Sinds 1 april 2003 moet voor een verzoek om naturalisatie tot Nederlander de naturalisatietoets worden afgelegd. Vrijgesteld van deze toets is degene die in het bezit is van het certificaat als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet Inburgering nieuwkomers (WIN) met de aantekening dat NT2 niveau 2 is behaald. In de WIN is aangegeven dat de toets aan het einde van het educatieve programma, maar uiterlijk binnen één jaar, wordt afgenomen. Deze systematiek beoogt enerzijds de deelnemer niet langer dan nodig in het inburgeringstraject te houden en anderzijds de deelnemer te toetsen op het moment dat het educatieve programma daadwerkelijk is afgerond. Voor de deelnemer is het van groot belang dat de niveaus op de verklaring van de onderwijsinstelling ook daadwerkelijk een afspiegeling zijn van de kennis en kunde van de deelnemer aan het eind van het educatieve programma.
In de praktijk blijken onderwijsinstellingen de toets vervroegd af te nemen om op deze wijze te voorkomen dat uitval van deelnemers tot minder inkomsten leidt. Immers het aantal deelnemers dat aan het einde van het educatieve programma een toets aflegt is vaak minder dan het aantal deelnemers dat aan het educatieve programma begonnen was. Door deze te vroege toetsing vermindert voor de inburgeraar evenwel de kans op een toetsresultaat zoals omschreven in artikel 11 van de WIN. Door deze handelwijze kunnen, zoals recent is gebleken, problemen ontstaan rond de aanvraag van naturalisatie, waarbij mensen claimen tijdens de inburgering een hoger niveau van NT2 behaald te hebben dan blijkt uit het WIN-certificaat. Het resultaat aangegeven op de WIN-certificaat zou gebaseerd zijn op een toets die al twee maanden na de start van het educatieve programma moest worden afgelegd. Uit de praktijk zijn ook gevallen bekend, waarin de verzoeker om naturalisatie beschikt over een WIN-certificaat met een te laag niveau voor vrijstelling van de naturalisatietoets, behaald kort na de aanvang van het inburgeringstraject, en een verklaring van de onderwijsinstelling dat betrokkene bij afsluiting van zijn inburgeringstraject het NT2, niveau 2 heeft behaald. In zo’n geval is betrokkene niet vrijgesteld van de naturalisatietoets. Het komt in een enkel geval zelfs voor dat betrokkene met het oog op de vrijstelling van de naturalisatietoets de gemeente om afgifte van een tweede WIN-certificaat verzoekt.
Graag wil ik u verzoeken om bij de onderwijsinstelling aan de orde te stellen dat een vroege toetsing in het inburgeringstraject op de bovengeschetste wijze tot benadeling van de inburgeraar kan leiden en dat er bovendien geen sprake is van een correcte uitvoering van zowel artikel 10, eerste lid als van artikel 13, tweede lid, van de WIN.
Bij uitreiking van een WIN-certificaat, waarbij het onderliggende toetsresultaat niet ten minste NT2, niveau 2 is, verzoek ik u tevens, gelet op uw medeverantwoordelijkheid voor een correcte uitvoering van de WIN, op toe te zien of betrokkene de inburgeringstoets heeft afgelegd tegen het eind van het voor hem/haar vastgestelde inburgeringsprogramma. Is dit veelvuldig niet het geval bij een onderwijsinstelling, dan verzoek ik u met deze onderwijsinstelling het gesprek aan te gaan.
Ik verzoek u deze brief door te geleiden naar uw gemeentelijk contactpersoon voor de Wet Inburgering nieuwkomers.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
M.C.F. Verdonk
Download: Tijdstip van toetsing in het WIN-inburgeringstraject in relatie tot de naturalisatietoets (pdf 13kb.)