is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Beleid

Terug naar: Eerste voortgangs-rapportage

Beleid

Rapportage
Groot project

BIJLAGEN

 

BIJLAGE A: ONTWIKKELTRAJECTEN TASKFORCE

De Taskforce kent de volgende ontwikkeltrajecten. Per onwikkeltraject zijn kort het doel en de te behalen resultaten in de vorm van producten beschreven.

1. De regierol van gemeenten.

Met dit ontwikkeltraject zal zowel de interne als externe regierol van gemeenten versterkt worden. Hiertoe draagt de Taskforce bij door gemeenten inzicht te geven in de huidige kwaliteit van hun regierol en door hen te ondersteunen bij de bepaling van het gewenste kwaliteitsniveau. Om te komen tot het gewenste niveau biedt de Taskforce handreikingen aan waarmee de regie van inburgering op bestuurlijk, management en uitvoerend niveau op een integrale wijze kan worden opgepakt en hoe de inburgeringsketen effectief kan worden gestuurd. De volgende producten worden opgeleverd: regiescan, handreikingen en concrete uitwerkingen van de regiefunctie, een visie op effectieve ketensturing, een workshop regievoering en good practices.

2. Intergemeentelijke samenwerking

Dit ontwikkeltraject is gericht op het stimuleren van intergemeentelijke samenwerking bij inburgering. De doelstellingen zijn het ontwikkelen van besef bij gemeentebestuurders en ambtenaren dat samenwerking een bijdrage levert aan de versterking van de effectiviteit en kwaliteit van de inburgering en kennisvergroting over wat er bij samenwerking komt kijken. In het ontwikkeltraject worden gericht twee pilot-regio’s van intergemeentelijke samenwerking ondersteund bij het zetten van een substantiële stap op het terrein van inburgering. Het betreft de pilot-regio Rijnmond, waarin wordt ingezet op intergemeentelijke samenwerking om te komen tot kennis- en expertise uitwisseling en de pilot-regio Parkstad, waarin getracht wordt een intergemeentelijk bureau nieuwkomers tot stand te brengen. De volgende producten worden opgeleverd: een brochure met goodpractices, een procesbeschrijving van de pilots, handreikingen voor intergemeentelijke samenwerking en een workshop intergemeentelijke samenwerking.

3. Inkoopfunctie gemeenten

Dit ontwikkeltraject beoogt de inkoopfunctie van gemeenten verder te professionaliseren en de totstandkoming van meer prestatiegerichte contracten te bevorderen, die de gemeenten in staat stellen om (mede) op basis daarvan (bij) te sturen. Dit ontwikkeltraject levert de volgende producten op: een model raam- en productovereenkomst met o.a. heldere productdefinities en prestatie-indicatoren, handreikingen voor de verbetering van organisatorische inrichting en het proces van inkoop, een model voor kostprijsberekening en een workshop inkoop.

4. Vraag en aanbod; uitval- en sanctiebeleid

Dit ontwikkeltraject beoogt een bijdrage te leveren aan de wijze waarop gemeenten en andere partners in de inburgeringsketen vraag en aanbod beter kunnen laten aansluiten, wachtlijsten bekorten en uitval beperken. In het ontwikkeltraject worden instrumenten ontwikkeld en goede voorbeelden uitgewerkt die voor de ketenpartners direct toepasbaar zijn en daarmee een bijdrage leveren aan het verbeteren van het totale inburgeringsproces. Buiten de hierboven genoemde zullen in dit ontwikkeltraject nog de volgende producten worden geleverd: een vraaganalyse-instrument oudkomers, een organisatiemodel voor een centraal coördinatiepunt wachtlijsten, een set van instrumenten ter bestrijding van uitval, zoals een handreiking, een workshop en praktijkvoorbeelden van uitval- en sanctiebeleid, waaronder vormen van verzuimpreventie en de toepassing van incentives.

5. Inburgeringsonderzoek

Dit ontwikkeltraject beoogt het verbreden en verbeteren van de kwaliteit van het inburgeringsonderzoek en de organisatie daarvan, zodat op basis van het onderzoek een individueel trajectplan kan worden opgesteld, gebaseerd op het eindperspectief van de inburgeraar. In het ontwikkeltraject wordt samen met de deelnemende gemeenten een visie ontwikkeld op de consequenties van een integrale aanpak van inburgering voor het inburgeringsonderzoek. Er worden kwaliteitscriteria geformuleerd waaraan een onderzoek dient te voldoen. Er worden verschillende methoden en instrumenten beschreven die ingezet kunnen worden bij het inburgeringsonderzoek. Er worden voorbeelden beschreven van de wijze waarop de organisatie van het onderzoek en de samenwerking tussen de verschillende betrokken organisaties vorm gegeven kan worden. Ook dit ontwikkeltraject levert een workshop op.

6. Duale trajecten

Dit ontwikkeltraject heeft tot doel het bundelen en het verspreiden van kennis en ervaring van de duale trajecten, alsmede het bevorderen van duale trajecten NT2 en werk, NT2 en beroepsopleiding, NT2 en opvoedingsondersteuning, NT2 en sociale activering. Daarnaast levert het ontwikkeltraject buiten de hierboven genoemde de volgende producten op: een brochure ‘stand van zaken duaal’ waarin de ervaring tot nu toe met duale trajecten die op landelijk niveau plaatsvinden worden beschreven en praktische tips gegeven. Vervolgens de ‘digitale werkwijzer duaal’, waarin heel concreet en praktisch wordt ingegaan op de vraag hoe een duaal traject moet worden opgezet, aan welke randvoorwaarden zij moeten voldoen, welke eisen daarbij gesteld worden, welke modellen kunnen worden onderscheiden e.d.. Tenslotte de ‘onderwijsmodule NT2 en opvoedingsondersteuning’, die samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt ontwikkeld. Het doel is om gemeenten te ondersteunen bij het kwalitatief goed opzetten van dergelijke trajecten. Daarvoor wordt ook een workshop ontwikkeld.

7. Onderwijsprogramma

Dit ontwikkeltraject heeft tot doel meer maatwerk en flexibiliteit in het onderwijsaanbod te genereren door: meer differentiatie in het tijdstip (avondcursussen) en de plaats (meer wijkgericht), meer maatwerk door het onderwijsaanbod meer af te stemmen op het doelperspectief en de leefomgeving van de cursist en het bevorderen van meer docent onafhankelijk onderwijs met behulp van ICT. Tenslotte heeft dit ontwikkeltraject tot doel het vergroten van de effectiviteit van het onderwijsaanbod NT2 door het verbeteren van de doorgeleiding door verspreiding van de portfolio methodiek. Dit ontwikkeltraject levert de volgende producten op: handreikingen t.b.v. vormgeving aan maatwerk, flexibiliteit, effectiviteit en efficiency, een beschrijving van vormen van docentonafhankelijk onderwijs, alsmede een uitwerking van de portfoliomethodiek. Tevens zal een aantal projecten met docentonafhankelijk onderwijs worden opgezet .

8. Traject- en maatschappelijke begeleiding

Dit ontwikkeltraject heeft tot doel het ontwikkelen van een visie op en het ontwik-kelen van een integrale aanpak van traject- en maatschappelijke begeleiding, die is toegesneden op de specifieke behoefte van de inburgeraars (nieuw- en oudkomers). Tevens worden voorbeelden ontwikkeld van een dergelijke integrale trajectbegeleiding voor inburgeraars. Daarbij wordt aangesloten bij vergelijkbare ontwikkelingen in de sociale zekerheid waar case management wordt geïntroduceerd. De bijdrage die maatschappelijke begeleiding kan leveren aan een betere integratie en participatie in de wijk wordt beschreven en aan de hand van verschillende voorbeelden nader uitgewerkt. In dit ontwikkeltraject zullen tevens vragenlijsten worden ontwikkeld en uitgetest op basis waarvan gemeenten onderzoek kunnen doen naar klanttevredenheid en behoeften aan vormen van begeleiding bij inburgeraars. Het ontwikkelingstraject voorziet ook in een workshop.

9. Kinderopvang

In de praktijk blijkt het ontbreken van kinderopvang een belangrijke oorzaak voor het bestaan van wachtlijsten, verzuim en uitval bij inburgering te zijn. In dit ontwikkeltraject wordt nagegaan op welke manier er op de behoefte van inburgeraars toegesneden vormen van kinderopvang kunnen worden ontwikkeld. Er wordt een behoefteonderzoek uitgevoerd om dit inzicht te verkrijgen. Twee verschillende vormen van kinderopvang (kinderopvang door professionele kinderopvangorganisatie en door het ROC) worden op effectiviteit en efficiency onderzocht, zodat gemeenten meer inzicht krijgen in de voor- en nadelen ervan. Buiten de hierboven genoemde worden de volgende producten opgeleverd: een instrument met behulp waarvan gemeenten zelf de behoefte aan kinderopvang onder inburgeraars kunnen vaststellen en een checklist voor gemeenten om een keuze te maken voor een bepaalde vorm van kinderopvang, alsmede een workshop.

10. Informatievoorziening

Het gebrek aan eenduidige informatie over de behaalde resultaten wordt zowel op het Rijks- als het gemeentelijke niveau als een groot knelpunt ervaren. In dit ontwikkeltraject wordt een informatiemodel inburgering ontwikkeld dat voorziet voor de komende paar jaar in de minimale informatiebehoefte van het Rijk én die van de gemeente. Het is een integraal model voor nieuw- en oudkomers. Het streven is daarbij gericht op vermindering van de administratieve last voor gemeenten mét een verbetering van de kwaliteit van de informatie. Voor de gemeenten betekent dit informatiemodel een belangrijk handvat om hun informatievoorziening te kunnen verbeteren.

Het resultaat is een informatiemodel inburgering dat door de vier betrokken departementen gezamenlijk is vastgesteld en is afgestemd op de haalbaarheid in de gemeentelijke praktijk; het informatiemodel beoogt voor de komende jaren te voorzien in de informatiebehoefte van het Rijk. Dit informatiemodel zal in juni 2002 worden opgeleverd.

Ter ondersteuning en uitwerking van het informatiemodel worden de volgende producten ontwikkeld ten behoeve van gemeenten: een voorbeeld- informatiemodel waarin het informatiemodel inburgering is uitgewerkt op basis van een ontwikkeltraject met vier gemeenten, alsmede een beschrijving van good practices bij gemeenten o.a. ten aanzien van de gegevensuitwisseling tussen gemeenten en uitvoeringsinstellingen.

Het voorbeeld-informatiemodel (dat ook een beschrijving van het werkproces op hoofdlijnen zal omvatten) is bedoeld als handvat voor gemeenten om hun informatievoorziening te verbeteren én als ijkpunt voor het implementatieplan. Dit voorbeeld-informatiemodel voor gemeenten zal in september gereed zijn evenals de good practices.

In het implementatieplan zal beschreven worden wat de conseqenties zijn van dit informatiemodel voor het Rijk en de gemeenten en op welke wijze het informatiemodel kan worden geïmplementeerd. Dit implementatieplan zal uiterlijk november 2002 gereed zijn.

BIJLAGE B: NADERE INFORMATIE OVER DUALE TRAJECTEN

In deze bijlage wordt u nader geïnformeerd over de diverse pilots, het monitoringsaspect, het Raamconvenant Grote Ondernemingen (RGO) en het ontwikkeltraject van de Taskforce Inburgering.

NT2 en beroepsopleiding (pilot ITTA)

De invoering van ‘geïntegreerde scholingstrajecten’ is een belangrijke - zo niet de belangrijkste - ontwikkeling geweest met betrekking tot de inburgeringsprogramma’s voor zowel oudkomers als nieuwkomers in de afgelopen tijd. Velen zijn inmiddels door het grote aantal praktijkvoorbeelden van geïntegreerde scholingstrajecten ervan overtuigd geraakt, dat het geijkte patroon - eerst inburgering, dan toeleiding naar een vakopleiding en tenslotte de beroepsopleiding zelf- kennelijk niet goed werkt. Zo’n opzet duurt lang, waardoor veel cursisten gedemotiveerd raken en afhaken.

Het project van het ITTA beoogde een landelijke campagne te starten onder ROC’s met als doel de ontwikkeling van geïntegreerde trajecten NT2-beroepsonderwijs voor anderstalige deelnemers te stimuleren, zowel voor nieuwkomers als oudkomers. De belangstelling vanuit verschillende ROC’s om te participeren in een campagne was erg groot: in totaal zijn 21 instellingen in 2001 gestart met deelname aan het project, waarvan aan het einde van 2001 op 18 ROC’s in totaal 93 trajecten liepen, 26 trajecten in voorbereiding waren en in totaal meer dan 1600 cursisten deelnamen.

Het principe van geïntegreerde scholing behelst een combinatie van taalleren, beroepsopleiding en oefening en meedraaien op een werkvloer. Doel van een geïntegreerd traject is altijd dat de anderstalige deelnemer niet alleen een hoog niveau NT2-vaardigheid bereikt maar in hetzelfde traject - binnen zo kort mogelijke tijd - een beroepskwalificatie, in ieder geval op KSB-niveau 1 (assistentenniveau) of op KSB-niveau 2 (niveau basisberoepsbeoefenaar). Door de verkorte opzet van het inburgeringsprogramma en door het werken naar een duidelijker einddoel is de inburgeraar meer gemotiveerd om het programma af te maken. De opzet van het programma is in de meeste gevallen als volgt:

fase 1: starten met veel NT2 en weinig vakopleiding

fase 2: NT2 en vakopleiding gelijk verdeeld

fase 3: vakopleiding met beperkte NT2 ondersteuning

Het ITTA heeft in zijn campagne gezorgd voor een verspreiding van de methodiek van geïntegreerde scholing en het trainen van koppels van docenten; de vakdocenten en taaldocenten. Tegelijkertijd heeft het ITTA tijdens op regelmatige basis georganiseerde overleggen aandacht besteed aan onder andere het opzetten van geïntegreerde trajecten, samenwerking tussen de verschillende docenten en afdelingen, de manier waarop cursisten geworven kunnen worden en samenwerking met gemeenten.

Vanwege het succes van deze campagne heeft het ministerie van BZK besloten ook in 2002 een financiële bijdrage te leveren om uitbreiding van de campagne naar de overige ROC’s mogelijk te maken. Hierdoor kunnen nieuwkomers en oudkomers die nu nog geen mogelijkheid hebben om (in een vroege fase) aan geïntegreerde taal-/beroepstrajecten deel te nemen, ook een duaal traject gaan volgen. De doelstelling van voortzetting van de campagne is tweeledig:

1) Verankering en verbreding van de opbrengsten van de campagne, zowel bij de reeds participerende ROC’s als bij de nieuw deelnemende scholen

2) Verspreiden van ervaringen, inzichten en producten die in de lopende campagne zijn vergaard onder een breed scala van actoren.

De inzichten die zijn opgedaan in de campagne van het ITTA zullen worden verwerkt in de handreiking duale trajecten.

NT2 en werk (pilot Orbis/Rijnconsult)

Vanaf het voorjaar van 2001 hebben Orbis en Rijnconsult in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder auspiciën van de Taskforce Inburgering een pilots ondersteund in de G4. In de pilots werd geëxperimenteerd met de methodiek van duale trajecten die uitgaat van een duidelijk einddoel van inburgeren, namelijk het verwerven van een betaalde baan. Centraal binnen het programma voor de inburgeraar staat de combinatie van werken en leren. De belangrijkste kenmerken van deze methodiek zijn:

-Het vertrekpunt is de vraag naar arbeid in een sector, regio en mogelijkheden van de inburgeraar;

-De deelnemende inburgeraar krijgt garantie op werk bij een specifieke werkgever of elders in de sector. Het moet daarbij gaan om een duurzame arbeidsrelatie waarop het normale loopbaanbeleid van de werkgever en sector van toepassing is;

-De toekomstige individuele werkgever van de inburgeraar wordt zo snel mogelijk bij het project betrokken;

-Het accent van het inburgeringstraject verschuift van scholing naar een combinatie van scholing en werk en van theorie naar een combinatie van praktijk en theorie;

-De inburgeraar went vanaf het begin aan een arbeidsritme doordat de dagindeling de praktijk van een werkdag volgt.

Het streven was om per stad twee pilots te starten met per pilot maximaal vijftien deelnemers. Dat streven is niet gehaald. In 2001 zijn in de steden Rotterdam en Den Haag in totaal drie pilots in drie sectoren gestart, waaraan in totaal 32 inburgeraars deelnemen. In 2002 worden in acht sectoren trajecten opgestart, waaraan naar verwachting 125 inburgeraars zullen deelnemen. Ook Amsterdam zal dan participeren. De werving voor de nieuwe pilots is op dit moment in volle gang.

De belangrijkste reden dat de kwantitatieve resultaten achterblijven bij de verwachtingen is de reeds genoemde complexiteit van samenwerking, die juist bij duale trajecten extra zichtbaar wordt. Dit speelt, zoals in het voorgaande genoemd, ook op lokaal niveau, waar gemeente, onderwijsinstelling, bedrijven en CWI of Sociale Dienst met elkaar samen moeten werken om succesvolle projecten tot stand te brengen.

Hoewel de pilots op kwantitatief niveau nog niet tot grote resultaten geleid hebben, is wel belangrijke winst geboekt op het procesmatige vlak. Door de pilots is inzicht verschaft in de wijze waarop verschillende instanties moeten en kunnen samenwerken om duale trajecten mogelijk te maken. Orbis/ Rijnconsult heeft in dat verband een aantal belangrijke aanbevelingen gedaan, die onder meer betrekking hadden op de regierol van de gemeente, de rol en inzet van de sectoren, de organisatie van de uitvoering en de financiering van duale trajecten.

Monitoring

Om de voortgang en resultaten van de pilots van het ITTA en Orbis/ Rijnconsult te meten is een monitor duale trajecten ontwikkeld. De gegevens uit de monitor worden verzameld en geanalyseerd door Regioplan. De monitor moet zicht geven op het bereik van de duale trajecten en de resultaten. Daarnaast wordt aan de hand van controlegroepen, die geen duaal traject maar alleen NT2-onderwijs volgen, onderzocht wat de invloed van het leren in een duaal traject is op de ontwikkeling van het taalniveau.

Het onderzoek valt in twee delen uiteen. Het ene deel heeft betrekking op de kwantitatieve aspecten van de pilot. Het tweede deel heeft betrekking op de ontwikkeling van de kennis van het Nederlands van de deelnemers. Een belangrijke vooronderstelling die ten grondslag ligt aan de duale trajecten is dat de deelnemers sneller voldoende taalniveau zullen bereiken dan bij een traject dat alleen uit NT2 bestaat. De centrale vraag in het tweede deel van het onderzoek luidt: "Dragen duale trajecten bij tot een sneller leren van Nederlands dan de ‘klassieke’ NT2-trajecten?" Er zijn nog geen gegevens beschikbaar over de ontwikkeling van het Nederlands van de deelnemers, aangezien dit onderzoek in april 2002 zal worden uitgevoerd. In de volgende rapportage zal hierover wel verslag worden gedaan.

In deze rapportage staat het eerste deel centraal, waarbij de beginsituatie rond de instroom in de trajecten wordt beschreven. Het kwantitatieve deel van het onderzoek moet inzicht geven in de instroom van deelnemers, de achtergrondkenmerken van de deelnemers, de uitval en uitstroompercentages. De gegevens zijn verzameld aan de hand van de voor dit doel ontwikkelde monitor. Gegevens in deze rapportage zijn gebaseerd op de eerste meting van de monitor, die gehouden is op 15 oktober 2001. In de monitor van oktober 2001 zijn 408 deelnemers in 28 trajecten opgenomen die deelnemen aan de campagne van het ITTA. Er zijn 12 deelnemers in één traject van Orbis/Rijnconsult opgenomen. Op basis van deze eerste meting zijn de volgende conclusies te trekken:

-De pilots lijken er goed in te slagen de beoogde doelgroep te bereiken. Er zijn vooral laagopgeleide anderstaligen ten hoogste NT2-niveau 2 ingestroomd;

-De uitval is vooralsnog beperkt. Dit hangt samen met het feit dat gevraagd werd naar gegevens over trajecten die pas onlangs gestart waren. Als belangrijkste reden voor uitval werd "persoonlijke factoren" genoemd.

-Er zijn nog weinig deelnemers die het traject reeds hebben afgerond.

Inmiddels is de monitor tweemaal, eenmaal in oktober en eenmaal in januari, door de verschillende deelnemende ROC’s ingevuld. Via de monitor zullen half mei en half oktober wederom gegevens over duale trajecten worden aangeleverd, die door Regioplan worden geanalyseerd. Over de resultaten hiervan zult u in de volgende rapportages worden geïnformeerd.

Raamconvenant Grote Ondernemingen

In het kader van het RGO zijn inmiddels met 31 bedrijven afspraken gemaakt over duale trajecten voor nieuwkomers en/of oudkomers. Het betreft combinaties van het leren van Nederlands en werk, soms aangevuld met het volgen van een (beroeps)opleiding. De doelgroep betreft zowel hoog- als lager opgeleiden. Voorbeelden van branches: logistiek, techniek, onderwijs, vervoer, metaal.

Het eerste bedrijf dat in het kader van dit convenant met een dergelijk traject is begonnen is TPG-Post. De voorbereidingen voor de uitvoering van dit programma ‘In-house Inburgering’ worden momenteel in 15 gemeenten getroffen. In een aantal gemeenten is het programma reeds gestart, terwijl in de gemeente Rotterdam een eerste ‘ronde’ als succesvol is afgerond en een tweede ronde van instroom van nieuwkomers in maart wordt verwacht.

De gemeenten die bij de uitvoering van deze pilot zijn betrokken hebben in een eerdere fase te kennen gegeven enthousiast te zijn over de aanpak, maar in de praktijk soms uitvoeringsproblemen tegen te komen. Naar aanleiding hiervan is door RuimBaan voor Minderheden en de Taskforce Inburgering een begeleidingstraject gestart dat onder meer is uitgemond in een methodiek aan de hand waarvan de pilots in gemeenten kunnen worden uitgevoerd en uitvoeringsknelpunten kunnen worden voorkomen.

In het kader van de pilot bij TPG-post is in een aantal gemeenten het duale programma reeds gestart, terwijl in de gemeente Rotterdam een eerste ronde als succesvol is afgerond en een tweede ronde van instroom van nieuwkomers in maart 2002 wordt verwacht. De voorbereidingen voor de uitvoering van dit programma ‘In-house Inburgering’ worden momenteel in 15 gemeenten getroffen, waarmee ook deze succesvolle aanpak van duale trajecten verder verspreid wordt.

Het RGO wordt in 2002 apart gemonitord, met expliciete aandacht voor de duale trajecten. De eerste uitkomsten van de monitor zullen in april van dit jaar bekend zijn, en in mei 2002 zal een tussenrapportage over de stand van zaken verschijnen. Volgens de planning zal eind 2002 een eindrapportage gepubliceerd worden

Ontwikkeltraject Duale Trajecten van de Taskforce Inburgering

Bij de inschrijving op de ontwikkeltrajecten van de Taskforce, vorig jaar zomer, bleek al snel dat de belangstelling voor het ontwikkeltraject duale trajecten zeer groot was. Na een zorgvuldige afweging, waarbij meespeelde of gemeenten al ervaring hadden met duale trajecten, werden 10 gemeenten en 1 ROC toegewezen aan dit ontwikkeltraject. Het gaat hierbij om de volgende deelnemers: ROC Amsterdam, Almelo, Breda, Den Haag, Delft, Gouda, Haarlem, Hengelo, Purmerend, Spijkenisse en Zaanstad.

Voordat wordt ingegaan op de inzet en activiteiten van gemeenten die aan dit ontwikkeltraject deelnemen, zal eerst op de definitie van duale trajecten worden ingegaan.

De definitie van duale trajecten zoals die wordt gehanteerd in het ontwikkeltraject is: Duale trajecten zijn trajecten waarbij twee trajectonderdelen worden gecombineerd en waarvan één onderdeel in ieder geval het leren van het Nederlands is. Het andere onderdeel bestaat uit een context waaraan dat leren van het Nederlands is opgehangen. Voor dit laatste onderdeel zijn vier vormen onderscheiden, te weten: werk, beroepsopleiding, opvoedingsondersteuning en sociale activering.

Voor deelname aan het ontwikkeltraject is zoals gezegd de eis gesteld dat de betreffende gemeente al duale trajecten in haar gemeente moet hebben lopen. Met de deelnemers is besproken waarop hun deelname aan het traject betrekking zou hebben. Daarbij heeft men kunnen kiezen tussen;

ofwel het opzetten van een of meerdere nieuw duale trajecten op een van de onderscheiden vormen;

ofwel het verbeteren van bestaande trajecten.

De doelstellingen van dit ontwikkeltraject is dan ook tweeledig:

1) Het stimuleren van het opzetten en uitvoeren van duale trajecten

2) Inzicht verkrijgen in succes- en faalfactoren bij het opzetten en uitvoeren van duale trajecten op de onderscheiden vormen.

Vanuit de genoemde doelstellingen kunnen de resultaten als volgt worden geformuleerd:

1) Kwantitatief: een verhoging van het aantal duale trajecten binnen de deelnemende gemeenten.

2) Kwalitatief: methodiekontwikkeling op onderdelen van de opzet en uitvoering van duale trajecten. Naast de inzet van de gemeenten in het ontwikkeltraject lopen er nog diverse andere initiatieven. De al eerder beschreven trajecten van ITTA, Orbis/Rijnconsult als mede de bedrijven die in het kader van het Groot Bedrijvenconvenant duale trajecten willen gaan opzetten worden vanuit het Rijk geëntameerd. Tussen de Taskforce en de betrokken departementen vindt afstemming plaats over de verschillende trajecten. Daarnaast zijn ook andere partijen bezig om duale trajecten handen en voeten te geven. Om versnippering te voorkomen worden in ieder geval de ervaringen met projecten die op Rijksniveau zijn opgezet bij elkaar gebracht in een handboek duale trajecten. Concreet betekent dit dat de ervaringen die zijn en worden opgedaan met bovenbeschreven trajecten, ook als input dienen voor het op te stellen handboek. Dit handboek kan na afronding gebruikt worden door gemeenten en andere organisaties bij het opzetten en uitvoeren van duale trajecten. Dit om te voorkomen dat elke keer weer opnieuw het wiel wordt uitgevonden en om het opzetten en uitvoeren van duale trajecten te stimuleren.

Terug naar: Eerste voortgangsrapportage

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.