| Beleid
Download:
Beleidsagenda van Justitie (pdf
150kb.)
Integratie en Vreeemdelingenbeleid Justitiebegroting 2004 (MS Word 56kb)
|
Integratie en Vreeemdelingenbeleid uit Justitiebegroting 2004
Download de Beleidsagenda van Justitie (pdf
150kb.)
Algemeen
In 2004 liggen de prioriteiten in het integratiebeleid bij de
vernieuwing van het inburgeringsbeleid en de afbouw van het
remigratiebeleid. Het integratiebeleid kan niet echter niet beperkt
blijven tot inburgering. Het voldoen aan inburgeringsvereisten
garandeert nog geen integratie. Integratie vereist toerusting van
minderheden, toenadering tussen minderheden en autochtonen en
toegankelijkheid van onze maatschappelijke instellingen voor
minderheden. Integratiebeleid is maar zeer ten dele een zaak van de
landelijke overheid.
De landelijke overheid geeft weliswaar de kaders en de doelen aan,
maar de integratie als proces moet tot stand komen in scholen,
bedrijven, centra voor werk en inkomen, zorginstellingen, op
sportvelden, in de wijk, in de buurt en op straat. Integratiebeleid is
dan ook grotendeels lokaal beleid. De Rijksoverheid heeft tot taak
hierin initiërend en stimulerend op te treden. Daartoe zal regelmatig
overleg worden gevoerd met VNG/ gemeenten en IPO/provincies.
Integratie als gedeeld burgerschap moet worden gerealiseerd op alle
terreinen van de samenleving: in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in
de zorg, in sport en recreatie, in de actieve en passieve
cultuurbeoefening en in het samenleven in de wijk en in de buurt. Net
zoals voor de inburgering geldt ook voor de integratie op deze
terreinen dat de eigen verantwoordelijkheid van burgers voorop staat.
Naast gemeenten en provincies hebben vrijwel alle departementen op
enigerlei wijze te maken met de integratie van de minderheden, meer in
het bijzonder geldt dit voor OCW, VWS, SZW, VROM, Justitie, BZK. De
departementen zijn elk afzonderlijk op hun eigen terrein
verantwoordelijk voor de integratie van de minderheden. De Minister
voor V&I heeft ten aanzien van deze departementen een coördinerende
taak en is verantwoordelijk voor de samenhang in het integratiebeleid
van de verschillende departementen. De coördinatie houdt onder meer
in: afstemmen, initiëren, stimuleren en waar nodig afremmen van
verkeerde ontwikkelingen. Coördinatie betekent ook dat de Minister
voor V&I binnen het algemene beleid stelselmatig de aandacht vestigt
op de gevolgen van beleidswijzigingen voor etnische minderheden.
terug
naar boven
De samenhang in het integratiebeleid komt op een meer specifieke wijze
tot uitdrukking in een aantal sectoroverstijgende projecten:
-
vernieuwing van het inburgeringsbeleid voor nieuwkomers en oudkomers
overeenkomstig de afspraken die daarover zijn gemaakt in het
regeerakkoord;
-
verbetering van het leefklimaat in concentratiewijken van
minderheden;
-
investeren in burgerschap ter versterking van de sociale cohesie;
-
modernisering van de positie van vrouwen uit de minderheden;
-
bevorderen van de integratie van jongeren uit de minderheden via
opvoeding, onderwijs en preventie van marginalisering;
-
versterking van de positie van minderheden op de arbeidsmarkt;
-
tegengaan van vooroordelen over en discriminatie van minderheden;
- versterken van de weerbaarheid van de moslimgemeenschap tegen
externe en interne radicaliseringsdruk.
Uitgangspunt van het nieuwe inburgeringsbeleid is dat immigranten die
zich permanent in Nederland vestigen aantoonbaar beschikken over de
kennis en vaardigheden die nodig zijn voor zelfredzaamheid. Het zich
eigen maken van die kennis en van die vaardigheden behoort primair tot
de eigen verantwoordelijkheid van de immigrant.
De uitwerking van inburgering nieuwe stijl zal worden toegesneden op
de specifieke situatie van onderscheiden categorieën immigranten:
gezinsherenigers, gezinsvormers, asielzoekers, erkende vluchtelingen,
arbeidsmigranten die zijn toegelaten in het kader van de Wet Arbeid
Vreemdelingen. Gezinsherenigers en gezinsvormers moeten in het land
van herkomst op de Nederlandse taal op basisniveau leren en kennis
opdoen van de Nederlandse samenleving.
Deze kennis en vaardigheden zullen worden getoetst als voorwaarde van
toelating. Na het behalen van het basisniveau Nederlands zullen
nieuwkomers zich in Nederland moeten voorbereiden op het
inburgeringsexamen. Daarvoor kunnen zij bij de gemeente terecht die
verantwoordelijk is voor de verdere integratie op weg naar volwaardige
participatie in de Nederlandse samenleving. Inburgering zal uiteraard
in de grote steden vorm moeten krijgen.
Inburgering nieuwe stijl brengt met zich mee dat de kosten van de
inburgering worden gedragen door de inburgeraars zelf. Degenen die met
succes het inburgeringsexamen afleggen in Nederland, kunnen een
gemaximeerde vergoeding voor de gemaakte kosten krijgen.
Ook oudkomers met een uitkering zullen het inburgeringsexamen met
succes moeten afleggen. Het kabinet wil in 2004 een wijziging van de
huidige regelgeving realiseren, waarin de inburgering in het land van
herkomst, het vrijgeven van het cursusaanbod en volledige
outputfinanciering van gemeenten worden geregeld. In datzelfde jaar
zal een nieuwe wet inburgering worden gebracht. Daarin wordt dan het
geheel nieuwe stelsel van inburgering neergelegd. In 2004 ontvangen
gemeenten voor de inburgering van oudkomers middelen op basis van
volledige outputfinanciering.
Voor wat betreft de grote steden wordt daarbij een beleidsmatige
relatie gelegd met het grotestedenbeleid. Aanvaarding van het
uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid van burgers heeft ook
gevolgen voor het remigratiebeleid. Een remigratiesubsidie past daar
niet bij. Daarom zal het Kabinet de remigratiewet zodanig aanpassen
dat geen nieuwe aanvragen zullen worden gehonoreerd. Bestaande
aanspraken op grond van reeds toegezegde uitkeringen zullen worden
nagekomen. De coördinatie van het integratiebeleid is verder
uitgewerkt in de beleidsbrief behorende bij de jaarlijkse «Rapportage
Integratie Etnische» Minderheden.
terug
naar boven
Vreemdelingenbeleid
Om de effectiviteit van de maatregelen op het terrein van de
integratie en de inburgering van nieuwkomers en oudkomers te
vergroten, worden ze gecombineerd met maatregelen ter beperking van de
instroom, de bevordering van de uitstroom en de bestrijding van
illegaal verblijf.
De relatie met het EU-beleid
Het Nederlandse vreemdelingenbeleid kan en mag niet los worden gezien
van het beleid in de ons omringende landen. Nederland zal, als het
gaat om het toelatingsbeleid, niet een ruimhartiger beleid voeren dan
de ons omringende landen.Om secundaire migratiestromen tegen te gaan
moet het asiel- en migratiebeleid in de EU-landen met voorrang worden
geharmoniseerd. Het ambitieuze wetgevingsprogramma waarover op de
Europese Raad van Tampere in oktober 1999 meer concrete afspraken
gemaakt zijn, moet in beginsel voor het Nederlandse EU voorzitterschap
in de tweede helft van 2004 zijn afgerond. Een aantal aanvullende
wetgevingsinstrumenten is reeds voor die tijd tegemoet te zien.
Op 1 mei 2004 verwelkomt de EU tien nieuwe lidstaten. De Nederlandse
regering zal de overgangstermijn voor het vrij verkeer van werknemers
uit de toetredende landen niet hanteren. In het toelatingsbeleid
zullen de regelingen voor gemeenschapsonderdanen waar mogelijk vanaf 1
mei 2004 worden gebruikt voor werknemers en voor economisch
zelfstandigen uit de toetredende landen.
Op 1 mei 2004 treden op grond van het Verdrag van Nice een aantal
bepalingen in werking inzake gekwalificeerde
meerderheidsbesluitvorming op het terrein van asiel en migratie.
Deze hebben betrekking op:
- het visumbeleid;
- het terrein van maatregelen voor het vrij reizen binnen een periode
van drie maanden van derdelanders binnen de EU;
- de bestrijding van illegale immigratie en illegaal verblijf;
- de terugkeer.
Tot slot zullen per 1 mei 2004 maatregelen die worden genomen op basis
van reeds aangenomen verordeningen of richtlijnen ook onder de
gekwalificeerde meerderheidsbesluitvormingsregels vallen.
Asielbeleid
Om de asielinstroom te beperken zal onder meer worden gestreefd naar
betere opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio’s van
herkomst. Daartoe wordt onder meer overleg gevoerd binnen de EU en met
de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR). Van bijzonder
belang zijn de initiatieven van de UNHCR in het kader van de
zogenaamde Conventie Plus. Onder de noemer Conventie Plus zal de UNHCR
trachten afspraken te maken tussen landen van oorsprong, landen van
doorreis en landen van herkomst. De Nederlandse inzet in Conventie
Plus zal zijn om te komen tot een proefproject op het gebied van
bescherming in de regio. De voorbereidingen voor een dergelijk project
zullen in 2004 gestalte krijgen.
terug
naar boven
Eenmalige regeling
De in het Hoofdlijnenakkoord aangekondigde eenmalige regeling teneinde
een verblijfsstatus te geven aan een beperkte, nader af te bakenen
groep asielzoekers die vanwege inactiviteit van de overheid langer dan
5 jaar in een asielprocedure zijn, is inmiddels gereed. De verwachting
is dat de regeling nog dit jaar volledig kan worden uitgevoerd.
Terugkeerbeleid
Een rechtvaardig asielbeleid brengt met zich mee dat diegenen die niet
voor een verblijfsvergunning asiel in aanmerking komen dienen terug te
keren naar het land van herkomst. Een effectief terugkeerbeleid voor
afgewezen asielzoekers (inclusief alleenstaande minderjarige
asielzoekers (ama’s) is dan ook een onmisbaar onderdeel van het
asielbeleid. Het terugkeerbeleid vormt een belangrijk speerpunt van
het Kabinetsbeleid. Met name de terugkeer van asielzoekers die nog
onder de oude Vreemdelingenwet vallen, wordt geïntensiveerd. Daarbij
wordt onderscheid gemaakt tussen vrijwillige terugkeer en gedwongen
terugkeer. Bij vrijwillige terugkeer wordt de voorbereiding, het
vervoer en het vertrek naar het land van herkomst, gefaciliteerd door
onder meer de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De
komende periode zal bezien worden op welke wijze invulling kan worden
gegeven aan de in het Hoofdlijnenakkoord genoemde
terugkeerorganisatie. Hierbij zal het accent liggen op een
effectievere en efficiëntere organisatie van het huidige
terugkeerproces.
Amabeleid
Om de terugkeer van alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) te
bevorderen is besloten tot het scheiden van de opvang in twee
varianten: een terugkeervariant en een integratievariant. Een van de
mogelijkheden van de terugkeervariant is het zogeheten campusmodel,
waarbij alle inspanningen zijn gericht op het realiseren van de
daadwerkelijke terugkeer van ama’s naar het land van herkomst.
Overigens is het de bedoeling die daadwerkelijke terugkeer met
waarborgen te omkleden. Ama’s moeten het gevoel hebben dat ze naar een
veilige plek terugkeren. Zo is het de bedoeling in het najaar 2003 in
Angola een weeshuis te openen. Het campusmodel is gericht op de
ontmoediging van zowel jongeren in het land van herkomst om naar
Nederland te komen als van reisagenten om Nederland als
bestemmingsland aan te bevelen. De instroom van ama’s is de laatste
jaren sterk gedaald, ook als percentage van de totale asielinstroom.
De evaluatie van de terugkeervariant vindt najaar 2003 plaats. Op
grond van de resultaten zal het amabeleid 2004 verder vorm krijgen.
Daarnaast zal in 2004 aandacht zijn voor het verder ontwikkelen van de
voogdij- en opvangfunctie in de integratievariant.
terug
naar boven
Opvang
Een aanhoudend dalende instroom van asielzoekers, de intensivering van
de terugkeer en een snelle afhandeling van asielaanvragen moet leiden
tot een vermindering van het aantal benodigde opvangplaatsen. Naar
verwachting zal de behoefte aan opvangcapaciteit afnemen tot 20 000
opvangplaatsen in 2005. De daarmee gepaard gaande noodzakelijke krimp
van het aantal opvangplaatsen en de COA-organisatie wordt voortgezet.
Die noodzakelijke krimp is echter niet onbeperkt. Oog moet worden
gehouden voor de kwaliteit van de opvang. De kernopdracht van het COA,
te zorgen voor een humane opvang, dient overeind te blijven.
Regulier vreemdelingenbeleid
Om gezinsvorming te combineren met goede integratie worden binnen de
grenzen van internationale verdragen de voorwaarden voor gezinsvorming
aangescherpt ten opzichte van de Vreemdelingenwet 2000. De
minimumleeftijd voor gezinsvorming wordt verhoogd van 18 naar 21 jaar
en de inkomenseis wordt verhoogd tot 120% van het wettelijk
minimumloon. Daarnaast zal de Europese richtlijn inzake het recht op
gezinshereniging worden geïmplementeerd. De voorbereidingen daarvoor
zijn reeds getroffen.
Het beleid tot vereenvoudiging en versoepeling van de toelating van
hoog opgeleide kennismigranten wordt voortgezet. De ministeries van
Justitie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werken thans aan de
implementatie van de maatregelen die door de Tweede Kamer zijn
goedgekeurd. De regelingen voor kennismigranten zullen in 2004 in
werking treden.
Voor de indiening van een aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning regulier is, behoudens uitzonderingen, een geldige
machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) vereist. De aanvragen voor
deze machtigingen zullen sneller worden afgehandeld. Het monitoren van
de, op 1 juli 2002 in werking getreden, standaardprocedure zal inzicht
geven in de vraag in welke mate de getroffen maatregelen hebben
bijgedragen aan het verkorten van de doorlooptijd van de behandeling.
De ervaringen zullen in eerste instantie worden gebruikt om te bezien
hoe binnen de huidige wettelijke kaders de mvv-procedure verder kan
worden vereenvoudigd en geoptimaliseerd. Een belangrijke ontwikkeling
op dit terrein betreft de overdracht van alle reguliere
toelatingstaken van de vreemdelingendiensten aan de IND. De mvv-taken
zijn reeds op 1 april 2003 overgedragen. De overige toelatingstaken
zullen dit najaar worden overgedragen. De frontoffice taken van de
vreemdelingendiensten zullen in dit kader op 1 januari 2004 aan de
gemeenten worden overgedragen. Met de capaciteit die vrijkomt, zal de
politie het vreemdelingentoezicht intensiveren en zich daarbij met
name richten op de bestrijding van illegaliteit alsmede de terugkeer.
Door de ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken wordt gewerkt
aan de totstandkoming van een Visumwet. In de Visumwet wordt onder
meer Persexemplaar 29 voorzien in de overdracht van de formele
bevoegdheid voor visumverlening van de minister van Buitenlandse Zaken
aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. In Europees
verband wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een visa
informatiesysteem om uitwisseling van gegevens over visa tussen
EU-lidstaten te ondersteunen. Mogelijk wordt dit systeem gekoppeld aan
het Schengen Informatiesysteem.
terug
naar boven
Illegaliteit
Illegaal verblijf wordt tegengegaan. Het toezicht op (illegale)
vreemdelingen wordt verscherpt door onder andere effectiever mobiel
vreemdelingentoezicht. In het kader van de grensbewaking worden
maatregelen getroffen om illegale immigratie tegen te gaan, zoals het
aanspreken van vervoersondernemingen op hun verantwoordelijkheden.
Hierbij speelt het instrument gate-controles op Schiphol een
belangrijke rol.
Daarnaast komt er – door overheveling van toelatingstaken van de
vreemdelingendiensten naar de IND – capaciteit vrij bij de
Vreemdelingendiensten voor het uitoefenen van vreemdelingentoezicht en
daarnaast de bestrijding van migratiecriminaliteit. Verbetering van de
uitvoering van de vreemdelingenbewaring heeft doorlopend de aandacht.
Daarnaast wordt de rechterlijke toets in dergelijke bewaringszaken
door wetswijziging herzien, om de effectiviteit en efficiëntie van de
vreemdelingenbewaring verder te vergroten.
Criminele vreemdelingen en illegalen worden bij voorrang verwijderd,
indien nodig na intrekking van hun verblijfsvergunning en/of na
ongewenstverklaring. Met het oog op het bestrijden van illegaliteit en
het vergroten van de capaciteit voor gedwongen verwijderingen is in
2003 gestart met de realisatie van twee uitzetcentra op de luchthavens
Schiphol en Zestienhoven. In 2004 zijn 300 plaatsen beschikbaar en op
termijn 600 plaatsen. Na constatering van illegaal verblijf geldt ten
aanzien van gedwongen verwijdering dat intensiever gebruik zal worden
gemaakt van overheidsvluchten en doelgroepgerichte verwijdering. De
genoemde uitzetcentra faciliteren hierin.
Daarnaast is een van de middelen om illegale toegang en verblijf in
Nederland tegen te gaan het bevorderen van het gebruik van biometrie
in visa. Invoering van biometrische kenmerken op visumdocumenten is
afhankelijk van Europese besluitvorming. In Europees verband wordt
gewerkt aan het vaststellen welke gemeenschappelijke biometrische
kenmerken gebruikt gaan worden en welke mogelijkheden er zijn om
reisen identiteitsdocumenten, alsmede visa, van een biometrisch
kenmerk te voorzien. In nationaal verband zal worden onderzocht welke
concrete stappen Nederland vooruitlopend op Europese besluitvorming
reeds kan nemen. Parallel daaraan wordt het gebruik van biometrie in
de toelatingsen toezichtsprocessen voorbereid. Internationaal zet
Nederland in op intensivering van de Europese harmonisatie van de wet-
en regelgeving op het terrein van terugkeer en de bestrijding van de
illegale immigratie.
Tenslotte worden – naast de bestrijding van illegaal verblijf –
maatregelen genomen om het profiteren van illegale vreemdelingen tegen
te gaan. Het betreft hier maatregelen die onder andere liggen op de
terreinen van Beleidsagenda Persexemplaar 30 andere departementen. Er
zal, onder meer door middel van financiële sancties, worden opgetreden
tegen personen die zich via illegalen verrijken, zoals huisjesmelkers,
koppelbazen en werkgevers. Het tegengaan van misbruik van illegalen is
ook een aspect van de voorgenomen intensivering van de bestrijding van
mensenhandel, gedwongen prostitutie en jeugdprostitutie.
Download de Beleidsagenda van Justitie (pdf
150kb.)
terug
naar boven
|
|