening aan de orde. Er moet immers maatwerk worden geboden.
Mag vervolgonderwijs worden betaald van het
inburgeringsbudget?
Dit is niet toegestaan. De rijksbijdrage inburgering mag alleen worden ingezet voor:
- educatieve programmaas (verzorgd door een ROC) bestaande uit NT2,
maatschappijoriëntatie, beroepenoriëntatie en de toets;
- traject- en maatschappelijke begeleiding en doorgeleiding naar vervolgonderwijs of Arbeidsvoorziening.
Als de gemeente niet de gehele rijksbijdrage benut, kan zij deze reserveren voor inburgering in latere jaren of toevoegen aan de reguliere educatiemiddelen of reguliere welzijnsmiddelen ten behoeve van minderheden (Bekostigingsbesluit Inburgering Nieuwkomers, art. 3).
terug
naar boven

Verder Vragen
helpdesk inburgering januari 1999 - juni 1999
1-3
Oude meest gestelde vragen

Attentie
Aan de teksten zoals deze hier verschijnen is een maximale zorg besteed. Ondanks deze zorg kan aan de formulering geen rechten worden ontleend. Indien u zekerheid over regelingen wilt verkrijgen, moet u zich schriftelijk tot het betrokken ministerie wenden.
 |