is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Dossier

is een rubriek op InburgerNet
waarin wordt een onderwerp uitgebreid aan de orde gesteld. Nieuws over dat onderwerp komt ook weer in het dossier terecht. Zo wordt naast het traject van inburgering ook aan andere onderwerpen aandacht besteed.Reacties en aanvullingen zijn welkom


Monitor Oudkomers Conferentie

12 juni 2002 Hotel Oud London Zeist

Op donderdag 12 juni 2003 organiseerde het Ministerie van Justitie een bijeenkomst over de monitor oudkomers voor de G-54 gemeenten. In tegenstelling tot vorige monitorbijeenkomsten bestond het programma uit twee dagdelen: 's ochtends de terugkoppeling van de uit de monitor oudkomers verkregen informatie en inzicht in de relevante ontwikkelingen in het oudkomersbeleid en 's middags een kennismaking met de Frontoffice Inburgering en een tweetal workshopsessies.

Uitkomsten monitor

Na het openingswoord door dagvoorzitter Paul Bulterman startte Marion van der Laan (Ministerie van Justitie) met de uitkomsten van de monitor 2e helft 2002. Van der Laan ging voornamelijk in op de meest opvallende uitkomsten van de monitor. In 2002 hebben 19.300 oudkomers een programma gevolgd, waarvan:

  • 6400 deelnemers uit 2000 en 2001
  • 5600 deelnemers uit de 1e helft van 2002
  • 7300 deelnemers uit de 2e helft van 2002


Paul Bulterman

Van de totaal 19.300 oudkomers hebben 5700 deelnemers het oudkomersprogramma afgerond, zijn er 4000 uitgevallen en zijn er 9400 eind 2002 nog met het programma bezig. In het aantal deelnemers per gemeente zit volgens Van der Laan een enorme verscheidenheid. Wat daarnaast opvalt is het toenemende aantal vrouwen binnen het oudkomersprogramma.

De andere verschillen tussen de eerste en tweede helft van 2002 zien er als volgt uit:

1e helft 2002 2e helft 2002
70 % vrouw 80% vrouw
55% opvoeder 60% opvoeder
57% Turks/Marokkaans 54% Turks/Marokkaans
66% jonger dan 40 jaar 69% jonger dan 40 jaar

Uit de monitor blijkt onder meer dat het programma steeds beter op de doelgroep afgestemd wordt. Maar liefst 54% volgt een programma tussen de 6 en 12 maanden, terwijl dat in de vorige meeting 38% was. 65% van de cursus heeft een intensiteit tussen de 4 en 15 uur (50% in de vorige meeting). Ook kan worden geconcludeerd dat werklozen een relatief langer en intensiever programma volgen.


Marion van der Laan

Indicatie taalniveau

Van der Laan was zeer enthousiast over het aantal gemeenten dat een indicatief beeld van het taalniveau kon geven. Maar liefst 16 gemeenten hebben voor deze laatste monitor een indicatie kunnen geven, ten opzichte van 4 gemeenten de vorige monitor. De helft van de afronders toont vooruitgang, wat optimistisch gevonden werd: 6% van de oudkomers gaat twee niveaus omhoog en 25% van de afronders heeft niveau twee of meer (wat de norm voor sociale redzaamheid is). Van der Laan noemt dit een goede prestatie.

Klein kritiekpunt was er op het gebied van de uitval. Dit is helaas nog 50%, waarvan 25% echt uitvalt en 25% doorstroomt naar werk of een andere opleiding. Reden van kritiek was het ontbreken van redenen van uitval. "Dát te weten komen," zegt Van der Laan, "kan helpen met de voortzetting van het programma". Ze geeft de tip om meer contact te houden om er zo achter te komen wat de redenen voor uitval zijn.

Monitor als instrument

Rob Schepens (Ministerie van Justitie) nam het woord van Van der Laan over en sprak over het gebruik van de monitor als instrument en de accountantsverklaring. Schepens greep terug op de vorige bijeenkomst waarin gesproken werd over hoe de monitor als instrument helderder en duidelijker te krijgen. Is het door de discussie van toen beter gegaan met de laatste monitor?

Schepens concludeerde een 'ja'. 50 Van de 54 gemeenten hebben voor 1 april alle gegevens aangeleverd, terwijl dat de vorige periode er 35 waren. Na een korte extra inleverperiode tot 10 april hadden alle gemeenten op één na alle gegevens aangeleverd.

Verbeteringen

Als verbetering ten opzichte van eerdere monitors concludeert Schepens dat de totalen per (één) vraag beter zijn ingevuld en dat de deelpopulatie beter wordt gekozen. Ook vindt hij het positief dat de categorie 'overig' procentueel kleiner wordt:

2000/2001: 51%
2002 1e helft: 37%
2002 2e helft: 25%

Bij de vorige meeting moest voor de eerste keer een accountantsverklaring in worden gevuld. In de afgelopen periode is er uitstel tot 2 mei gegeven waarbij 90% van de gemeenten de verklaring op tijd inleverde (vergelijk met 72% vorige keer). 5% Was te laat met inleveren (vorige keer 15%) en 5% heeft de verklaring überhaupt niet ingeleverd (tegen 13% de vorige keer).

Schepens concludeert enthousiast dat er meer verklaringen zijn afgegeven en dat 25% van de gemeenten een goed oudkomersdossier heeft. Dit is volgens hem nog niet genoeg, maar er zijn veel verbeterplannen in de maak. Begin juli zullen er bijeenkomsten met alle accountants over het accountants protocol plaatsvinden. Tijdens deze bijeenkomsten zullen ook de uitkomsten van de review besproken worden en de accenten benadrukt worden.


Rob Schepens

Planning

Met betrekking tot een concrete planning zal de monitor oudkomers nog twee keer gebruikt gaan worden.

Overzicht voorgenomen planning:

Monitor oudkomers G54 Voorjaar 2004 (over de 2e helft 2003)
Monitor oudkomers Niet G54 Najaar 2005 (over de 1e helft 2005)
Inhoudelijk verslag nieuwkomers Zomer 2004 (over 2003)
Tellingen Zomer 2005 (over 2004)
Financieel verslag WIN Zomer 2005 (over 2004)

Beleidsontwikkelingen

Martin Dijkstra (Ministerie van Justitie) geeft tijdens zijn presentatie over de beleidsontwikkelingen "zicht in de keuken over de toekomst van inburgering met betrekking tot het hoofdlijnenakkoord." Hij zoomt in op wat er verandert op het gebied van inburgering. Dijkstra: "De inburgeraar zal in de toekomst zijn eigen cursus in gaan kopen. Met eigen verantwoordelijkheid om te kunnen participeren in de Nederlandse samenleving. De overheid stelt de norm, maar de inburgeraar moet het zelf gaan doen."


Martin Dijkstra

Daarnaast vertelt Dijkstra dat het inburgeren al in het buitenland (bijvoorbeeld toets bij de ambassade afleggen) moet beginnen en dat het een verplichting wordt, in plaats van een vrijblijvend gebeuren. Ook de gedwongen winkelnering ROC's moet over zijn.

"Minder overheid betekent feitelijk een andere overheid," aldus Dijkstra. "Het wil zeggen dat de overheid geen cursussen meer aanbiedt. Er komt meer toetsing en er worden normen gesteld. De norm met betrekking tot de vraag wanneer iemand nu wel of niet ingeburgerd is, wordt steeds scherper. In het strategisch akkoord wordt gesproken over een inburgeringsexamen en er worden aanzetten gegeven om prikkels te geven. Bij het met goed gevolg afleggen van een inburgeringscursus kan de inburgeraar bijvoorbeeld in aanmerking komen voor een vergunning voor onbepaalde tijd. Ook positieve prikkels horen hierin: de inburgeraar kan bijvoorbeeld een vergoeding krijgen bij het goed afleggen van een cursus, zodat het niet helemaal uit eigen portemonnee betaald hoeft te worden."

Als het gaat over de rol van de gemeente, zal daar niet zoveel in veranderen, maar wel in de wijze waarop de gemeente de rol vervullen. De inkoopfunctie die de gemeente nu heeft zal in de toekomst mogelijk door de inburgeraar zelf worden vervult.


De presentatie van Dijkstra was aanleiding voor veel vragen vanuit het publiek, maar Dijkstra wijst erop dat dit enkel nog intenties zijn, een groot aantal zaken moet nog worden uitgezocht en het moet allemaal nog ontwikkeld worden.

Minder geld

Er is een budget van 100 à 120 miljoen euro beschikbaar voor de hele vreemdelingenketen. Er komen volgens Dijkstra minder nieuwkomers, waardoor het mogelijk is dat het beschikbare budget kan worden aangescherpt. Dijkstra besluit met "We hebben met elkaar de komende periode nog heel wat werk te verzetten".

Beleidsmatige ontwikkelingen financiering

Ineke Hoekstra (DCIM) legde als laatste spreker een en ander uit over de kritiek vanuit de gemeente op de plannen die 1 oktober van start gaan. Aan de hand van sheets legt Hoekstra uit waarom en op welke manier er een nieuwe financieringssystematiek zal komen en wat de plannen precies betekenen. Klik hier voor een puntsgewijs overzicht van de sheets van Hoekstra.


Ineke Hoekstra


Carsten Herstel, Martin Dijkstra en Ineke Hoekstra beantwoorden vragen uit de zaal.

Frontoffice Inburgering

Projectcoördinator Laurette Spoelman van de Frontoffice Inburgering (de opvolger van de Taskforce Inburgering) legt vervolgens uit op welke manier de Frontoffice wat kan betekenen voor gemeenten. De komende twee jaar zal de Frontoffice vraaggericht werken. Ze benadrukt dat de Frontoffice Inburgering geen belangenbehartiger van gemeente, noch van het Rijk is. De Frontoffice Inburgering focust zich op het delen van kennis en ervaring tussen gemeenten en op het verankeren van behaalde resultaten.

Vanaf 18 juni zal de site www.integratie.net (Kennisnet Integratie En Minderheden> KIEM) in de lucht zijn.


Laurette Spoelman

Workshops

's Middags was er gelegenheid tot het volgen van een tweetal workshops. De eerste workshop ging in op de ervaringen en knelpunten bij het invullen van de monitor en er werden een aantal vragen met betrekking tot de administratieve organisatie beantwoord. Twee vertegenwoordigers van 'voorbeeldgemeenten' legden onder andere uit hoe zij de monitor invullen. De tweede workshop behandelde het onderwerp 'knelpunten op gebied van regie'.



De workshop knelpunten op gebied van regie.

De workshop werd gegeven aan de hand van een casus die verder inging op de ontschotting van middelen en integrale inkoop en de positionering van beleid en uitvoering in de gemeentelijke organisatie. Onder andere bleek voor een aantal gemeenten het koppelen van geldstromen en de bepaling van de inhoud van het project moeilijk te zijn. Een gecoördineerde inkoop, afstemming van beleid, prijsafspraken maken en de zaak afstemmen met elkaar waren tips die uitgewisseld werden.


Tot slot van de dag was er gelegenheid tot het stellen van vragen, waarop Carsten Herstel (Ministerie van Justitie) antwoord gaf.

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.