
Uit de beschikbare gegevens blijkt
dat bijna de helft van alle wachtenden (45 procent) personen zijn uit
de traditionele migrantengroepen, namelijk Marokkanen, Turken,
Surinamers, Antillianen en Arubanen. Het aantal personen afkomstig uit
Turkije en Marokko is in verhouding afgenomen ten opzichte van de
meting in juli 2000. Het aantal Antillianen/Arubanen is daarentegen
gestegen. Ook deze meting staan er meer vrouwen dan mannen op de
wachtlijst (respectievelijk 60 en 40 procent). Met name Turkse en
Surinaamse vrouwen zijn oververtegenwoordigd. Ruim de helft van de
personen op de wachtlijst is ouder dan 30 jaar (59 procent). De
personen op de wachtlijst zijn relatief kort in Nederland. Iets meer
dan de helft van de personen op de wachtlijst is sinds 1996 in
Nederland. Dit is een duidelijke stijging ten opzichte van de
wachtlijst in juli 2000. Toen was dit percentage 41.
Personen afkomstig uit Marokko en
Turkije zijn in verhouding langer in Nederland. Het opleidingsniveau
laat een zeer verschillend beeld zien. Er bevinden zowel veel lager
als hoogopgeleiden onder de personen op de wachtlijst.
In paragraaf 3.3. is gekeken naar de
achtergrondgegevens van de restgroep van de wachtlijst van 1 juli.
Deze groep vertoont weinig afwijking van de totale wachtlijstgroep van
1 juli. De oververtegenwoordiging van de traditionele
migrantengroepen, zien we terug in de restgroep. Ook is er, evenals op
de totale wachtlijst van 1 juli, bij de restgroep sprake van een
oververtegenwoordiging van vrouwen. Daarnaast wijkt de restgroep van
de wachtlijst van 1 juli wat betreft leeftijd evenmin af van de totale
groep. Tevens nemen we geen afwijkende vestigingsdata waar bij de
restgroep ten opzichte van de totale groep van 1 juli. Tot slot blijkt
de restgroep ook wat betreft opleidingniveau niet af te wijken van de
totale groep.
4
De samenstelling van het cursusaanbod NT2
4.1 Inleiding
Onderdeel van het onderzoek is het
inventariseren van het cursusaanbod NT2 en de toegankelijkheid van het
aanbod. De toegankelijkheid van het aanbod wordt onderzocht aan de
hand van de variëteit van het aanbod van trajecten in termen van (NT2)
niveaus, intensiteit (aantal uren per week), tijdstippen waarop
trajecten worden aangeboden (overdag, avond) en de beschikbaarheid van
aanbod dat inspeelt op de wensen van specifieke doelgroepen
(bijvoorbeeld vrouwen of opvoeders). Daarnaast wordt het aantal
cursussen per type, het aantal instroommomenten dat een ROC toestaat
en de mate van doorcontracteren door het ROC in beeld gebracht. Het
schema waarmee ROC's hun aanbod konden beschrijven is in bijlage
2 van dit rapport afgedrukt. ROC's zijn telefonisch benaderd met
de vraag over doorcontracteren.
Uit eerder onderzoek blijkt dat
ROC's op verschillende wijzen hun aanbod samenstellen. Het ene
ROC laat de samenstelling van het aanbod afhangen van de vraag die
zich op een gegeven moment aandient; een ander ROC heeft een vaste
jaarcyclus van modulen of blokken waaraan een cursist, afhankelijk van
het met hem/haar afgesproken traject, wel of niet deelneemt. Een derde
model is het inplannen van een aantal standaardtrajecten waaruit met
de cursist een keuze wordt gemaakt. Om in deze context zicht te
krijgen op het opleidingenaanbod hebben we ervoor gekozen om,
uitgaande van een bepaalde periode, een dwarsdoorsnede van het aanbod
te maken. Gekozen is voor de drie maanden direct na de zomervakantie
van 2000. In deze periode is een aantal ROC's met een nieuwe
aanbod gestart, dat afwijkt van het aanbod uit het beëindigde
schooljaar, terwijl andere ROC's voor, tijdens en na de
vakanties volcontinu door blijven draaien. Daarmee luidde de
onderzoeksvraag:
Hoe ziet het aanbod eruit in de
periode tussen 1 september en 1 december 2000 in termen van:
- de variëteit van het aanbod;
- het aantal groepen per
cursustype;
- de gemiddelde groepsgrootte per
type;
- het instroombeleid van ROC's ;
- de mate van doorcontracteren door
ROC's .
4.2
De variëteit van het aanbod
Het overgrote deel van het NT2
aanbod van de ROC's is in feite te categoriseren in drie
dimensies: naar niveau (alfabetisering, laag-, midden- en
hoogopgeleiden), intensiteit (meer of minder dan 15 lesuren per week)
en tijdstip (dag, avond). Daarnaast bieden ROC's ook andere
typen trajecten aan, maar deze zijn nagenoeg niet in enkele dimensies
te beschrijven; het kan gaan om voorbereidende en oriënterende
trajecten, examentrainingen, trajecten die op het Staatsexamen
voorbereiden of trajecten waarin taaleducatie wordt gecombineerd met
andere onderwerpen (gerelateerd aan opvoeden of werk).
In het eerste deel van dit hoofdstuk
brengen we het standaardaanbod in beeld. Daarna volgt een beschrijving
van de variëteit van het specifieke aanbod (paragraaf 4.4).
Tabel 4.1 geeft een overzicht van
het aantal ROC's dat trajecten op alle bij NT2 onderscheiden niveaus
(4) aanbiedt. In de tabel zijn per niveau het aantal ROC's
weergegeven, dat trajecten op dat niveau aanbiedt. Alle ROC's
verzorgen aanbod op alfabetiseringsniveau en voor laagopgeleiden.
Tabel 4.1: Aantallen ROC's die trajecten van een bepaald niveau
aanbieden
|
Aanbod niveau |
Aantal ROC's |
|
Alfabetisering |
42 |
|
cursussen voor laagopgeleiden |
42 |
|
cursussen voor middenopgeleiden |
36 |
|
cursussen voor hoogopgeleiden |
40 |
Alle 42 ROC's bieden tenminste drie
van de vier niveaus aan. Van de 42 ROC's bieden 34 op alle
(vier) niveaus trajecten aan: alfabetisering, cursussen voor laag,
midden en hoogopgeleiden. In sommige gevallen worden, mits er
voldoende belangstelling is, op ad hoc basis groepen van meerdere
niveaus samengesteld om aan de behoefte aan niet-intensieve en/of
avondcursussen te voldoen. Drie ROC's hebben aangegeven dit te
doen.
Onderstaande tabel (tabel 4.2) geeft
de aantallen ROC's weer die een bepaald type cursus aanbieden. Het is
een wisselend beeld. Opvallend is dat meer ROC's met name hun
alfabetiseringstrajecten en trajecten voor laagopgeleiden in een
niet-intensieve vorm aanbieden dan in een intensieve vorm.
Tabel 4.2:
Aantal ROC's per cursussoort
|
Opleidingsaanbod |
Aantal ROC's |
| alfabetisering intensief dag |
28 |
| alfabetisering niet intensief dag |
39 |
| alfabetisering niet intensief avond |
18 |
| laagopgeleiden intensief dag |
37 |
| laagopgeleiden niet intensief dag |
40 |
| laagopgeleiden niet intensief avond |
40 |
| middenopgeleiden intensief dag |
33 |
| middenopgeleiden niet intensief dag |
15 |
| middenopgeleiden niet intensief
avond |
30 |
| hoogopgeleiden intensief dag |
37 |
| hoogopgeleiden niet intensief dag |
20 |
| hoogopgeleiden niet intensief avond |
35 |
Omdat we veronderstelden dat
specifiek aanbod voor vrouwen regelmatig onderdeel uitmaakt van het
aanbod, hebben we deze optie nadrukkelijk in het invulschema verwerkt
(zie bijlage 2). Tabel 4.3 maakt twee zaken duidelijk. In de eerste
plaats dat ruim de helft van de ROC's trajecten uitsluitend
bedoeld voor vrouwen aanbiedt in onze peilperiode. In de tweede plaats
blijken niet-intensieve dagtrajecten op alfabetiseringsniveau en voor
laagopgeleide vrouwen overduidelijk het hoofdaccent in het aanbod te
vormen. In totaal zijn er in de peilperiode 348 vrouwengroepen, dat is
11 procent van het totale aantal groepen in deze periode. Uit de
analyse van het overige cursusaanbod blijkt overigens in het kader van
specifieke doelgroepen, het accent nadrukkelijk op vrouwen ligt.
Slechts twee ROC's hebben aanbod dat specifiek voor
laagopgeleide ouderen is bedoeld, twee (andere) ROC's hebben een
specifiek aanbod voor jongeren en n ROC biedt een cursus
opvoedingsondersteuning aan.
Terug naar de
samenvatting
Tabel 4.3: Aantal ROC's per cursussoort specifiek voor vrouwen
|
Opleidingsaanbod |
Aantal ROC's
|
| Alfabetisering intensief dag |
5 |
| Alfabetisering niet intensief dag |
27 |
| laagopgeleiden intensief dag |
2 |
| laagopgeleiden niet intensief dag |
24 |
| laagopgeleiden niet intensief avond |
2 |
| middenopgeleiden niet intensief dag |
1 |
Lees verder
->
Naar inhoud ->
Pagina terug -> |