is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Vragen, antwoorden

komt mede tot stand in samenwerking met het Informatie- centrum Inburgering van CFI, telefoon: (079-3234000), dat ingesteld is door de ministeries van Biza, OCenW en VWS.

Vragen en Antwoorden uit het Handboek Inburgering  van Elsevier Bedrijsinformatie, Den Haag, elsevierwelzijn

Meest gestelde vragen aan de VNG over de WIN:

(Inhoudsopgave)

 

1.         Per 1 januari 2005 is de financieringssystematiek van de WIN veranderd van de t-2 methode naar outputfinanciering. Wat is het verschil tussen deze systematieken en wat zijn de consequenties voor gemeenten?
Bij de t-2 systematiek ontvangt een gemeente haar budget op basis van de resultaten van twee jaar geleden. Bij outputfinanciering ontvangt de gemeente aan het begin van het jaar een voorschot en wordt zij aan het einde van het jaar afgerekend op basis van de werkelijke resultaten. Een ander verschil is dat bij de tot nu toe gebruikte t-2 methode gemeenten overschotten mochten reserveren of besteden aan educatieve programma’s. Als een gemeente in de nieuwe situatie voordeliger inkoopt dan het normbedrag, is het verschil voor de gemeente vrij besteedbaar.

2.         Wat raadt de VNG gemeenten aan bij de inkooponderhandelingen met ROC’s?
De situatie in iedere gemeente is verschillend en dit geldt ook voor de gemeentelijke relatie met het ROC. Hierdoor valt er geen eenduidig advies te geven. Bij de outputfinanciering is de vergoeding volledig afhankelijk van het aantal gerealiseerde beschikkingen en verklaringen. Er is dus, in tegenstelling tot de t-2 systematiek, niet aan het begin van het jaar bekend welk bedrag er gedurende het jaar voor inburgering beschikbaar is. Het lijkt ons verstandig de systematiek van de financiering ook door te laten werken in uw contract met het ROC, dus een lage of geen basisvergoeding en de betaling op basis van het aantal gerealiseerde verklaringen en beschikkingen.

3.         Wat zijn de verwachtingen van het aantal nieuwkomers in 2005?
Dit is moeilijk in te schatten. Het ministerie geeft aan dat zij een daling verwacht vanwege de per 1 november 2004 verscherpte inkomens- en leeftijdseis bij gezinsvorming en de waarschijnlijke invoer van de Wet Inburgering in het Buitenland op 1 juli 2005. De invoer van deze laatstgenoemde wet kan echter ook leiden tot een extra toename van het aantal gezinsvormers of -herenigers tijdens de eerste helft van het jaar. Daarnaast hebben veel nieuwkomers door problemen bij de IND niet op tijd de benodigde papieren ontvangen om formeel tot de doelgroep van de WIN te behoren. Het is niet duidelijk hoeveel nieuwkomers hierdoor nog “in de pijplijn” zitten. Als laatste valt te melden dat het aantal nieuwkomers per gemeente sterk kan blijven verschillen, de cijfers in 2004 geven dit ook aan.

4.         Moet een nieuwkomerstraject nog steeds uit een taalcomponent en maatschappelijke begeleiding bestaan? En zo ja, welk deel van de rijksbijdrage moet een gemeente verplicht inkopen bij het ROC?
Behalve de financieringssystematiek, die vermeld is in het Bekostigingsbesluit, is de WIN niet veranderd. Een nieuwkomertraject dient hierdoor nog steeds uit zowel een taalcomponent als maatschappelijke begeleiding te bestaan. Er is geen verplicht percentage die de verdeling vaststelt. Overigens zal de de gedwongen winkelnering waarschijnlijk per 1 juli 2005 verdwijnen zodat gemeenten vanaf dat moment niet verplicht zijn de taalcomponent bij het ROC in te kopen.

5.         Wat zijn de normbedragen in de outputfinanciering?
Het normbedrag bedraagt € 7500. De vergoeding per gerealiseerde beschikking en verklaring wordt binnenkort bekendgemaakt. De vergoeding voor het aantal gerealiseerde beschikkingen zal 30% bedragen, voor het aantal gerealiseerde verklaringen 70%

6.         Moet, als een traject voordeliger is ingekocht dan het normbedrag, het verschil worden besteed aan volwasseneducatie?
Volgens de t-2 systematiek moest een gemeente bij een positief resultaat dit of als reserve aanhouden of uitgeven aan educatieve programma’s. Bij de outputfinanciering geldt dit niet. Als een gemeente voordeliger inkoopt dan het normbedrag, is zij vrij te bepalen waar zij het verschil aan wil besteden.

7.         Hoe gaat de aangekondigde compensatie voor de jaren 2002 en 2003 eruit zien?
Bij de t-2 systematiek zou de gemeente in 2005 respespectievelijk 2006 de vergoeding krijgen over de gerealiseerde verklaringen en beschikkingen van de jaren 2003 en 2004. Omdat dit door de invoering van de outputfinanciering niet gebeurt komt er een compensatieregeling. Deze compensatie wordt bepaald door de in 2003 en 2004 geleverde prestaties (de output) te vergelijken met de rijksbijdrage die gemeenten over die jaren hebben ontvangen. Indien blijkt dat een gemeente meer heeft gepresteerd dan op grond van de rijksbijdrage mocht worden verwacht, dan zal die gemeente daarvoor worden gecompenseerd. Gemeenten die dan nog beschikken over Win-reserves zullen overigens niet volledig worden gecompenseerd. De definitieve vorm van de regeling is overigens nog niet bekend.

8.         Hoeveel van haar WIN reserves moet een gemeente in 2005 inzetten, en in 2006?
In 2005 zullen gemeenten de helft van hun reserves moeten inzetten. Hiermee wordt zowel bij de bevoorschotting van gemeenten als, achteraf, bij de verrekening rekening gehouden. Wat er in 2006 gaat gelden is nog onbekend.

9.         De VNG heeft in november 2004 gemeenten geadviseerd om voor de WIN halfjaarcontracten af te sluiten. Staat dit advies nog steeds?
Inmiddels hebben gemeenten de indicatieve voorschotten en normbedragen ontvangen en wij gaan er vanuit dat deze overeenstemmen met de definitieve cijfers. Er is daardoor meer duidelijkheid en zekerheid voor gemeenten ontstaan en daar is het advies minder van kracht. Gemeenten die slechts willen inkopen op basis van juridisch sluitende toezeggingen kunnen, zolang de definitieve voorschotten en normbedragen nog niet bekend zijn, van het advies gebruik maken.

10.      Is het mogelijk om inburgeringsprogramma’s elders in te kopen dan bij een ROC?
Gemeenten zijn nu nog verplicht de inburgeringsgelden voor nieuwkomers bij het ROC te besteden. De mogelijkheid bestaat om via het ROC onderwijs bij een andere instelling in te kopen  (doorcontracteren). Het ROC is verantwoordelijk voor het doorcontracteren. Het kabinet is van plan de gedwongen winkelnering in de loop van 2005 af te schaffen. De precieze uitwerking is nog niet bekend maar in november zal meer duidelijkheid worden verschaft. Onze reactie op het kabinetsvoorstel vindt u op VNG-net. (november 2003).

11.      Kan een gemeente een tijdelijke ontheffing verlenen aan een nieuwkomer wanneer deze, wegens zwaarwegende omstandigheden, na de start van het inburgerings-programma, het traject tijdelijk wil onderbreken?
Dit is niet mogelijk. Een nieuwkomer kan alleen om een ontheffing van de meldingsplicht vragen. Wanneer hij dat niet doet of de gemeente zijn aanvraag tot ontheffing afwijst, is de nieuwkomer verplicht zich te melden voor het inburgeringsonderzoek. Wanneer de nieuwkomer vervolgens start met het programma, kan hij geen tijdelijke ontheffing krijgen. Feitelijk is een tijdelijke onderbreking wel mogelijk. De verplichting om de toets binnen één jaar na start van het programma af te leggen blijft dan wel bestaan. Heeft de nieuwkomer vóór de toets het hem opgelegde aantal uren educatief programma nog niet gevolgd, dan zal hij deze in de periode van doorgeleiding alsnog moeten volgen. Alleen als hij bij de toets het vastgestelde streefniveau behaalt, kan de gemeente hem daarvan vrijstellen.  

12.      In de regeling certificaat Inburgering ( O 1.10-2 ) van de WIN staat aangegeven (onderaan) dat wanneer voor Nederlands als Tweede Taal niveau 1 is behaald, er niets op het certificaat dient te worden vermeld. Dit maakt het certificaat echter fraudegevoelig doordat men zelf iets kan invullen en daarna een vrijstelling naturalisatietoets kan aanvragen.
Geldt deze regel nog steeds of moet er wel iets op het certificaat moet worden vermeld. Zo nee, zijn er mogelijkheden om mogelijke fraude tegen te gaan?
De regelgeving schrijft een leeg niveau op het certificaat voor als er niet ten minste het niveau voor de naturalisatietoets is gehaald.
In de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap staat dat bij een aanvraag voor naturalisatie tevens de achterliggende ROC-verklaring, op grond waarvan B&W het WIN-Certificaat hebben afgegeven, bij de stukken moet zitten, anders wordt er geen vrijstelling verleend.
Omdat de IND zelf ook al op mogelijkheden van fraude was gekomen moeten naturalisatiemedewerkers alle betrokken documenten van de naturalisatie onderzoeken. Gekeken wordt of deze bij elkaar horen en of de data van afgifte overeenkomen.

13.      Wanneer bestaat het recht op vrijstelling naturalisatietoets?
De vrijstellingen zijn te vinden in artikel 3 van het besluit naturalisatietoets. Wij hebben in augustus 2004 in een brief Minister Verdonk gevraagd deze lijst te verruimen. Veel oudkomers beschikken wel over het gevraagde niveau maar de diploma’s die dit aantonen staan niet in het bovengenoemde artikel opgenomen. Een voorbeeld hiervan is het certificaat dat een oudkomer verkrijgt na het behalen van de eindtoets van een inburgeringstraject en waarvan het niveau van deze eindtoets gelijk is aan het niveau dat aan nieuwkomers een vrijstelling voor de naturalisatietoets verleent. Een ander voorbeeld zijn de NT2 onderwijstoetsen die zijn afgelegd op een hogeschool of universiteit.

Volgens de naturalisatiewet dienen personen die genaturaliseerd worden behalve een NT2 niveau ook een bepaald KSE2 niveau bereikt te hebben om vrijgesteld te worden van de naturalisatoets. Op certificaten die gemeenten in het kader van een inburgeringstraject afgeven staat vaak echter alleen het NT2 niveau vermeld en niet het KSE2 niveau. In een aantal gevallen heeft de IND om deze reden een vrijstelling voor de naturalisatietoets geweigerd.
Het ministerie van Vreemdelingenzaken en Integratie heeft doorgegeven dat als op het inburgeringscertificaat als behaald niveau NT2, niveau 2 (of 3) staat aangegeven mensen wel degelijk recht hebben op vrijstelling van de naturalisatietoets. Op dit moment wordt deze boodschap zoveel mogelijk mondeling verspreid. Voor eind november staat een nieuwe brochure gepland door de IND waarin de procedure nog eens duidelijk wordt aangegeven. Ook het misverstand rond het niveau NT2/KSE wordt hierin toegelicht. In individuele gevallen kan contact worden opgenomen met Carola Poortman van het Ministerie van V&I tel: 070 370 3877.

14.      Wat zijn de consequenties van de uitbreiding van de EU per 1 mei voor de WIN?
Op 1 mei is de EU uitgebreid met een aantal landen en hierdoor vallen burgers uit deze landen niet langer onder de doelgroep van de WIN. Het Ministerie van Justitie schat dat vorig jaar 3 tot 4 % van het aantal nieuwkomers uit de nieuwe lidstaten kwam. Het Ministerie heeft gemeenten inmiddels over deze wijziging geïnformeerd en gemeenten tevens voorgesteld nieuwkomers uit deze landen aan te bieden het traject op vrijwillige basis af te ronden. De betaling op basis van het aantal beschikkingen en verklaringen blijft van kracht.

Bron: www.vng.nl

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.

Terug naar:
Interactief

Vragen, antwoorden

Zie ook: Oproepen