is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Dossier

is een rubriek op InburgerNet
waarin wordt een onderwerp uitgebreid aan de orde gesteld. Nieuws over dat onderwerp komt ook weer in het dossier terecht. Zo wordt naast het traject van inburgering ook aan andere onderwerpen aandacht besteed.

Reacties en aanvullingen zijn welkom!

Download: Model-overeenkomst, te sluiten tussen gemeente en oudkomer

Terug naar: Begeleidende brief Model-overeenkomst, te sluiten tussen gemeente en oudkome

Toelichting bij model(inburgerings)contract oudkomers

Algemeen

Bijgaand modelcontract strekt ertoe de wederzijdse rechten en verplichtingen van gemeente en oudkomer inzake het aanbieden respectievelijk het volgen van een oudkomersprogramma - gericht op inburgering - voor oudkomers (hierna: het Programma) eenduidig vast te leggen.

Het model kan niet worden beschouwd als een definitieve tekst die ongewijzigd bruikbaar is voor iedere situatie. Deze zal steeds moeten worden aangepast aan de gemeentelijke situatie. Aan de hand van de achtergrond en ervaring van de oudkomer moet verder per geval worden beoordeeld hoe het Programma er precies zal uitzien. Evenzo dient rekening te worden gehouden met de procedurele gang van zaken binnen het gemeentelijk apparaat en het sluiten van oudkomers-contracten. Het model biedt hiervoor de ruimte.

Deze overeenkomst wordt beheerst door het burgerlijk recht. Beide partijen kunnen op grond van artikel 74, boek 6 BW, nakoming c.q. schadevergoeding via de burgerlijke rechter afdwingen.

Middelen ter stimulering van het nakomen van de verplichtingen

Het modelcontract bevat de afspraken die tussen de gemeente en de oudkomer kunnen worden gemaakt en vastgelegd in een overeenkomst. Hoewel aan dit programma op vrijwillige basis wordt deelgenomen, komt het onwenselijk voor om aan het al dan niet afronden van het programma een geheel vrijblijvend karakter toe te kennen.

De gemeente kan in dit licht in de overeenkomst bepalingen opnemen die de oudkomer stimuleert om een eenmaal aangevangen programma ook daadwerkelijk te voltooien door daaraan bepaalde gevolgen te verbinden. Deze gevolgen kunnen worden geformuleerd in de zin van een maatregel (negatieve incentive) danwel een bonus (positieve incentive).

Ten aanzien van de oudkomer die geen bijstandsuitkering ontvangt zal een bepaling waarbij (bepaalde) kosten bij niet nakoming op hem kunnen worden verhaald, moeten worden opgenomen.

Denkbaar is voorts dat in dit kader aan de oudkomer wordt gevraagd een borgsom te betalen. Indien de oudkomer het programma voltooit, zal de gemeente de borgsom restitueren. Indien de overeenkomst niet wordt nagekomen zal de borgsom niet worden gerestitueerd en eventueel aangewend worden om een deel van de kosten op de oudkomer te verhalen.

Een bonus zal eventueel daaruit kunnen bestaan dat zowel de borgsom als bepaalde kosten (die voor rekening van de oudkomer komen) na voltooiing van het programma aan hem zullen worden gerestitueerd c.q. vergoed.

Het model moet met name op dit punt (dat ziet op stimulering van de oudkomer om het programma af te ronden) steeds overeenkomstig de door de gemeente gewenste invulling daarvan worden aangepast.

Vertaling

Het gaat niet aan een oudkomer een overeenkomst te laten tekenen waarvan hij de inhoud niet kent omdat hij geen Nederlands beheerst (nog even afgezien van de mogelijke gevolgen voor de rechtsgeldigheid van de overeenkomst). Om die reden moet een oudkomer in de eigen taal, althans in een voor hem begrijpelijke taal, zoals het Engels, Frans, Turks, Arabisch (Marokkaans), Somalisch, Farsi, Papiamento en Servo-Kroatisch op de hoogte worden gebracht van de inhoud van de overeenkomst. Een schriftelijke vertaling dient daarbij (als bijlage bij de overeenkomst) aan de oudkomer ter beschikking te worden gesteld. Deze kan ook achteraf nog eens geraadpleegd worden en is in tegenstelling tot een mondelinge vertaling eenduidig en niet voor discussie vatbaar.

Artikelsgewijze toelichting

Partijen moeten juist en volledig worden aangeduid. In iedere gemeente moet worden bepaald wie de overeenkomst namens de rechtspersoon de gemeente aangaat.

Artikel 1

Teneinde voor de oudkomer een passend programma te kunnen vaststellen is het noodzakelijk om allereerst het beginniveau van de beheersing van de Nederlandse Taal van de oudkomer vast te stellen. De gemeente wijst een (onderwijs)instelling aan alwaar de oudkomer de hiervoor noodzakelijke begintoets wordt afgenomen.

Voor de toetsing van de oudkomer kunnen verschillende toetsen worden ingezet. Het is mogelijk dat door de gemeente al bepaalde toetsen worden gebruikt en waarbij, voor de toetsing van oudkomers, kan worden aangesloten. Door Bureau ICE te Lienden zijn intake toetsen ontworpen voor gealfabetiseerde en niet-gealfabetiseerde oudkomers. Door CITOgroep te Arnhem en door Bureau ICE zijn toetsen ontworpen die de voortgang en de uitstroom van oudkomers kunnen meten. De gemeenten kunnen in overleg met de betreffende (onderwijs)instelling bepalen welke toetsen gebruikt zullen worden.

Artikel 2

Dit artikel bepaalt wat het Programma omvat. Afhankelijk van het aanbod in de gemeente en de verwachte mogelijkheden van de oudkomer moet dit nader worden ingevuld. In het derde lid van dit artikel wordt verwezen naar een bijlage waarop details (zoals lesroosters, regels van de (onderwijs)instelling incl. regels met betrekking tot verzuim en uitval) kunnen worden vermeld.

De opleiding kan, in plaats van te zijn gericht op het bepalen van een bepaald NT-2 niveau ook zijn gericht op het afleggen van het staatsexamen.

Om aan te kunnen geven over welke (beroeps)competenties een oudkomer beschikt, kan de gemeente de (onderwijs)instelling opdragen samen met de oudkomer een port-folio op te stellen. Het port-folio wordt door de (onderwijs)instellinggewaarmerkt en kan als bewijs dienen bij sollicitaties.

Artikel 3

Hierin zijn de verplichtingen van de gemeente beschreven. Dit artikel brengt het tweezijdig karakter tot uitdrukking: tegenover de in artikel 4 neergelegde verplichtingen van de oudkomer om onder andere het Programma te volgen staan de verplichtingen van de gemeente het programma aan te bieden en ervoor zorg te dragen dat de oudkomer bij een instelling wordt aangemeld alsmede in de gelegenheid wordt gesteld om een begin- en eindtoets af te leggen.

Artikel 4

Dit artikel bevat de verplichtingen van de oudkomer. Het tweede lid ziet op de verplichting van de oudkomer om de gemeente op de hoogte te houden indien niet of niet volledig kan worden voldaan aan de verplichtingen genoemd in het eerste lid.

Ook rust op hem de verplichting om onder opgave van redenen melding te maken van verzuim. Uitgangspunt moet zijn dat de oudkomer geen enkele cursusbijeenkomst mag verzuimen. In het geval een gemeente een beleid wenst te voeren dat gering verzuim wel mogelijk maakt, kan in de overeenkomst de volgende tekst aan de bestaande tekst van artikel 4, derde lid worden toegevoegd: "De oudkomer zal in ieder geval niet meer dan .. % (of: .. aantal) van de cursusbijeenkomsten (mogen) verzuimen." Per gemeente zal alsdan een beleid uitgestippeld moeten worden met betrekking tot de vraag op welk moment verzuim aangemerkt wordt als uitval. In dat geval bepaalt de gemeente welk percentage van verzuim (bijvoorbeeld 20%) of aantal verzuimde cursusbijeenkomsten maximaal toegestaan is en dus welke mate van verzuim voor de gemeente tot opzegging van de overeenkomst c.q. uitval leidt.

Het vierde lid bevat de verplichting van de oudkomer om de gemeente steeds op de hoogte te houden van (voorgenomen) verhuizingen. Dit is voor de gemeente van belang aangezien een verhuizing naar een adres gelegen buiten de gemeente, problemen kan geven voor de voortzetting van het Programma. De gemeente zal steeds per geval moeten nagaan of het wenselijk en mogelijk is om de oudkomer in de gelegenheid te stellen het programma af te ronden. In beginsel wordt immers het programma slechts aangeboden aan ingezetenen van de gemeente. Indien van de gemeente bezwaarlijk verlangd kan worden dat zij dit aanbod gestand houdt, bestaat de mogelijkheid om de overeenkomst op te zeggen ingevolge artikel 6, derde lid.

Artikel 5

In dit artikel zijn de incentives met betrekking tot het volgen van het Programma vastgelegd. Uitgangpunt is dat de kosten van het Programma voor rekening van de gemeente zijn en door deze ten behoeve van de oudkomer worden voldaan (eerste lid). De gemeente kan er voor kiezen ook één of meer bijkomende kosten te voldoen of juist voor rekening te laten van de oudkomer (zoals kosten voor cursusmateriaal, kinderopvang of vervoer) door het combineren van het tweede en vierde lid. De gemeente dient hieraan zelf invulling te geven. Deze kosten kunnen eventueel uiteindelijk via een sanctie- / bonussysteem achteraf op de andere partij worden afgewenteld (artikel 7 onder b resp. artikel 5, vijfde lid).

Indien dit wenselijk en mogelijk is kan de gemeente aan de oudkomer de verplichting opleggen tot het betalen van een borgsom (derde lid). De hoogte van de borgsom kan door de gemeente worden bepaald en eventueel afhankelijk gesteld worden van de individuele omstandigheden van de oudkomer en/of de (verwachte) kosten terzake van het volgen van het Programma. De borgsom kan evenwel ook een min of meer "symbolisch" bedrag zijn. De oudkomer krijgt de borgsom in beginsel alleen terug als hij het programma volledig heeft doorlopen danwel indien de opzegging is gelegen in een niet aan de oudkomer toe te rekenen omstandigheid / dringende reden (zie artikel 6, tweede lid). De borgsom kan eventueel - dit eveneens naar keuze - worden gerestitueerd indien de overeenkomst wordt opgezegd door de gemeente vanwege verhuizing van de oudkomer (zie artikel 6, derde lid).

Artikel 5, derde (2e volzin) en vijfde lid verbinden aan het voltooid hebben van het Programma een positief gevolg: terugbetaling van de borgsom en vergoeding van de bijkomende kosten indien en voor zover deze ingevolge artikel 5, vierde lid door de oudkomer zijn voldaan.

Artikel 6

Dit artikel bevat een omschrijving van de duur en de mogelijkheden en onmogelijkheden ter zake van het (tussentijds) beëindigen van de overeenkomst. Voorop staat dat de overeenkomst voor de oudkomer niet opzegbaar is gedurende de duur van het Programma behoudens gevallen van dringende redenen.

Of er sprake is van een dringende reden zal door de gemeente moeten worden beoordeeld aan de hand van de eisen van de redelijkheid en de billijkheid ex artikel 2 jo. 248 boek 6 BW. Een dringende reden zou bijvoorbeeld gelegen kunnen zijn in medische beletsels (waaronder zwangerschap) óf een verhuizing naar een adres gelegen buiten de gemeente. De gemeente zal in het eerste geval de (eventueel door de oudkomer betaalde) borgsom (kunnen) restitueren. Dit wordt in het tweede lid tot uitdrukking gebracht. In het tweede geval (verhuizing) zal de gemeente de borgsom - naar keuze - kunnen restitueren. Dit dient in het derde lid tot uitdrukking te worden gebracht.

Artikel 7

Teneinde het volgen en afronden van het Programma een minder vrijblijvend karakter te geven kunnen positieve of negatieve incentives c.q. bonussen of maatregelen worden opgelegd (Zie het bovenstaande).

Artikel 7 regelt het geval van een toerekenbare niet-nakoming in welk geval de oudkomer is gehouden de bijkomende kosten (bedoeld in artikel 5, tweede lid) aan de gemeente terug te betalen indien deze door de gemeente zijn voldaan.

De oudkomer zal bij toerekenbare niet-nakoming - ingevolge het bepaalde onder c - ook zijn borgsom niet terug krijgen. Overigens zij opgemerkt dat het onder c bepaalde achterwege zal moeten blijven indien ervoor is geopteerd om geen borgsom aan de oudkomer op te leggen.

Artikel 8

Hierin is een en ander geregeld over informatie-overdracht tussen de (onderwijs)instelling en de gemeente. Deze informatie-overdracht is van belang omdat de gemeente alleen op die wijze kan constateren of de oudkomer zich aan de afspraken houdt. Zonodig kan tijdig worden bijgestuurd. Over de informatie-overdracht zal de gemeente ook met de (onderwijs)instelling afspraken moeten maken.

Artikel 9

Dit artikel bevat (wellicht ten overvloede) een rechtskeuze voor Nederlands recht. Eveneens wordt in dit artikel bevoegdheid toegekend aan de rechter in het arrondissement waarin de gemeente is gelegen. Geschillen die in onderling overleg niet kunnen worden opgelost, zullen uitsluitend aan die rechter worden voorgelegd.

Artikel 10

Dit artikel geeft aan dat de oudkomer kennis heeft genomen van een vertaling van de overeenkomst.

Download: Model-overeenkomst, te sluiten tussen gemeente en oudkomer

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.