De nieuwe vreemdelingenwet 2000
De Vreemdelingenwet 2000
en de bijbehorende Invoeringswet zijn op 1 april 2001 in werking
getreden.
De Vreemdelingenwet 2000 is erop
gericht om de kwaliteit van de beslissingen om een vreemdeling al dan
niet in Nederland te laten verblijven te verbeteren, het
vereenvoudigen van het verblijfsvergunningenstelsel, het aantal
procedures te verminderen en daardoor de procedureduur te verkorten.
Nieuwe wet
Net als onder de oude vreemdelingenwet kunnen asielzoekers voor een
verblijfsvergunning in aanmerking komen op grond van:
- internationale verplichtingen
(waaronder het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens);
- klemmende redenen van humanitaire
aard;
- van het beleid dat terugkeer naar
het land van herkomst van een bijzondere hardheid zou zijn vanwege
de algehele situatie aldaar.
Onder het huidige beleid betekent dit
dat ongeveer 20 procent van diegenen die een asielaanvraag indienen,
in aanmerking komt voor een (tijdelijke) vergunning.
Het afschaffen van de
bezwaarfase
In de oude procedure kon de asielzoeker wanneer zijn aanvraag was
afgewezen, bezwaar aantekenen en het bestuur vragen om een nieuwe
beoordeling. Deze bezwaarfase is vervallen. Tegen een negatieve
beslissing op de aanvraag, die binnen zes maanden moet worden genomen,
staat beroep bij de rechter open. De beslissing over het beroep mag in
Nederland worden afgewacht. Hiervoor is geen afzonderlijke beslissing
meer nodig. Het afschaffen van de bezwaarfase betekent dat de
kwaliteit van de IND-beschikking op de aanvraag moet worden verbeterd.
Dat gebeurt door de asielzoeker in staat te stellen zijn asielmotieven
duidelijk te maken en hem te vragen een reactie te geven op een
voorgenomen afwijzing. Deze reactie wordt door de IND meegewogen in de
toelatingsbeslissing. Uit de beslissing blijkt hoe de vreemdeling en
de IND de aanvraag beoordelen. Dit biedt voldoende basis voor een
rechtmatigheidtoets door de rechter.
Afwijzen
Het afwijzen van de aanvraag van de asielzoeker leidt automatisch tot:
- de plicht voor de asielzoeker om
Nederland binnen een zekere termijn te verlaten,
- beëindiging van de opvang,
- de mogelijkheid tot
uithuiszetting,
- de bevoegdheid tot uitzetting
(hiertegen kunnen niet langer - zoals voorheen - apart procedures
bij de rechter worden aangespannen).
Elke asielzoeker dezelfde vergunning en dezelfde asielstatus
Elke asielzoeker van wie de aanvraag wordt gehonoreerd krijgt dezelfde
vergunning voor bepaalde tijd, waaraan een voorzieningenpakket is
gekoppeld. Er wordt nog slechts één asielstatus verleend. Vóór 1 april
2001 waren er drie verschillende statussen, met elk een ander
voorzieningenpakket. Dat leidde tot veel "doorprocederen". Onder de
nieuwe wet kan iemand die een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
heeft gekregen niet verder procederen, omdat er maar één status is.
Wel kan de houder van een asielvergunning voor bepaalde tijd na drie
jaar in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde
tijd. Er komen dus twee vergunningen: één voor bepaalde tijd,
eventueel na drie jaar gevolgd door één voor onbepaalde tijd (het
zogenoemde volgtijdelijk systeem).
Het volgtijdelijk systeem: iedere asielzoeker dezelfde rechten en
voorzieningen
In het systeem krijgen alle asielzoekers van wie het verzoek om
toelating wordt gehonoreerd, dezelfde rechten en voorzieningen. Deze
voorzieningen worden voor een belangrijk deel bepaald door
internationale verplichtingen. Het zal aan houders van een vergunning
voor bepaalde tijd worden toegestaan om betaalde arbeid te verrichten.
Tevens komen zij in aanmerking voor studiefinanciering en huisvesting.
Gezinshereniging is in de wet voor statushouders mogelijk, maar
uitsluitend voor wie een zelfstandig inkomen heeft op 100% van het
bijstandsniveau, hetgeen (voor sommigen) een verzwaring is van de
huidige eis van 70%. Evenals thans het geval is moet de aanvraag door
de betrokkene vanuit het buitenland worden gedaan. Zonodig wordt door
middel van DNA-onderzoek de gezinsband vastgesteld.
Mogelijkheid tot verlenging
De wet biedt de mogelijkheid om bij ministerieel besluit voor bepaalde
categorieën vreemdelingen de normale beslistermijn van zes maanden te
verlengen met een jaar (totaal 1½ jaar). Van deze mogelijkheid kan
gebruik worden gemaakt, indien naar verwachting voor een korte periode
onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst, of
indien de situatie uit het land van herkomst naar verwachting op korte
termijn zal verbeteren, of indien het aantal ingediende aanvragen zo
groot is, dat de IND daarop niet binnen de zes maandentermijn kan
beslissen.
Illegaal
verblijf
In de wet zijn ook bepalingen met betrekking tot toezicht en
vrijheidsbeperkende en -ontnemende maatregelen opgenomen. Op basis van
de oude Vreemdelingenwet (art. 19) konden ambtenaren slechts van hun
bevoegdheid gebruik maken wanneer zij concrete aanwijzingen over
illegaal verblijf hadden. In de praktijk betekende dit dat een actief
vreemdelingentoezicht op straat nauwelijks plaats vond, omdat bij
personen op straat zelden concrete aanwijzingen voor illegaal verblijf
aanwezig waren. Om die reden is het criterium veranderd in: "indien
sprake is van feiten en omstandigheden die naar objectieve maatstaven
gemeten tot een redelijk vermoeden van illegaal verblijf aanleiding
geven". In dit criterium liggen waarborgen besloten voor een
non-discriminatoir gebruik van deze toezichtbevoegdheid.
Voorlichting
Het ministerie van Justitie heeft ten behoeve van het publiek en
van uitvoeringsorganisaties brochures gemaakt over de
Vreemdelingenwet 2000. Deze zijn in te zien en te downloaden vanaf
de sites van het ministerie van Justitie en de Immigratie en
Naturalisatiedienst.
Met vragen over de nieuwe
vreemdelingenwet kunt u via de Postbus 51 Infolijn de brochure
aanvragen: telefonische op werkdagen van 9.00 tot 21.00 uur op nummer
0800-8051 (gratis) of via internet:
www.postbus51.nl.
De afdeling In- en externe
communicatie van het ministerie van Justitie kan ook meer informatie
geven: telefonisch op werkdagen van 9.00 tot 15.00 uur op nummer (070)
370 68 50.
Informatie ten behoeve van de
vreemdeling is te vinden op de site van de Immigratie- en
Naturalisatiedienst
www.immigratiedienst.nl
Voor vragen of commentaar met
betrekking tot de inhoud van deze pagina's kunt u terecht bij de
Directie Voorlichting van Justitie,
telefoon: (070) - 3706850,
e-mail:
voorlichting@best-dep.minjust.nl,
fax: (070) - 3707594
09-01-04 |