Inburgering is een instrument van integratiebeleid
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling heeft op verzoek van het
kabinet advies uitgebracht over de vernieuwing van het
inburgeringsbeleid. Daarbij is vooral ingegaan op de relatie tussen
burgerschap en inburgering.
Het kabinet heeft de vraag gesteld of het mogelijk en wenselijk is
een relatie te leggen tussen het behalen van een inburgeringsexamen en
het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Het
bereiken van hoogwaardig burgerschap is een proces van jaren. Volgens
de RMO kan van een eenjarige inburgeringscursus niet worden verwacht
dat daarmee burgerschap voor gevorderden kan worden bereikt. Het is
meer een entree tot de samenleving. De RMO bepleit daarom een andere
benaming van de inburgeringscursus, bijvoorbeeld entreecursus.
Bij de cursus moet de ontwikkeling van talent centraal staan. ,,Het
gaat om het benutten van kansen, niet om de beheersing van
migratiestromen of de selectie van nieuwkomers.''
De Raad vindt dat het inburgeringsonderwijs bij het niveau van de
deelnemers moet aansluiten. Ook moet het beter kunnen worden
gecombineerd met werk of zorg voor jonge kinderen. De toetsing zou
moeten gebeuren met een puntensysteem waarmee de deelnemers hun zwakke
kanten kunnen compenseren met punten waar ze goed in zijn.
De Raad meent dat de koppeling tussen een entreediploma en een
permanente verblijfsvergunning een sluitstuk moet zijn van een reeks
van positieve prikkels waardoor deelnemers gemotiveerd worden en
blijven. Het betreft een wederkerige verantwoordelijkheid van de
aspirant-burgers, overheid en samenleving. Tenslotte bepleit de RMO
een plechtige ceremonie rond de uitreiking van entreediploma's waarmee
de waardering van de samenleving wordt uitgedrukt voor de prestaties
van de nieuwkomers.
Download:
Het advies van de RMO (pdf
256 kb.)
terug
naar boven
|