is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Dossier

is een rubriek op InburgerNet
waarin wordt een onderwerp uitgebreid aan de orde gesteld. Nieuws over dat onderwerp komt ook weer in het dossier terecht. Zo wordt naast het traject van inburgering ook aan andere onderwerpen aandacht besteed.

Reacties en aanvullingen zijn welkom

Dossier oudkomers

Wat zijn oudkomers
Sinds 1998, toen de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) werd ingevoerd, krijgen nieuwkomers in Nederland een inburgeringsprogramma aangeboden. Dit inburgeringsprogramma betekent onder andere dat nieuwkomers taalonderwijs krijgen. Daarnaast krijgen ze maatschappelijke begeleiding en kunnen ze zich oriënteren op de Nederlandse samenleving.
Voordat de WIN werd geïmplementeerd, was er wel opvang voor nieuwkomers, maar geen duidelijk beleid omtrent de inburgering van deze groep. Hierdoor is een groot aantal mensen ‘buiten de boot gevallen’. Mede door het niet verplichte inburgeringstraject. Deze groep mensen die geen duidelijk inburgeringstraject heeft aangeboden/gekregen en dus geen taal- en/of cultuuronderwijs heeft gevolgd, worden oudkomers genoemd: leden van etnische minderheden en migranten, die al langer legaal in Nederland verblijven. Ook vluchtelingen kunnen oudkomers zijn.
Een groot deel van de groep oudkomers verkeert in een achterstandspositie, die met behulp van een op oudkomers toegespitst inburgeringstraject kan worden verbeterd. Dit onder andere in het belang van een blijvende cohesie binnen de Nederlands maatschappij.

Twee groepen oudkomers
Er worden twee groepen oudkomers onderscheiden waarop het oudkomersbeleid van taal- en inburgeringsprogramma’s toegespitst is: werklozen en opvoeders. Er is voor een tweedeling binnen deze grote groep oudkomers gekozen, om zodoende het oudkomersbeleid binnen de (financiële) kaders zo effectief mogelijk te laten zijn. Door de omvang van de grote groep oudkomers en de ondoorzichtige samenstelling daarvan, is gekozen voor een gerichte en taakstellende aanpak van de inburgering van oudkomers. Die aanpak betekent kort gezegd, dat de beschikbare middelen zijn toebedeeld aan de gemeenten waar de problemen rond oudkomers het grootst zijn, namelijk de G25, en aan 17 gemeenten die 7% of meer etnische minderheden in hun populatie hebben (G17).

Werklozen
De eerste poot waar het oudkomersbeleid op toegespitst is, is de groep werkloze oudkomers: een moeilijk te benaderen groep. Eens te meer, doordat ze wat betreft vaardigheden en werktempo wat verder van de arbeidsmarkt staan. Ze zijn vaak als eerste uitgestoten toen bedrijven in de jaren tachtig moesten inkrimpen, en kwamen achter in de kaartenbakken terecht. Ook de collectieve ervaring van deze groep speelt een rol. Deze groep mensen had vaak alleen maar sociale contacten in de eigen kring en woonde veelal in achterstandswijken.

Voor deze groep zal een actieve benadering beter werken, dan een passieve afwachtende houding.

Opvoeders
Een tweede poot van het oudkomersbeleid is het aanbod voor oudkomers met opvoedingstaken. Vooral de grote taalachterstand is voor deze groep een groot probleem. Hierdoor kunnen ouders hun kinderen veelal niet succesvol stimuleren en ondersteunen als het gaat om onderwijs. Als voorbeeld kan gesteld worden het feit dat een ouder zijn/haar zoon/dochter niet kan overhoren als voorbereiding op een schoolonderzoek of examen. Wanneer ouders inzien, dat hun kinderen een goede opleiding nodig hebben om op de maatschappelijke ladder op te klimmen, kan dat een zeer motiverende factor zijn om hun taalachterstand in te halen. Uit onderzoeken is gebleken dat het belangrijk is om aan te sluiten bij de verwachtingen en belevingswereld van de ouders. Dat kan bijvoorbeeld door middel van laagdrempelige overbruggingsactiviteiten en door gebruik te maken van intermediairen die in aanzien staan bij de ouders.

Oorzaken van taalachterstand
Er wordt dus gesproken van oudkomers, wanneer deze niet onder de WIN vallen. Deze mensen hebben vaak een bijzonder grote taalachterstand. Van de eerste generatie, die in de 50er en 60er jaren naar Nederland kwam, staat momenteel een vrij groot deel buiten de arbeidsmarkt. Het is daarbij verstandig om in het achterhoofd te houden, dat niet iedereen daadwerkelijk in de arbeidsmarkt opgenomen kan en wil worden. Deze groep mensen is toentertijd naar Nederland gekomen om laaggekwalificeerde arbeid te verrichten, en heeft in de tussenliggende periode weinig in zichzelf geïnvesteerd. Daar was wat betreft dit laatste punt ook weinig aanleiding toe, want ze kwamen om te werken, en er was werk. Zodoende volgden ze geen cursussen om hun Nederlands te ontwikkelen of om zichzelf verder te ontplooien. Het oudkomersprogramma zal ertoe moeten leiden dat ouders hun eigen taalachterstand niet doorgeven aan hun kinderen, doordat zij de Nederlandse taal thuis niet gebruiken. Wanneer werkzoekenden met een taalachterstand deel gaan nemen aan het inburgeringsprogramma, kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voorzieningen die, in samenspraak met werkgevers, tot werkgarantie kunnen leiden.

Verplichtend karakter oudkomersbeleid
Bij de inburgering van oudkomers is vrijwillige deelname aan programma's het uitgangspunt. Wanneer oudkomers een bijstandsuitkering ontvangen, kunnen gemeenten de deelname aan programma's stimuleren door een korting op de uitkering toe te passen wanneer een oudkomer geen gebruik maakt van het educatieaanbod.

Dat een deel van het oudkomersbeleid een verplicht karakter heeft, heeft voor- en nadelen. Een verplichting kan goed werken: kijk als voorbeeld maar naar de leerplicht; die verplicht ouders om hun kind naar school te sturen, maar dwingt en verplicht tegelijkertijd de overheid om voorzieningen te creëren.

Taak van de gemeenten
Het is primair gezien de taak van de gemeenten om de doelgroep van oudkomers te bereiken en voorlichting te geven over de inburgeringsprogramma’s voor oudkomers. Bij de G25 is de aanpak opgenomen in de Meerjarenontwikkelingsprogramma’s die in november 1999 door het Rijk zijn getoetst en nu onderdeel zijn van de met de steden gesloten maatwerkconvenanten. De G17 zullen in concrete plannen van aanpak moeten aangeven hoe zij het oudkomersbeleid gaan uitvoeren en welke prestaties zij met behulp van de beschikbare middelen gaan leveren.

Beleid
In het regeerakkoord 1998 van het kabinet Kok II, is het oudkomersbeleid expliciet opgenomen als intensivering ten opzichte van de reguliere educatie ‘Nederlands als tweede taal’ (NT2). De in Nederland verblijvende migranten konden al gebruik maken van dit onderwijs, en naar schatting zo’n 100.000 of meer personen met een etnische achtergrond maakten daar ook daadwerkelijk gebruik van. Het substantiële doel van het oudkomersbeleid is er naar streven de achterstandsituaties via taal- en inburgeringsprogramma’s ongedaan te maken.

Beschikbare middelen
In het Regeerakkoord 1998 is een budget gereserveerd van 12,5 miljoen gulden in 1999, oplopend tot 50 miljoen in 2002 voor taal- en inburgeringsprogramma's voor oudkomers. Daarnaast is op grond van de motie Melkert (kamerstukken II, 1999-2000, nr. 26 800, nr. 9) vanaf 2000 structureel 30 miljoen gulden toegevoegd aan de BZK-begroting ten behoeve van de inburgering van oudkomers. Het amendement Noorman-den Uyl c.s. (kamerstukken II, 1999-2000, nr. 26 913, nr. 5) leidt vervolgens tot een incidentele verhoging van het budget in 2000 met 28 miljoen gulden voor oudkomers (dit bedrag vormt tevens het leeuwendeel van de motie over besteding van reserves bij inburgering, kamerstukken II, 1999/2000, 26 800 VII, nr. 26).

Beschikbare middelen in cijfers
Landelijk budget inburgering: beschikbaar en besteed (in mln.guldens):

  1996 1997 1998 1999 2000
beschikbaar budget 211 250 293 304 295
netto besteed budget 186 197 236 --- ---

Het oudkomersbeleid tot nu toe
In 1999 is op betrekkelijk kleine schaal een specifiek oudkomersbeleid van start gegaan. Vooral door de initiatieven van de Tweede Kamer zijn in deze kabinetsperiode extra middelen beschikbaar gesteld om het oudkomersbeleid verder vorm te geven en de huidige wachtlijsten weg te werken. Het effectief en doelgericht uitvoeren van het oudkomersbeleid is niet in de eerste plaats een kwestie van meer geld maar komt vooral neer op een goede organisatie en samenwerking tussen de uitvoeringsorganisaties (gemeenten). Door middel van monitoring en outputmeting wordt deze uitvoering door de betrokken departementen bewaakt. Het landelijk projectbureau dat voor de ondersteuning bij inburgering wordt ingericht, zal daarbij een belangrijke rol spelen. Concreet gaat het om een forse uitbreiding van taal(werk)stages, (zoals dat in de gemeente Utrecht wordt uitgewerkt) extra cursusplaatsen NT2, werving van opvoeders en een aantal experimenten NT2 gekoppeld aan opvoedingsondersteuning op het primair en voortgezet onderwijs. Tot doel is gesteld om halverwege 2002 de wachtlijsten NT2 weg te werken en daarnaast een nieuwe doelgroep (namelijk opvoeders) te werven en ‘laagdrempelig NT2’ in de wijk aan te bieden. Zie ook ons onderdeel Taskforce.
Een goed voorbeeld van de manier waarop gemeenten dit beleid oppakken kan worden gevonden in de nota, die de gemeente Delft over het oudkomersbeleid gemaakt heeft. Overzicht voorstellen en budgetten van het integratiebeleid en het oudkomersbeleid.  Nota van de gemeente Delft.

Links over Oudkomers

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.