Verdeling middelen inburgering 1998
Onderstaand vindt u weergave van een circulaire van het ministerie van VWS over de verdeling van financiële middelen voor inburgering
van nieuwkomers in 1998.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
De Colleges van Burgemeester en Wethouders
van de Nederlandse gemeenten
Geldigheidsduur : 1 januari 1998 tot 1 januari 1999
Informatie bij : CFI, 079-3234000
Geacht College,
Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende.
1. Inleiding
In deze circulaire wordt u op de hoogte gesteld van de toedeling van middelen voor de inburgering van nieuwkomers voor 1998. Bij deze
circulaire is een overzicht gevoegd van de bedragen, die de departementen van VWS en
OCenW in 1998 voor de gemeenten beschikbaar stellen
voor de uitvoering van het inburgeringsbeleid (bijlage 1).
2. Wet en regelgeving
Met het oog op de invoering van de Wet inburgering nieuwkomers in de loop van het jaar 1998 zal de regelgeving voor 1998 worden gewijzigd.
De voornaamste verandering zit hem in het feit dat de uitkering wordt toegekend en tegelijkertijd vastgesteld op grond van het geraamde
aantal nieuwkomers per gemeente. Er zal geen sprake meer zijn van afrekening. Dit betekent dat er in feite sprake is van een
100%-garantstelling, om welke reden de huidige garantieregeling komt te vervallen.
De mogelijkheid van verschuiven van middelen tussen de welzijnscomponent en de onderwijscomponent blijft bestaan. Verder wordt het mogelijk
de middelen breder in te zetten. Voor zover de middelen aantoonbaar niet aan inburgering besteed kunnen worden, kunnen de middelen voor de
onderwijscomponent ook worden ingezet voor reguliere educatie en de middelen voor de welzijnscomponent kunnen ook worden ingezet voor de
integratie van minderheden (uitvoerend werk als bedoeld in artikel 2, onder k van de Welzijnswet 1994). U kunt er echter ook voor kiezen de
middelen voor zover zij niet aan inburgering besteed kunnen worden, te reserveren ten behoeve van inburgeringsactiviteiten in volgende
jaren. Hiermee kunt u eventuele schommelingen in het aantal nieuwkomers opvangen.
Beoogd wordt dat vanaf het jaar 2000 de hoogte van de uitkering per gemeente zal worden bepaald op basis van de aantallen afgesloten
inburgeringsovereenkomsten en door nieuwkomers afgelegde toetsen twee jaar voor het desbetreffende jaar. Dit is de t-2 systematiek zoals
voorzien in de Wet inburgering nieuwkomers. Over het jaar 1998 zult u op basis van de
Onderwijsregeling nieuwkomers 1998 dan ook voor 1
februari 1999 deze aantallen dienen in te leveren. Deze gegevens zullen dienen voor de verdeling van de onderwijscomponent en de
welzijnscomponent in het jaar 2000.
Voorts zult u binnen tien maanden na afloop van het jaar 1998 een verklaring dienen in te zenden waaruit een rechtmatige besteding van de u
toegekende middelen blijkt, en waaruit de juistheid van de door u opgegeven aantallen inburgeringsovereenkomsten en toetsen blijkt. Voor het
opstellen van deze verklaring zult u uiterlijk in juli 1998 een accountantsprotocol ontvangen.
De bovenstaande wijzigingen worden verwerkt in de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998, het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid en
de Welzijnsregeling inburgering nieuwkomers. Bij inwerkingtreding van de Wet inburgering nieuwkomers in de loop van 1998 zal door een
ministeriële regeling op basis van die wet geregeld worden dat de hiervoor genoemde regelgeving voor het hele jaar 1998 zal gelden.
Daar de regelgeving voor 1998 op dit moment nog in voorbereiding is -de wijziging van het Bekostigingsbesluit welzijn zal nog voor advies
worden voorgelegd aan de Raad van State- geldt deze circulaire onder het voorbehoud dat de wet- en regelgeving geen aanleiding geeft tot
wijziging. De Onderwijsregeling inburgering 1998 is onlangs aan u bekend gemaakt via de Uitleg.
3. Bekostigingssystematiek
Het kabinet heeft besloten naar aanleiding van wat de Tweede Kamer naar voren bracht tijdens de algemene politieke beschouwingen het budget
voor inburgering te verhogen. Daarmee wordt het mogelijk niet langer uit te gaan van gemiddeld 500 uur educatie, maar gemiddeld 600 uur. Dit
betekent een belangrijke verbetering en vergroot de kansen van de nieuwkomers bij verdere scholing of op de arbeidsmarkt aanzienlijk.
Voor 1998 bedraagt de uitkering van VWS F4409,52 en van OCenW F8185,24. De totale rijksuitkering bedraagt dus F12.594,76 per
inburgeringsprogramma. Uitgaande van de rijksmiddelen, die voor 1998 beschikbaar zijn voor inburgering kunnen in 1998 voor 22.561
nieuwkomers inburgeringsprogramma's worden bekostigd.
4. Aanvraag
De VWS-middelen zullen net als in vorige jaren op grond van de Welzijnswet 1994 apart moeten worden
aangevraagd. De aanvraag zal op
eenvoudige wijze kunnen plaatsvinden door ondertekening en retourzending binnen 6 weken na ontvangst door de gemeente van het voorgedrukt
formulier, dat als bijlage 2 is toegevoegd. De OCenW-middelen behoeven niet te worden aangevraagd.
5. Samenwerkende gemeenten
Gemeenten kunnen bij de uitvoering van het inburgeringsbeleid samenwerken. Zij kunnen indien zij dit wensen voor het
ontvangen van middelen
en de verantwoording worden beschouwd als waren zij één aanvrager. Dit betekent dat één gemeente, daartoe gemachtigd door de
betreffende gemeenten, een uitkering ontvangt en verantwoording aflegt. Op deze wijze kan worden geprofiteerd van een regionale
samenwerking tussen gemeenten en voorzieningen en kunnen gemeenten onderling schuiven met het aantal
inburgeringsprogramma's.
Indien gemeenten voor het jaar 1998 daartoe besluiten worden zij verzocht dit uiterlijk 6 weken na ontvangst van deze circulaire doch bij
voorkeur voor 1 januari 1998 aan VWS kenbaar te maken zodat een en ander kan worden geëffectueerd. In de kennisgeving wordt opgenomen:
- welke gemeenten het betreft;
- welke gemeente namens het samenwerkingsverband als aanvrager optreedt voor de ontvangst van de middelen en de verantwoording;
- schriftelijke machtiging van niet-aanvragende gemeenten.
Voor deze kennisgeving kunt u eveneens gebruik maken van het aanvraagformulier.
De kennisgeving van de samenwerking zal door het ministerie van VWS worden doorgegeven aan het ministerie van
OCenW, zodat de
kennisgeving ook doorwerkt voor de onderwijscomponent.
Ik wens u veel succes toe met de uitvoering van uw activiteiten!
De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Erica Terpstra
|