Bijlage 1 Aanpak spoor 2
'ontwikkeltrajecten'
In deze bijlage geeft de Taskforce
Inburgering aan waarom voor de eerder genoemde ontwikkeltrajecten is
gekozen en welke stappen de Taskforce per ontwikkeltraject wil zetten
om het doel te bereiken.
1. Regierol gemeenten
In het kader van de WIN en het
oudkomersbeleid hebben de gemeenten de rol van regisseur van de
uitvoering van het inburgeringsproces toebedeeld gekregen. Bij de
noodzakelijke versterking van de regierol van gemeenten dient aandacht
te worden besteed aan aspecten als integraliteit van beleid,
ontschotting van middelen, aansturing van andere uitvoeringspartijen,
het creëren van bestuurlijk en ambtelijk draagvlak.
Voor de versterking van de regierol
van gemeenten zet de Taskforce in op de volgende punten:
- Bevorderen van bestuurlijk en
ambtelijk draagvlak voor integrale aanpak (van inburgering naar
integratie) voor oud- en nieuwkomers binnen gemeenten.
- Stimuleren van samenwerking en
afstemming tussen gemeentelijke diensten gericht op een integrale
aanpak.
- Voorstellen ontwikkelen over de
wijze waarop middelencoördinatie tot stand kan komen.
- Versterken van de rol van de
gemeente als opdrachtgever naar andere uitvoeringsorganisaties in
het inburgeringsproces zoals ROC's, CWI's, Vluchtelingenwerk,
welzijnsinstellingen en kinderopvanginstellingen.
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken op een
integrale aanpak, en het doen van voorstellen ter oplossing.
2. Intergemeentelijke samenwerking
De Taskforce wil de totstandkoming
van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden stimuleren. Deze
schaalvergroting kan leiden tot verhoging van de efficiëntie,
effectiviteit en biedt meer mogelijkheden voor professionalisering.
Bovendien leidt dit tot meer eenduidigheid richting de inburgeraars en
de samenwerkende partners. Nader punt van afweging is in hoeverre deze
intergemeentelijke samenwerking betrekking heeft op de totaliteit van
educatie en inburgering, of zich beperkt tot inburgering.
De Taskforce wil de
intergemeentelijke samenwerking verbeteren door in te zetten op:
- Ontwikkelen van voorbeelden van
intergemeentelijke samenwerking op het terrein van beleidsvorming.
- Ontwikkelen van voorstellen over
de wijze waarop gemeenschappelijke inkoop kan worden vormgegeven.
- Ontwikkelen van modellen voor de
wijze waarop intergemeentelijke samenwerking kan worden vorm
gegeven.
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken op een
integrale aanpak, en het doen van voorstellen ter oplossing.
3. Inkoopfunctie gemeenten
De Taskforce vindt het belangrijk dat
de inkoopfunctie van gemeenten wordt versterkt, zodat de effectiviteit
van het beleid in termen van resultaat en prestaties wordt verhoogd .
De taskforce zet voor de verbetering
van de inkoopfunctie van gemeenten op de volgende punten in:
- Ontwikkelen van voorstellen voor
de aanpassing van raam- en productovereenkomsten met de bedoeling
daarin resultaat- of prestatieafspraken vast te kunnen leggen.
- Ontwikkelen van verschillende
voorbeelden van op de sector toegeruste vormen van
outputfinanciering.
- Ontwikkelen van voorstellen voor
de wijze waarop de inkoopfunctie door gemeenten wordt ingericht.
- Ontwikkelen van offerte en
aanbestedingsprocedures voor inkoop bij andere onderwijsinstellingen
dan ROC's.
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken op een
integrale aanpak, en het doen van voorstellen ter oplossing.
4. Vraag en aanbod; uitval- en
sanctiebeleid
De Taskforce vindt het belangrijk om
een zo goed mogelijk inzicht in de vraag van de inburgeraars te
hebben, om zodoende de omvang en de inhoud van het aanbod te kunnen
bepalen. Hiermee wordt gerealiseerd dat alle inburgeraars tijdig een
passend aanbod krijgen. Tevens is het van belang dat (dreigende)
uitval tijdig wordt gesignaleerd en dat snel en adequaat actie wordt
ondernomen. Goed inzicht in bestaande wettelijke.sanctiemogelijkheden
is een vereiste, waarbij waar mogelijk ook gebruik gemaakt kan worden
van incentives.
De Taskforce wil dit met de volgende
aanpak bereiken:
- Ontwikkelen van voorstellen
waarbij het aanbod zoveel mogelijk aansluit op de vraag, waarmee
wachtlijsten zoveel mogelijk wordt voorkomen.
- Stimuleren van de ontwikkeling van
een beperkte set definities voor een meer uniform wachtlijstbeleid.
- Bevorderen dat in de
prestatieovereenkomsten tussen gemeenten en ROC afspraken worden
gemaakt over wachtlijstbeleid en beheer.
- Bevorderen dat voor de inburgeraar
helder is welk aanbod hij kan verwachten en op welke termijn.
- Bevorderen dat gemeenten een
consistent uitval- en sanctiebeleid voeren.
- Het verkennen van de mogelijkheden
van incentives.
- Stimuleren dat in de
prestatieovereenkomsten tussen gemeenten en onderwijsinstellingen
wordt opgenomen op welke wijze registratie van uitval plaats vindt
en welke acties worden ondernomen om het uitvalpercentage te
verminderen. Bevorderen dat gemeenten een consistent uitval- en
sanctiebeleid voeren.
- Realiseren van afstemming met
deelproject 3 (informatievoorziening)
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken op een
integrale aanpak, en het doen van voorstellen ter oplossing.
5. Inburgeringsonderzoek
Het is van belang dat middels het
inburgeringsonderzoek goed inzicht wordt verkregen in het streefdoel
van de inburgering, waarmee beter maatwerk kan worden geleverd.
Belangrijk dat hierbij wordt geredeneerd vanuit het perspectief dat
men beoogd (van achteren naar voren). Voorkomen moet worden dat de
verschillende instanties dubbel werk verrichten en bevorderd moet
worden dat er voor de inburgeraar één aanspreekpunt is.
De Taskforce wil dit met de volgende
aanpak bereiken:
- Het verbeteren van de samenwerking
tussen de verschillende organisaties die betrokken zijn bij het
inburgeringsonderzoek. (geen drie intakes).
- Voorstellen ontwikkelen om de
kwaliteit van het inburgeringsonderzoek te verbeteren (assessment;
internationale diplomavergelijking).
- Het inburgeringsonderzoek richten
op het integrale traject van inburgering en
vervolgopleiding/arbeidstoeleiding/opvoedingsondersteuning/sociale
activering (voor iedere inburgeraar een persoonlijk
ontwikkelingsplan).
- Expertise die is opgedaan met het
inburgeringsonderzoek voor nieuwkomers wordt zo mogelijk ingezet bij
het aanbieden van trajecten voor oudkomers.
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken op een
integrale aanpak, en het doen van voorstellen ter oplossing
6. Duale trajecten
Het beter benutten van menselijk
talent en het benutten van de kansen van het groeiende commitment bij
andere partijen (bijv. bedrijfsleven) om een rol te spelen bij de
inburgering is een belangrijke reden om sterk in te zetten op duale
trajecten. Daarnaast is de verwachting dat dit leidt tot een
vermindering van de uitval en tot een grotere effectiviteit van de
inburgeringsprogramma's. Belangrijk voordeel is ook dat inburgering
breder wordt gezien dan uitsluitend het leren van de Nederlandse taal.
De Taskforce wil dit met de volgende
aanpak bereiken:
- Het verspreiden van de kennis en
ervaring van lopende duale trajecten taalverwerving, werkervaring en
beroepsopleiding (ITTA/Orbis en TPG).
- Het bevorderen van vergelijkbare
trajecten taalverwerving en opvoedingsondersteuning.
- Het bevorderen van vergelijkbare
trajecten taalverwerving en sociale activering.
- Het bevorderen van de
betrokkenheid van sociale partners bij de totstandkoming van duale
trajecten (hierbij verband leggend met CAO-afspraken).
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken op een
integrale aanpak, en het doen van voorstellen ter oplossing.
7. Vergroten effectiviteit
onderwijsprogramma
Omdat niet op korte termijn voor
iedereen een duaal traject gerealiseerd kan worden is er ook behoefte
aan een grotere effectiviteit van onderwijsprogramma's waarbij de
doorgeleiding wordt verbeterd en er meer maatwerk wordt geleverd zodat
het programma door de inburgeraar ook als meer betekenisvol wordt
ervaren. Met maatwerk kan de uitval worden beperkt en een groter
aantal inburgeraars worden bediend. Hierbij kan ook gedacht worden aan
ander vormen van onderwijs (niet alleen klassikaal) en contextrijke
leeromgevingen.
De Taskforce wil dit met de volgende
aanpak bereiken:
- Het stimuleren van flexibiliteit
en maatwerk in het onderwijsaanbod.
- De effectiviteit van het NT2
aanbod verbeteren.
- Het vergroten van de mogelijkheden
voor een docent onafhankelijk onderwijsaanbod. (ICT, TV).
- Het verbeteren van de
doorgeleiding na het inburgeringsprogramma door introductie van de
portfolio methodiek.
- Het voorzien in voldoende
kinderopvang en cursustijden die rekening houden met zorgtaken.
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken op een
integrale aanpak, en het doen van voorstellen ter oplossing.
8. Traject-/Maatschappelijke
begeleiding
De trajectbegeleider heeft een
spilfunctie in het inburgeringsproces. Wij beschouwen hem als
casemanager die ervoor zorg moet dragen dat hij voor de
inburgeraar van het begin tot het eind het eerste aanspreekpunt is.
Daarnaast moet hij ervoor zorgen dat
de andere instanties die bij de inburgering betrokken zijn, hun
bijdrage leveren aan het individuele inburgeringproces. De indruk
bestaat dat trajectbegeleiding een vak op zich is dat ook als zodanig
herkend en erkend zou moeten worden.
De Taskforce wil dit met de volgende
aanpak bereiken:
- Ontwikkelen van modellen voor
trajectbegeleiding en maatschappelijke begeleiding afzonderlijk;
trajectbegeleiding in combinatie met maatschappelijke begeleiding;
integrale trajectbegeleiding inburgering en arbeidstoeleiding resp.
sociale activering (casemanager).
- Het verhogen van de
professionaliteit van de trajectbegeleiding en het ontwikkelen van
een beroepsprofiel (gebruik makend van voorstellen van Forum).
- De doorgeleiding na het
inburgeringsprogramma verbeteren.
- Op basis van de ervaringen die is
opgedaan met de trajectbegeleiding van nieuwkomers worden
voorstellen gedaan voor (vormen van) trajectbegeleiding voor
oudkomers.
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken op een
integrale aanpak, en het doen van voorstellen ter oplossing.
9. Kinderopvang
Een deel van de inburgeraars heeft
behoefte aan kinderopvang gedurende de lestijden. Het voorzien in
voldoende kinderopvang vormt een groot knelpunt. Ondanks intensivering
van het kinderopvangbudget van kabinetswege is de noodzakelijke
infrastructuur (personeel en accommodaties) op lokaal niveau nog niet
op het juiste peil. Bovendien blijkt er in veel gemeenten nog
onvoldoende sprake te zijn van integraal beleid. De
kinderopvangorganisaties leveren met hun reguliere aanbod nog
onvoldoende maatwerk voor de specifieke vraag aan kinderopvang van
inburgeraars. Dat betreft vooral opvang van kinderen gedurende de
lestijden, waarbij rekening dient te worden gehouden met de frequente
wisseling in lestijden en de culturele diversiteit.
De Taskforce wil in samenwerking met
gemeenten, ROC's en/of andere onderwijsinstellingen en
kinderopvangorganisaties good practices ontwikkelen op het
gebied van kinderopvang ten behoeve van inburgeraars. Concreet gaat
het daarbij om de volgende aanpak:
- Ontwikkelen van aanbod voor
kinderopvang dat is toegesneden op de specifieke behoeften van
inburgeraars.
- Verhogen van het rendement van de
kinderopvang .
- Ontwikkelen van aanbod in
combinatie met andere vormen van kinderopvang (brede school, vroeg-
en voorschoolse educatie, tussen- en naschoolse opvang,
peuterspeelzalen).
- Signaleren van eventuele
knelpunten in de wet- en regelgeving die belemmerend werken.
Bijlage 2
Fasering en tijdpad deelopdracht informatievoorziening
Terug naar:
Rapportage Taskforce Inburgering 2000-2001
Download:
|