|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hierbij wordt wel uitgegaan van een onderrealisatie. Dit is uiteraard hypothetisch. Bij een overrealisatie gaat dit model niet op. Er zijn echter nog meer lichtpuntjes: - na twee jaar (of zelfs al in jaar twee) zal een aantal VVTV'ers een VTV krijgen en wordt dus officieel inburgeraar. Door ze het 'offici‰le traject' te laten doorlopen worden trajecten 'terugverdiend'; - naar verwachting komen er middelen extra voor oudkomers. Dit geeft een verlichting voor de wachtlijsten en dus meer ruimte in reguliere capaciteit; - de VVTV heeft naar verwachting niet het eeuwige leven. Ten slotte moet er tegelijkertijd worden gewerkt aan een efficiëntieverhoging van het NT2-onderwijs. Er is nog vaak sprake van een hoge absentie en te starre aanpak. Experimenten met docentonafhankelijk leren en gebruik van multimedia kan ruimte creëren. Ook kan een samenhang worden gebracht in de verschillende geldstromen voor NT2 (inburgering, regulier, inkoopgelden RBA, scholingsgelden RBA) waardoor een constante (maximale) capaciteit kan worden gecreerd. Fluctuaties in de diverse instromen kunnen door middel van 'leentrajecten' uit andere geldstromen worden gecompenseerd. - Hoe om te gaan met 16-/17-jarigen, partieel leerplichtigen? Kunnen zij een ISK-traject volgen? Bij jongeren van 16 of 17 jaar moet worden vastgesteld of zij nieuwkomers zijn in de zin van WIN. Deze vaststelling dient plaats te vinden op het moment van uitreiking van het verblijfsdocument of het moment van eerste huisvesting. De benadering is verschillend voor jongeren van 16 en 17 jaar en is analoog aan de Leerplichtwet. De vaststelling of iemand leerplichtig is geschiedt aan de hand van het schooljaar dat loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar. Een jongere die leerplichtig is valt niet onder de WIN! Een jongere die partieel of niet leerplichtig is, valt wel onder de WIN! Voor 16-jarige jongeren geldt het volgende: - indien het moment van uitreiking c.q. eerste vestiging plaatsvindt voor 31 juli en de jongere in datzelfde kalenderjaar voor of op 31 juli 16 jaar is geworden of zal worden, is de jongere leerplichtig en dus geen nieuwkomer; - indien uitreiking verblijfsdocument c.q. eerste vestiging na 31 juli plaatsvindt en de jongere voor of op 31 juli van dat kalenderjaar jarig is, dan is de jongere partieel leerplichtig en valt wel onder de WIN; - indien uitreiking verblijfsdocument c.q. eerste vestiging na 31 juli plaatsvindt en de jongere in dat zelfde kalenderjaar na 31 juli jarig is, dan is deze jongere tot 31 juli van het daaropvolgende jaar leerplichtig en valt niet onder de WIN. Voor 17-jarige jongeren geldt het volgende: - indien het moment van uitreiking c.q. eerste vestiging plaatsvindt voor 31 juli en de jongere voor of op 31 juli van dat kalenderjaar 17 jaar wordt, dan is de jongere partieel-leerplichtig en valt onder de WIN; - indien uitreiking verblijfsdocument c.q. eerste vestiging na 31 juli plaatsvindt en de jongere voor of op 31 juli van dat kalenderjaar jarig is, dan is de jongere niet meer partieel-leerplichtig en valt wel onder de WIN. - Nadat is bepaald dat een 16- of 17-jarige behoort tot de doelgroep nieuwkomers kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de vaststelling van een inburgeringsprogramma achterwege te laten, indien de verwachting bestaat dat de nieuwkomer binnen redelijke termijn de kennis, het inzicht en de vaardigheden in voldoende mate op andere wijze zal verwerven (artikel 5, tweede lid, WIN). Daarbij kan het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 5, derde lid, van de WIN bepalen dat de nieuwkomer op een bepaalde datum een toets aflegt en daarbij het niveau bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b, behaalt. De nieuwkomer kan ook zelf verzoeken deze toets af te leggen. Deze toets wordt afgenomen door een ROC, maar de nieuwkomer hoeft zich voor deze toets niet in te schrijven bij een ROC. Deze toets is inhoudelijk dezelfde toets als de toets genoemd in artikel 10 van de WIN, die aan het einde van het educatieve programma wordt afgelegd. Nadat de toets, genoemd in artikel 5, derde lid van de WIN is afgenomen, kan echter geen verklaring zoals bedoeld in artikel 7.4.15 van de Wet educatie en beroepsonderwijs worden afgegeven. Immers een dergelijke verklaring wordt alleen afgegeven als de toets ex artikel 10 van de WIN, zoals uitgewerkt in artikel 7.4.13 van de WEB, als afsluiting van het educatieve programma is afgelegd. (Bron: OCenW) - Wat te doen als na vaststelling van het educatief traject een baan wordt genomen? Het vastgestelde inburgeringsprogramma heeft een verplichtend karakter. Desalniettemin kan nieuwkomers niet worden verboden werk aan te nemen. Een oplossing is - naast bijvoorbeeld het eventueel verzorgen van een taalcursus door de werkgever - het eventueel aanpassen van het aantal uren en het waar mogelijk verplaatsen van het onderwijs van de dag naar avonduren en/of het weekeinde. - Is 600 uur binnen een jaar haalbaar? Zo niet, wie betaalt dan de kosten? Wordt het staatsexamen NT2 ook bekostigd of alleen de profieltoets NT2? De periode die voor de doorgeleiding staat kan worden gebruikt om rest- uren uit de beschikking in te zetten. Onder de huidige regeling wordt het staatsexamen niet bekostigd. - Is er al meer bekend over het afschaffen van de zogenoemde gedwongen winkelnering voor gemeenten? Hierover is nog niets bekend. Bij de evaluatie van de WIN en de WEB zal worden bekeken of de gedwongen winkelnering al dan niet wordt afgeschaft. (Bron: rapportage, nr. 21, ICO/CFI) - Het komt voor dat nieuwkomers niet wachten op het vaststellen van een programma door de gemeente. Zij melden zich bij het ROC, worden ingeschreven en starten met een educatief programma. Hoe kan hiermee worden omgegaan, gelet op de verantwoording en de bekostiging twee jaar later? Het is van groot belang dat de gemeente het ROC informeert over potenti‰le nieuwkomerdeelnemers die onderwijs zullen gaan volgen aan de onderwijsinstelling. Pas als de gemeente een programma heeft vastgesteld en een beschikking heeft afgegeven, wordt het betreffende traject bij het ROC gefinancierd vanuit de inburgeringsgelden. Om deze reden kan het ROC de betrokken nieuwkomers beter verwijzen naar de gemeente. Bovendien wordt de formele startdatum van het jaar, waarin de toets moet worden afgelegd, vastgelegd in de onderwijsovereenkomst die de nieuwkomer tekent bij de inschrijving. Dit zorgt voor een vreemde situatie: de nieuwkomer is al gestart maar heeft nog geen inburgeringsonderzoek gehad waarin de feitelijke behoeften en wensen naar voren komen. (Bron: rapportage, nr. 25, ICO/CFI) - Wat kan een gemeente doen als tijdens het inburgeringsonderzoek blijkt dat een nieuwkomer hoogopgeleid is en NT2 aan de universiteit wil volgen? In dit geval kan de gemeente de nieuwkomer op basis van artikel 5.2 van de WIN een gehele of gedeeltelijke vrijstelling geven van het educatief programma. Een gehele vrijstelling kan alleen worden gegeven als de nieuwkomer ook voldoende kennis heeft van mo en bo. De nieuwkomer kan nu, in plaats van inburgering, onderwijs volgen aan de universiteit. Dit onderwijs kan echter niet van de inburgeringsgelden worden betaald. Een andere mogelijkheid is dat het ROC onderwijs inkoopt bij een andere instelling (doorcontracteren). Het ROC is verantwoordelijk voor het doorcontracteren. (Bron: rapportage, nr. 27, ICO/CFI) - Een nieuwkomer is ongeveer een jaar geleden gestart met een inburgeringsprogramma in het kader van de WIN. De nieuwkomer is in deze periode tien maanden ziek geweest. Na het afleggen van de toets blijkt de nieuwkomer niet niveau 1 te behalen. Kan de nieuwkomer worden verplicht de gemiste lessen alsnog te volgen? In de beschikking heeft de gemeente - in overleg met de nieuwkomer - een bepaald aantal lesuren vastgesteld voor het inburgeringstraject. Indien de nieuwkomer minder lessen heeft gevolgd dan in de beschikking staat vermeld, kan de gemeente de nieuwkomer verplichten de 'overige' lessen te volgen. De nieuwkomer is immers akkoord gegaan met de gemaakte afspraken. Echter, de toets moet zijn afgelegd binnen ‚‚n jaar na inschrijving bij de onderwijsinstelling (artikel 10, 1e lid van de WIN). Bron: rapportage, nr: 36, ICO/CFI. - Een vvtv-er die reeds een inburgeringsprogramma onder de Onderwijsregeling heeft gevolgd, krijgt een vtv-status en volgt een inburgeringsprogramma onder de WIN. Kan deze nieuwkomer nogmaals worden opgegeven op het telformulier? Wordt deze nieuwkomer ook bekostigd? Ja, de nieuwkomer behoort tot de doelgroep van de WIN en de inburgeringsgelden zijn rechtmatig besteed. De afgegeven beschikking en de afgegeven verklaring kunnen worden opgevoerd bij de verantwoording. Bron: rapportage, nr: 36, ICO/CFI. - In de Memorie van Toelichting staat vermeld dat werknemers met de Turkse nationaliteit die reeds langer dan een jaar in Nederland zijn toegelaten niet kunnen worden verplicht aan een inburgeringsprogramma deel te nemen. Wat wordt met deze passage bedoeld? Met een werknemer wordt hier niet bedoeld een nieuwkomer die voor arbeid naar Nederland is gekomen en daar een tewerkstellingvergunning voor ontvangt. Met de passage wordt verwezen naar Turkse nieuwkomers die (veelal) in het kader van gezinsvorming of -hereniging naar Nederland komen. Deze nieuwkomers behoren zich aan te melden voor inburgering. Indien zij een ontheffing krijgen voor bepaalde tijd (bijv. een half jaar) begint de nieuwkomer na dit halve jaar met het inburgeringsprogramma. Indien deze Turkse nieuwkomer ook werk heeft gevonden, kan de inburgeringsplicht nog maar een half jaar gelden, omdat Turkse werknemers niet meer tot inburgering kunnen worden verplicht ‚‚n jaar na toelating in Nederland. Een Turkse nieuwkomer die bijvoorbeeld reeds een jaar geleden aan zijn inburgeringsprogramma is begonnen, voldoet wel aan de definitie van nieuwkomer en valt onder de WIN. Overigens, het ingeschreven staan als werkzoekende ontheft iemand niet van de inburgeringsplicht. Bron: rapportage, nr: 37, ICO/CFI. - Is doorgeleiding een verplicht onderdeel van het inburgeringsprogramma? Ja, doorgeleiding is een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject (WIN artikel 6, 1e lid, onder c). Voor de uitvoering van het bedoelde onderdeel draagt het college van burgemeester en wethouders er zorg voor dat een advies wordt opgesteld over doorstroming van de nieuwkomer naar vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt (artikel 12, 2e lid van de WIN). Bron: rapportage, nr: 37, ICO/CFI. - Na het afleggen van de NT2 Profieltoets behaalt een nieuwkomer niveau 1. Mag de gemeente aan deze nieuwkomer het certificaat uitreiken? Ja, het certificaat wordt uitgereikt aan de nieuwkomer nadat het inburgeringsprogramma is voltooid (artikel 13, 2e lid van de WIN). Echter, het niveau dient in dit geval niet op het certificaat te worden vermeld. Indien uit de verklaring van het ROC blijkt dat de nieuwkomer heeft voldaan aan ‚‚n van de niveaus, bedoeld in artikel 3 van de 'Regeling vaststelling inhoud en niveau inburgeringstoets', dient op het certificaat het behaalde niveau te worden vermeld (niveau 2 of niveau 3). Overigens is een niveau pas behaald als de nieuwkomer op alle onderdelen het bewuste resultaat heeft behaald. Bron: rapportage, nr: 37, ICO/CFI. - Aan het einde van het educatieve programma legt een nieuwkomer slechts ‚‚n onderdeel van de toets af. De nieuwkomer weigert het tweede onderdeel af te leggen. Kan de gemeente het reeds afgelegde deel van toets meetellen voor de bekostiging? Nee, de inburgeringstoets bestaat uit de onderdelen NT2 en MO (Regeling Vaststelling inhoud en niveaus inburgeringstoets nieuwkomers). Indien een nieuwkomer geen vrijstelling heeft voor ‚‚n of meer onderdelen van het educatieve programma, dient hij alle onderdelen van de toets af te leggen. Wanneer een nieuwkomer zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de gemeente de nieuwkomer sanctioneren (artikel 18, 1e lid van de WIN). Bron: rapportage, nr: 38, ICO/CFI. Volgens de Onderwijsregeling Inburgering Nieuwkomers 1998 moet elk inburgeringsprogramma een deel educatie en een deel welzijn omvatten. Hoe is dit in de WIN geregeld? Een nieuwkomer op leeftijd wil bijvoorbeeld niet meer naar school gaan, maar heeft wel maatschappelijke begeleiding nodig. Is dit mogelijk? Onder de WIN bestaat een inburgeringsprogramma uit een educatief programma, maatschappelijke begeleiding en doorgeleiding naar vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt (artikel 6, eerste lid). Daarnaast krijgt elke inburgeraar trajectbegeleiding (artikel 15). Met andere woorden: ook onder de WIN moet er sprake zijn van beide componenten. Binnen het educatieve traject kan een nieuwkomer echter een vrijstelling krijgen voor delen van het programma. In het voorbeeld van de nieuwkomer op leeftijd kan ervoor worden gekozen geen NT2 en beroepenoriëntatie aan te bieden, maar wel maatschappij-oriëntatie, dat wordt afgesloten met een toets. Daarnaast krijgt de nieuwkomer maatschappelijke en trajectbegeleiding. De gemeente kan beslissen een vrijstelling te geven voor het gehele educatieve programma om toch niet over te gaan tot volledige vrijstelling. In dat geval legt de nieuwkomer geen toets af. Dat betekent dat de nieuwkomer niet wordt meegeteld bij de realisatie in verband met de rekening en verantwoording. - Is er een maximumleeftijd voor deelname aan een inburgeringsprogramma? Er is geen maximumleeftijd voor deelname aan een inburgeringsprogramma. Een nieuwkomer op leeftijd kan op basis van eventuele lichamelijke, psychische of andere gronden vragen om een ontheffing van de meldingsplicht. Als er geen ontheffingsgrond is, zal de nieuwkomer zich moeten melden voor een inburgeringsonderzoek. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan de betreffende nieuwkomer worden vrijgesteld van (delen van) het educatief programma. Zo zal beroepenoriëntatie voor een 65+'er niet meer relevant zijn. - Is educatie aan onderwijsinstelling bij andere gemeente mogelijk? Het volgen van het onderwijsprogramma bij een instelling in een andere gemeente, dan die waar het inburgeringscontract is gesloten, is mogelijk. De gemeente van de inburgeraar moet met die onderwijsinstelling wel een contract hebben afgesloten. - Zijn de 600 uren klokuren of lesuren? De 600 uren zijn klokuren. - Mogen buitenschoolse activiteiten worden meegeteld voor de 600-uren NT2? De onderwijsinstelling moet in alle redelijkheid beoordelen of een buitenschoolse activiteit een bijdrage levert aan het opgestelde programma per individu. In deze beoordeling moet het soort activiteit worden betrokken. Ver- werkingsopdrachten (huiswerk) zullen bijvoorbeeld niet kunnen worden meegeteld voor de uren NT2 omdat niet te controleren is hoeveel uren een cursist besteedt aan deze opdrachten. Wanneer de buitenschoolse activiteiten bestaan uit uitstapjes in het kader van de cursus NT2 of uit een taalstage, kunnen de uren wel worden meegeteld. - Mag vervolgonderwijs worden betaald van het inburgeringsbudget? Dit is niet toegestaan. De rijksbijdrage inburgering mag alleen worden ingezet voor: * educatieve programma's (verzorgt door een ROC) bestaande uit NT2, maatschappij-ori‰ntatie, beroepenori‰ntatie en de toets; * traject- en maatschappelijke begeleiding en doorgeleiding naar vervolgonderwijs of Arbeidsvoorziening. Als de gemeente niet de gehele rijksbijdrage benut, kan zij deze reserveren voor inburgering in latere jaren of toevoegen aan de reguliere educatiemiddelen of reguliere welzijnsmiddelen ten behoeve van minderheden (Bekostigingsbesluit Inburgering Nieuwkomers, art. 3). - Wat is de relatie tussen de 600 uur en het afleggen van de toets binnen één jaar? Betekent dit dat het overeengekomen aantal lesuren NT2 binnen één jaar moet zijn afgelegd? Deze zal nog steeds worden bepaald door maatwerk. Het kan dan ook voorkomen dat binnen één jaar de ene nieuwkomer meer uren NT2 volgt dan de ander. Dit wordt vastgesteld in de beschikking na het inburgeringsonderzoek. Elke nieuwkomer moet echter binnen één jaar na inschrijving in de gelegenheid worden gesteld de toets af te leggen. Het moment waarop de toets wordt afgelegd zal bij de een dan ook na meer uren NT2 plaatsvinden dan bij de ander. - Moet de toets worden afgenomen in de eerste gemeente van huisvesting wanneer een nieuwkomer verhuist naar een andere gemeente en zijn inburgeringsprogramma nog niet heeft afgerond? Het kan voorkomen dat een onderwijsinstelling in de beschreven situatie de toets wil afnemen om zo een verklaring te kunnen afgeven, die zal meetellen voor de bekostiging twee jaar later. De gemeente is echter verantwoordelijk voor de uitvoering van het inburgeringsbeleid binnen de gemeente en moet het belang van de nieuwkomer voor ogen houden. In geval van verhuizing zullen de twee betreffende gemeenten overeen moeten komen welke gemeente de verantwoordelijkheid voor de nieuwkomer op zich neemt. Wellicht kan de nieuwkomer zijn programma afronden met een toets in de tweede gemeente van huisvesting. Ook de financiële verrekening blijft een zaak tussen de gemeenten onderling (Uitvoeringsbesluit, art. 5 en 6). - Is er iets bekend over de naturalisatietoets? Nog niet vastgelegd in AMVB. Moet een nieuwkomer de toets afleggen als hij is vrijgesteld van MO en NT2? Nee, de MO- of NT2-profieltoets zijn alleen verplicht als MO respectievelijk NT2 deel uitmaken van het educatief programma. - Welk standpunt neemt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in over het afnemen van het NT2 profiel bij analfabeten? Het afnemen van de toets bij deze groep nieuwkomers levert veel frustraties op omdat de analfabeten zelf geen resultaat zien. Houdt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hier rekening mee? Blijft de toets voor analfabeten verplicht of wordt er in de toekomst gezocht naar een alternatief? Er is een NT2 Profieltoets Analfabetisering beschikbaar. Zie handboek WIN E2-pp. 1-4. - Een nieuwkomer moet binnen een jaar na inschrijving bij een onderwijsinstelling in de gelegenheid worden gesteld de toets af te leggen. Kan een onderwijsinstelling de toets ook al na zes weken aan een nieuwkomer voorleggen? De toets moet binnen een jaar, na de start van het educatief programma, worden afgenomen. Op basis van de resultaten van de toets wordt immers een vervolgtraject voor de nieuwkomer uitgestippeld. Wanneer de toets al na korte tijd wordt afgenomen door de instelling, zullen de toetsresultaten in veel gevallen niet betrouwbaar zijn als basis voor het opstellen van een vervolgtraject. Een onderwijsinstelling is dus vrij in het bepalen van het toetsmoment, maar uit de regelgeving blijkt dat de gemeente verantwoordelijk is voor de nieuwkomer tot het moment dat deze wordt overgedragen aan vervolgonderwijs of aan de arbeidsvoorziening. - Het ROC stelt een nieuwkomer, binnen een jaar na inschrijving bij de instelling, in de gelegenheid de toets af te leggen. De nieuwkomer heeft 600 uren NT2 gevolgd en verschijnt uiteindelijk niet op de vastgestelde dag. Hoe kan hiermee worden omgegaan, gelet op de bekostiging twee jaar later? Wettelijk gezien vervalt een deel van de bekostiging omdat het ROC geen verklaring kan afgeven. - Is de periode van een jaar, waarbinnen de nieuwkomer de toets moet afleggen, inclusief of exclusief schoolvakanties? Dit is inclusief de dagen, waarop het ROC gesloten is. - Is er een landelijke opleiding voor docenten voor het afnemen van de NT2 Profieltoets? Nee, elke gekwalificeerde docent kan de 600-urentoets afnemen. - Waarom Maatschappij Oriëntatie (MO) en Beroepen Oriëntatie (BO) bij ROC als iemand al goed Nederlands spreekt? De gemeente bepaalt in het inburgeringsonderzoek of een nieuwkomer in aanmerking komt voor een inburgeringsprogramma. Beheerst de nieuwkomer de Nederlandse taal al goed, dan kan de gemeente - in het geval dat er sprake is van een (dreigende) achterstandssituatie - een programma vaststellen bestaande uit MO en BO. Voor het onderdeel MO dient een toets te worden afgelegd. De verklaring daarover telt mee als bekostigingscriterium. - Is Maatschappij Oriëntatie (MO) en Beroepen Oriëntatie (BO) in eigen taal mogelijk? Voor MO in de eigen taal is lesmateriaal ontwikkeld. BO wordt niet in de eigen taal aangeboden. - Is Beroepenoriëntatie (BO) een verplicht onderdeel voor elke nieuwkomer? Beroepenoriëntatie vormt een verplicht onderdeel van het educatieve programma (artikel 1, 1e lid, onderdeel a van de WIN). De wet geeft aan dat vrijstelling voor Beroepenoriëntatie mogelijk is als de nieuwkomer beschikt over de te verwerven kennis, inzicht en vaardigheid, of deze op een andere wijze kan verwerven (artikel 5, 2e lid van de WIN). Bron: rapportage, nr: 34, ICO/CFI. 3.5 Maatschappelijke Begeleiding - Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor MB? De gemeente is eindverantwoordelijke voor de inburgering van nieuwkomers en voor het opstellen en toezien op de uitvoering van het inburgeringsprogramma. Maatschappelijke Begeleiding is een vast en in de wet genoemd onderdeel van de WIN zodat ook hiervoor de gemeente de eindverantwoordelijke is. - Wat is nu precies MB? Wat mag/kan/moet? Maatschappelijke Begeleiding is de praktijkgerichte component van het inburgeringsprogramma dat naast taalonderwijs en Maatschappij Oriëntatie zich sterk richt op de sociale zelfredzaamheid van de nieuwkomer. Maatschappelijke Begeleiding is gericht op het opnemen van de nieuwkomer in bestaande maatschappelijke en sociale netwerken en het helpen bij het opbouwen van een eigen netwerk. Onder het opbouwen van een eigen netwerk wordt verstaan: het wegwijs maken van de nieuwkomer in de gemeente voor wat betreft verschillende gemeentelijke diensten en maatschappelijke instanties, waaronder bijvoorbeeld de huisarts en tandarts, de (basis)scholen en woningcorporaties. Daarnaast kan de nieuwkomer in contact worden gebracht met diverse sociaal-culturele instanties zoals de bibliotheek en sportvoorzieningen en wegwijs gemaakt worden in de directe leefomgeving t.a.v. de dagelijkse levensbehoeften. Verder kan de maatschappelijke begeleider dienen als vraagbaak, verwijzer en bemiddelaar en soms als probleemoplosser bij juridische en materiële problemen. - Een nieuwkomer krijgt trajectbegeleiding totdat hij is overgedragen aan vervolgonderwijs of Arbeidsvoorziening. Geldt dit ook voor Maatschappelijke Begeleiding? Ook Maatschappelijke Begeleiding kan, als dit voor de nieuwkomer nodig is (maatwerk), doorgaan tot uiterlijk een halfjaar nadat de toets is afgelegd (artikel 13, eerste lid, WIN). (Bron: rapportage, nr. 21, ICO/CFI) - Wat kunnen/moeten eindtermen zijn van het 'product' MB? Ten aanzien van MB kunnen slechts in algemene zin eindtermen beschreven worden. De formulering die het meest recht doet aan een eindterm is 'sociaal redzaam'. Cruciaal daarin is hoe de nieuwkomer dat zelf ervaart en wat de nieuwkomer op dit punt zelf aangeeft. Wel is een checklist voorstelbaar die onder meer gericht is op kennis en praktische zaken. Dit garandeert echter niet dat een nieuwkomer wanneer hij deze kennis daadwerkelijk nodig heeft, deze kennis ook kan toepassen. Het streven naar het opbouwen van een sociaal netwerk is evenmin in concrete termen vast te leggen: moet iemand bijvoorbeeld ook contacten onderhouden met Nederlanders en hoeveel moeten dat er zijn? (Bron: VluchtelingenWerk) - Hoe stel je vast wat een nieuwkomer aan MB nodig heeft? De behoefte van de nieuwkomer is het uitgangspunt voor het bepalen van het aanbod. De persoonlijke en maatschappelijke situatie van een nieuwkomer is echter niet statisch en kan gedurende het inburgeringsprogramma veranderen. Het aanbod MB zal zo nodig daarop dienen te worden aangepast. Een (deels nog te ontwikkelen) checklist kan behulpzaam zijn bij het vaststellen van de mate van behoefte aan Maatschappelijke Begeleiding. Een belangrijke rol in het vaststellen van de behoefte speelt de nieuwkomer zelf en de maatschappelijke situatie waarin die verkeert. Zo kan de behoefte aan MB voor een vluchteling zonder enig netwerk in de samenleving behoorlijk verschillen van een nieuwkomer die op grond van gezinshereniging of gezinsvorming in Nederland is aangekomen. Dergelijke nieuwkomers zullen voor een belangrijk deel worden opgenomen in het netwerk van hun partner. Voorkomen moet echter worden dat de nieuwkomer niet zelfstandig een netwerk kan opbouwen en volledig afhankelijk wordt van de partner. - Welke financiële ruimte is er voor Maatschappelijke Begeleiding? Wat mag MB kosten? Gemeenten moeten zelf een verdeelsleutel en vergoedingssystematiek uitwerken en vaststellen wat MB per traject mag kosten. Met de betrokken organisaties kunnen pakketafspraken worden gemaakt. - Wat als Bureau Nieuwkomers geen gebruikmaakt van MB? Is ontheffing van MB mogelijk? Maatschappelijke Begeleiding wordt expliciet in de wet genoemd als onderdeel van het inburgeringsprogramma (artikel 6, lid 1b). Ontheffing van MB is niet mogelijk in de zin dat wanneer een inburgeringsprogramma wordt vastgesteld en daartoe een beschikking wordt afgegeven MB daarvan deel moet uitmaken. Wel bestaat de mogelijkheid om een beperkt programma op te nemen, bijvoorbeeld bestaande uit een spreekuur of periodieke bijeenkomst. De omvang van de Maatschappelijke Begeleiding hoeft niet in de beschikking te worden opgenomen. Wel kan gebruik worden gemaakt van een verwijzing in de beschikking naar een instelling die MB verzorgt of in de beschikking kan het aanbod MB worden beschreven zonder de intensiteit vast te leggen of mate waarin van dit aanbod gebruikgemaakt dient te worden (bijvoorbeeld individueel spreekuur, groepsbijeenkomst, enz.). (Bron: VluchtelingenWerk) - Wat zijn de mogelijkheden voor nieuwkomers als het pakket MB en overige onderdelen van het inburgeringsprogramma onder de maat blijft? Allereerst moet bij de organisatie, die de MB verzorgt, worden ge‹nformeerd naar een klachtenregeling en een klacht worden ingediend. Mocht de organisatie de klacht niet naar tevredenheid afhandelen dan is een mogelijkheid het indienen van een klacht bij de gemeente die een zorgplicht heeft. Mocht de gemeente de klacht afwijzen en geen (kwaliteits)verbetering aanbrengen in de situatie dan kan een bezwaarschrift worden ingediend in het kader van de Algemene wet bestuursrecht. Bij de president van de rechtbank kan eventueel een voorlopige voorziening worden aangevraagd (artikel 8:8.1 Awb) als er sprake is van 'onverwijlde spoed'. Het spoedeisende belang moet wel aantoonbaar zijn. Een andere suggestie is het instellen van een speciale klachtencommissie binnen een gemeente. - Mogen zelforganisaties bij MB betrokken worden? Ja, waar mogelijk. Het betrekken van zelforganisaties kan een positieve bijdrage leveren aan het inburgeringsprogramma, met name de Maatschappelijke Begeleiding. Bij vluchtelingen moet echter rekening worden gehouden met de politieke of maatschappelijke achtergrond van de zelforganisaties, waardoor deze niet door alle vluchtelingen vertrouwd of geaccepteerd worden. Er bestaat een spanning tussen professionele vereisten en de uitvoering door vrijwilligers. De inzet van vrijwilligers(organisaties) zal bij voorkeur plaatsvinden onder begeleiding van betaalde krachten. Daarnaast kan aan deskundigheidsbevordering onder vrijwilligers worden gewerkt. Bij de vaststelling van het budget voor MB dient dan hiermee rekening gehouden te worden. - Mag de trajectbegeleider ook maatschappelijk begeleider zijn? Bij voorkeur wordt de taak van trajectbegeleiding gescheiden van de maatschappelijke begeleiding. De controlerende rol van de trajectbegeleider zal ertoe kunnen leiden dat een nieuwkomer bepaalde problemen niet zal durven of willen bespreken als die ook tegelijk de Maatschappelijke Begeleiding verzorgt. - Kan/mag MB door VluchtelingenWerk worden verzorgd voor alle nieuwkomers? VluchtelingenWerk heeft veel ervaring opgedaan met de Maatschappelijke Begeleiding van vluchtelingen. De vraag is echter of de behoefte aan MB die bij nieuwkomers bestaat gelijk is of gelijksoortig als de behoefte die bij vluchtelingen bestaat. Met VluchtelingenWerk zullen dan goede afspraken gemaakt moeten worden over verschillende pakketten die vari‰ren in zwaarte respectievelijk belasting. In een aantal gemeenten heeft VluchtelingenWerk ervaring opgedaan met MB voor alle nieuwkomers. In de praktijk blijken migrant-nieuwkomers minder behoefte te hebben aan individuele begeleiding door een vast contactpersoon. Zij maken echter wel veel gebruik van de spreekuren en de groepsbijeenkomsten (m.n. voor materiële rechtspositie). - Hoe om te gaan met Nederlandse/al ingeburgerde partner (bijvoorbeeld bij gezinsvormers)? Een belangrijke rol bij het vaststellen van de behoefte aan MB speelt de nieuwkomer zelf en de maatschappelijke situatie waarin die verkeert. Zo kan de behoefte aan MB voor een vluchteling zonder enig netwerk in de samenleving behoorlijk verschillen van een nieuwkomer die op grond van gezinshereniging of gezinsvorming in Nederland is aangekomen. Dergelijke nieuwkomers zullen voor een belangrijk deel worden opgenomen in het netwerk van hun partner. Het pakket MB zal daarop afgestemd dienen te worden en de partner zal zoveel mogelijk in het traject betrokken dienen te worden. Voorkomen moet echter worden dat de nieuwkomer niet zelfstandig een netwerk kan opbouwen en volledig afhankelijk wordt van de partner. Bovendien heeft een Nederlandse partner vaak niet met dezelfde regelingen en instanties te maken gehad als de nieuwkomer en is dus daar zelf niet mee bekend. VluchtelingenWerk heeft de ervaring dat daardoor ook bij de nieuwkomers met een Nederlandse partner behoefte aan informatie/voorlichting bestaat. - Moet voor of na het afgeven van de beschikking onder de WIN worden vastgesteld of een nieuwkomer maatschappelijke begeleiding nodig heeft? Het vaststellen van de behoefte aan maatschappelijke begeleiding is niet nodig. Maatschappelijke begeleiding is immers voorgeschreven onder de wet (artikel 6, eerste lid). Elke nieuwkomer, die geen volledige vrijstelling heeft, krijgt dit deel van het inburgeringsprogramma dan ook. Voor iedere nieuwkomer moet worden bepaald of het om een intensieve of extensieve vorm van maatschappelijke begeleiding gaat. - Een nieuwkomer krijgt trajectbegeleiding totdat hij is overgedragen aan vervolgonderwijs of arbeidsvoorziening. Geldt dit ook voor maatschappelijke begeleiding? Ook maatschappelijke begeleiding kan, als dit voor de nieuwkomer nodig is (maatwerk), doorgaan tot uiterlijk een half jaar nadat de toets is afgelegd (WIN, art. 13, eerste lid). - Moeten gemeenten een aanvraag indienen om de inburgeringsgelden voor 1999 te ontvangen? Nee, dit is niet nodig. Aangezien gemeenten door de invoering van de WIN een plicht hebben gekregen om nieuwkomers in te burgeren, hoeven ze de gelden niet meer aan te vragen. Deze worden ongevraagd in drie termijnen in 1999 aan gemeenten betaald. Het betaalritme wijzigt niet ten opzichte van 1998. In februari krijgen gemeenten 25% van het budget, in april 40% en in september 35%. (Bron: rapportage, nr. 22, ICO/CFI) - Moet de gemeente reiskosten en kinderopvang betalen voor een nieuwkomer? Dit is niet in de WIN vastgelegd. Gemeenten moeten dit zelf regelen binnen het kader van de WIN. Kinderopvang kan van de welzijnscomponent worden bekostigd, maar het is geen primair doel. De welzijnsgelden zijn in eerste instantie bedoeld voor traject- en maatschappelijke begeleiding. Kinderopvang kan bijvoorbeeld worden gefinancierd uit de daarvoor bestaande regelingen of uit de bijzondere bijstand. Dit laatste geldt ook voor de reiskosten. (Bron: rapportage, nr. 22, ICO/CFI) - Wat zijn de financiële gevolgen voor een gemeente wanneer een nieuwkomer het educatief programma niet afrondt? In het jaar dat de nieuwkomer is gestart met een inburgeringsprogramma heeft het niet afronden van het programma geen financiële gevolgen voor een gemeente. De gemeente ontvangt elk jaar een rijksbijdrage voor een geraamd aantal nieuwkomers, waarover geen verrekening plaatsvindt, alleen een verantwoording. Het niet afronden van een programma kan wel gevolgen hebben voor de bekostiging twee jaar later. Als een nieuwkomer geen toets aflegt, betekent dit dat de gemeente een telgegeven minder heeft. De bekostiging twee jaar later zal dan ook lager uit kunnen vallen. (Bron: rapportage, nr. 21, ICO/CFI) - Kan een gemeente VVTV'ers en MVV'ers vooruitlopend op permanente status een inburgeringsprogramma aanbieden via reguliere educatie (voorfinancieren) en uiteindelijk wel aanspraak maken op de bekostiging twee jaar later? Dit is mogelijk, maar het risico ligt in dat geval bij de gemeente. Binnen zes weken nadat de VTV-status is uitgereikt moet de nieuwkomer zich bij de gemeente melden voor een inburgeringsonderzoek. Op basis van dit onderzoek geeft de gemeente een beschikking af, die meetelt voor de bekostiging twee jaar later. Als de VTV'er vervolgens ook de toets aflegt, telt ook deze mee in het telsysteem voor twee jaar later. Er schuilt echter een risico in deze werkwijze voor de gemeente. Het is mogelijk dat de VVTV'er geen VTV-status krijgt en in dat geval zijn de reguliere middelen al aangewend om de VVTV'er in te burgeren. (Bron: rapportage nr. 21, ICO/CFI) - Het ROC stelt een nieuwkomer, binnen een jaar na inschrijving bij de instelling, in de gelegenheid de toets af te leggen. De nieuwkomer heeft 600 uren NT2 gevolgd en verschijnt uiteindelijk niet op de vastgestelde dag. Hoe kan hiermee worden omgegaan, gelet op de bekostiging twee jaar later? Wettelijk gezien vervalt een deel van de bekostiging omdat het ROC geen verklaring kan afgeven. BZK zal accountants echter verzoeken niet al te strikt met de termijn van een jaar om te gaan. Als de nieuwkomer door overmacht (bijvoorbeeld ziekte) de toets niet kan afleggen, zal dat geen probleem opleveren voor de bekostiging. Een gemeente doet er verstandig aan de reden van afwezigheid te vermelden in het dossier van de nieuwkomer. (Bron: rapportage, nr. 27, ICO/CFI) Een nieuwkomer legt het staatsexamen NT2 af. Telt dit examen ook mee voor de vaststelling van het budget twee jaar later? Nee, een staatsexamen NT2, dat met goed gevolg is afgelegd, telt niet mee voor de vaststelling van het budget twee jaar later. Alleen de NT2-profieltoets telt mee in de t-2 bekostigingssystematiek. Uitzondering zijn staatsexamens afgelegd door nieuwkomers die nog vallen onder de Onderwijsregeling inburgering. (Bron: rapportage, nr. 27, ICO/CFI) - Welke bekostigingscriteria worden gehanteerd voor de vaststelling van het budget voor de jaren 2000 en 2001? Deze zijn beschreven in de artikelen 11 en 12 van het Bekostigingsbesluit Inburgering Nieuwkomers (Stb. 1998, 441). Voor het jaar 2000 worden zowel de inburgeringscontracten als de beschikkingen, en zowel de toetsen als de verklaringen uit 1998 meegeteld. Voor het jaar 2001 worden de beschikkingen, toetsen en verklaringen uit 1999 meegeteld. (Bron: rapportage, nr. 29, ICO/CFI) - Moet een gemeente verantwoording afleggen over de inkomsten die zij heeft uit het opleggen van bestuurlijke boetes aan niet-uitkeringsgerechtigde nieuwkomers? Zijn er richtlijnen voor het inzetten van deze inkomsten? Een gemeente hoeft geen verantwoording af te leggen over de gelden die binnenkomen naar aanleiding van administratieve boetes. Ook zijn er geen richtlijnen voor het inzetten van de inkomsten. Het zijn algemene middelen, die onder andere kunnen worden toegevoegd aan het budget inburgering. (Bron: rapportage, nr. 29, ICO/CFI) - Wat zijn de gevolgen voor de gemeente, het ROC of de nieuwkomer als de nieuwkomer niet binnen vier maanden na de melding bij de gemeente is gestart met het educatief programma? In het controleprotocol is deze termijn geen aandachtspunt voor de accountant. Dit betekent dat overschrijding van de termijn geen financiële gevolgen heeft voor de gemeente. Dit geeft geen vrijbrief om de wet te overtreden. In hoofdstuk 7 van de WIN (artikel 8.1.3 van de WEB) staat dat het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat de nieuwkomer binnen 4 maanden na de melding is gestart met het volgen van onderwijs. De gemeente zal voor die tijd de beschikking moeten afgeven. Nu zijn er drie situaties mogelijk: - de gemeente lukt het niet voor die tijd de beschikking af te geven. Men doet er verstandig aan de reden van overschrijding van de termijn vast te leggen in het dossier van de nieuwkomer, bijvoorbeeld het inburgeringsonderzoek nam meer tijd in beslag of de administratie was nog niet op orde; - de gemeente heeft de beschikking afgegeven maar het ROC kan de nieuwkomer nog niet plaatsen. Ook in dit geval moet daarvoor de verklaring worden vastgelegd, bijvoorbeeld vakantieperiode, geen instroommoment; - zowel de gemeente als het ROC hebben hun plicht gedaan maar de nieuwkomer blijft in gebreke. Afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid kan aan de nieuwkomer in dit geval een boete worden opgelegd (artikel 18, tweede en vierde lid). Een accountant kan hooguit een opmerking maken over het overschrijden van de termijn. (Bron: rapportage, nr. 28, ICO/CFI) - Is het toegestaan de opgebouwde reserves in te zetten voor arbeidsmarkttrajecten ten behoeve van de integratie van minderheden? Ja, de gemeente kan de betreffende bedragen bestemmen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel k van de Welzijnswet 1994 (artikel 3, 3e lid, onder b van het Bekostigingsbesluit). Arbeidsmarkttrajecten vallen onder de activiteiten zoals genoemd in het betreffende artikel van de Welzijnswet. De gemeente mag tot een bepaald maximum de gereserveerde middelen inzetten voor 'reguliere educatie' en/of voor de 'integratie van minderheden' (zie paragraaf 4.1.3 van het Controleprotocol, Gele Katern 4/5, 16 februari 2000). (Bron: rapportage, nr: 37, ICO/CFI) - Welke telgegevens zijn voor de Rijksbijdrage Inburgering 2001 van belang? De prestatie van een gemeente in het jaar 1999 is bepalend voor de bekostiging van die gemeente over 2001 (t-2 systematiek). Artikel 12 van het Bekostigingsbesluit meldt de volgende berekeningsgrondslagen voor 2001: het aantal afgegeven beschikkingen (WIN), het aantal afgegeven verklaringen (WIN) en het aantal nieuwkomers dat een toets of examen heeft afgelegd (Onderwijsregeling). (Bron: rapportage, nr: 38, ICO/CFI) - Een gemeente heeft van de onderwijsinstelling een rekening ontvangen van een vervolgtraject NT2, dat een nieuwkomer is gaan volgen. De gemeente was hiervan niet op de hoogte. Is hier iets aan te doen? Dit is eigen beleid. De onderwijsinstelling heeft nagelaten de gemeente te informeren over het naderende einde van het inburgeringsprogramma, maar ook de gemeente had contact moeten houden met de inburgeraar. Een inburgeringsprogramma behoort te worden afgesloten met een gesprek waarin de balans wordt opgemaakt en een vervolgtraject aan de orde kan komen. - Een gemeente werkt met twee trajectbureaus: één voor vluchtelingen en één voor andere nieuwkomers. De gemeente wil de inburgeringsgelden onderbouwd gaan toedelen aan de twee trajectbureaus. Kan vanuit de raming van 22.000 nieuwkomers worden opgemaakt hoeveel vluchtelingen hieronder vallen? Het is niet bekend hoeveel vluchtelingen eronder het totaal geraamd aantal nieuwkomers vallen. Voor het inburgeringsbeleid vormen vluchtelingen en andere nieuwkomers namelijk een doelgroep. Voor een indicatie van het aantal vluchteling in de betreffende gemeente wordt aangeraden als ijkmoment bijvoorbeeld het voorgaande jaar te nemen. - Volgens de WIN (artikel 10) moet een onderwijsinstelling een nieuwkomer binnen één jaar na de inschrijving in de gelegenheid stellen de toets af te leggen. Telt een nieuwkomer, die geen gehoor geeft aan de oproep van de instelling om de toets af te leggen, mee voor de bekostiging volgens de t-2-systematiek? Alleen een verklaring van de onderwijsinstelling, waarin de resultaten van de toets worden vermeld, telt mee voor de bekostiging volgens de t-2 in het telsysteem. Wanneer de toets niet wordt afgelegd binnen één jaar, telt de betreffende persoon niet mee in het telsysteem. - Hoe moet een gemeente handelen als een nieuwkomer verhuist? Hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Inburgering Nieuwkomers (Stb. 409, 1998) geeft invulling aan artikel 14 van de WIN (Stb. 261, 1998). Hier wordt vermeld dat de gemeente van eerste huisvesting verplicht is binnen vier weken na verhuizing mededeling daarvan te doen aan de gemeente van tweede huisvesting. Binnen twee weken daarna wordt door de gemeenten afgesproken, na overleg met de nieuwkomer, welke gemeente de verantwoordelijkheid voor de inburgering op zich neemt. Het financiële gedeelte moeten gemeenten onderling regelen. De gemeente, waar de beschikking is afgegeven, kan de nieuwkomer opvoeren in de verantwoording bij de beschikkingen. De gemeente, waar de verklaring is afgegeven kan de nieuwkomer opvoeren in de verantwoording bij de verklaringen. De beschikking en de verklaring zijn beide telgegeven voor de bekostiging twee jaar later. - Een nieuwkomer heeft een Melkertbaan en gaat in het kader van inburgering een halve dag per week naar school. Moet de werkgever de werknemer dit dagdeel doorbetalen? Voor werknemers met een Melkertbaan (nu ID-baan (in-/doorstroombaan) geheten) is in het Besluit ID-banen in artikel 11, eerste lid, bepaald dat een werkgever de werknemer in de gelegenheid stelt om in maximaal 20 procent van de overeengekomen arbeidstijd, scholing te volgen die bijdraagt aan het goed vervullen van de werkzaamheden op de ID-baan of die de kansen van de werknemer op ander werk vergroot. Het inburgeringsprogramma kan worden beschouwd als een zodanig omschreven scholing. De werkgever dient in evenredigheid met eenvijfde van de arbeidstijd, de scholingsuren van het inburgeringsprogramma door te betalen.
|
Terug naar: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|