|
Op de telformulieren, die gemeenten voor 1 februari 1999 moesten
sturen aan CFI, wordt gevraagd naar het aantal verklaringen dat in 1998 is afgegeven.
Bij veel gemeenten is niet duidelijk wat een verklaring is.
In hoofdstuk 7 van de WIN (slot- en overgangsbepalingen) zijn wijzigingen van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) opgenomen. Zo wordt onder andere een artikel 7.4.15 toegevoegd (bewijsstukken van de afgelegde toetsen). Uit dit artikel blijkt dat de verklaring een bewijs is dat de toets is afgelegd. Het bevoegd gezag van een ROC reikt deze uit aan de nieuwkomer en stuurt een afschrift aan de gemeente.
Telt de
beschikking tijdelijke ontheffing van de meldingsplicht mee voor het vaststellen van de rijksbijdrage inburgering twee jaar later?
Deze telt niet mee. Alleen de beschikking voor het vaststellen van een educatief programma en voor vrijstelling van het gehele of een gedeelte van het programma telt mee. Een ontheffingsbeschikking en de beschikking met de mededeling dat betrokkene niet tot de doelgroep behoort, telt niet mee in de t-2-systematiek.
Een
nieuwkomer valt onder de Onderwijsregeling 1998, maakt gebruik van de hardheidsclausule en tekent in november 1998 zijn inburgeringscontract. In welke kolom op het telformulier moet deze worden geplaatst?
De betrokkene krijgt geen beschikking omdat hij onder de Onderwijsregeling valt. Het inburgeringscontract is na 30 september 1998 getekend en dus wordt dit contract opgenomen in kolom 2 van het telformulier. In deze kolom kunnen ook de EU-onderdanen en de VVTV-ers worden opgenomen, die na 30 september een inburgeringscontract hebben getekend.
Wat is de hoogte van de educatieve en de welzijnscomponent 1999?
In Gele Katern 25 van 1998 is de taakstelling voor 1999 per gemeente vastgelegd en is de hoogte van de educatieve en de welzijnscomponent bekend gemaakt. Inmiddels zijn beide componenten verhoogd. VWS heeft in een brief van 18 december 1998 (DSB/FBB-985859) bekend gemaakt dat de welzijnscomponent is verhoogd van
ƒ 4557,68 naar ƒ 4570,90. CFI heeft in een brief van 18 december 1998 (FTO/TBV-98/40441m) meegedeeld dat de educatieve component is bijgesteld tot
ƒ 8256.17 per nieuwkomer (was eerst ƒ 8054,11).
Moet de gemeente reiskosten en kinderopvang betalen voor een nieuwkomer?
Dit is niet in de WIN vastgelegd. Gemeenten moeten dit zelf regelen in eerste instantie buiten het kader van de WIN. Kinderopvang en reiskosten kunnen bijvoorbeeld worden gefinancierd uit de daarvoor bestaande regelingen of uit de bijzondere bijstand. Kinderopvang kan ook uit de welzijnscomponent worden bekostigd, maar het is geen primair doel. De welzijnsgelden zijn in eerste instantie bedoeld voor traject- en maatschappelijke begeleiding.
Gemeenten melden dat
het bedrag voor de educatieve component in de bekostigingsinformatie niet overeenkomt met het bedrag in de bekostigingsbrief van 18 december 1998 (FTO/TBV-98/40441m). Wat is hiervoor de verklaring?
De verklaring voor het verschil is als volgt: de bekostigingsinformatie is gebaseerd op het
‘oude’ bedrag per nieuwkomer (ƒ 8054,11 x de taakstelling) en de bekostigingsbrief is gebaseerd op het bijgestelde bedrag per nieuwkomer (ƒ 8256.17 x taakstelling). Het bedrag in de brief is juist. In Gefis wordt dit gewijzigd.
Is uitstel voor het inzenden van de telgegevens inburgering mogelijk?
Er wordt geen uitstel verleend voor het inzenden van de telgegevens inburgering. In art.5 van de Onderwijsregeling 1998 (GK 28, 1997) staat de telformulieren voor 1 februari 1999 ingediend moeten zijn. Indien de gegevens niet tijdig zijn ingediend, wordt gemeenten de gelegenheid geboden de gegevens alsnog binnen twee weken te verstrekken. Als dan nog niet aan de verplichting is voldaan, wordt de rijksbijdrage voor het jaar 2000 ambtshalve vastgesteld op 50% van het geraamd aantal nieuwkomers van die gemeente in 1998.
Het komt voor dat nieuwkomers niet wachten op het vaststellen van
een programma door de gemeente. Zij melden zich bij het ROC, worden ingeschreven en starten met een educatief programma. Hoe kan hiermee worden omgegaan, gelet op de verantwoording en de bekostiging twee jaar later?
Het is van groot belang dat de gemeente het ROC informeert over
potentiële nieuwkomer-deelnemers, die onderwijs zullen gaan volgen aan de onderwijsinstelling. Pas als de gemeente een programma heeft vastgesteld en een beschikking heeft afgegeven, wordt het betreffende traject bij het ROC gefinancierd vanuit de inburgeringsgelden. Om deze reden kan het ROC de betrokken nieuwkomers beter verwijzen naar de gemeente. Bovendien wordt de formele startdatum van het jaar, waarin de toets moet worden afgelegd, vastgelegd in de onderwijsovereenkomst, die de nieuwkomer tekent bij inschrijving. Dit zorgt voor een vreemde situatie: de nieuwkomer is al gestart maar heeft nog geen inburgeringsonderzoek gehad, waarin de feitelijke behoeften en wensen naar voren komen.
Op het telformulier inburgering nieuwkomers 1998 wordt in kolom 7
gevraagd naar het aantal nieuwkomers dat in 1998 de toets of het examen heeft afgelegd. Mag hier ook de toets worden meegeteld die een oudkomer, gestart in 1997, heeft afgelegd?
Nee, dit mag niet. Alleen de toets of het examen van een nieuwkomer telt mee voor de vaststelling van het budget twee jaar later.
Veel gemeenten
hebben de beschikking ontvangen met de definitieve vaststelling van de rijksbijdrage inburgering nieuwkomers 1997. Gemeenten, die de garantstelling in 1997 niet hebben gehaald, stellen de vraag waarom zij de garantstelling niet vergoed krijgen.
Het Rijk vergoedt niet meer inburgeringsprogramma’s dan een gemeente heeft vermeld op de rekening en verantwoording van 1997. Zij zullen zonder meer de gehele garantstelling vergoed krijgen als kan worden aangetoond dat er voor het gegarandeerde aantal programma's een overeenkomst is gesloten met de onderwijsinstelling. Gemeenten kunnen een verzoek tot wijziging van de beschikking insturen met een afschrift van het contract met het ROC. De brief kan worden gestuurd naar
CFI, afdeling FVE, postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.
Een nieuwkomer legt het Staatsexamen
NT2 af. Telt dit examen ook mee voor de vaststelling van het budget twee jaar later?
Nee, een Staatsexamen NT2, dat met goed gevolg is afgelegd, telt niet mee voor de vaststelling van het budget twee jaar later. Alleen de NT2-profieltoets telt mee in de t-2 bekostigingssystematiek. Uitzondering: staatsexamens afgelegd door nieuwkomers die nog vallen onder de Onderwijsregeling inburgering.
Als een nieuwkomer wegens omstandigheden uren NT2 mist, kunnen deze worden ingehaald tijdens de zes maanden van doorgeleiding. Worden deze uren bekostigd?
Ja, want een gemeente koopt bij een ROC trajecten in van gemiddeld 600 uur en maakt met elke nieuwkomer afspraken over het aantal te volgen uren NT2. Als een nieuwkomer wegens omstandigheden lessen mist, is hij verplicht de gemiste uren in te halen. Deze uren zijn echter al ingekocht. De gemeente kan het bovenstaande afstemmen met het ROC.
Mag Arbeidsvoorziening een maximum stellen aan het aantal administratieve en kwalificerende
intakegesprekken, dat zij kosteloos voert? Boven dit maximum wil Arbeidsvoorziening de gemeente de kosten laten betalen.
Dit is niet toegestaan. Arbeidsvoorziening krijgt, net als een gemeente, een budget voor
nieuwkomers. Als meer nieuwkomers dan het geraamd aantal zich melden, mag
Arbeidsvoorziening voor de intakegesprekken geen rekening indienen bij de gemeente. De administratieve en de kwalificerende intake moeten worden gefinancierd uit de basisdienstverlening. Voor meer informatie over de relatie van Arbeidsvoorziening tot de WIN kunnen gemeenten contact opnemen met het Arbeidsbureau Nieuwkomers, tel.: 055-578.71.11.
Wat zijn de
gevolgen voor de gemeente, het ROC of de nieuwkomer als de nieuwkomer niet binnen 4 maanden na de melding bij de gemeente is gestart met het educatief programma?
In het controleprotocol is deze termijn geen aandachtspunt voor de accountant. Dit
betekent dat overschrijding van de termijn geen financiële gevolgen heeft voor de
gemeente. Dit geeft geen vrijbrief om de wet te overtreden. In hoofdstuk 7 van de WIN
(art. 8.1.3 van de WEB) staat dat het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat de nieuwkomer binnen 4 maanden na de melding is gestart met het volgen van onderwijs. De gemeente zal voor die tijd de beschikking moeten afgeven. Nu zijn er drie situaties mogelijk:
- De gemeente lukt het niet voor die tijd de beschikking af te geven. Men doet er verstandig aan de reden van overschrijding van de termijn vast te leggen in het dossier van de nieuwkomer, bijv. het inburgeringsonderzoek nam meer tijd in beslag of de administratie was nog niet op orde;
- De gemeente heeft de beschikking afgegeven maar het ROC kan de nieuwkomer nog niet plaatsen. Ook in dit geval moet daarvoor de verklaring worden vastgelegd, bijv. vakantieperiode, geen instroommoment;
- Zowel de gemeente als het ROC hebben hun plicht gedaan maar de nieuwkomer blijft in
gebreke. Afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid kan aan de nieuwkomer in dit geval
een boete worden opgelegd (art. 18, 2e en 4e lid).
Een accountant kan hooguit een opmerking maken over het overschrijden van de termijn.
Welke bekostigingscriteria worden gehanteerd voor de vaststelling van het budget voor de jaren 2000 en 2001?
Deze zijn beschreven in de artikelen 11 en 12 van het Bekostigingsbesluit Inburgering Nieuwkomers (Stb. 441, 1998). Voor het jaar 2000 worden zowel de inburgeringscontracten als de beschikkingen en zowel de toetsen als de verklaringen uit 1998 meegeteld. Voor het jaar 2001 worden de beschikkingen, toetsen en verklaringen uit 1999 meegeteld.
Wanneer wordt het geraamd aantal nieuwkomers per gemeente voor het jaar 2000 bekend gemaakt?
Artikel 2, 3e lid van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers (Stb. 441, 1998) vermeldt dat de rijksbijdragen worden vastgesteld in september voorafgaand aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
terug naar boven

Moet de gemeente een boete bij de nieuwkomer aankondigen en in welke vorm wordt de vastgestelde boete bekend gemaakt?
Artikel 17 van de WIN regelt het toezicht op de naleving van de verplichtingen in het
kader van inburgering. Het toezicht is opgedragen aan het college van burgemeester en
wethouders, maar voor de feitelijke uitvoering van het toezicht wijst het college een of
meer ambtenaren aan. In eerste instantie is het de rol van de trajectbegeleider om de
nieuwkomer te wijzen op het feit dat hij een boete zal krijgen bij het niet nakomen van
zijn verplichting, zonder dat een grond voor ontheffing aanwezig is. Als de
trajectbegeleider hier niet in slaagt, kan de door het college van B&W aangestelde
ambtenaar een onderzoek instellen. In het kader van dat onderzoek zal hij de betrokken
nieuwkomer moeten horen en proberen hem te bewegen zijn verplichting alsnog na te komen.
Als de nieuwkomer weigert dit te doen, zal de ambtenaar een verslag van zijn bevindingen
sturen aan het college van B&W (art. 17, 3e lid). Het college kan de nieuwkomer vervolgens zo nodig een boete opleggen. Deze boete wordt afgegeven in de vorm van een gemeentelijke beschikking (bijvoorbeeld door de sociale dienst).
Strookt de periode van twee weken, waarin de boete moet worden betaald met de periode van zes weken, waarin bezwaar kan worden gemaakt tegen het opleggen van de boete?
Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen opschortende werking voor het betalen ervan. Dit betekent dat de nieuwkomer de boete binnen de gestelde termijn zal moeten betalen. Als blijkt dat de nieuwkomer na het indienen van zijn bezwaarschrift in het gelijk wordt gesteld, zal het bedrag door de gemeente aan de betrokkene worden terugbetaald.
Een nieuwkomer weigert haar verplichtingen in het kader van de WIN na te komen. Haar partner geeft aan de boetes, die hiervoor worden opgelegd, te betalen. Kan een nieuwkomer op deze manier haar verplichtingen afkopen? Hoe moet een gemeente in deze situatie handelen?
Het is niet mogelijk om de inburgeringsplicht af te kopen. Zolang de nieuwkomer zich niet heeft gemeld bij de gemeente, kan de gemeente volgens het Boetebesluit
‘oneindig’ boetes opleggen. Zodra de nieuwkomer zich heeft gemeld bij de gemeente, is de periode waarin een boete kan worden opgelegd (bij voortdurende weigering de verplichtingen na te komen), beperkt tot maximaal 22 maanden. Deze 22 maanden is als volgt opgebouwd:
- 4 maanden: de periode waarbinnen de nieuwkomer moet zijn gestart met het educatief programma
- 12 maanden: de periode waarbinnen de nieuwkomer zijn toets moet hebben afgelegd
- 6 maanden: de periode waarbinnen de nieuwkomer moet zijn overgedragen aan vervolgonderwijs of arbeidsvoorziening.
Na deze periode bestaat er geen inburgeringsplicht meer voor de nieuwkomer.
Een VVTV-er heeft in 1998 een inburgeringscontract getekend. Hij komt in 1999 zijn verplichtingen niet na. Kan de gemeente de betrokkene een boete opleggen?
Dit is alleen mogelijk als er in het inburgeringscontract een artikel is opgenomen, waarin staat dat op het niet nakomen van de verplichting, een bestuurlijke boete kan volgen. Onder de Onderwijsregeling Inburgering Nieuwkomers 1998 behoorde een VVTV-ers weliswaar tot de doelgroep, maar hij kon niet worden verplicht tot inburgering omdat een VVTV-er geen bijstandsuitkering ontvangt.
Wie moet de boete betalen als een 16- of 17-jarige niet voldoet aan zijn verplichting in het kader van de WIN: de betrokkene zelf of zijn ouders?
Tot het achttiende levensjaar staan ouders borg voor hun kind. Dit betekent dat de boete verhaald kan worden op de ouders als de jongere deze zelf niet kan betalen.
In artikel 17 van de WIN staat dat
‘de ambtenaar een verslag van bevindingen stuurt aan het college van burgemeester en
wethouders’. Is een verslag voldoende of moet een proces-verbaal worden opgemaakt?
Navraag bij het ministerie van BZK geeft het volgende antwoord. In artikel 17 van de WIN wordt naar een aantal artikelen van de Leerplichtwet verwezen. In deze opsomming is artikel 22 van de Leerplichtwet, waarin de ambtenaar wordt verplicht een
proces-verbaal van zijn bevindingen te sturen aan de officier van Justitie, niet opgenomen. Er is bewust niet gekozen voor een dergelijke strafrechtelijke procedure. Onder de WIN moet de ambtenaar, die door B&W is aangewezen om toe te zien op de naleving van de WIN, een verslag van zijn bevindingen zenden aan B&W. Aan dit verslag worden geen eisen gesteld (het is vormvrij), behalve dat het moet zijn voorzien van de handtekening van de ambtenaar.
Hoe lang kan een gemeente een nieuwkomer sanctioneren als deze blijft weigeren aan zijn verplichtingen in het kader van de WIN te voldoen?
Zolang de nieuwkomer zich niet heeft gemeld bij de gemeente, kan de gemeente hem volgens het Boetebesluit (Stb. 330, 1998)
‘oneindig’ blijven sanctioneren. Zodra de nieuwkomer zich heeft gemeld, is de periode waarin een boete kan worden opgelegd nog maximaal 22 maanden. Afhankelijk van het moment waarop de betrokkene weigert mee te werken aan het inburgeringsprogramma, kan de termijn van sanctioneren korter zijn. Hieronder zijn de termijnen weergegeven:
- Een nieuwkomer moet zich melden binnen zes weken nadat hij zich heeft ingeschreven in de
gemeente (dit geldt voor nieuwkomers, die uit een AZC komen; art. 2, 2e lid
onder a) of een status heeft gekregen of zich in de gemeente heeft ingeschreven (dit geldt
voor de overige nieuwkomers; art. 2, 2e lid onder b);
- het bevoegd gezag van het ROC zorgt ervoor dat het educatieve programma voor een
nieuwkomer binnen vier maanden start nadat hij zich heeft gemeld bij de gemeente (WIN, hoofdstuk 7 onder K: art. 8.1.3 van de WEB). Dit betekent dat binnen deze termijn het inburgeringsonderzoek moet zijn afgerond;
- binnen een jaar na inschrijving bij de onderwijsinstelling moet de
nieuwkomer de toets afleggen (art. 10, 1e lid);
- tot slot zorgt de gemeente ervoor dat het inburgeringsprogramma binnen zes maanden,
nadat de nieuwkomer de toets heeft afgelegd, is afgerond (art. 13, 1e lid).
Na deze termijnen bestaat er geen inburgeringsplicht meer voor de nieuwkomer en kan de gemeente geen boete meer opleggen.
Artikel 20, 2e lid van de WIN geeft aan dat 'bij gebreke van betaling het college van B&W de boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij dwangbevel kan invorderen.' Wie is bevoegd het dwangbevel op te maken?
Het college van B&W kan een ambtenaar aanwijzen, die het dwangbevel opmaakt. Het gaat hier enkel om bestuurlijke boetes, die worden vastgesteld conform de Wet boete en maatregelen en/of het Algemeen burgerlijk wetboek. Uitkeringsgerechtigde nieuwkomers worden immers gesanctioneerd op basis van de Algemene Bijstandswet. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, afdeling Voorlichting (tel: 070-333.44.44)
Moet een gemeente
verantwoording afleggen over de inkomsten, die zij heeft uit het opleggen van bestuurlijke boetes aan niet-uitkeringsgerechtigde nieuwkomers? Zijn er richtlijnen voor het inzetten van deze inkomsten?
Een gemeente hoeft geen verantwoording af te leggen over de gelden die binnenkomen naar aanleiding van administratieve boetes. Ook zijn er geen richtlijnen voor het inzetten van de inkomsten. Het zijn algemene middelen, die onder andere kunnen worden toegevoegd aan het budget inburgering.
terug naar boven

Bij veel gemeenten bestaat verwarring over de verhuisregeling. Mag een tweede gemeente van huisvesting een inburgeringsaanbod doen als de eerste gemeente dat niet heeft gedaan?
Dit is mogelijk. Onder de Onderwijsregeling kon alleen de eerste gemeente van huisvesting een aanbod doen, maar onder de WIN kan dit ook een andere gemeente zijn. De nieuwkomer heeft de plicht zich, binnen zes weken na statusuitreiking of inschrijving in het GBA, te melden bij de gemeente. De WIN vermeldt niet dat het hier gaat om de eerste gemeente van huisvesting. Als de eerste gemeente wel al een inburgeringsaanbod heeft gedaan en de nieuwkomer verhuist vervolgens naar een andere gemeente, dan moet worden gehandeld volgens het Uitvoeringsbesluit Inburgering Nieuwkomers (Stb. 409, 1998).
Een nieuwkomer heeft een ontheffing van de meldingsplicht gevraagd. Omdat deze niet is toegekend, maakt de nieuwkomer bezwaar. Kan hij de uitspraak over zijn bezwaar afwachten voordat er verdere stappen worden ondernomen of moet hij nu binnen vier maanden na de melding starten met het educatief programma?
In dit geval moet de nieuwkomer zich melden, het inburgeringsonderzoek ondergaan en binnen vier maanden starten met het educatief programma omdat het maken van bezwaar geen opschortende werking heeft. Pas als zijn bezwaar gegrond wordt verklaard, hoeft de nieuwkomer zijn verplichtingen in het kader van de WIN niet meer na te komen.
Een gemeente draagt de uitvoering
van de WIN over aan een particuliere organisatie. Deze organisatie wil graag alle informatie op het gebied van inburgering. De gemeente durft de gegevens echter niet aan te leveren in verband met de privacy van nieuwkomers. Hoe kan hiermee worden omgegaan?
Voor het uitvoeren van wet- en regelgeving is een gemeente gemachtigd gegevens te leveren
aan derden, die betrokken zijn bij de uitvoering. Dit kan op basis van de Wet GBA en de
Wet op privacy.
Wanneer is er meer bekend over het Gemeenschappelijk functioneel ontwerp (GFO)?
Het ontwikkelingstraject GFO is bijna afgerond. Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor de implementatie en het aanbieden van het product aan het veld. Verschillende software-leveranciers zullen worden uitgenodigd om het GFO in (bestaande) systemen te verwerken. Voor gemeenten die geen gebruik maken van geautomatiseerde systemen zal een model worden uitgewerkt bestaande uit formulieren en turflijsten. De aanbiedingsprocedure zal voor de zomer 1999 van start gaan. Gemeenten hebben inmiddels (in augustus 1999) het GFO ontvangen met daarbij een brief waarin is aangegeven op welke wijze de implementatie zal worden ondersteund (zie vraag 11.1, nov/dec 1998).
terug naar boven

Is er iets bekend over het inburgeren van Antilliaanse jongeren in
Curaçao?
Minister van Boxtel (GSI) en staatssecretaris de Vries (BZK) hebben een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, waarin de plannen ten aanzien van de aanpak van de problemen met Antilliaanse jongeren in Nederland worden gepresenteerd (kamerstuk 1998-1999, 26283, nr.1, Tweede Kamer).
Een van de punten van aandacht is de aanpak op de Antillen. Het Nederlandse kabinet gaat ervan uit dat met het Antilliaanse kabinet afspraken gemaakt kunnen worden, die er onder andere toe leiden dat
‘Antilliaanse migranten voordat ze naar Nederland vertrekken goed voorbereid zijn (via gedeeltelijke inburgering en realistische
voorlichting)’. In juli 1999 zijn de voorbereidingen gestart voor twee pilots inburgering op de Antillen, die in het najaar 1999 zullen worden uitgevoerd. Meer informatie is te verkrijgen bij het ministerie van BZK en het kamerstuk is te bestellen bij de SDU, tel.: 070-378.98.30.
CFI heeft in december 1998 de beschikking over 1999, gebaseerd op het samenwerkingsverband, verstuurd aan de centrumgemeenten. Toch is in enkele gevallen de eerste betaling van de educatieve component aan de gemeenten apart gedaan. Wat is hiervoor de verklaring?
Gemeenten, die in 1999 voor het eerst gaan samenwerken of de samenwerking voortzetten, hadden dit vvvr 1 februari 1999 kenbaar moeten maken aan het ministerie van VWS. De gemeenten die, ongewenst, apart zijn gefinancierd hebben nagelaten de samenwerking (opnieuw) bij VWS op te geven. De beschikking van Cƒi is gebaseerd op de toen bestaande samenwerkingsverbanden. Aangezien Cƒi van VWS geen verzoek tot voortzetting van de samenwerking heeft ontvangen, is de beschikking herzien en worden de gemeenten apart gefinancierd.
Is een gemeente verplicht zaken te doen met Arbeidsvoorziening? Zo ja, waar is deze verplichting vastgelegd in de WIN?
Een gemeente is verplicht zaken te doen met Arbeidsvoorziening voor zover het om de
wettelijk vastgelegde betrokkenheid van arbeidsvoorziening in het kader van het
inburgeringsonderzoek en de doorgeleiding gaat. De betrokkenheid van arbeidsvoorziening
bij het inburgeringsonderzoek (administratieve intake) is vastgelegd in artikel 4, 1e
lid van de WIN. De verplichting van arbeidsvoorziening om de doorgeleiding te verzorgen
(kwalificerende intake) is beschreven in artikel 12, 2e lid. Voor activiteiten anders dan de administratieve en kwalificerende intake kan een gemeente andere organisaties inschakelen. De kosten hiervan zijn voor rekening van de gemeente.
terug naar boven

Een nieuwkomer heeft uitstel gekregen voor de start van het educatief programma omdat de gemeente geen kinderopvang kon regelen. Binnenkort wordt dit probleem opgelost en zal de nieuwkomer starten met het volgen van onderwijs. De termijn van vier maanden, waarbinnen de betrokkene moet zijn gestart, is dan verstreken. Heeft dit gevolgen voor de rijksbijdrage?
Dit heeft geen gevolgen voor de rijksbijdrage. De vier maanden termijn is geen punt van controle in het Controleprotocol 1998 (GK 2/3, 1999).
Gemeenten hebben de blauwe terugmeldingsformulieren inburgering 1998 teruggekregen. Kunnen hierop nog correcties worden doorgegeven?
Dit is alleen mogelijk als CFI informatie verkeerd heeft overgenomen van het gele telformulier. In dit geval moeten de wijzigingen duidelijk leesbaar op het formulier worden aangegeven en geretourneerd. Andere wijzigingen kunnen, voorzien van een accountantsverklaring, worden doorgegeven bij het indienen van de verantwoording over 1998 (vvvr 1 november 1999).
Hoe wordt gecontroleerd of de welzijnsmiddelen rechtmatig zijn besteed?
Er zal geen intensieve controle op de welzijnsmiddelen zijn. Het is voldoende als de betreffende middelen bij de gemeente zijn geboekt op de post
‘inburgering’.
Een VVTV-er heeft in 1997 een inburgeringsprogramma gevolgd, maar niet afgesloten met een toets. Onlangs heeft hij een VTV gekregen en is opnieuw gestart met een inburgeringsprogramma, omdat uit de resultaten van het inburgeringsonderzoek bleek, dat de nieuwkomer het Nederlands nog niet voldoende beheerst. Kan deze nieuwkomer worden opgevoerd bij de verantwoording? Wordt hij ook bekostigd?
De nieuwkomer behoort tot de doelgroep van de WIN en de gelden zijn dus rechtmatig besteed. Als de beschikking in 1998 is afgegeven, kan deze worden opgevoerd bij de verantwoording over 1998.
Moeten de aanmeldings- en ontheffingsformulieren aanwezig zijn voor de accountantscontrole over 1998? Veel gemeenten krijgen via het GBA de informatie dat een nieuwkomer behoort tot de doelgroep van de WIN en nodigen de betreffende persoon vervolgens uit voor een gesprek. In die gevallen ontbreekt het bovengenoemde formulier dan ook.
Het aanmeldings- en ontheffingsformulier op zich is geen aandachtspunt voor de accountantscontrole. Als het ontbreekt, zal op een andere manier uit het dossier van de nieuwkomer moeten blijken wanneer hij zich heeft gemeld bij de gemeente.
In artikel 6 van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers (Stb. 441, 1998) staat dat gemeenten binnen 6 maanden na afloop van het jaar waarvoor de rijksbijdrage is verstrekt een schriftelijk verslag over de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage is verstrekt, moeten zenden aan de minister. Voor de inrichting van dit verslag worden bij
ministeriële regeling voorschriften gegeven. Wanneer wordt deze regeling gepubliceerd? Het halve jaar is inmiddels verstreken en gemeenten hebben nog geen bericht ontvangen.
Dat klopt. De bedoelde regeling zal eind 1999 verschijnen en geeft richtlijnen voor het inhoudelijk verslag vanaf het jaar 1999. Het eerste verslag volgens deze richtlijnen hoeft dan ook pas voor 1 juli 2000 ingestuurd te worden. Het inhoudelijk verslag over 1998 moet (zoals voorheen) voor 1 november 1999 gestuurd worden aan het ministerie van VWS. VWS stuurt gemeenten in de loop van het jaar de bekende vragenlijst.
In de verantwoording over 1998 wordt gevraagd naar de lasten van inburgering van nieuwkomer-deelnemers en van nieuwkomers in de zin van de WIN (educatieve en welzijnscomponent). Kunnen hier ook de kosten worden opgenomen, die een gemeente in 1998 heeft gemaakt voor een nieuwkomer, die in 1997 is zijn inburgeringscontract en onderwijsovereenkomst heeft getekend?
Dit is mogelijk. Er wordt immers gevraagd naar de totale uitgaven in het kader van
inburgering in het jaar 1998.
Welke gegevens zijn voor de verantwoording over 1998 van belang: het aantal onderwijsovereenkomsten dat in 1998 is getekend, de inburgeringscontracten en beschikkingen en/of de toetsen en verklaringen die in 1998 zijn afgegeven?
In hoofdstuk 4 van het Gewijzigd controleprotocol ‘Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998 en welzijnsregeling inburgering
nieuwkomers’ (GK 2/3, 1999) staan de aandachtspunten voor de controle. Hieruit blijkt dat de aantallen inburgeringscontracten, beschikkingen, toetsen/staatsexamens en verklaringen, afgegeven in 1998, van belang zijn voor de vaststelling van het inburgeringsbudget per gemeente twee jaar later. Controle van het verblijfsdocument en de termijnen (4 en 10 maanden) is enkel van belang om na te gaan of de gelden rechtmatig zijn besteed. Omdat gemeenten sinds 1998 het gehele inburgeringsbudget mogen behouden is het aantal onderwijsovereenkomsten niet meer van belang.
terug naar boven 
Verder Vragen helpdesk inburgering januari 1999 - juni 1999
1-2
Oude meest gestelde vragen
Attentie
Aan de teksten zoals deze hier verschijnen is een maximale zorg besteed. Ondanks deze zorg kan aan de formulering geen rechten worden ontleend. Indien u zekerheid over regelingen wilt verkrijgen, moet u zich schriftelijk tot het betrokken ministerie wenden.

|