Wat is de commissie Pavem
Op 3 juli 2003 is de commissie Participatie van Vrouwen van Etnische Minderheden (PaVEM) geïnstalleerd op aanbeveling van het kabinet. Aanleiding voor de oprichting is de vaak geïsoleerde positie van vrouwen van etnische minderheden in Nederland. Ondanks het groeiende aantal allochtone vrouwen dat op alle niveaus deelneemt aan de samenleving, is er nog steeds een grote groep die de aansluiting niet heeft kunnen maken.
Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen uit deze groep vaker werkloos zijn en nauwelijks meedoen aan inburgering en maatschappelijke activiteiten. De groep is heel divers. Het kunnen alleenstaande moeders zijn, maar ook jonge vrouwen die om een gezin te vormen als bruid en nieuwkomer naar Nederland zijn gekomen. Het kunnen vrouwen in de WAO of bijstand zijn, of vrouwen die wel willen werken maar nog een te grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Meestal hebben deze vrouwen een laag opleidingsniveau en beheersen ze de Nederlandse taal niet of onvoldoende.
Doel
Doel van de commissie PaVEM is nu om gemeenten te ondersteunen bij hun pogingen deze vrouwen meer te betrekken bij de samenleving. Nadruk ligt hierbij op het uitwisselen van kennis, ervaring en ideeën. Het gaat om de dertig grootste gemeenten, want daar woont het grootste aandeel allochtone vrouwen.
Speerpunten
Werk. Werk wordt gezien als een zeer belangrijke vorm van participatie. Een groot aantal vrouwen uit etnische minderheden zit in de WW, bijstand of WAO; tegelijkertijd is een groot aantal vrouwen uit etnische minderheden direct bemiddelbaar. Hoewel de werkgelegenheid afgenomen is ten opzichte van enkele jaren geleden zijn er nog vele vacatures die geschikt zijn voor deze vrouwen. Sommige gemeenten willen actief werken aan het combineren van die twee en hebben de commissie gevraagd hen hierbij te ondersteunen. De commissie gaat dat zeker doen. Als concreet resultaat ziet de commissie voor zich dat er medio 2005 aanzienlijk meer vrouwen uit etnische minderheden aan het werk zijn.
Taal. Steeds weer blijkt taal een belangrijke voorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving. In bijna elk gesprek met de gemeenten kwam taal als belangrijk thema aan de orde. Pas als je de Nederlandse taal goed beheerst, ben je in staat de schoolprestaties van je kinderen te volgen, kun je ze als ouder beter sturen en kom je in aanmerking voor interessant werk dat overeenkomt met je capaciteiten. In de gesprekken met de gemeenten hebben we gemerkt dat er veel knelpunten zijn bij het aanbieden van taaltrainingen en het behalen van het gewenste niveau. Maar vooral ook bij het vervolgtraject: het in praktijk brengen van het Nederlands. Omdat we het belang onderstrepen van een effectief vervolg bij het aanleren van de Nederlandse taal hebben we besloten daar het accent op te leggen. Door een drietal gemeenten waar het totale taalleerproces goed loopt als voorbeeld te stellen voor gemeenten die ondersteuning kunnen gebruiken bij het inrichten van een effectieve ‘taalketen’.
Maatschappelijke dialoog. Gemeenten merken dat hun beleid in sommige opzichten botst met de culturele eigenheid van hun allochtone burgers. Zij willen daarover graag op zorgvuldige wijze met hen in dialoog treden. De commissie gaat de gemeenten daarbij ondersteunen.
Daarnaast nemen we in de publieke discussie over integratie en participatie van allochtonen een tendens waar die neigt naar populisme, onzorgvuldigheid en versimpeling. We zien het ook als onze taak om deze dialoog naar een hoger niveau te tillen. Zodat politici, bestuurders en mensen met een maatschappelijke verantwoordelijkheid zich bewust worden van de effecten van hun uitspraken. Door de discussie op verschillende manieren te voeden, waarbij de vrouwen zelf en de ervaringen in de praktijk centraal staan, willen we een bijdrage leveren aan de dialoog over integratie en daarmee aan een meer respectvol klimaat in Nederland. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is wederzijds fatsoen en het besef dat het integratieproces een tweezijdige inspanning en aanpassing vraagt.
Vrouwennetwerk. Voor gemeenten blijkt het lastig sociaal geïsoleerde vrouwen te bereiken. Toch zijn er al vele vrouwen uit etnische minderheidsgroepen breed maatschappelijk actief en succesvol. De sleutel voor het bereiken van de allochtone vrouwen ligt vaak bij hen zelf. De ervaring van gemeenten is dat er veel vrouwen zijn die graag hun handen uit de mouwen willen steken Daarom willen we een netwerk van succesvolle allochtone vrouwen samenstellen, een nationale voorhoede, die we kunnen mobiliseren voor participatieprojecten. Dit kunnen vrouwen zijn uit alle mogelijke etnische minderheden die op het terrein van werk, opinievorming of vrijwilligerswerk actief zijn. Deze vrouwen kunnen in hun gemeente en elders een voorbeeldrol vervullen voor de vrouwen uit hun minderheidsgroep en hen steunen aansluiting te zoeken bij de Nederlandse samenleving. Wij nodigen de gemeenten uit om te helpen bij de vorming van zo’n landelijk vrouwennetwerk door de vrouwen die een dergelijke voorbeeldrol kunnen vervullen met ons in contact te brengen.
Wie zijn de leden van de commissie Pavem
Paul Rosenmöller, voorzitter
Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden
Hans de Boer
Lillian Callender
Hans Dijkstal
Yasemin Tümer
Meer Informatie