Toelichting bij model(inburgerings)contract oudkomers
Algemeen
Bijgaand modelcontract strekt ertoe de wederzijdse rechten en
verplichtingen van gemeente en oudkomer inzake het aanbieden
respectievelijk het volgen van een oudkomersprogramma - gericht op
inburgering - voor oudkomers (hierna: het Programma) eenduidig vast te
leggen.
Het model kan niet worden beschouwd als een definitieve tekst die
ongewijzigd bruikbaar is voor iedere situatie. Deze zal steeds moeten
worden aangepast aan de gemeentelijke situatie. Aan de hand van de
achtergrond en ervaring van de oudkomer moet verder per geval worden
beoordeeld hoe het Programma er precies zal uitzien. Evenzo dient
rekening te worden gehouden met de procedurele gang van zaken binnen
het gemeentelijk apparaat en het sluiten van oudkomers-contracten. Het
model biedt hiervoor de ruimte.
Deze overeenkomst wordt beheerst door het burgerlijk recht. Beide
partijen kunnen op grond van artikel 74, boek 6 BW, nakoming c.q.
schadevergoeding via de burgerlijke rechter afdwingen.
Middelen ter stimulering van het nakomen van de verplichtingen
Het modelcontract bevat de afspraken die tussen de gemeente en de
oudkomer kunnen worden gemaakt en vastgelegd in een overeenkomst.
Hoewel aan dit programma op vrijwillige basis wordt deelgenomen, komt
het onwenselijk voor om aan het al dan niet afronden van het programma
een geheel vrijblijvend karakter toe te kennen.
De gemeente kan in dit licht in de overeenkomst bepalingen opnemen
die de oudkomer stimuleert om een eenmaal aangevangen programma ook
daadwerkelijk te voltooien door daaraan bepaalde gevolgen te
verbinden. Deze gevolgen kunnen worden geformuleerd in de zin van een
maatregel (negatieve incentive) danwel een bonus (positieve incentive).
Ten aanzien van de oudkomer die geen bijstandsuitkering ontvangt
zal een bepaling waarbij (bepaalde) kosten bij niet nakoming op hem
kunnen worden verhaald, moeten worden opgenomen.
Denkbaar is voorts dat in dit kader aan de oudkomer wordt gevraagd
een borgsom te betalen. Indien de oudkomer het programma voltooit, zal
de gemeente de borgsom restitueren. Indien de overeenkomst niet wordt
nagekomen zal de borgsom niet worden gerestitueerd en eventueel
aangewend worden om een deel van de kosten op de oudkomer te verhalen.
Een bonus zal eventueel daaruit kunnen bestaan dat zowel de borgsom
als bepaalde kosten (die voor rekening van de oudkomer komen) na
voltooiing van het programma aan hem zullen worden gerestitueerd c.q.
vergoed.
Het model moet met name op dit punt (dat ziet op stimulering van de
oudkomer om het programma af te ronden) steeds overeenkomstig de door
de gemeente gewenste invulling daarvan worden aangepast.
Vertaling
Het gaat niet aan een oudkomer een overeenkomst te laten tekenen
waarvan hij de inhoud niet kent omdat hij geen Nederlands beheerst
(nog even afgezien van de mogelijke gevolgen voor de rechtsgeldigheid
van de overeenkomst). Om die reden moet een oudkomer in de eigen taal,
althans in een voor hem begrijpelijke taal, zoals het Engels, Frans,
Turks, Arabisch (Marokkaans), Somalisch, Farsi, Papiamento en
Servo-Kroatisch op de hoogte worden gebracht van de inhoud van de
overeenkomst. Een schriftelijke vertaling dient daarbij (als bijlage
bij de overeenkomst) aan de oudkomer ter beschikking te worden
gesteld. Deze kan ook achteraf nog eens geraadpleegd worden en is in
tegenstelling tot een mondelinge vertaling eenduidig en niet voor
discussie vatbaar.
Artikelsgewijze toelichting
Partijen moeten juist en volledig worden aangeduid. In iedere
gemeente moet worden bepaald wie de overeenkomst namens de
rechtspersoon de gemeente aangaat.
Artikel 1
Teneinde voor de oudkomer een passend programma te kunnen
vaststellen is het noodzakelijk om allereerst het beginniveau van de
beheersing van de Nederlandse Taal van de oudkomer vast te stellen.
De gemeente wijst een (onderwijs)instelling aan alwaar de oudkomer
de hiervoor noodzakelijke begintoets wordt afgenomen.
Voor de toetsing van de oudkomer kunnen verschillende toetsen
worden ingezet. Het is mogelijk dat door de gemeente al bepaalde
toetsen worden gebruikt en waarbij, voor de toetsing van oudkomers,
kan worden aangesloten. Door Bureau ICE te Lienden zijn intake
toetsen ontworpen voor gealfabetiseerde en niet-gealfabetiseerde
oudkomers. Door CITOgroep te Arnhem en door Bureau ICE zijn toetsen
ontworpen die de voortgang en de uitstroom van oudkomers kunnen
meten. De gemeenten kunnen in overleg met de betreffende
(onderwijs)instelling bepalen welke toetsen gebruikt zullen worden.
Artikel 2
Dit artikel bepaalt wat het Programma omvat. Afhankelijk van het
aanbod in de gemeente en de verwachte mogelijkheden van de oudkomer
moet dit nader worden ingevuld. In het derde lid van dit artikel
wordt verwezen naar een bijlage waarop details (zoals lesroosters,
regels van de (onderwijs)instelling incl. regels met betrekking tot
verzuim en uitval) kunnen worden vermeld.
De opleiding kan, in plaats van te zijn gericht op het bepalen
van een bepaald NT-2 niveau ook zijn gericht op het afleggen van het
staatsexamen.
Om aan te kunnen geven over welke (beroeps)competenties een
oudkomer beschikt, kan de gemeente de (onderwijs)instelling opdragen
samen met de oudkomer een port-folio op te stellen. Het port-folio
wordt door de (onderwijs)instellinggewaarmerkt en kan als bewijs
dienen bij sollicitaties.
Artikel 3
Hierin zijn de verplichtingen van de gemeente beschreven. Dit
artikel brengt het tweezijdig karakter tot uitdrukking: tegenover de
in artikel 4 neergelegde verplichtingen van de oudkomer om onder
andere het Programma te volgen staan de verplichtingen van de
gemeente het programma aan te bieden en ervoor zorg te dragen dat de
oudkomer bij een instelling wordt aangemeld alsmede in de
gelegenheid wordt gesteld om een begin- en eindtoets af te leggen.
Artikel 4
Dit artikel bevat de verplichtingen van de oudkomer. Het tweede
lid ziet op de verplichting van de oudkomer om de gemeente op de
hoogte te houden indien niet of niet volledig kan worden voldaan aan
de verplichtingen genoemd in het eerste lid.
Ook rust op hem de verplichting om onder opgave van redenen
melding te maken van verzuim. Uitgangspunt moet zijn dat de oudkomer
geen enkele cursusbijeenkomst mag verzuimen. In het geval een
gemeente een beleid wenst te voeren dat gering verzuim wel mogelijk
maakt, kan in de overeenkomst de volgende tekst aan de bestaande
tekst van artikel 4, derde lid worden toegevoegd: "De oudkomer zal
in ieder geval niet meer dan .. % (of: .. aantal) van de
cursusbijeenkomsten (mogen) verzuimen." Per gemeente zal alsdan een
beleid uitgestippeld moeten worden met betrekking tot de vraag op
welk moment verzuim aangemerkt wordt als uitval. In dat geval
bepaalt de gemeente welk percentage van verzuim (bijvoorbeeld 20%)
of aantal verzuimde cursusbijeenkomsten maximaal toegestaan is en
dus welke mate van verzuim voor de gemeente tot opzegging van de
overeenkomst c.q. uitval leidt.
Het vierde lid bevat de verplichting van de oudkomer om de
gemeente steeds op de hoogte te houden van (voorgenomen)
verhuizingen. Dit is voor de gemeente van belang aangezien een
verhuizing naar een adres gelegen buiten de gemeente, problemen kan
geven voor de voortzetting van het Programma. De gemeente zal steeds
per geval moeten nagaan of het wenselijk en mogelijk is om de
oudkomer in de gelegenheid te stellen het programma af te ronden. In
beginsel wordt immers het programma slechts aangeboden aan
ingezetenen van de gemeente. Indien van de gemeente bezwaarlijk
verlangd kan worden dat zij dit aanbod gestand houdt, bestaat de
mogelijkheid om de overeenkomst op te zeggen ingevolge artikel 6,
derde lid.
Artikel 5
In dit artikel zijn de incentives met betrekking tot het volgen
van het Programma vastgelegd. Uitgangpunt is dat de kosten van het
Programma voor rekening van de gemeente zijn en door deze ten
behoeve van de oudkomer worden voldaan (eerste lid). De gemeente kan
er voor kiezen ook één of meer bijkomende kosten te voldoen of juist
voor rekening te laten van de oudkomer (zoals kosten voor
cursusmateriaal, kinderopvang of vervoer) door het combineren van
het tweede en vierde lid. De gemeente dient hieraan zelf invulling
te geven. Deze kosten kunnen eventueel uiteindelijk via een sanctie-
/ bonussysteem achteraf op de andere partij worden afgewenteld
(artikel 7 onder b resp. artikel 5, vijfde lid).
Indien dit wenselijk en mogelijk is kan de gemeente aan de
oudkomer de verplichting opleggen tot het betalen van een borgsom
(derde lid). De hoogte van de borgsom kan door de gemeente worden
bepaald en eventueel afhankelijk gesteld worden van de individuele
omstandigheden van de oudkomer en/of de (verwachte) kosten terzake
van het volgen van het Programma. De borgsom kan evenwel ook een min
of meer "symbolisch" bedrag zijn. De oudkomer krijgt de borgsom in
beginsel alleen terug als hij het programma volledig heeft doorlopen
danwel indien de opzegging is gelegen in een niet aan de oudkomer
toe te rekenen omstandigheid / dringende reden (zie artikel 6,
tweede lid). De borgsom kan eventueel - dit eveneens naar keuze -
worden gerestitueerd indien de overeenkomst wordt opgezegd door de
gemeente vanwege verhuizing van de oudkomer (zie artikel 6, derde
lid).
Artikel 5, derde (2e volzin) en vijfde lid verbinden
aan het voltooid hebben van het Programma een positief gevolg:
terugbetaling van de borgsom en vergoeding van de bijkomende kosten
indien en voor zover deze ingevolge artikel 5, vierde lid door de
oudkomer zijn voldaan.
Artikel 6
Dit artikel bevat een omschrijving van de duur en de
mogelijkheden en onmogelijkheden ter zake van het (tussentijds)
beëindigen van de overeenkomst. Voorop staat dat de overeenkomst
voor de oudkomer niet opzegbaar is gedurende de duur van het
Programma behoudens gevallen van dringende redenen.
Of er sprake is van een dringende reden zal door de gemeente
moeten worden beoordeeld aan de hand van de eisen van de
redelijkheid en de billijkheid ex artikel 2 jo. 248 boek 6 BW. Een
dringende reden zou bijvoorbeeld gelegen kunnen zijn in medische
beletsels (waaronder zwangerschap) óf een verhuizing naar een adres
gelegen buiten de gemeente. De gemeente zal in het eerste geval de
(eventueel door de oudkomer betaalde) borgsom (kunnen) restitueren.
Dit wordt in het tweede lid tot uitdrukking gebracht. In het tweede
geval (verhuizing) zal de gemeente de borgsom - naar keuze - kunnen
restitueren. Dit dient in het derde lid tot uitdrukking te worden
gebracht.
Artikel 7
Teneinde het volgen en afronden van het Programma een minder
vrijblijvend karakter te geven kunnen positieve of negatieve
incentives c.q. bonussen of maatregelen worden opgelegd (Zie het
bovenstaande).
Artikel 7 regelt het geval van een toerekenbare niet-nakoming in
welk geval de oudkomer is gehouden de bijkomende kosten (bedoeld in
artikel 5, tweede lid) aan de gemeente terug te betalen indien deze
door de gemeente zijn voldaan.
De oudkomer zal bij toerekenbare niet-nakoming - ingevolge het
bepaalde onder c - ook zijn borgsom niet terug krijgen. Overigens
zij opgemerkt dat het onder c bepaalde achterwege zal moeten blijven
indien ervoor is geopteerd om geen borgsom aan de oudkomer op te
leggen.
Artikel 8
Hierin is een en ander geregeld over informatie-overdracht tussen
de (onderwijs)instelling en de gemeente. Deze informatie-overdracht
is van belang omdat de gemeente alleen op die wijze kan constateren
of de oudkomer zich aan de afspraken houdt. Zonodig kan tijdig
worden bijgestuurd. Over de informatie-overdracht zal de gemeente
ook met de (onderwijs)instelling afspraken moeten maken.
Artikel 9
Dit artikel bevat (wellicht ten overvloede) een rechtskeuze voor
Nederlands recht. Eveneens wordt in dit artikel bevoegdheid
toegekend aan de rechter in het arrondissement waarin de gemeente is
gelegen. Geschillen die in onderling overleg niet kunnen worden
opgelost, zullen uitsluitend aan die rechter worden voorgelegd.
Artikel 10
Dit artikel geeft aan dat de oudkomer kennis heeft genomen van
een vertaling van de overeenkomst.
Download:
Model-overeenkomst, te sluiten tussen gemeente en oudkomer
|