is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Beleid
Onder Beleid worden artikelen geplaatst die betrekking hebben op de vormgeving en uitvoering van het beleid. De officiële documenten worden in de traditie van InburgerNet uitgebreid en volledig weergegeven zodat InburgerNet de functie van naslagwerk volledig kan waarmaken. Uw werkboekenkast op internet.

Verder:
Regels, wet- en regelgeving

Inburgering is een instrument van integratiebeleid

Inburgeren met beleid : advies over duale trajecten taalverwerving

Voorwaarden van de VNG

Beleid

Rapportage
Groot project

Zevende voortgangsrapportage GPIO

Nummer

Datum
1

6 maart 2002

2

2 juli 2002

3

13 januari 2003

4

2 april 2003

5

29 augustus 2003

6

22 december 2003

7

20 april 2004

8

RESULTATEN ONDERZOEK WACHTLIJSTEN NT2 OUDKOMERS,
METING D.D. 1 DECEMBER 2003

Inleiding
Het onderzoek Wachtlijsten NT2 wordt al vanaf juli 2000 uitgevoerd. Er zijn twee peilmomenten per jaar, op 1 mei en 1 december. De gegevens geven door deze langere periode van metingen een goed overzicht van de ontwikkeling van deze wachtlijsten, de door- en uitstroom en de achtergrondkenmerken van de wachtenden.
In het navolgende worden de belangrijkste uitkomsten van de meting van 1 december 2003 weergegeven. Tevens wordt waar nuttig een vergelijking gemaakt met voorgaande metingen.

Uitkomsten peiling 1 december 2003
De peiling van 1 december 2003 geeft aan dat er 10.072 personen langer dan twee maanden staan ingeschreven bij een ROC. In vergelijking met de vorige meting op 1 mei 2003 is dat een afname met 74 personen. Evenals de vorige keer is de dynamiek van de wachtlijst geanalyseerd.

Dit is gedaan aan de hand van een aantal criteria:

  • een vergelijking tussen de twee maanden- en viermaandentermijn ;
  • de verhouding tussen de nieuwe instroom en de restgroepen uit de vorige metingen;
  • de mate van snelheid waarmee de restgroep van de wachtlijst verdwijnt;
  • het aantal nieuwe inschrijvingen.

Hieruit blijkt het volgende:

  • Het hanteren van de viermaandentermijn i.p.v. een tweemaandentermijn betekent een reductie van de wachtlijst met 22%. In voorgaande metingen lag dit percentage rond de 25%;
  • De verhouding tussen nieuwe instroom en de restgroep (personen die in vorige metingen al op de wachtlijst stonden) is in de meting van december 2003 fiftyfifty en komt overeen met de vorige meting maar is duidelijk verschillend van eerdere metingen toen de verhouding tussen nieuwe instroom en restgroep tweederde/eenderde was;
  • Het tempo waarmee de restgroep van de wachtlijst wordt afgevoerd is minder hoog, hetgeen overeenkomt met de vorige meting van mei 2003;
  • Het aantal nieuwe inschrijvingen (5.424) is iets meer dan bij de vorige meting.

Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de hoogte van de wachtlijst enerzijds wordt veroorzaakt door een nog steeds groeiend aantal nieuwe inschrijvingen en anderzijds doordat dit grotere aanbod niet snel genoeg doorstroomt naar een cursusaanbod. Daardoor blijven mensen langer op de wachtlijst staan.
Bovenstaande conclusies komen echter niet overeen met het landelijk beeld van de wachtlijsten. Al enkele jaren tonen de metingen aan dat de wachtlijstproblematiek er vooral een is van de grote gemeenten. Andere ROC’s hebben bij tijd en wijle wel een groeiende wachtlijst maar deze wordt in volgende peilperioden weer weggewerkt. De resultaten uit de metingen tonen steeds meer aan dat de wachtlijstproblematiek vooral voorkomt in de G4. Daarom analyseren de onderzoekers de situatie van de ROC’s in de G4 ook afzonderlijk.

De ROC’s in de G4
De wachtlijsten zijn niet evenredig verspreid over de ROC’s. Op de ROC’s van Amsterdam en Rotterdam staat 65% van het totale aantal wachtenden ingeschreven; de G4 hebben samen 83% van de totaal aantal wachtenden. Als alleen naar de nieuwe instroom wordt gekeken staat 77% ingeschreven bij een ROC in een van de G4, dat is weer 3% meer dan bij de vorige meting. Al in de vijfde voortgangsrapportage, waarin gerapporteerd werd over de meting van 1 mei 2003, werd gesignaleerd dat de wachtlijstproblematiek zich steeds sterker concentreert in de G4. De resultaten van deze laatste meting zijn een bevestiging hiervan. Tussen juli 2000 en december 2003 is de concentratie van de wachtlijsten in de G4 toegenomen van 63% naar 83%.

In tabel 1 is te zien hoe de instroom zich op de ROC’s in de G4 zich vanaf 2000 tot nu heeft ontwikkeld. In Rotterdam blijft de instroom hoog maar constant; in Utrecht beweegt de instroom zich op een laag maar constant niveau. In Den Haag neemt de instroom sinds december 2002 weer af. In Amsterdam neemt de instroom sinds december 2002 juist sterk toe. In de tabel is ter vergelijking ook de nieuwe instroom van de ROC’s buiten de G4 opgenomen. Deze neemt sinds december 2002 af en illustreert hoezeer de wachtlijstproblematiek zich tot de G4 (in feite vooral Amsterdam en Rotterdam) beperkt.

Tabel 1: Het aantal nieuwe wachtenden bij de ROC´s in de vier grote steden en de ROC’s in de overige steden op zeven peildata

Nieuw op de wachtlijst OP

1-12-00 1-5-01 1-12-01 1-5-02 1 -12-02 1-5-03 1-12-03
Rotterdam 1.987 1.605 1.708 1.889 1.747 1.619 1.620
Amsterdam 806 1.109 926 793 1.384 1.593 1.904
Utrecht 473 134 289 199 203 168 185
Den Haag 608 417 415 506 649 534 457
Overige ROC’s 2.319 1.917 1.102 1.564 1.548 1.429 1.258
TOTAAL 6.193 5.182 4.440 4.951 5.531 5.343 5.424
Het onderzoeksbureau heeft ook een analyse uitgevoerd op de opbouw van de wachtlijsten in de G4. Hieruit blijkt dat in zowel Rotterdam als Amsterdam de doorstroom stagneert. De toch al hoge instroom wordt daardoor niet voldoende verwerkt waardoor de wachtlijst toeneemt. De wachtlijst van Den Haag werd tot december 2002 gekenmerkt door een snelle doorstroming. Vanaf die tijd stagneert deze maar omdat de instroom van december 2003 wat lager uitvalt dan in de meting van mei 2003 is er geen sprake van een groeiende wachtlijst. In Utrecht is er sprake van een lage instroom. Omdat ook de doorstroom groter wordt neemt de wachtlijst van Utrecht al vanaf december 2001 af.

De gemeente Amsterdam is inmiddels in gesprek met het ROC over de oplopende wachtlijst. Met inzet van het beschikbare budget uit de Regeling inburgering oudkomers G54 2004 wil de gemeente een aantal wachtenden een programma aanbieden.

De ROC’s buiten de G4

Tabel 2: Vergelijking stand van zaken wachtlijsten van de 37 ROC’s gevestigd buiten de G4

Nieuw op de wachtlijst OP

1-12-03 1-5-03 1-12-02 1-5-02
Grotere wachtlijst 8 14 13 21
Kortere wachtlijst 14 12 15 9
Geen wachtlijst 14 11 9 6
Meer dan 100 wachtenden 7 10 6 9
TOTAALaantal wachtenden 1.650 (gemiddeld 44,5 wachtenden per ROC) 1.957 (gemiddeld 52,8 wachtenden per ROC) 1.838 (gemiddeld 49,6 wachtenden per ROC) 2.108 (gemiddeld 56,9 wachtenden per ROC)

Uit tabel 2 blijkt dat de situatie op de ROC’s buiten de G4 beter is dan in alle metingen daarvoor. Er zijn minder wachtenden, het aantal ROC’s met een groeiende wachtlijst is verminderd, er zijn meer ROC’s met een kortere wachtlijst en het aantal ROC’s met een wachtlijst van meer dan 100 personen is verminderd. Ook deze gegevens onderstrepen de stelling dat de wachtlijstproblematiek steeds meer wordt teruggebracht tot iets wat vooral speelt in de twee grootste gemeenten uit de G4.

Van de 10.202 personen die op de oorspronkelijke wachtlijst van 1 juli 2000 stonden zijn nog 22 personen (0,2%) over. Zij staan bij 4 ROC’s ingeschreven.

De kenmerken van personen op de wachtlijst van 1 december 2003
Niet alle ROC’s beschikken over gegevens over alle achtergrondkenmerken van personen die op de wachtlijst worden geplaatst omdat zij ervoor kiezen dit pas in een later stadium, bijvoorbeeld in het intakegesprek of bij de start van het taalprogramma, te registreren.

De achtergrondkenmerken die bekend zijn worden door de onderzoekers bij elke meting verzameld. Hieruit blijkt dat een aantal gegevens redelijk in overeenstemming zijn met die uit vorige metingen. Zo is, net als bij de meting van 1 mei, 43% afkomstig uit de traditionele migrantengroepen (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen). Van de wachtenden is 61,5% ouder dan 30 jaar. Dit scheelt een paar procent met de vorige meting maar ligt nog altijd een stuk hoger dan in de eerste metingen toen een beduidend groter aantal jonger dan 30 jaar was.
Echter, wat betreft opleiding heeft 31,2% (was 17%) ten hoogste de basisopleiding doorlopen, heeft 33,4% (was 37,3%) ten hoogste twee jaar vervolgonderwijs, 19,6% (was 32,5%) het voortgezet onderwijs doorlopen en 15,7 (was 15%) hoger onderwijs. Hieruit blijkt dat het opleidingsniveau duidelijk veel lager ligt dan in de vorige peiling.

Wachtlijstbeheer en –beleid
In juni 2001 hebben de VNG, de Bve Raad en de Taskforce Inburgering gezamenlijk aanbevelingen gedaan over het wachtlijstbeheer en –beleid voor oudkomers. Dit werd gedaan omdat uit het wachtlijstonderzoek bleek dat de ROC’s heel verschillend omgingen met de vraag wie wanneer op een wachtlijst werd geplaatst. Sindsdien wordt het effect van deze afspraken opgenomen in het wachtlijstonderzoek NT2 oudkomers.

De aanbeveling om alleen die personen op de wachtlijst te plaatsen aan wie geen aanbod geboden kan worden vanwege capaciteitsgebrek of een niet-passend aanbod, vindt de meeste navolging: 27 van de 40 ROC’s maken hierover afspraken met de gemeente.
Het hanteren van een viermaanden- i.p.v. een tweemaandentermijn wordt door een derde (13) van de ROC’s gehanteerd. Slechts enkele (4) ROC’s maken afspraken met de gemeenten over het opschonen van de wachtlijsten.

Draaideureffect
Vanaf de meting van mei 2002 wordt onderzocht of diegenen die van de wachtlijst verdwijnen of stoppen tijdens het volgen van een cursus zich weer opnieuw melden en op de wachtlijst worden geplaatst.
Uit de gegevens van mei 2002 bleek deze groep 1,5% te zijn en in december 2002 5%. Inmiddels is dit opgelopen tot 7%. Uit het oplopend percentage blijkt dat een aantal mensen, na uitgevallen te zijn, zich opnieuw inschrijft voor een cursus. Tot nu toe gaat het om een betrekkelijk gering percentage mensen.

Conclusie De wachtlijstproblematiek wordt meer en meer teruggebracht tot iets wat met name speelt in de gemeenten uit de G4. Van het totaal aantal wachtenden staat immers 83% ingeschreven in de G4.
De situatie op de ROC’s buiten de G4 is in deze meting beter dan in alle metingen daarvoor. Er zijn minder wachtenden, het aantal ROC’s met een groeiende wachtlijst is verminderd, er zijn meer ROC’s met een kortere wachtlijst en het aantal ROC’s met een wachtlijst van meer dan 100 personen is verminderd.

Hoewel de peiling van 1 december 2003 aangeeft dat er 10.072 personen opstaan, die langer dan twee maanden staan ingeschreven bij een ROC, blijkt dat er daarbij sprake is van steeds wisselende personen. Van de oorspronkelijke wachtlijst van 1 juli 2000 waarop 10.202 personen stonden zijn in totaal nog 22 personen over. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een ‘ijzeren werkvoorraad’ van circa 10.000 personen die op de wachtlijst staan.

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.