Samenvatting "Einddocument wachtlijst voor oudkomers voor NT2"
De situatie
tussen 1 juli 2000 en 1 mei 2001
In april 2000 hebben de ministers voor Grote Steden- en
Integratiebeleid, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Tweede Kamer voorstellen gedaan
voor de aanpak van de inburgering van oudkomers. Uit een onderzoek van
de Inspectie van het onderwijs van begin 2000 naar de omvang van de
wachtlijsten bleek dat 10.362 oudkomers op een wachtlijst stonden voor
taallessen. Voor de Tweede Kamer was dit een onacceptabel gegeven;
door middel van de motie Melkert van 20 april 2000 heeft de Kamer
aangedrongen het wegwerken van de wachtlijsten NT2 voor oudkomers te
versnellen. Doel van de motie was dat de wachtlijst (van 1 juli 2000)
voor taallessen op 1 mei 2001 weggewerkt zou zijn.
Om hieraan gevolg te geven heeft het kabinet in juni 2000
de Taskforce
Inburgering geïnstalleerd. Deze Taskforce kreeg onder andere als
opdracht het probleem van de wachtlijsten op te lossen. Zo heeft ze in
de regio's met een wachtlijst van meer dan 150 mensen het initiatief
genomen om afspraken te maken met alle betrokken partijen (ROC's en
gemeenten) over het wegwerken van de wachtlijst.
Daarnaast is aan de Kamer toegezegd, dat ieder kwartaal
monitorgegevens met betrekking tot de voortgang van het wegwerken van
de wachtlijsten zouden worden aangeleverd. In opdracht van de
ministeries van BZK en OCenW hebben
CINOP en Regioplan daartoe de omvang
en samenstelling van de wachtlijst op 1 juli 2000 in kaart gebracht en
vervolgens in drie metingen
de ontwikkeling van de wachtlijsten gevolgd tot 1 mei 2001. Ook
hebben zij de uitwerking van de afspraken in de convenanten
wachtlijsten oudkomers gevolgd; afspraken die de Taskforce heeft
gemaakt om de wachtlijsten weg te werken.
terug
naar boven
Leeswijzer
Het rapport is als volgt opgebouwd:
- Hoofdstuk 2 behandelt de
wachtlijst van 1 juli 2000 en de ontwikkeling van de A-groep. In dit
hoofdstuk is aandacht voor de omvang en samenstelling van de
wachtlijst van 1 juli 2000 en de redenen van uitstroom.
- Hoofdstuk 3 bevat de
wachtlijsten op de vier meetmomenten. Er wordt gekeken naar de
samenstelling en overlap tussen de lijsten.
- Hoofdstuk 4 beschrijft de
stand van zaken rond het effectueren van de afspraken in de
convenanten.
Doel en afbakening
van het onderzoek
Een belangrijke doelstelling van het onderzoek is, uitgaande van
de samenstelling van de wachtlijst op 1 juli 2000, met behulp van
periodieke metingen het verloop van deze wachtlijst in beeld te
brengen:
- het verloop van de wachtlijst in termen van het aantal en de
kenmerken van personen van de wachtlijst van 1 juli 2000 die ook
weer worden aangetroffen op de wachtlijsten van 1 december 2000, 15
februari 2001 en 1 mei 2001;
- de redenen waarom degenen die op 1 mei 2001 nog steeds op de
wachtlijst staan, niet zijn ingestroomd in een taaltraject;
- de mate waarin personen van de wachtlijst van 1 juli 2000 die
zijn opgeroepen voor een traject, daadwerkelijk zijn begonnen,
tussentijds gestopt of hun traject op het gewenste niveau hebben
beëindigd
.
Daarnaast werd gekeken naar de ontwikkeling van de wachtlijst van
oudkomers voor taaltrajecten in deze periode:
- het aantal personen dat op de peildata van 1 december 2000, 15
februari 2001 en 1 mei 2001 minimaal twee maanden op de wachtlijst
stond;
- het aantal personen dat tussen de peilmomenten in- en
uitgestroomd is;
- verschillen in uitstroomvolumes tussen de deelpopulaties. Er is
voornamelijk gekeken of de wachtlijst van 1 juli 2000 sneller is
doorgestroomd dan of even snel is doorgestroomd als de andere
deelpopulaties op de wachtlijst;
- de kenmerken van personen die op de peildata minimaal twee
maanden bij ROC s op de wachtlijst voor NT2 stonden en de
verklaringen voor de verschillen in de duur van de periode dat men
op de wachtlijst stonden
De Taskforce Inburgering heeft met gemeenten en ROC s in regio s
met een grote wachtlijst (meer dan 150 personen op de wachtlijst van 1
juli 2000) afspraken gemaakt over de manier waarop deze wachtlijsten
zullen worden weggewerkt. Deze afspraken zijn in convenanten of in
brieven vastgelegd. Onderdeel van dit onderzoek was het analyseren van
de in de brieven en convenanten vastgelegde afspraken en het in kaart
brengen van de feitelijke gang van zaken bij het wegwerken van deze
wachtlijsten.
terug
naar boven
Aanpassingen
Het aanpassen van het cursusaanbod aan de vraag kan deel
uitmaken van de inspanningen voor het wegwerken van de wachtlijsten.
De inventarisatie van het cursusaanbod en een onderzoek naar de
toegankelijkheid van het aanbod hebben daarom ook deel uitgemaakt van
dit onderzoek.
Respons
De eerste meting, het onderzoek naar de wachtlijst van 1 juli
2000, heeft in de zomervakantie van 2000 plaatsgevonden. Alleen in
deze meting bleken drie ROC s uiteindelijk niet in staat om
wachtlijstgegevens te leveren. In de drie vervolgmetingen was de
respons steeds volledig en konden gegevens van alle 42 ROC s voor het
onderzoek worden gebruikt. Ook alle gemeenten en ROC s waarmee de
Taskforce Inburgering afspraken in de convenanten had gemaakt over het
wegwerken hebben aan het onderzoek meegedaan.
De
ontwikkeling van de wachtlijst van 1 juli 2000
Op 1 juli 2000 stonden er 10.202 personen op de wachtlijst. Op
1 mei 2001 blijkt 94 procent van deze groep niet meer op de wachtlijst
te staan. Van de oorspronkelijke wachtlijst staat op 1 mei 2001 zes
procent dus nog steeds op een wachtlijst. Dat zijn 584 personen.
Kenmerken van de groep die op de wachtlijst is blijven staan
Uit de vergelijking van de oorspronkelijke wachtlijst en deze
restgroep (584 personen) blijkt dat deze groep verschilt van de
oorspronkelijke wachtlijst. Vooral laagopgeleide vrouwen die zich voor
1996 in Nederland gevestigd hebben en een voorkeur hebben voor
niet-intensieve (ochtend)cursussen staan in verhouding lang op de
wachtlijst. Dit zijn grotendeels vrouwen van Marokkaanse en Turkse
afkomst.
Uit het feit dat in deze restgroep relatief veel personen (vrouwen)
zitten die al voor 1999 op de wachtlijst terecht zijn gekomen kan
worden afgeleid dat het plaatsen van deze groep moeizaam verloopt. Het
gegeven dat niet iedereen een even grote kans heeft om in te stromen
in een traject, betekent in ieder geval dat het voor gemeenten van
belang is om niet alleen zicht te hebben op de omvang van de
wachtlijst, maar met name ook op de samenstelling. Met deze kennis
kunnen aanpassingen in het opleidingsbeleid worden gemaakt waardoor
het aanbod flexibeler en sneller inspeelt op de wensen en kenmerken
van de personen op de wachtlijst.
terug
naar boven
De redenen waarom men op de wachtlijst is blijven staan
Aan de ROC s is gevraagd aan te geven waarom deze 584 personen
nog op de wachtlijst staan. Hun antwoord bevestigt het beeld dat
voornamelijk het aanbod voor deze groep tekort schiet. Het blijkt dat
de grootste groep (487 personen) op de wachtlijst is blijven staan,
omdat er onvoldoende mogelijkheden tot kinderopvang zijn, of omdat
geen passend aanbod beschikbaar is (naar niveau, tijdstip of locatie).
Ook uit de gesprekken met de ROC's en gemeenten en de analyse van het
cursusaanbod blijkt vooral een tekort aan capaciteit in het type
cursus dat voor deze groep het meest geschikt is.
De onderzoekers concluderen dat de wachtlijst van 1 juli 2000
grotendeels is weggewerkt, in die zin dat de personen op deze
wachtlijst een aanbod hebben gehad voor deelname aan een traject, maar
dat lang niet alle wachtenden ook daadwerkelijk zijn gestart met een
cursus.
Geregistreerde uitvalredenen
Uit de steekproef blijkt dat ROC s met name veel potentiële
deelnemers verliezen in de periode voorafgaande aan deelname aan een
traject. Waarom verdwijnen zoveel mensen van de wachtlijst voordat ze
begonnen zijn? Uit de administraties van de ROC´s is geen betrouwbaar
beeld te krijgen: niet alle ROC´s registreren de redenen waarom mensen
op de wachtlijst uiteindelijk toch van deelname afzien. Het antwoord
op deze vraag kan uitsluitend worden gebaseerd op gegevens van drie
ROC´s die de uitvalredenen wel registreren en op de gegevens van een
ROC dat zelf onderzoek gedaan heeft naar het antwoord op deze vraag.
Uit dit beperkte aantal gegevens blijkt mensen geen gehoor geven
aan een oproep vanwege persoonlijke redenen (ziekte, werk,
zwangerschap, verhuizing, (tijdelijke), terugkeer naar het land van
herkomst) of een dalende motivatie omdat ze lang moeten wachten.
Sommigen zijn inmiddels zelf op zoek gegaan naar een alternatief en
zien daarom van deelname af. Echter, veruit de belangrijkste reden is
het feit dat betrokkenen niet reageren op een oproep (voor een
intakegesprek, of ter gelegenheid van een opschoonactie of de start
van het traject).
terug
naar boven
De ontwikkeling van de
wachtlijst
De omvang van de wachtlijst is gedaald in de periode tussen 1
juli 2000 en 1 mei 2001:
Tabel 1: het verloop van de wachtlijst
|
datum wachtlijst |
aantal personen op de wachtlijst |
aantal personen van de wachtlijst
van 1 juli 2000 dat ook op de volgende wachtlijsten is
aangetroffen |
|
1 juli 2000 |
10.202 |
|
|
1 december 2000 |
9.668 |
3.475 |
|
15 februari 2001 |
9.302 |
2.124 |
|
1 mei 2001 |
8.031 |
584 |
In de periode van 1 juli 2000 tot 1 mei 2001 is de totale omvang
van de wachtlijst afgenomen met 2.171 personen (tweede kolom). Uit het
onderzoek blijkt dat tussen twee peilmomenten steeds rond de 3.200
personen op de wachtlijst instromen. De gemiddelde uitstroom van de
wachtlijsten tussen 1 juli 2000 tot 1 mei 2001 schommelt rond 40
procent, met een lichte stijging van het uitstroompercentage. Er is
één uitzondering. Tussen 15 februari 2001 en 1 mei 2001 verdwijnt 73
procent van de groep die ook op de wachtlijst van 1 juli 2000 (de A
groep) stond van de wachtlijst.
De daling van de wachtlijst komt dus niet doordat zich minder
personen aanmelden voor taallessen. Ook verdwijnen in het
onderzoeksjaar periodiek niet meer personen van de wachtlijst; het
volume van de uitstroom blijft gelijk. De daling is voornamelijk
veroorzaakt door een versterkte opschoning van de wachtlijst van 1
juli 2000 vanwege instroom in een traject of verwijdering van de
wachtlijst. Relatief veel personen geven uiteindelijk geen gevolg aan
een uitnodiging tot deelname.
Potentieel voor
taaltrajecten
In de regio s met de grootste wachtlijst wordt verwacht dat,
hoewel de wachtlijst in zijn totale omvang is afgenomen, deze weer zal
groeien, mede door actiever beleid van Sociale Diensten in het kader
van de sluitende aanpak. Ook het feit dat veel mensen, ondanks dat ze
op de wachtlijst hebben gestaan, niet instromen of snel uitvallen na
de start, geeft aan dat er voorlopig nog een groot potentieel is voor
taaltrajecten.
De effecten van de
convenanten
Om de wachtlijsten van 1 juli 2000 weg te werken zijn in de
vijftien regio's met een wachtlijst met meer dan 150 personen op 1
juli 2000 door de gemeenten en ROC in samenwerking met de Taskforce
Inburgering specifieke acties ondernomen. In acht van deze regio s
zijn deze afspraken in een convenant vastgelegd. Zeven gemeenten
hebben door middel van een brief verklaard dat de wachtlijst van 1
juli 2000 per 1 mei 2001 weggewerkt zal zijn.
terug
naar boven
Cursusaanbod uitgebreid
In de meeste regio s is het gelukt de wachtlijst grotendeels
weg te werken. De meeste regio s (op drie na) hebben hiertoe hun
cursusaanbod uitgebreid. Afhankelijk van de vraag gaat het daarbij om
een uitbreiding met intensief of niet-intensief aanbod en/of dag- en
avondgroepen. Er blijkt vooral behoefte aan uitbreiding met
niet-intensieve cursussen voor laagopgeleiden.
In twee van de drie regio s waar het aanbod niet is uitgebreid zijn
de ROC's erin geslaagd de mensen in het bestaande aanbod te plaatsen,
door de groepen iets te vergroten en opengevallen plaatsen sneller op
te vullen. Eén convenantregio is er niet in geslaagd voor 1 mei 2001
het aanbod uit te breiden en ook niet om een groot deel van de
mensen van de wachtlijst van 1 juli 2000 te plaatsen.
Ook in de gesprekken naar aanleiding van het effectueren van de
convenanten wordt het beeld bevestigd dat bij het oproepen voor het
plaatsen van deze wachtenden een substantieel deel van hen geen
gebruik meer wil maken van het aanbod. Men zegt af of reageert niet op
herhaalde oproepen voor deelname.
Knelpunten
Bij het wegwerken van de wachtlijsten lopen de gemeenten tegen
verschillende knelpunten aan. Deze liggen met name in de
randvoorwaardelijke sfeer. Het belangrijkste knelpunt is een
onvoldoende aantal kinderopvangplaatsen. Uitbreiding is vaak lastig
door het gebrek aan middelen en ruimten. Wel liggen er soms
mogelijkheden in een betere benutting van de plaatsen door verzuim
sneller te melden en de onderbenutte dagdelen efficiënter te
gebruiken.
Daarnaast is een ander knelpunt het gebrek aan lesruimten waarin
extra cursussen kunnen worden aangeboden. Opvallend is dat een gebrek
aan docenten niet tot de knelpunten hoort.
terug
naar boven
Verwachte groei wachtlijsten
Een specifiek punt is de verwachting dat de wachtlijsten weer
zullen groeien. Door het grote potentieel, het activerende
overheidsbeleid en de huidige uitval uit de wachtlijsten en cursussen,
mag verwacht worden dat in de toekomst velen zich (weer) zullen melden
voor taalonderwijs. In de meeste convenant- en brievenregio s wordt
dan ook de discussie gevoerd of er aanpassingen in het onderwijsaanbod
nodig zijn, men meer vraaggericht moet gaan werken en meer gericht
moet zijn op uitstroom naar werk of studie. Deze discussie wordt ook
aangewakkerd door de beschikbaarheid van extra middelen voor
specifieke trajecten voor opvoeders en werkloze oudkomers. Ook de
landelijke en regionale Taskforces leveren input voor deze discussie.
Inmiddels is in de meeste regio s gestart met duale trajecten, vooral
gericht op doorstroming naar beroepsonderwijs.
Samenwerking
De samenwerking tussen de gemeenten en de ROC s is over het
algemeen goed. Door de samenwerking bij het wegwerken van de
wachtlijsten en de verdere afspraken rond taalonderwijs zijn de
contacten geïntensiveerd. In drie gemeenten is de samenwerking
overigens minder goed, zij het dat door de aanwezigheid van de
Taskforce de partijen beter met elkaar hebben kunnen overleggen dan
voorheen, waardoor de samenwerking enigszins verbeterd is.
Effect voor het
regionale beleid
Het is moeilijk aan te geven wat het precieze effect
van het sluiten van de convenanten is op de ontwikkeling van het
beleid in de regio s. Door de motie van Melkert en de convenant- en
brievenafspraken is de focus in eerste instantie op de wachtlijst van
1 juli 2000 gericht geweest. Zonder de afspraken en extra inspanningen
zouden er mogelijk meer mensen van de 1 juli 2000-wachtlijst ook op 1
mei 2001 nog op de wachtlijst hebben gestaan.
Volgens de gemeenten waar de wachtlijstproblematiek en het aanbod
aan oudkomers al op de politieke agenda stond, zijn de afspraken en
uitvoering waarschijnlijk versneld door de extra aandacht en
facilitering met extra middelen en de inzet van de regionale
Taskforce.
In de andere regio s is het onderwerp nadrukkelijker op de agenda
gekomen. Het onderwerp zal de komende jaren waarschijnlijk wel op de
agenda blijven, mede vanwege de inzet van de extra oudkomersgelden.
Figuur 2.1: aantal personen van de wachtlijst van 1 juli 2000 en
aantal personen van de wachtlijst van 1 juli 2000 dat op 1 december
2000, op 15 februari 2001 en op 1 mei 2001 nog op de wachtlijst staat.
Redenen waarom vnl Marokkaanse en Turkse vrouwen op de wachtlijst
staan
Er zijn een aantal verschillende redenen waarom er voornamelijk
Marokkaanse en Turkse vrouwen na een jaar nog op de wachtlijst staan.
De Marokkaanse en Turkse vrouwen willen graag gebruik maken van het
dagaanbod. Meestal hebben deze vrouwen kinderen en moeten ze dus
gebruik maken van kinderopvang. Het gebrek aan kinderopvang in veel
gemeenten is juist één van de redenen waarom mensen lang op de
wachtlijst staan. Tevens hebben de vrouwen vaak een voorkeur voor
specifieke vrouwengroepen op wijkniveau. Zij zijn niet snel bereid een
cursus op de centrale locatie te volgen. Bovendien maken vrouwen vaak
gebruik van het aanbod voor analfabeten en laagopgeleiden. Uit de
gesprekken met de ROC's en gemeenten en de analyse van het
cursusaanbod, blijkt er juist een tekort in het aanbod van dit type
cursussen.
terug
naar boven
Uitstroom
Van de groep die op 1 juli 2000 op de wachtlijst stond, blijkt op 1
mei 2001 94 procent te zijn uitgestroomd; 6 procent staat nog op de
wachtlijst. Uit de vergelijking van de oorspronkelijke wachtlijst en
deze restgroep van 6 procent blijkt dat deze groep op een aantal
kenmerken verschilt van de oorspronkelijke wachtlijst van 1 juli 2000.
Laagopgeleide Marokkaanse en Turkse vrouwen, die zich vóór 1996 in
Nederland gevestigd hebben, al vóór 1999 op de wachtlijst zijn
geplaatst en een voorkeur hebben voor niet-intensieve cursussen op
wijklocaties lopen het grootste risico om op de wachtlijst te blijven
staan.
Het is opvallend dat juist deze groep op de wachtlijst blijft
staan, terwijl andere wachtenden uitstromen zonder dat zij met een
taalcursus zijn begonnen. Het lijkt erop dat deze vrouwen graag een
taalcursus willen volgen, maar dat de ROC s niet aan hun specifieke
vraag kunnen voldoen. Verreweg de grootste groep (487 personen van de
totale restgroep van 584 personen) is op de wachtlijst blijven staan
omdat het aanbod tekortschiet (geen passend aanbod, gebrek aan
kinderopvang, verschil in opvatting over wat een passend aanbod is).
Voor een veel kleinere groep (81 personen) geldt dat ze zijn blijven
staan omdat het aanbod ongelegen komt. Van 16 personen is het onbekend
waarom ze nog op de wachtlijst staan.
Figuur 3.1: het aantal personen op de wachtlijsten van 1 juli
2000, 1 december 2000, 15 februari 2001 en 1 mei 2001.

Convenanten
Om de wachtlijsten van 1 juli 2000 weg te werken zijn in de
vijftien regio's met een wachtlijst van meer dan 150 personen op 1
juli 2000 specifieke acties ondernomen door de Taskforce Inburgering.
Dit heeft geresulteerd in het sluiten van een convenant tussen de
verschillende partijen (gemeente(n), ROC('s) en Taskforce) in acht van
deze regio's. Zeven gemeenten hebben door middel van een brief
verklaard dat de wachtlijst van 1 juli 2000 per 1 mei 2001 weggewerkt
zal zijn.
In de convenanten zijn afspraken opgenomen over de wijze waarop de
wachtlijsten weggewerkt worden. De maatregelen variëren van extra
groepen starten, extra kinderopvang creëren tot de personen op de
wachtlijst zorgvuldig screenen. In de convenanten zijn doorgaans ook
afspraken gemaakt over verdere beleidsmaatregelen in de nabije
toekomst, zoals leerwerktrajecten ontwikkelen, beter aansluitend
aanbod of een inkopersplatform instellen. De inhoud van de brieven
concentreert zich op het wegwerken van de wachtlijst van 1 juli 2000.
terug
naar boven
Duale trajecten
In de meeste regio s is gestart met duale trajecten, vooral gericht
op doorstroming naar beroepsonderwijs. Ook zijn er in twee gemeenten
specifieke trajecten voor vrouwen in samenwerking met basisscholen en
zullen deze trajecten in andere gemeenten starten.
De samenwerking tussen de gemeenten en de ROC s is over het
algemeen goed. Door het wegwerken van de wachtlijsten en verdere
afspraken rond het taalonderwijs zijn de contacten geïntensiveerd.
In drie gemeenten is de samenwerking minder goed, zij het dat door
de aanwezigheid van de Taskforce de partijen beter met elkaar hebben
kunnen overleggen dan voorheen, waardoor de samenwerking enigszins
verbeterd is.
Het is moeilijk aan te geven wat de precieze bijdrage van het
sluiten van de convenanten is aan de ontwikkelingen in het beleid in
de regio s. Door de motie Melkert en de convenant- en briefafspraken
is de focus in eerste instantie op de wachtlijst van 1 juli 2000
gericht geweest. Zonder de afspraken en extra inspanningen zouden er
mogelijk meer mensen van de 1 juli 2000-wachtlijst op 1 mei 2001 nog
op de wachtlijst hebben gestaan. Uit de analyse van de wachtlijst van
1 juli 2000 bleek dat ruim 30 procent meer dan een jaar op de
wachtlijst stond. Verondersteld mag worden, dat mensen inderdaad
sneller van de wachtlijst af zijn gegaan dan voorheen.
In de gemeenten waar de wachtlijstproblematiek en het aanbod aan
oudkomers al op de politieke agenda stond, zijn de afspraken en
uitvoering volgens henzelf waarschijnlijk versneld door de extra
aandacht en facilitering door middel van extra middelen en de inzet
van de regionale Taskforce. In de andere regio s is het onderwerp
nadrukkelijker op de agenda gekomen. Het onderwerp zal de komende
jaren op de agenda blijven, mede vanwege de inzet van de
oudkomersgelden.
NT2 trajecten
De NT2 trajecten worden op vier niveaus aangeboden. Bijna alle
ROC s bieden NT2 trajecten op drie van deze vier niveaus aan. Meer dan
de helft van de ROC s heeft een of meerdere trajecten voor vrouwen.
Deze trajecten worden overdag en in een niet-intensieve vorm gegeven.
Opvallend is het relatief grote aantal groepen en deelnemers aan
niet-intensieve dagtrajecten op het niveau van alfabetisering en
laagopgeleiden. Binnen het alfabetiseringsaanbod en het aanbod voor
laagopgeleiden trekken deze trajecten de grootste groep deelnemers.
Voor het aanbod voor midden- en hoogopgeleiden ligt het anders; daar
trekken intensieve dagcursussen de meeste belangstelling.
Dertien ROC s geven aan het instroombeleid geheel geflexibiliseerd
te hebben, waarbij deelnemers continu kunnen instromen.
terug
naar boven
Meer dan de helft van de ROC s (24) werken met vaste
instroommomenten (meestal 1 in deze periode) en hebben daarnaast een
vorm van continue instroom; wat meestal inhoud dat personen worden
bijgeplaatst tot de groep vol is of dat personen worden bijgeplaatst
als iemand tussentijds stopt. Vier ROC s hebben een variabel
instroombeleid, waarbij het aantal instroommomenten afhankelijk is van
het type cursus.
Download:
Einddocument wachtlijst voor oudkomers voor NT2 (MS Word
document 750 kb.)
April 2002
|