Beleid
Onder Beleid worden artikelen geplaatst die betrekking hebben op de vormgeving en uitvoering van het beleid. De officiële documenten worden in de traditie van InburgerNet uitgebreid en volledig weergegeven zodat InburgerNet de functie van naslagwerk volledig kan waarmaken. Uw werkboekenkast op internet.
Download:
Brief in pdf
|
Brief aan tweede kamer over motie sterk
Op 21 december 2004 heeft uw Kamer de motie van het lid Sterk c.s. I aangenomen, waarin de regering wordt verzocht om autochtone Nederlanders vrij te stellen van de inburgeringsplicht. Over deze motie heb ik in de Ministerraad gesproken. Met als uitgangspunt dat personen die niet inburgeringsbehoeftig zijn niet tot inburgering moeten worden verplicht, zal ik de motie op een praktische manier uitvoeren.
Zoals ik in de brief van 7 december 2004 II heb aangegeven ben ik na lezing van het advies van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) tot de conclusie gekomen dat het in de Contourennota voorgestelde criterium “geboren buiten de EU/EER” niet altijd even goed te rechtvaardigen is en onder omstandigheden derhalve strijd kan opleveren met het gelijkheidsbeginsel. Gelet daarop heb ik besloten het advies van de ACVZ op het punt van het onderscheidende criterium wie wel en wie niet een inburgeringsplicht krijgt opgelegd, over te nemen. Dit criterium luidt dat de verplichting tot het met goed gevolg afleggen van een inburgeringsexamen wordt opgelegd aan alle personen die zich in Nederland duurzaam willen en mogen vestigen alsmede aan al degenen die duurzaam verblijven in Nederland ten tijde van de inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet, die niet gedurende minstens acht jaar van de leerplichtige leeftijdsperiode in Nederland verblijf hebben gehad.
In mijn brief van 16 december 2004 III heb ik u nader geïnformeerd over diverse moties die ingediend zijn bij het begrotingsoverleg met de algemene commissie voor Integratiebeleid op 13 december 2004. Daarin heb ik gesteld dat op grond van het onderscheidende criterium Nederlanders en vreemdelingen die hier zijn geboren alleen onder de inburgeringsplicht vallen, indien zij hier niet tijdens de leerplichtige leeftijdsperiode acht jaar hebben gewoond en niet in het bezit zijn van bepaalde Nederlandse (waaronder diploma’s uit Suriname van voor 1975), Antilliaanse of Arubaanse diploma’s.
Voorts heb ik het voornemen om de inburgeringsplicht van Nederlanders en vreemdelingen op te schorten, zolang zij aansluitend aan het eindigen van de leerplicht een opleiding volgen die opleidt tot een van bedoelde diploma’s. In bijlage III van mijn brief van 7 december 2004, heb ik aangeven de suggestie van de ACVZ om een Quick Scan beschikbaar te hebben om zeer snel te kunnen vaststellen dat een normale examenverplichting overbodig is, verder te zullen bestuderen. Bezien zal worden of door middel van het gebruik van een Quick Scan potentiële inburgeringsplichtigen voor zichzelf kunnen inschatten of zij het niveau van het examen beheersen. Indien dat het geval is kan hij/zij ertoe overgegaan om het inburgeringsexamen af te leggen. Een dergelijk systeem van proefexamens is ook ontwikkeld voor het basisexamen in het buitenland. Ook zou een Quick Scan gemeenten kunnen helpen bij de vraag of een bepaalde persoon een aanbod gedaan moet worden, of dat hem of haar aangeraden kan worden om direct deel te nemen aan het examen.
Zoals blijkt uit de onderdelen van de motie is de Kamer van oordeel dat de prioriteiten bij verplichte inburgering moeten liggen bij degenen die het echt nodig hebben en dat aan personen die geen inburgering behoeven geen inburgeringsplicht moet worden opgelegd. Ik ben het daarmee eens.
In het nieuwe inburgeringsstelsel zal zoveel mogelijk worden voorkomen dat personen die niet inburgeringsbehoeftig zijn materieel tot inburgering worden verplicht.
Uiteraard hecht ik er zeer grote waarde aan dat in het nieuwe inburgeringsstelsel het onderscheidende criterium en de daarbij behorende uitzonderingen juridisch toelaatbaar zijn. Onderscheid en uitzonderingen mogen worden gemaakt indien zij aansluiten bij het doel van het nieuwe inburgeringsstelsel: voldoende kennis verkrijgen van de Nederlandse taal en samenleving.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
I Kamerstukken II 2004-2005, 29 800 VI, nr. 78.
II Kamerstukken II 2004-2005, 29 543, nr. 4.
III Kamerstukken II 2004-2005, 29 800 VI, nr. 98.
Download: Brief in pdf
|
|