is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Dossier

is een rubriek op InburgerNet
waarin wordt een onderwerp uitgebreid aan de orde gesteld. Nieuws over dat onderwerp komt ook weer in het dossier terecht. Zo wordt naast het traject van inburgering ook aan andere onderwerpen aandacht besteed.

Reacties en aanvullingen zijn welkom


Brief aan Tweede Kamer

Hierbij bied ik u aan, mede namens de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de notitie oudkomers, de derde meting van de stand van zaken wachtlijsten NT2 (stand per 15 februari 2001) en een rapportage van de werkzaamheden van de Taskforce Inburgering (TI).

Inleiding
De verschillende bijlagen staan uiteraard in nauwe relatie tot elkaar. Zo is bij het opstellen van de notitie oudkomers nadrukkelijk gebruik gemaakt van de resultaten die de verschillende metingen van de wachtlijsten hebben opgeleverd en van de ervaringen die de TI het afgelopen jaar heeft opgedaan.

De notitie oudkomers bevat de voornemens van het kabinet om te komen tot een oudkomersbeleid, waarmee werkzoekenden en opvoeders, die al langer in Nederland zijn, een passend inburgeringstraject krijgen aangeboden.

De derde meting van de wachtlijsten (stand per 15 februari jl.) geeft te zien dat bijna 80 procent van de wachtlijst, die op 1 juli vorig jaar bestond, is weggewerkt. Op dit moment wordt de vierde meting van de wachtlijsten op 1 mei jl. uitgevoerd. De projectleider van de TI, mevrouw Vogelaar, schat in dat op 1 mei jl. de wachtlijst van vorig jaar voor omstreeks 95 procent is weggewerkt. Dankzij de inspanningen van gemeenten, Regionale opleidingen centra (ROC's) en de TI, is naar verwachting dus aan ruim 9.500 personen versneld een taalaanbod gedaan. De aanvankelijke verwachting dat de wachtlijsten gedurende het afgelopen jaar ook weer zouden aangroeien, is bewaarheid geworden. Daarnaast hebben de wachtlijstonderzoeken voor het eerst een goed inzicht geboden in de precieze samenstelling van de reeds jarenlang aanwezige wachtlijsten. Nieuw in de bijgevoegde derde meting is het resultaat van het volgen van de personen op de wachtlijst van een aantal ROC's.

Overleg met de uitvoeringsorganisaties
Over de verschillende bijlagen is nauw overleg gevoerd met de uitvoerende instellingen.

In vervolg op de werkconferentie inburgering die op 21 juni 2000 plaatsvond, heeft op 25 april jl. een tweede werkconferentie inburgering plaatsgevonden met bestuurders van gemeenten, ROC's en Centra voor werk en inkomen (CWI's), onder voorzitterschap van de Minister-president, in aanwezigheid van de vier direct bij het inburgeringsbeleid betrokken bewindspersonen van OCenW, VWS, SZW en GSI. Tijdens deze werkconferentie is gesproken over de wijze waarop de wachtlijstproblematiek structureel kan worden opgelost en over de bouwstenen van de notitie oudkomers. Daarnaast zijn de activiteiten van de TI gepresenteerd ter verbetering van de uitvoering van de inburgering. Deze activiteiten treft u aan in de bijgevoegde rapportage van de TI.

De notitie oudkomers is tevens onderwerp van gesprek geweest in het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) van 22 mei jl. Bovendien heeft een expertmeeting over oudkomersbeleid in de praktijk plaatsgevonden, waaraan 5 gemeenten en de in die gemeenten betrokken instellingen participeerden. Doel van deze bijeenkomst was het toetsen van de praktische uitvoerbaarheid van voornemens ten aanzien van het oudkomersbeleid en gelijktijdig het inventariseren van de voornaamste knelpunten in de uitvoering. Zowel tijdens de werkconferentie als in de expertmeeting toonden de aanwezigen een sterke betrokkenheid en bleek het draagvlak voor de voorstellen groot. Het kabinet heeft er daarom vertrouwen in dat het inburgeringsbeleid in de komende periode alle aandacht en energie zal krijgen die noodzakelijk is om de uitvoering verder te optimaliseren. De uitvoering van het inburgeringsbeleid is een gemeentelijke taak en zal dan ook op lokaal niveau moeten worden ingevuld. Het Rijk heeft de afgelopen periode gefaciliteerd met aanvullende financiële middelen en de inzet van de TI, maar het is aan de gemeente, ROC en andere uitvoeringsorganisaties om de inburgering tot een succes te maken.

In het kader van het wegwerken van de wachtlijsten is met name de TI actief geweest in de contacten met gemeenten en ROC's. Met bestuurders van de gemeenten en de ROC's, waar grote wachtlijsten bestonden, is ook bestuurlijk overleg gevoerd, met als doel de voortgang te bespreken en eventuele knelpunten op te lossen. De TI heeft met de gemeenten en ROC's waar de grootste wachtlijsten bestonden, convenanten gesloten.

Hoewel de verschillende bijgevoegde notities voor zichzelf spreken, volgt hieronder een aantal toelichtende opmerkingen.

Wachtlijstonderzoek
Wachtlijsten blijken een stugge materie te zijn om inzicht in te krijgen. Niet alleen zijn er grote verschillen in wie op welk moment op een wachtlijst wordt geplaatst, ook blijken gegevens te ontbreken of zijn niet volledig en worden, door de verschillende manier van registratie, op diverse wijzen geleverd. De achtereenvolgende rapporten over de wachtlijsten NT2 getuigen daarvan.

Uit het derde wachtlijstonderzoek NT2 blijkt dat het overgrote deel van de wachtenden inmiddels een aanbod NT2 is gedaan, maar dat een harde kern van wachtenden overblijft. Naar de oorzaken van het feit dat zij nog op een wachtlijst staan zal door Cinop/Regioplan bij de vierde en laatste meting onderzoek worden gedaan. De Taskforce vermoedt dat deze voornamelijk gelegen zijn in de specifieke kenmerken van de betreffende personen en hun specifieke wensen. Ook blijkt dat de beperkte capaciteit van de kinderopvang een structureel probleem is bij het wegwerken van wachtlijsten. In de notitie oudkomers wordt dan ook bijzondere aandacht besteed aan de problematiek van de kinderopvang.

Zoals gezegd is de vierde en laatste meting, die de stand van zaken weergeeft per 1 mei 2001, momenteel in uitvoering. De kwantitatieve gegevens van deze meting zullen u vlak voor het zomerreces worden toegezonden. Een kwalitatieve evaluatie en beoordeling ontvangt u na dit reces.

De uitvoering van de onderscheiden wachtlijstenonderzoeken heeft veel informatie opgeleverd over de toestroom, de daadwerkelijke instroom en doorstroom van de wachtenden. Het heeft ook inzicht gegeven in de verscheidenheid van het beleid dat ROC's voeren ten aanzien van het NT2. Een paar van de voornaamste conclusies op een rij:

  • Het beheer van de wachtlijsten bleek zeer verschillend.
  • De reductie van het aantal wachtenden blijkt groot. Uit het cohortonderzoek dat de onderzoekers hebben uitgevoerd aan de hand van een zevental ROC's, blijkt evenwel dat een groot percentage van de wachtenden niet reageert op het aanbod dat het ROC hen doet, en dat de uitval na plaatsing (nog voor het begin van de cursus of tijdens het volgen ervan), ook groot is. Door dit cohortonderzoek beschikken wij voor het eerst over inzicht in de uitvalpercentages van NT2 cursussen bij de ROC's. In de oudkomersnotitie worden gerichte voorstellen gedaan om de uitval, die ons grote zorgen baart, terug te dringen. De Taskforce maakt dit eveneens tot een van de speerpunten van haar werkzaamheden.
  • Van belang is ook dat uit het CINOP/Regioplan-onderzoek blijkt dat de grootte van de wachtlijst en de diversiteit van het aanbod aan cursussen geen significante samenhang toont. Er zijn andere factoren, zoals gemeentelijke prioriteiten voor andere groepen, onvoldoende kinderopvangfaciliteiten, onvoldoende middelen voor (specifieke) volume-uitbreiding, maar ook het wachtlijstbeleid van de instellingen zelf (bijvoorbeeld het wel of niet terugplaatsen op de wachtlijst bij weigering of uitval) die van invloed zijn op de omvang van de wachtlijst.

De TI doet, naar aanleiding van de gegevens die het onderzoek heeft opgeleverd, een aantal voorstellen. Die liggen onder meer op het terrein van een beter beheer van de wachtlijsten en daarmee samenhangend, een wachtlijstbeleid. Gemeenten en ROC's moeten de wachtlijstproblematiek als een gezamenlijk probleem aanvaarden en tot onderlinge afspraken komen om een beter zicht te krijgen op de behoeften van de cursisten en tot een betere doorstroming te komen en daarmee de wachttijd te verkorten. De VNG en de BVE Raad sluiten hierover met de Taskforce een convenant en dragen dit gezamenlijk uit naar de uitvoerende instanties. Het kabinet onderschrijft deze voorstellen.

Notitie oudkomers
In de notitie oudkomers komen de volgende centrale vraagstellingen aan de orde: de keuze voor en het bereik van de prioritaire groepen, de invulling van het aanbod en het tegengaan van uitval.

Het kabinet kiest ervoor werklozen en eerstelijns opvoeders als prioritaire groepen voor het oudkomersbeleid te benoemen. Hiermee wordt de lijn, die al was ingezet met de Regelingen inburgering oudkomers, gecontinueerd. Werklozen worden bereikt via de aanpak van het ministerie van SZW, die conform de huidige inzichten uiterlijk in 2002 volledig sluitend zal zijn. Er zullen in dit kader afspraken met werkgevers worden gemaakt. Opvoeders worden benaderd via consultatiebureaus, de voor- en vroegschoolse educatie en de basisschool (brede scholen-aanpak). Het kabinet voert aldus een stimulerend en activerend beleid om zoveel mogelijk oudkomers te bereiken, maar kan niet voorkomen dat een deel van de doelgroep zich hieraan onttrekt, door bijvoorbeeld gebrek aan belangstelling. Het volgen van een programma is voor oudkomers -met uitzondering van bijstandsgerechtigde werklozen- vrijwillig.

Van belang is dat ook een vrijwillig gestart traject door een oudkomer wordt afgemaakt. Om deelnemers te motiveren moet het aanbod zo goed mogelijk aansluiten bij de behoeften van de cursisten: kernbegrippen zijn diversiteit, maatwerk, laagdrempelig aanbod en duale trajecten (combinatie van werk/stages en inburgering of een gecombineerd traject waarin het leren van de Nederlandse taal wordt gecombineerd met voorlichting over opvoeding, het Nederlands schoolsysteem en gezondheidszorg).

Binnen dit gegeven hebben oudkomers nadrukkelijk een eigen verantwoordelijkheid bij het afmaken van een traject en moeten op die verantwoordelijkheid kunnen worden aangesproken. Daarom wordt in de notitie voorgesteld om diegenen die een aangeboden programma volgen, een contract te laten sluiten met de gemeente, zodat drang ontstaat om het programma af te ronden en zonodig sancties kunnen worden toegepast.

Op deze wijze moet het met een goed aanbod, met het aanspreken van de eigen verantwoordelijkheid van de deelnemer én met de verplichting tot deelname, voor gemeenten en onderwijsinstellingen mogelijk zijn de uitval te voorkomen.

Tevens wordt ernaar gestreefd het beleid, op zowel rijks- als gemeentelijk niveau, een betere samenhang te geven en de regelgeving te vereenvoudigen. Het kabinet zet in op een meer op output gerichte financiering. Onderzocht wordt hoe dit zal worden geëffectueerd.

Analyse van de huidige beleidsinstrumenten heeft opgeleverd dat de komende jaren rond de 200.000 oudkomers een actief aanbod kan worden gedaan. Daarnaast wordt er vanaf 2001 een extra structurele intensivering gepleegd van 50 miljoen gulden per jaar en zal het kabinet in de begroting 2002 verdere voorstellen tot ophoging van die intensivering doen.

De staatssecretaris van VWS heeft op 8 mei 2000 de hoop uitgesproken u nog voor de zomer van 2001 een uitgewerkte schets van beleidsvoornemens ten aanzien van oudere migranten aan te bieden (Kamerstukken II, 1999/2000, kamervraag 1218). Deze beleidsvoornemens ten aanzien van oudere migranten zijn uiteengezet in drie stukken, namelijk de -met deze brief meegestuurde- notitie oudkomers, de kabinetsreactie op de rapportage minderheden van het SCP en de kabinetsreactie op het advies "Interculturalisatie van de zorg" van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ).

Kinderopvang en oudkomers
Uit de verschillende (bestuurlijke) overleggen die zijn gevoerd met de uitvoeringsorganisaties en uit de rapportage van de TI blijkt, dat het gebrek aan kinderopvang wordt ervaren als een belangrijke bottle-neck bij het succesvol inburgeren van de oudkomers. Het kabinet is van mening dat de belemmering die een gebrek aan kinderopvang kan opleveren voor de inburgering van oudkomers, zowel op de korte als op de lange termijn moet worden weggenomen.

Voor de korte termijn (tot 2003) zal het kabinet in het kader van het BANS met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten overleg voeren om te komen tot een (financiële) oplossing ten aanzien van adequate en flexibele kinderopvang voor oudkomers, die actief zullen worden benaderd met een inburgeringsaanbod. Daarbij zal het kabinet als voorwaarde stellen dat gemeenten in de loop van 2002 rapporteren over de belemmeringen op voorzieningenniveau, die oudkomers ondervinden bij het volgen van het inburgeringsaanbod.

Op de lange termijn (vanaf 2003) wordt gewaarborgd dat de deelname van oudkomers aan inburgeringstrajecten niet door gebrek aan kinderopvang wordt belemmerd. Aan de hand van de uitkomsten van deze evaluatie kan worden bezien hoe deze belemmeringen weg worden genomen. De mogelijke opties hiervoor zouden zijn om gemeenten te verzoeken de kinderopvang voor oudkomers te realiseren met behulp van gemeentelijke middelen die vrijvallen bij inwerkingtreding van de Wet basisvoorziening kinderopvang, om gemeenten voor deze kinderopvang structurele middelen toe te kennen, om kinderopvang te regelen in relatie tot het peuterspeelzaalwerk en VVE-middelen, of om kinderopvang voor oudkomers op een nader te bepalen wijze te koppelen aan de Wet basisvoorziening kinderopvang.

Rapportage Taskforce Inburgering (TI)
In de voortgangsrapportage inburgering die op 14 april 2000 aan de Kamer is aangeboden, werd de instelling van de Taskforce Inburgering aangekondigd. De TI kreeg de taak om de uitvoering van de inburgering te verbeteren (deelproject 2) en de registratie- en monitoringfunctie (deelproject 3) beter op te zetten. Naar aanleiding van de motie-Melkert die tijdens het Integratiedebat van 18 en 20 april 2000 werd aangenomen, kreeg de TI tevens de opdracht de op dat moment bestaande wachtlijsten NT2 voor oudkomers binnen een jaar weg te werken (deelproject 1).

Over de activiteiten die de TI op dit laatste terrein heeft ondernomen bent u inmiddels verschillende malen geïnformeerd. Nu deze laatste opdracht ten einde loopt is het tijd de stand van zaken op te maken.

In de toegezonden rapportage doet de TI verslag van haar activiteiten.

Ten aanzien van deelproject 1, het wegwerken van de wachtlijsten, heeft de TI op basis van haar ervaringen, een aantal voorstellen gedaan die de afstemming van vraag en aanbod moeten verbeteren. Wachtlijstbeheer en -beleid zijn hierbij kernbegrippen.

Uit de vervolgmetingen die Cinop/Regioplan hebben uitgevoerd is duidelijk geworden dat het afgelopen jaar gestaag een nieuwe wachtlijst is gevormd. Om hier een structurele oplossing voor te vinden zijn nieuwe maatregelen nodig. De aanpak die het kabinet op dit punt voor ogen staat, treft u aan in de notitie oudkomers.

De afgelopen maanden is de TI gestart met de uitvoering van het deelproject 2: de verbetering van de uitvoering van het inburgeringsbeleid te starten. Uitgangspunt hierbij is de eigen verantwoordelijkheid van de uitvoerders. Dat betekent dat de TI een faciliterende en stimulerende rol zal vervullen en dat de gemeenten en uitvoeringsorganisaties een eigen bijdrage leveren aan het verbeteren van het inburgeringsproces.

De TI zet in op drie sporen. Allereerst betreft dit het bevorderen van de verbetering van het inburgeringsproces op decentraal niveau door het opzetten van regionale taskforces, waarin naast gemeenten ook uitvoeringsorganisaties participeren. Primair richt de TI zich hierbij op gemeenten die behoren tot de 25 grote steden en 17 gemeenten die reeds enige tijd een oudkomersbeleid voeren. De TI zal de regio's stimuleren good practices in te brengen en deel te nemen aan ontwikkeltrajecten dan wel landelijke uitwisseling en professionalisering. Ten tweede spoor betreft het opzetten van ontwikkeltrajecten. Veel van de lokale c.q. regionale problemen zijn niet uniek. Oplossingen kunnen dus gezamenlijk worden ontwikkeld en daarna een bredere verspreiding krijgen. Gemeenten en uitvoeringsorganisaties die tot de G25 en G17 horen worden door de TI gestimuleerd zich te melden als partner bij een ontwikkeltraject en zich te verbinden aan het realiseren van de gestelde doelen en resultaten. Het derde spoor betreft de professionalisering van de inburgering door het verspreiden van de ervaringen, kennis en resultaten die voortkomen uit de ontwikkeltrajecten. Dit gebeurt door middel van netwerkbijeenkomsten, conferenties, het voeren van een 'databank', een nieuwsbrief, brochures en een website.

In het kader van het derde deelproject -de aanpak van de informatievoorziening- zal de TI een informatiemodel ontwikkelen ten behoeve van een optimale beleids- en verantwoordingsinformatie voor de rijksoverheid op het terrein van inburgering. Ook zal de TI zich bezig houden met het ontwikkelen van good practices over de wijze waarop de gegevensuitwisseling over inburgering tussen gemeente en uitvoeringsorganisaties op het decentrale niveau georganiseerd kan worden. Hierbij zal rekening worden gehouden met relevante ontwikkelingen in de inburgering, de implementatie van het oudkomersbeleid, de evaluatie van de WEB en de WIN en de invoering van het onderwijsnummer. In de rapportage van de TI treft u een fasering aan van de activiteiten die in het kader van dit deelproject zullen worden ondernomen.

DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID,
R.H.L.M. van Boxtel

Download:

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.

Downloadbare documenten:
De notitie oudkomers
(MS Word document 94kb)