is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Beleid

Lees het advies van de Commissie Franssen (pdf 290kb.)

Download: Inburgering nieuwkomers 2002 Inhoudelijk verslag van resultaten en uitvoering (Document in pdf 885kb.)

Beleid

Inburgering nieuwkomers 2002
Inhoudelijk verslag van resultaten en uitvoering













Samenvating

1. Inleiding

Inhoudelijk verslag nieuwkomers
Op basis van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) voeren gemeenten het nieuwkomersbeleid uit. Door middel van inhoudelijke verslagen rapporteren gemeenten jaarlijks aan het Rijk over de in- door en uitstroom van nieuwkomers, over demografische gege­vens en over een aantal kwalitatieve aspecten binnen het inburgeringsproces. Een in­houdelijk verslag bestaat uit een vragenlijst die door het Rijk wordt verstrekt en door de gemeente wordt ingevuld. Jaarlijks worden de inhoudelijke verslagen verzameld, ge­analyseerd en vergeleken met analyses van voorgaande jaren.

Opzet samenvatting
In de tekst is een driedeling in het inburgeringsproces aangebracht: de fase vooraf­gaand aan het programma (instroomfase), het doorlopen van het programma (pro­grammafase) en de activiteiten in het kader van doorgeleiding (doorgeleidingsfase). Onderstaand schema geeft aan welke activiteiten bij welke fase horen.

Deze samenvatting bevat de kernpunten van het rapport. In paragraaf 2 wordt gerap­porteerd over het aantal keer dat een bepaalde activiteit heeft plaatsgevonden in 2002. Dat betekent niet dat de informatie over opeenvolgende stappen dezelfde personen be­treft. Het volgen van groepen nieuwkomers door het proces wordt in paragraaf 3 be­handeld. In paragraaf 4 wordt een aantal conclusies gepresenteerd.

2. Activiteiten in 2002

In 2002 is een 'instroom' van 38.951 personen te zien. Dit is een optelsom van het aan­tal personen dat zich in 2002 heeft gemeld, het aantal dat zich ten onrechte niet heeft gemeld en het aantal keer dat een ontheffing voor het inburgeringsonderzoek is toege­kend. In 2002 zijn 30.714 personen met het inburgeringsonderzoek gestart. 25.693 personen hebben een vaststellende beschikking ontvangen, wat betekent dat zij een programma moesten gaan volgen. Er zijn in 2002 15.235 verklaringen uitgereikt en 11.858 keer is een nieuwkomer doorgeleid.

Om de hiervoor genoemde aantallen in een historisch perspectief te plaatsen, treft u hieronder een overzicht aan van deze aantallen voor de jaren 2000, 2001 en 2002. De­ze tabel vergelijkt het aantal keer dat een activiteit (bijvoorbeeld het uitreiken van ver­klaringen) in één jaar plaatsvindt met aantallen uit andere jaren.

3. Uitvoering nieuwkomersbeleid vanaf 1999

Ontwikkelingen in de uitvoering worden herkenbaar door het onderling vergelijken van cohortanalyses. Met een cohortanalyse wordt een groep personen, die meldingsplichtig wordt in één jaar, gevolgd tot aan het moment dat zij het inburgeringsproces verlaten. Vanwege de duur van het inburgeringsproces (± anderhalf jaar) is de laatste groep nieuwkomers waarvan een cohort kan worden samengesteld, de groep die meldings­plichtig is geworden in 2001. Deze groep heeft in 2001 en 2002 de verschillende fasen van het inburgeringsproces doorlopen. Dit jaar zal worden gerapporteerd over 2003, waardoor de groep nieuwkomers uit 2002 volledig in beeld kan worden gebracht.

Onderstaande grafiek a geeft een vergelijking in aantallen tussen het inburgeringsproces van de cohorten 1999 tot en met 2001. Grafiek b geeft voor de groep meldings­plichtigen uit 2001 weer hoe zij het inburgeringsproces hebben verlaten. De meest rechtse kolom geeft een totaalbeeld van de uitstroom. In het rapport is deze grafiek ook voor de cohorten uit 1999 en 2000 gepresenteerd.

In de volgende alinea's worden de ontwikkelingen voor de instroom- , programma- en doorgeleidingsfase beschreven.

Inburgeringsproces in aantallen

Instroomfase
Tijdens de instroomfase moeten personen zich melden en wordt vastgesteld of aan het inburgeringsonderzoek deelgenomen moet worden. Het aantal meldingsplichtigen ligt in 2001 ca. 50% hoger dan in 1999. De groep uit 2001 bestaat, in vergelijking met voor­gaande jaren, uit minder personen met een Nederlands paspoort en uit meer gezins­vormers. Het aandeel asielzoekers blijft gelijk.

Er zijn steeds meer personen die zich niet melden. Voor de groep uit 1999 was dat 10% en voor de groep 2001 is dit gestegen naar 16%. Het percentage ontheffingen neemt af van 7% voor de meldingsplichtigen uit 1999 tot 4% voor de groep uit 2001.

Inburgeringsonderzoek
Tijdens het inburgeringsonderzoek wordt vastgelegd of een persoon een programma moet gaan volgen. Naar verhouding is het aantal personen dat is vrijgesteld van het inburgeringsprogramma gelijk gebleven (7%).

Het aantal nieuwkomers dat een programma moet volgen (= aantal vaststellende be­schikkingen) neemt toe. Maar door de grotere toename van het aantal meldingsplichti­gen neemt het percentage nieuwkomers dat een programma moet volgen af. Een van de oorzaken is de toename van uitval tijdens het inburgeringsonderzoek van 1.523 in 1999 (6% van meldingsplichtigen), naar 3.635 in 2001 (9% van meldingsplichtigen).

Programmafase
Tijdens de programmafase volgt de nieuwkomer de onderdelen die in de vaststellende beschikking zijn overeengekomen. Van de totale groep nieuwkomers 2001 die aan een programma zijn begonnen, heeft 72% (18.217) het programma verlaten mét een verkla­ring. 17% nam op de peildatum 31 december 2002 nog deel aan het programma. 11 is tijdens het programma uitgevallen. Het aantal nieuwkomers dat het programma met een verklaring afrondt stijgt. Uit 1999 rondde 56% (10.313) het programma af en uit 2000 was dat 67% (13.953). De uitval neemt af van 39% voor de groep nieuwkomers uit 1999 naar 22% voor 2000 en naar 11 % voor 2001.

Doorgeleidingsfase
Nadat nieuwkomers een verklaring hebben ontvangen, voorziet het nieuwkomersbeleid in een doorgeleiding naar werk, educatie of sociale zelfredzaamheid. Van de groepen nieuwkomers uit 1999, 2000 en 2001 neemt het absolute aantal dat wordt doorgeleid toe (zie grafiek a). Ook het percentage doorgeleidingen ten opzichte van het aantal dat gestart is met een programma loopt geleidelijk op van 43% uit '99 en 47% uit '00 tot 49% uit '01.

Echter, van een groeiend aantal nieuwkomers is niet bekend of zij wel of niet zijn door­geleid. Dit betreft 2.372 (10%) uit de cohort '99, 4.164 (14%) uit cohort '00 en 5.756 (15%) personen uit de cohort '01.

4. Conclusies

1. In- door- en uitstroom
Vanaf het moment dat nieuwkomers zelf actief aan het proces deelnemen (na de vast­stellende beschikking), blijkt een steeds groter deel het proces te volgen tot en met het ontvangen van een verklaring (einde programma). De uitval tijdens het programma neemt door de jaren dan ook af.

Dit beeld gaat niet op voor de instroom- en doorgeleidingsfase.

·     Er is een toename van het aantal niet-melders en sprake van meer uitval tijdens het inburgeringsonderzoek. Blijkbaar hebben gemeenten en hun uitvoerende partners moeite met het werven en vasthouden van nieuwkomers voordat het programma be­gint.

·      In de fase na de uitreiking van de verklaring blijkt de gemeente het zicht op de nieuwkomer te verliezen. Van een sterk toenemend aantal nieuwkomers is onbekend of ze zijn doorgeleid. Voor de groep 2001 gaat het over ongeveer een derde van het aantal personen met een verklaring.

2. Administratieve organisatie
185 gemeenten waren pas na de inlevertermijn in staat het verslag 2002 in te leveren en bij 218 gemeenten was aanvullend onderzoek nodig om de 'basisgegevens' op orde te krijgen. Het merendeel van de gemeenten is na een aantal jaar nog onvoldoende in staat om de gevraagde gegevens te verzamelen, te bewerken en te rapporteren. Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat informatie soms niet aanwezig is, dat gevraagde selecties niet kunnen worden gemaakt en dat een aantal vragen op meerdere manieren worden geïnterpreteerd.

3. Taalonderwijs
De gemeenten rapporteren over een stijgend aantal verklaringen en dus afgeronde programma's. Het met de nieuwkomer overeengekomen aantal uur taalonderwijs daalt en het daarvan daadwerkelijk gevolgde aantal uur daalt ook. Dit zou betekenen dat met minder taalonderwijs toch het afgesproken resultaat wordt bereikt. Echter, het verschil tussen het beoogde gemiddelde eindniveau van 2,2 en het gerealiseerde eindniveau van 1,4 ondersteunt deze conclusie niet.

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.