Uit de begroting 2005 van het ministerie van justitie
Integratie
Sinds het begin van de jaren zestig hebben grote groepen migranten uit niet-westerse landen zich in ons land gevestigd. Ze komen uit landen die sociaal-economisch en cultureel ver afstaan van de westerse wereld. Mede hierdoor is de afstand tussen autochtonen en etnische minderheden nog te groot. Voor het behoud van de samenhang van de Nederlandse samenleving is het nodig dat de migranten en hun kinderen in Nederland integreren. Dat gaat niet vanzelf. Het vergt, naast hun eigen inspanningen en verantwoordelijkheid, beleid en maatregelen van de Nederlandse overheid. Het ministerie van Justitie heeft tot taak dit integratiebeleid te coördineren en een aantal onderdelen ervan zelf uit te voeren.
Beleidsdoelstelling
Integratie van etnische minderheden in de Nederlandse samenleving resulterend in gedeeld burgerschap van etnische minderheden en autochtonen.
Het integratiebeleid wil volwaardig en gedeeld burgerschap bij minderheden en autochtonen bevorderen langs twee sporen. Het eerste spoor is gericht op de minderheden zelf, het betreft hun toerusting voor deelname aan de Nederlandse samenleving. Nieuwkomers en oudkomers dienen zich de hiervoor benodigde kennis en vaardigheden eigen te maken. Verder hebben zij, indien zij afhankelijk zijn van een uitkering, de verplichting zich in te spannen om aan het werk te komen. Inburgering is voor nieuwkomers en oudkomers het belangrijkste instrument voor een minimale toerusting. Voor de tweede generatie verloopt de toerusting in de eerste plaats via het onderwijs.
Het tweede spoor van het integratiebeleid richt zich op de omgeving waarin minderheden moeten integreren. Instellingen, bedrijven en voorzieningen en ook de autochtone bevolking zelf moeten in voldoende mate openstaan voor minderheden. Integratie is dus een wederzijds proces. Het integratiebeleid is erop gericht de openheid van groepen, instellingen en voorzieningen voor minderheden te vergroten en de openheid van minderheden voor de eigenaardigheden van de Nederlandse samenleving en haar instellingen te versterken.
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft een eerste verantwoordelijkheid voor het inburgeringsbeleid. Bovendien heeft de minister een coördinerende verantwoordelijkheid voor de integratiecomponent in het beleid ten aanzien van onderwijs, arbeid, wonen, emancipatie, gezondheid, welzijn, criminaliteit, radicalisering en religie. In haar coördinerende rol draagt de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie er zorg voor dat de prioriteiten van het integratiebeleid vorm krijgen via de beleidsmaatregelen van de betrokken vakministers.
Budgettaire gevolgen van het beleid x €1000
| |
2003 |
2004 |
2005 |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
Ver-
plichtingen |
469539 |
290174 |
232972 |
229423 |
216920 |
219965 |
219965 |
| |
|
|
|
|
|
|
|
| Waarvan juridisch verplicht |
|
|
223 954 |
214 939 |
201 514 |
202 647 |
202 647 |
| |
|
|
|
|
|
|
|
| Programma-uitgaven |
330445 |
292759 |
233425 |
229308 |
216805 |
219850 |
219850 |
| |
|
|
|
|
|
|
|
| 16.1 Inburgering etnische minderheden |
283 323 |
236 600 |
195 657 |
196 552 |
183 462 |
186 507 |
186 507 |
| 16.1.1 Gemeenten* |
283 323 |
236 600 |
195 657 |
196 552 |
183 462 |
186 507 |
186 507 |
| |
|
|
|
|
|
|
|
16.2Gelijke toegankelijk-
heid voorzieningen |
47 122 |
56 159 |
37 768 |
32 756 |
33 343 |
33 343 |
33 343 |
16.2.1Sociale Verzekerings-
bank (SVB)** |
25 020 |
26 002 |
23 008 |
19 887 |
20 484 |
20 484 |
20 484 |
| 16.2.2Overig*** |
22 102 |
30 157 |
14 760 |
12 869 |
12 859 |
12 859 |
12 859 |
| |
|
|
|
|
|
|
|
| Ontvangsten |
8 242 |
454 |
454 |
454 |
454 |
454 |
454 |
* De budgetten zijn inclusief overige kosten (waaronder coördinatiekosten, kosten ten behoeve van onderzoek, kosten ten behoeve van voorlichting en communicatie, etc.) die niet ten goede komen aan de gemeenten. Vanaf 2006 zal een nieuw stelsel Inburgering van kracht worden, waarin gemeenten een andere rol krijgen en naast de gemeenten ook andere actoren een rol kunnen spelen. In dat kader moet nog besluitvorming plaatsvinden over de vraag welke actoren gelden zullen ontvangen en de hoogte van de te ontvangen bedragen. Vanaf 2006 zal derhalve de verdeling van de budgetten naar de verschillende actoren, waaronder de gemeenten, veranderen.
** De budgetten zijn inclusief overige kosten, waaronder voornamelijk voorlichtingskosten door het NMI (Nederlands Migratie Instituut).
*** De grootste actoren in 2003 en 2004 zijn de gemeenten ten behoeve van de taakstelling huisvesting vergunninghouders. Daarnaast zijn actoren in dit budget onder andere de organisaties Forum, VVN (Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland), en de LOM-organisaties (Landelijk Overleg Minderheden).
Operationele doelstelling
Personen uit etnische minderheden zijn toegerust met vaardigheden en oriëntaties die nodig zijn voor deelname aan de samenleving en voor een zelfstandig bestaan in economisch, sociaal en cultureel opzicht.Het doel van integratie is volwaardig en gedeeld burgerschap in Nederland. Burgerschap is meedoen. Om mee te kunnen doen in de Nederlandse samenleving is beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de waarden en normen nodig. Van diegenen die daartoe in staat zijn wordt verwacht dat zij actief deelnemen aan de arbeidsmarkt. Inburgering en onderwijs zijn de belangrijkste instrumenten om de noodzakelijke toerusting van minderheden te realiseren. Het arbeidsmarktbeleid is erop gericht belemmeringen voor minderheden tot deelname aan arbeid uit de weg te ruimen.
Inburgering
Nederland kent sinds 1996 inburgeringsbeleid. Waar aanvankelijk op basis van vrijwilligheid deel werd genomen aan programma's is later voor de nieuwkomers de plicht tot inburgering gekomen. In 1999 is er ook een regeling gekomen voor de inburgering van personen die reeds langer in Nederland verblijven, de zogeheten oudkomers.
Thans staan we voor een belangrijke omslag in de visie op inburgering, welke uiteen is gezet in de Contourennota die op 23 april 2004 is aangeboden aan de Tweede Kamer (TK, 29 543, nr. 2). Uitgangspunt in die visie is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige. Zowel nieuwkomers als oudkomers worden verplicht om in te burgeren in de Nederlandse samenleving. Aan deze inburgeringsplicht is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald. Voor de inburgeraar zijn aan het behalen van het examen verblijfsrechtelijke en financiële prikkels verbonden. Het streven is het nieuwe inburgering(s)stelsel op 1 januari 2006 in werking te laten treden. 1
In het nieuwe stelsel zal de overheid de eindtermen bepalen, maar zich verder niet met de opzet en inhoud van de cursussen bemoeien. Wel zal de overheid voorwaarden scheppen om marktwerking te realiseren en de markt zo transparant mogelijk te maken.
Het jaar 2005 is een voorbereidend jaar. Vooruitlopend op het nieuwe stelsel geldt dat voor gezinsherenigers en gezinsvormers een basisexamen in het land van herkomst verplicht is. Dit basisexamen, waarin kennis van de Nederlandse taal en van de Nederlandse samenleving worden getoetst, is een toelatingsvereiste om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) te krijgen.
Voor de overige categorieën blijft in 2005 het huidige regiem van kracht, terwijl tegelijkertijd gewerkt wordt aan de voorbereiding van het nieuwe stelsel. Ook in 2005 zullen de gemeenten op basis van outputfinanciering de rijksbijdragen ontvangen conform de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) en de regelingen Oudkomers. Daartoe dient het rijk de uitvoering van de WIN en de oudkomersregelingen zodanig te organiseren dat de gemeenten tijdig de rijksbijdragen ontvangen en hierover adequaat worden geïnformeerd. Daarnaast worden gemeenten geïnformeerd over verantwoordingen, accountantsprotocollen, monitors en resultaten ter uitvoering van de regelingen.
Doelgroepen van het inburgeringsbeleid zijn:
- Nieuwkomers, d.w.z. vreemdelingen van achttien jaar of ouder die voor de eerste maal verblijfsrecht op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 of niet-tijdelijk verblijfsrecht op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 hebben (asielgerechtigden, gezinsvormers en -herenigers, arbeidsmigranten); én Nederlanders van achttien jaar of ouder, die buiten Nederland geboren zijn en voor de eerste keer ingezetene in de zin van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zijn, tenzij zij in Nederland verblijven voor een tijdelijk doel (het betreft met name Antillianen en Arubanen).
- Oudkomers, d.w.z. leden van etnische minderheidsgroepen van 18 jaar of ouder die buiten Nederland zijn geboren, al voor langere tijd legaal in Nederland verblijven anders dan voor een tijdelijk doel en niet verplicht zijn om op grond van de WIN een inburgeringprogramma te volgen.
De omslag naar het nieuwe inburgering(s)stelsel
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is voornemens om ten behoeve van het nieuwe inburgering(s)stelsel de volgende activiteiten te ondernemen:
- Examenontwikkeling (buitenland)
Medio 2005 moet het inburgeringsexamen in het buitenland voor gezinsherenigers en gezinsvormers geïmplementeerd zijn. Het examen bestaat uit een mondelinge toets m.b.t. taalvaardigheid, die wordt afgenomen door middel van een telefonische verbinding met een computer, voorzien van een spraakherkenner. Tevens zal met dit instrument getoetst worden of de gezinsvormer/gezinshereniger enige kennis van de Nederlandse samenleving bezit. Het examen is een nieuw toelatingsvereiste voor het verkrijgen van een MVV en zal op de Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland afgenomen worden.
- Examen in Nederland
Een inburgeringsplichtige heeft aan zijn inburgeringsplicht voldaan als hij met succes aan het inburgeringsexamen in Nederland heeft deelgenomen. Een systeem voor kwaliteitsborging van instituten die de examens afnemen wordt in 2005 uitgewerkt.
De Tijdelijke Adviescommissie Normering Inburgeringseisen heeft ook voor het inburgeringsexamen dat in Nederland wordt afgenomen advies uitgebracht over de examennormen voor taalvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving. Dit advies wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van het inburgeringsexamen.
- Marktwerking realiseren
In juni 2004 is een wetsvoorstel tot wijziging van de WIN en de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) bij de Tweede Kamer (TK, 29 646, nr.2) ingediend, dat gemeenten de mogelijkheid geeft om inburgeringsprogramma's voor nieuwkomers ook, naast het ROC, bij andere aanbieders te kunnen inkopen. Het doel van het vrijgeven van het cursusaanbod is gelegen in het prikkelen van aanbieders tot het verbeteren van de prijs/kwaliteitsverhouding. Met het vrijgeven van het cursusaanbod kan het totale aanbod vergroot worden. De kwaliteit van het aanbod wordt zichtbaar gemaakt middels een in 2005 te ontwikkelen systeem van certificering.
Er is besloten een deel van het educatiebudget over te dragen van de minister van OCW aan de minister voor V&I. Het gaat om een bedrag van € 75 miljoen dat gemoeid is met de NT2-niveaus 1 tot en met 3. Het deel van dit budget, dat bestemd is voor de G30 en onderdeel uitmaakt van het inburgeringsbudget oudkomers wordt opgenomen in de brede doeluitkering Sociaal Integratie en Veiligheid.
Het begeleiden van de uitvoering van gemeentelijke experimenten en pilots en het evalueren daarvan, evenals het ondersteunen van gemeenten, ROC's, zelforganisaties en marktpartijen behoort tot de taken ten behoeve van het nieuwe inburgering(s)stelsel.
Het Oriëntatieprogramma voor geestelijke bedienaren
Geestelijke bedienaren die als nieuwkomer naar Nederland komen in het kader van de uitoefening van hun ambt, vallen in het huidige stelsel reeds onder de WIN. Voor hen is, naast het reguliere programma, aanvullend een oriëntatieprogramma ontwikkeld. Het oriëntatieprogramma voor geestelijke bedienaren is, conform de toezegging aan de Tweede Kamer, in 2004 geëvalueerd. Deze resultaten worden betrokken bij de verdere uitwerking van het nieuwe inburgering(s)stelsel met betrekking tot geestelijke bedienaren. Het oriëntatieprogramma in het jaar 2005 wordt vormgegeven op basis van de evaluatieresultaten.
Prestatiegegevens
A. Het streven is in 2005 een bereik te realiseren van tenminste 88% van alle nieuwkomers bij de uitvoering van de WIN. Verder is de uitval de laatste paar jaren sterk afgenomen (zie de inhoudelijke verslagen «Inburgering nieuwkomers 2001» (TK, vws0300036) en «Inburgering Nieuwkomers 2002» (TK, just040488)). Gestreefd wordt naar een uitvalpercentage van niet meer dan 11% in 2005. Het gaat hierbij om nieuwkomers die voortijdig het educatieve programma stoppen.Gemeenten ontvangen een vergoeding op basis van het aantal beschikkingen, uitgegeven na het behalen van de toets;
B. De verwachting is dat gemeenten in 2005 met de beschikbare middelen circa 13 000 oudkomerstrajecten zullen starten en dat circa 11 000 trajecten zullen worden afgerond;
C. Het aantal afgegeven MVV's voor gezinshereniging en gezinsvorming wordt geschat op 24 000 per jaar; 60% hiervan moet examen doen. Tevens wordt rekening gehouden met een aantal herexamens.
| Beleidsmaatregel |
Indicator |
Realisatie |
Streefwaarde 2005 |
| A. Effectieve uitvoering Wet Inburgering Nieuwkomers |
Percentage bereikte nieuwkomers |
85% bereikte nieuwkomers (2002) |
Tenminste 88% bereikte nieuwkomers |
| |
Uitvalpercentage bij nieuwkomers |
2001 uitvallers 18%2002 uitvallers 11% |
Niet meer dan 11% uitvallers |
| |
|
|
|
| B. Gemeenten in staat stellen een oudkomersbeleid te voeren |
Het aantal oudkomers dat door gemeenten in staat wordt gesteld om een oudkomerstraject te starten |
13 000 (2002) |
13 000 |
| |
Het aantal oudkomers dat een inburgeringstraject heeft afgerond |
6 500 (2002) |
11 000 |
C. Gezinsherenigers en gezinsvormers leggen voor hun komst naar Nederland inburgerings-
examen af |
Aantal inburgerings-
examens in het buitenland gerelateerd aan het aantal MVV's voor gezinshereniging en gezinsvorming |
PM |
Aantal MVV's gezinshereniging en gezinsvorming 24 000Aantal inburgerings-
examens dat wordt afgenomen 16 777 |
Onderwijs, jeugd en arbeid
Stimuleren van de taalontwikkeling
Net als bij inburgeraars is de beheersing van de Nederlandse taal bij jongeren behorend tot etnische minderheden een belangrijke voorwaarde voor de integratie in de Nederlandse samenleving. Onder grote groepen jongeren behorend tot etnische minderheden is onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal één van de grootste belemmeringen voor betere prestaties in het onderwijs. De doorstroming naar HAVO, VWO of MBO en HBO is onder meer hierdoor onevenredig laag in vergelijking met autochtone leerlingen en de schooluitval is onevenredig groot. Het voorkomen en verminderen van de taalachterstand is een middel tot verbetering van de schoolprestaties van jongeren behorend tot etnische minderheden.
In het kader hiervan is door de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een zogeheten Vliegende Brigade ingesteld. Deze zal in 2005 doorgaan gemeenten ertoe te bewegen om meer prestatiegericht te gaan werken bij het aanbieden van Voor- en Vroegschoolse Educatie-programma's (vve-programma's). Deze acties worden in nauw overleg met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) uitgevoerd.
Ook de campagne om in het VMBO het onderwijs beter af te stemmen op de leerbehoeften van de leerlingen (behorend tot etnische minderheden) zal in 2005 worden voortgezet. Er zal dan een tweede tranche pilots gaan draaien waarbij de inzet is om via geïntegreerde (of duale) trajecten in het VMBO meer jongeren behorend tot etnische minderheden een diploma of startkwalificatie te laten halen.
De afgelopen jaren is ten aanzien van mentoring door de ministeries van Justitie en OCW gezamenlijk geïnvesteerd in de professionalisering van de methode en de vergroting van de deskundigheid. Hierbij worden jongeren door een mentor ondersteund bij hun schoolloopbaan en bij hun entree op de arbeidsmarkt.
Door de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie zal worden bezien in hoeverre er andere initiatieven moeten worden genomen om op landelijk niveau mentoring verder te implementeren.
Vergroting van de arbeidsparticipatie en voorkomen van onevenredige uitstroom uit werk door etnische minderheden
Op de arbeidsmarkt is nog steeds sprake van een achterstand onder etnische minderheden. Het kabinet streeft verbetering van de arbeidsmarktpositie van etnische minderheden na door vergroting van hun arbeidsparticipatie met 0,75% in 2005. Verder is het streven onevenredige uitstroom uit werk door etnische minderheden zoveel mogelijk te voorkomen. Voor het realiseren van deze doelstellingen zijn de bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) eerstverantwoordelijk. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie levert vanuit haar coördinerende taak een bijdrage aan het behalen van deze kabinetsdoelstellingen door zich in samenwerking met anderen in te spannen via:
Stimuleren van op diversiteit gericht personeelsbeleid in ondernemingen;
In 2004 is de Wet Samen afgeschaft. In 2005 zal een expertisecentrum diversiteit opgezet worden, dat vooral een informerende functie heeft in de richting van werkgevers.
Bevorderen van etnisch ondernemerschap ook door vrouwen;
De specifieke vragen en knelpunten van ondernemers behorend tot etnische minderheden die naar voren gekomen zijn in de Monitor Etnisch ondernemerschap 2004 zijn de basis voor de activiteiten in 2005. Om de slaagkans van etnische ondernemers te vergroten zullen in 2005 in enkele steden kennisateliers opgezet worden, waarbij lokale beleidsmakers, MKB, KvK's, buurtverenigingen, lokale politiek en etnische ondernemers elkaar ontmoeten en gezamenlijk naar oplossingen zoeken.
Het uitvoeringsplan Emancipatie en Integratie, dat vanuit Vreemdelingenzaken en Integratie in samenwerking met het ministerie van SZW is opgezet.
De bedoeling van dit plan, dat in 2005 wordt voortgezet, is om zowel gemeenten als de doelgroep zelf te voorzien van instrumenten ter bevordering van arbeidsparticipatie en maatschappelijke participatie door vrouwen behorend tot etnische minderheden.
Prestatiegegevens
A. Voor etnisch ondernemerschap is de indicator toename van het aantal etnische ondernemers en professionalisering van etnisch ondernemerschap.
| Beleidsmaatregel |
Indicator |
Basiswaarde 2005 |
Streefwaarde 2005 |
| A. Etnisch ondernemerschap |
toename van etnisch ondernemerschap |
PM |
Toename t.o.v. cijfers monitor etnisch ondernemerschap 2004 |
Operationele doelstelling 16.2
Groepen, instellingen en voorzieningen staan in gelijke mate open voor etnische minderheden en autochtonen.
Voor integratie is toerusting nodig, maar ook een omgeving die open staat voor minderheden en hun kansen geeft. Bedrijven, instellingen en individuele burgers moeten aan minderheden dezelfde eisen stellen en hen op gelijke wijze behandelen als autochtone burgers. Openheid kan echter niet van één kant komen. Etnische minderheden moeten ook open staan voor de verwachtingen en eisen van hun autochtone medeburgers en van de instellingen van de Nederlandse samenleving.
Onder deze doelstelling vallen activiteiten die zich richten op de emancipatie van vrouwen behorend tot etnische minderheden, het tegengaan van discriminatie en vooroordelen, de bewustwording van de gevaren van radicalisering, de preventie van criminaliteit en marginalisering, het verbeteren van het leefklimaat in concentratiewijken, de betrokkenheid van organisaties van minderheden, het verbreden van de betekenis van het Nederlanderschap en de plaats van godsdiensten van etnische minderheden in de Nederlandse samenleving.
In het Integratiebeleid nieuwe stijl is als nieuw beleidsprioriteit opgenomen «De democratische rechtsstaat; de weerbare samenleving». Dit is een onderdeel van de brede aanpak terrorismebestrijding. Algemeen doel is «het tegengaan van voedingsbodems ten aanzien van radicalisering». In samenwerking met FORUM is een meerjarige programma-aanpak opgesteld, met drie actielijnen: kennis, professionalisering en dialoog. Naast de thema's op het gebied van het integratiebeleid zijn ook thema's op het gebied van Vreemdelingenbeleid en de ontwikkelingen op EU-terrein bepalend.
FORUM zal als expertisecentrum worden gevraagd haar kennis in te zetten voor het verder ontwikkelen van deze vormen van integratiebeleid. In de kabinetsreactie op het rapport van de commissie Blok (TK, 28 689, nr. 17), is aangegeven dat het kabinet met minderheden in discussie wil gaan over kwesties als de positie en de rechten van vrouwen in de Nederlandse samenleving, sociale dwang bij huwelijken, de houding ten opzichte van homoseksualiteit en de sociale pressie die soms op jonge meisjes wordt uitgeoefend, bijvoorbeeld om buitenshuis een hoofddoek te dragen. Hieraan zal in 2005 verder concreet vorm worden gegeven.
Lokaal integratiebeleid
Integratieproblemen manifesteren zich vooral op lokaal niveau. Het rijk heeft beperkte mogelijkheden om hierin in te grijpen. Gemeenten zijn in toenemende mate de bestuurslaag om dergelijke problemen aan te pakken. Zij hebben hiervoor ook de middelen en mogelijkheden. Wel heeft het rijk hierin een faciliterende en stimulerende taak. Gemeenten zullen direct op hun rol worden aangesproken en worden gestimuleerd daar inhoud aan te geven door het opstellen van een lokale integratieagenda. Hierbij staat in beginsel de eigen lokale situatie centraal, het rijk gaat niet over de inhoud van de lokale integratieagenda. Wel zijn er specifieke terreinen te noemen waarop deze lokale integratieagenda invulling moet krijgen. Het gaat hier om maatregelen in de sfeer van preventie, buurtaanpak, reïntegratie en activering, antidiscriminatie, onderwijs en concentratiewijken. Inzet is structurele inbedding van de maatregelen in het algemene lokale beleid. Voor een deel zal dit via het Grotestedenbeleid (GSB) worden gerealiseerd. Verder zal het rijk in nauwe samenwerking met de gemeenten een aantal prioriteiten benoemen. Daarbij zullen organisaties als FORUM en het Kennis Instituut Etnische Minderheden (KIEM) deze prioriteiten verder uitwerken in de vorm van specifiek beleid en modules, die beschikbaar kunnen worden gesteld aan gemeenten.
Andere onderwerpen die hieraan zijn gerelateerd, zijn huiselijk geweld (zie operationele doelstelling 14.1), eerwraak en de begeleiding van toegelaten vluchtelingen op lokaal niveau. Voor huiselijk geweld is de inzet in 2005 om het taboe rond huiselijk geweld in kringen van etnische minderheden te doorbreken.
Voor wat betreft eerwraak is het standpunt van het kabinet, dat opvattingen over eer geen belemmering mogen zijn voor de ontwikkeling van vrouwen uit de etnische minderheden en zeker geen aanleiding mogen zijn voor het gebruik of de acceptatie van geweld. Eerwraak heeft daarom ook in 2005 de aandacht van het kabinet. Inzet is te komen tot een aanpak waarmee optimaal bescherming kan worden geboden aan vrouwen en meisjes die slachtoffer dreigen te worden van eergerelateerd geweld. Inzet is verder de acceptatie van eerwraak door groepen mensen uit de minderheden terug te dringen.
Taakstelling huisvesting vergunninghouders
Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen moeten gemiddeld zes maanden na het verlenen van die status woonruimte in een gemeente krijgen. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie initieert en coördineert dit proces. De gemeenten krijgen van de minister, mede namens de minister van VROM, elk half jaar op grond van de Huisvestingswet de opdracht om op basis van de taakstellingsystematiek vergunninghouders te huisvesten.
Prestatiegegevens
Voor de begroting 2005 zijn de uitkomsten van de integratieladder nog niet bekend. Indien bekend zal de integratieladder als meetinstrument voor het integratiebeleid worden gebruikt.
Remigratie
In het kader van het Hoofdlijnenakkoord heeft het kabinet besloten de Remigratiewet eind 2004 in te trekken. Tot de datum van publicatie van de Intrekkingswet in de Staatscourant worden aanvragen van potentiële remigranten door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in behandeling genomen. Degenen van deze aanvragers die voldoen aan de in de Remigratiewet gestelde voorwaarden, zullen nog worden gefaciliteerd. Vanaf de datum van publicatie van de Intrekkingswet in de Staatscourant worden aanvragen van potentiële remigranten niet meer in behandeling genomen. Reeds bestaande aanspraken op de Remigratiewet worden na intrekking van de Remigratiewet geëerbiedigd.
Het verstrekken van de voorzieningen van de Remigratiewet, de eenmalige vergoeding voor reis- en vervoerskosten en hervestiging en de periodieke uitkering ter voorziening in de noodzakelijke kosten van bestaan in het bestemmingsland, is uitbesteed aan de SVB. Na de intrekking van de Remigratiewet blijft de SVB belast met de uitvoering van de bestaande uitkeringen.
Prestatiegegevens
A. Aantal gefaciliteerden met eenmalige reis- en vervoerskosten hervestiging, d.w.z. het aantal personen dat recht heeft (gehad in het begrotingsjaar) op de eenmalige reis- en vervoerskosten en kosten hervestiging.
B. Aantal gefaciliteerden met een periodieke uitkering, d.w.z. het aantal personen dat recht heeft (gehad in het begrotingsjaar) op periodieke uitkering inclusief personen wier remigratievoorziening wordt gekort door samenloop met andere uitkeringen.
| |
Realisatie 2003 |
2004* |
2005* |
| A. eenmalige reis- en vervoerskosten en kosten hervestiging |
235
|
240
|
120
|
| B. periodieke uitkering** |
7 902
|
8 480
|
8 720
|
* Prognose SVB. In afwachting van de kamerbehandeling van het wetsvoorstel tot intrekking van de Remigratiewet, zijn de cijfers opgenomen die gelden bij intrekking per 1-7-2004
** Incl. Remigratie-uitkeringen die (gedeeltelijk) worden weggekort.
Beleidsevaluatieonderzoek
Teneinde de ontwikkeling van de integratie van afzonderlijke minderheidsgroeperingen te kunnen volgen is een nieuw rapportagesysteem ontwikkeld. De kern daarvan bestaat uit een Wetenschappelijk jaarrapport integratie. Dit rapport wordt vervaardigd onder verantwoordelijkheid van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De eerste versie van het wetenschappelijk jaarrapport verschijnt in september 2005. De laatste integratiemonitor van ISEO/SCP in 2004 zal al zoveel mogelijk het format krijgen van het wetenschappelijk jaarrapport.
Naast het wetenschappelijk jaarrapport komt er informatie over de integratie van minderheden in de vorm van een door het WODC in samenwerking met het CBS te ontwikkelen «integratieladder» (Conceptuele verkenning integratie). Dit is een vaste set van indicatoren waaraan de integratie van etnische minderheden kan worden afgemeten. De «integratieladder» zal worden gebruikt als meetinstrument voor het integratiebeleid. De hier genoemde beleidsevaluatieonderzoeken hebben betrekking op operationele doelstelling 16.1 en 16.2. Tevens zal het «Longitudinaal onderzoek integratie nieuwkomers» in voorbereiding zijn, waarbij onderzoek wordt verricht naar het vervolgtraject met betrekking tot de integratie van nieuwkomers die de inburgeringscursus met succes hebben afgerond.
| Omschrijving |
Status |
| Wetenschappelijk jaarrapport integratie* |
Af te ronden in 2004 |
| Conceptuele verkenning integratie |
Af te ronden in 2005** |
| Longitudinaal onderzoek integratienieuwkomers |
Af te ronden in 2006 |
* Dit rapport komt in plaats van de tweejaarlijkse integratiemonitor en beleidsrapportage uit voorgaande jaren.
** Een proefversie is als bijlage opgenomen in het wetenschappelijk jaarrapport integratie dat in september 2004 verschijnt.
1 De middelen voor de 30 grote steden voor inburgering worden in 2005 verstrekt via de brede doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid. Na afloop van het jaar 2005 worden de steden afgerekend op de prestatie-afspraken met het Rijk. Vanaf 2006 worden op basis van het nieuwe inburgering(s)stelsel afspraken gemaakt met de 30 grote steden over de inburgering van nieuwkomers en oudkomers. De inburgeringsmiddelen voor de grote steden maken ook onder het nieuwe inburgering(s)stelsel deel uit van de brede doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid.