Wetsvoorstel Inburgering in het buitenland
Het gaat hier om een wetsvoorstel. De beoogde ingangsdatum is nog onbekend, dit is afhankelijk van goedkeuring door Tweede en Eerste Kamer.
Wat houdt het wetsvoorstel in?
Het wetsvoorstel betekent dat de regering voorstelt dat er in de Vreemdelingenwet 2000 een nieuwe voorwaarde (toelatingsvereiste) wordt opgenomen voor het krijgen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze nieuwe voorwaarde houdt in dat mensen voordat ze naar Nederland komen basiskennis moeten hebben van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving. Dit wordt getoetst door examen te doen in het land van herkomst.
Het toelatingsvereiste geldt alleen voor mensen die:
- om naar Nederland te kunnen komen een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) moeten hebben, en
- die nadat zij in Nederland zijn aangekomen als nieuwkomer volgens de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) verplicht zijn in te burgeren.
Lees meer over:
Het wetsvoorstel
Waarom dit wetsvoorstel?
Het wetsvoorstel is een gevolg van het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet van 16 mei 2003. Daarin staat: “Wie zich duurzaam wil vestigen in ons land moet actief aan de samenleving deelnemen en zich de Nederlandse taal eigen maken, zich bewust zijn van de Nederlandse waarden, en de normen naleven.”
Wat is het doel van het wetsvoorstel?
Van vreemdelingen die er vrijwillig voor kiezen zich voor lange tijd in Nederland te vestigen wordt verwacht dat zij zich in het buitenland voorbereiden op hun komst naar Nederland. Omdat integratie in de Nederlandse samenleving een langdurig proces is, is het belangrijk dat nieuwkomers voor hun komst naar Nederland de Nederlandse taal op een basisniveau beheersen en kennis hebben genomen van de samenleving waarin ze terecht komen. Daardoor zal het integratieproces na aankomst in Nederland beter verlopen.
Wat zijn de doelgroepen van het wetsvoorstel?
De plicht om eerst in het buitenland inburgeringsexamen te doen, geldt voor mensen die:
- om naar Nederland te kunnen komen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) moeten hebben, en
- die nadat zij in Nederland zijn aangekomen als nieuwkomer volgens de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) verplicht zijn in te burgeren.
Het gaat vooral om mensen die een gezin willen vormen (bijvoorbeeld trouwen) met iemand in Nederland of die zich willen herenigen met familieleden die al in Nederland wonen.
Geestelijke bedienaren
Ook geestelijke bedienaren die voor werk in loondienst naar Nederland komen zullen het inburgeringsexamen moeten doen.
Leerplichtige jongeren
Jongeren vanaf 17 jaar vallen onder de Wet Inburgering Nieuwkomers en zullen daarom ook het inburgeringsexamen in het buitenland moeten doen. Jongeren van 16 jaar hoeven alleen het inburgeringsexamen in het buitenland te doen als zij maar voor een deel leerplichtig zijn.
De Wet inburgering nieuwkomers geldt niet voor vreemdelingen die slechts tijdelijk naar Nederland willen komen, zoals studenten, au pairs en arbeidsmigranten. Het wetsvoorstel Inburgering in het buitenland geldt dus ook niet voor hen. Zij hoeven straks dus geen examen te doen in het land van herkomst.
Worden er ook vrijstellingen verleend?
In het wetsvoorstel wordt voorgesteld dat de volgende groepen mensen vrijstelling krijgen van het inburgeringsexamen in het land van herkomst (toets Nederlandse taal en Kennis van de Nederlandse Samenleving) (artikel 17, eerste lid Vreemdelingenwet 2000).
- Vreemdelingen die uit één van de landen van de EU, EER, Zwitserland, de Verenigde Staten en Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Japan komen;
- vreemdelingen die vanwege hun gezondheid niet kunnen reizen;
- vreemdelingen die slachtoffer of getuige-aangever zijn van vrouwenhandel;
- vreemdelingen die al een verblijfsvergunning hebben;
- de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën vreemdelingen (artikel 3.71 van het Vreemdelingenbesluit 2000).
Deze groepen vreemdelingen hoeven dus geen inburgeringsexamen in het land van herkomst te doen. Maar als zij volgen de Wet inburgering nieuwkomers wel nieuwkomer zijn, zullen ze wel nadat zij in Nederland zijn aangekomen (de rest van) het inburgeringstraject in Nederland moeten volgen.
Wat betekent het wetsvoorstel voor asielmigranten en hun gezinsleden?
Voor asielmigranten verandert er met dit wetsvoorstel niets. Voor het krijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hoef je geen machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) te hebben. Ook de echtgeno(o)t(e), de partner en het kind van de toegelaten asielmigrant hoeven geen inburgeringsexamen in het land van herkomst te doen als zij naar Nederland willen komen voor gezinshereniging (dit is geregeld in artikel 29, eerste lid, onder e en f van de Vreemdelingenwet 2000).
Nadat asielzoekers in Nederland zijn toegelaten zullen zij wel (de rest van) het inburgeringstraject in Nederland moeten volgen.
Geldt dit wetsvoorstel ook voor mensen met de Nederlandse nationaliteit die buiten Nederland zijn geboren, bijvoorbeeld voor Antillianen?
Nee, het wetsvoorstel geldt niet voor deze mensen. Zij hoeven dus geen inburgeringsexamen in het land van herkomst te doen. De Vreemdelingenwet 2000 is namelijk niet op hen van toepassing.
Wanneer treedt de wet in werking?
Het wetsvoorstel is 9 juli 2004 ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel moet in de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. Als beide kamers instemmen met het voorstel zal de Wet Inburgering in het buitenland in het Staatsblad worden geplaatst en daarna in werking treden. Vanaf dat moment geldt dat bepaalde groepen vreemdelingen die naar Nederland willen komen eerst een inburgeringsexamen in het land van herkomst moeten doen.