|
Dossier
is een rubriek op InburgerNet
waarin wordt een onderwerp uitgebreid aan de orde gesteld. Nieuws over
dat onderwerp komt ook weer in het dossier terecht. Zo wordt naast het
traject van inburgering ook aan andere onderwerpen aandacht besteed.
Reacties en aanvullingen zijn welkom |

Een derde deel (34 procent) van de
personen op de wachtlijst van 1 juli 2000 staat op 1 december 2000 nog
op de wachtlijst. Tweederde deel van de personen (66 procent) is van
de wachtlijst verdwenen. Sinds 1 juli 2000 is de wachtlijst licht
gedaald. Het aantal personen op de wachtlijst daalde van 10 202
personen op 1 juli 2000 naar 9668 personen op 1 december 2000. Het
lijkt erop dat de nieuwe aanwas de wachtlijsten op nagenoeg hetzelfde
niveau (iets lager) houdt.
3
Kenmerken van personen op de wachtlijst 1 december 2000
3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een overzicht
gegeven van een aantal kenmerken van personen die op 1 december 2000
op de wachtlijsten voor oudkomers voor NT2 staan. In paragraaf 3.2
worden de kenmerken van de totale wachtlijst van 1 december
beschreven. De beschrijving is gebaseerd op een analyse van de
(opgeschoonde) wachtlijsten van 81 locaties, behorend tot 42 ROC's .
Het gaat om een bestand van in totaal 9668 personen. De ROC's is
gevraagd om van de personen op de wachtlijst de NAW-gegevens,
opleidingsniveau, geboortedatum, datum van vestiging en datum van
inschrijving te leveren. Niet alle ROC's konden deze gegevens leveren.
Bij de tabellen staat daarom vermeld op hoeveel personen de cijfers
betrekking hebben. Bij de tabellen over geboorteland, geslacht,
geboortejaar en vestigingsdatum zijn ook de resultaten van de
wachtlijstmeting in juli weergegeven.
In de kruistabellen staan alleen
gegevens van de meting van 1 december 2000.
In paragraaf 3.3 wordt een overzicht
gegeven van de personen die zowel op 1 juli als op 1 december op de
wachtlijst stonden. In het bestand van de wachtlijst van 1 juli
stonden 10 202 personen op de wachtlijst. Hiervan stonden op 1
december 3427 personen nog op de wachtlijst. Dat is 34 procent. Omdat
niet alle ROC's van deze personen de gevraagde achtergrond
gegevens die voor de analyse van deze groep van belang zijn
(NAW-gegevens, opleidingsniveau, geboortedatum, geboorteland, datum
van vestiging en datum van inschrijving) konden leveren, is bij de
tabellen vermeld op hoeveel personen de cijfers betrekking hebben.
Paragraaf 3.4 geeft een samenvatting
van dit hoofdstuk. In deze samenvatting wordt ook ingegaan op de vraag
of de samenstelling van de groep, die op de wachtlijst is blijven
staan afwijkt van de totale groep die op 1 juli 2000 op de wachtlijst
stond.
3.2
Kenmerken personen op de wachtlijst van 1 december
Geboorteland
(7404 personen, 77 procent)
De grootste groepen op de wachtlijst zijn afkomstig uit Turkije
(21 procent) of Marokko (20 procent). Ten opzichte van de meting van 1
juli zijn er kleine verschuivingen. Er staan in verhouding iets meer
mensen uit de EU/EER op de lijst. Ghana en Pakistan vallen niet meer
in de top 10. Het percentage wachtenden uit Iran en Antillen/Aruba is
daarentegen toegenomen.
Tabel 3.1: Top 10
van geboortelanden.
|
Geboorteland |
meting 1 juli 2000 |
meting 1 december
2000 |
| |
Abs. |
% |
Abs. |
% |
| Marokko |
1634 |
23,0% |
1504 |
20,3% |
| Turkije |
1618 |
22,8% |
1561 |
20,6% |
| EU en EER |
376 |
2,7% |
457 |
6,0% |
| Irak |
301 |
4,2% |
354 |
4,8% |
| China |
244 |
3,4% |
347 |
4,7% |
| Somalii |
268 |
3,8% |
274 |
3,7% |
| Antillen/Aruba |
|
|
233 |
3,1% |
| Kaapverdii |
177 |
2,5% |
199 |
2,7% |
| Afghanistan |
198 |
2,8% |
187 |
2,5% |
| Iran |
|
|
151 |
2,0% |
| Ghana |
153 |
2,2% |
|
|
| Pakistan |
128 |
1,8% |
|
|
| |
7109 |
|
5267 |
70,4% |
Voor het vervolg van deze tekst
wordt een aantal groepen personen naar geboorteland gegroepeerd. Het
gaat om de volgende groepen:
- Marokkanen;
- Turken;
- Surinamers en personen afkomstig
van de Antillen en Aruba;
- vluchtelingen (uit Afghanistan,
Angola, Azerbeidzjan, Bosnië en Herzegovina, China, Iran, Irak,
Somalië, Sri Lanka, Soedan, Joegoslavië en Zaïre);
- Personen uit een land van de EU
of EER (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk,
Griekenland, Ierland, IJsland, Italië, Liechtenstein, Luxemburg,
Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd
Koninkrijk, Zweden, Zwitserland);
- overig.
Marokkanen en Turken vormen relatief
de grootste groep. Ruim een vijfde van de personen op de wachtlijsten
is gevlucht uit de hierboven onderscheiden landen.
Terug
naar de samenvatting
Tabel 3.2:
Wachtenden naar zes groepen op basis van geboorteland.
| Geboorteland |
meting
1 juli 2000 |
meting
1 december 2000 |
| |
Abs. |
% |
Abs. |
% |
| Marokkanen |
1634 |
23,0% |
1504 |
20,7% |
| Turken |
1618 |
22,8% |
1561 |
20,6% |
| Surinamers en
Antillianen en Arubanen |
71 |
1,0% |
293 |
3,8% |
| Vluchtelingen |
1286 |
18,1% |
1692 |
22,6% |
| Personen uit EU of
EER |
376 |
5,3% |
457 |
6,0% |
| Overige |
2124 |
29,9% |
1897 |
26,3% |
| |
7109 |
100% |
7404 |
100% |
Geslacht (8504
personen, 88 procent)
De meerderheid van de personen op de wachtlijsten is vrouw (60
procent); 40 procent is man. Op de wachtlijst van 1 juli 2000 waren
deze percentages respectievelijk 59 en 41. Er is een significant
verschil tussen de groepen in de mate waarin vrouwen zijn
oververtegenwoordigd. In de groep Turken en de groep
Surinamers/Antillianen/Arubanen zijn vrouwen duidelijk
oververtegenwoordigd, bij de andere groepen is dit minder sterk het
geval. Dit is niet veranderd ten opzichte van de julimeting.
Tabel 3.3: Groepen naar
geslacht.
| Geboorteland |
Man |
Vrouw |
| |
Abs. |
% |
Abs. |
% |
| Marokkanen |
645 |
44% |
823 |
56% |
| Turken |
485 |
31% |
1058 |
69% |
| Surinamers en
personen afkomstig van de Antillen en Aruba |
99 |
35% |
185 |
65% |
| Vluchtelingen |
806 |
50% |
801 |
50% |
| Personen uit EU of
EER |
199 |
45% |
242 |
55% |
| Overige |
631 |
35% |
1195 |
65% |
| Totaal (N=7169) |
2865 |
40% |
4304 |
60% |
Lees verder ->
Naar inhoud ->
Pagina terug -> |
|