is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Vragen, antwoorden

komt mede tot stand in samenwerking met het Informatiecentrum Inburgering van CFI, telefoon: (079-3234000), dat ingesteld is door de ministeries van Biza, OCenW en VWS.

Vragen en Antwoorden uit het Handboek Inburgering  van Elsevier Bedrijsinformatie, Den Haag, elsevierwelzijn

Vragen en Antwoorden uit het Handboek Inburgering (deel 1)

1 Uitvoering WIN

terug naar: Inhoudsopgave

1 Uitvoering WIN

1.1 WIN algemeen

- Wat is de status van oude inburgeringscontracten?

De regeling m.b.t. de inburgering oude stijl is met het van kracht worden van de WIN m.i.v. 30 september 1998 vervallen. Wel is er nog een aantal overgangsbepalingen m.b.t. VVTV'ers en nieuwkomers met een EU/EER-nationaliteit dat geldig was tot 1 januari 1999.

- Is een gemeente, in het kader van de zorgplicht, verplicht om voor (uitbreiding van) kinderopvang te zorgen?

Nee, een gemeente is niet verplicht om voor kinderopvang te zorgen. Een gemeente zal in beleidsregels moeten vastleggen hoe zij met een verzoek tot ontheffing van de meldingsplicht wegens het hebben van (jonge) kinderen omgaat. Door het verlenen van een ontheffing krijgt de nieuwkomer uitstel van de meldingsplicht. Als de gemeente besluit het verzoek af te wijzen of als een nieuwkomer geen verzoek indient, zal de gemeente de nieuwkomer een inburgeringsprogramma moeten aanbieden, dat aansluit op de behoeften van de nieuwkomer. Er moet sprake zijn van maatwerk. Dit kan betekenen dat de nieuwkomer een extensief programma krijgt (bijvoorbeeld alleen onderwijs in de avonduren) of dat de gemeente toch voor kinderopvang gaat zorgen op basis van de middelen die daarvoor bij gemeenten beschikbaar zijn. Gemeenten hebben de mogelijkheid kinderopvangplaatsen te reserveren voor nieuwkomers. (Bron: rapportage, nr. 21, ICO/CFI)

Bij te weinig kinderopvangplaatsen kan wel een tijdelijke ontheffing worden verleend, de nieuwkomer kan dan alsnog een programma gaan volgen wanneer de kinderopvang geregeld is.(Bron: VluchtelingenWerk)

- Kan een gemeente afzien van inburgering onder de Wet Inburgering Nieuwkomers? Er wordt immers gesproken over een zorgplicht voor gemeenten.

Wanneer de WIN in werking treedt kan elke gemeente worden aangesproken op zijn zorgplicht. Met andere woorden: een gemeente kan niet afzien van de zorgplicht van de inburgering van nieuwkomers binnen de gemeente. Wel kan de gemeente de taakstelling en de rekening en verantwoording overdragen aan een andere gemeente. Samenwerking wordt zelfs gestimuleerd, met name bij kleine gemeenten. Navraag gedaan bij BiZa. (Bron: rapportage CFI)

1.2 Registratie

- Hoe lang moeten de dossiers in het kader van de WIN worden bewaard?

In de Archiefwet is geregeld hoe lang overheidsdocumenten moeten worden bewaard (Stb. 1995, 276; Stb 1998, 194). (Bron: rapportage, nr. 32, ICO/CFI)

1.3 Bezwaar

- Werking Awb: heeft bezwaar een schorsende werking?

Nee, een bezwaar heeft geen schorsende werking. Dit kan overigens wel apart worden verzocht maar hoeft niet te worden gehonoreerd. Voor spoedeisende zaken kan bij de president van het gerechtshof waar de bestuurskamer is gevestigd een voorlopige voorziening worden aangevraagd (Artikel 8:81 AWB).

1.4 Doelgroepen

- Behoren EU-onderdanen tot de doelgroep van inburgering onder de WIN?

Op grond van artikel 48 van het EU-verdrag kunnen EU-onderdanen niet worden verplicht tot het volgen van een inburgeringsprogramma. De Regeling tijdelijke handhaving en wijziging van de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998 (GK 17b, 1998) regelt echter dat zij tot en met 31 december 1998 een onderwijsovereenkomst konden sluiten met een onderwijsinstelling. Ook het inburgeringscontract (geen beschikking!) moet uiterlijk 31 december 1998 zijn afgesloten. Op het stroomdiagram dat nieuwkomers bij de uitreiking van hun beschikking van de vreemdelingendienst krijgen, worden de namen van de betreffende landen genoemd. Het formulier is opgenomen in het Handboek WIN. (Bron: rapportage, nr. 21, ICO/CFI)

- Wat is een MVV'er?

MVV staat voor 'machtiging tot voorlopig verblijf'. Een MVV wordt in het land van herkomst aangevraagd en is verstrekt na voortoetsing door de Vreemdelingendienst. Vanaf 11 december 1998 is het voor gezinsvormers en - herenigers (en alle andere vreemdelingen die een VTV willen aanvragen) verplicht om in het land van herkomst bij de Nederlandse ambassade een MVV aan te vragen. De Vreemdelingenwet is hierop aangepast. (Bron: rapportage, nr. 21, ICO/CFI)

Overigens: een houder van een MVV behoort niet tot de doelgroep van de WIN, want het gaat om een tijdelijke (verblijfs)vergunning in afwachting van de echte toelalting.

- Hoe om te gaan met dubbele nationaliteit?

De WIN geeft een heldere, maar niet volledig uitputtende opsomming van de personen die tot de doelgroep worden gerekend. In beginsel is de wet van toepassing op iedere nieuwkomer van 16 jaar en ouder die zich met een niet- tijdelijk doel in Nederland vestigt. Uitgesloten zijn echter, naast bijvoorbeeld diplomatieke ambtenaren, onderdanen van de Europese Unie (EU) en de Europese Economische Ruimte (EER).

Een probleem doet zich nu voor als een nieuwkomer over een dubbele nationaliteit beschikt, waarvan ‚‚n van het land van herkomst is en de ander van een EU- of EER-staat. De nieuwkomer kan bijvoorbeeld zowel over een Marokkaans als Frans paspoort beschikken. Een gemeente dient in dat geval na te gaan in welk land de persoon is geboren. Is dit Marokko, dan is betrokkene verplicht zich in te burgeren. Is dit Frankrijk, dan kan betrokkene aanspraak maken op bescherming van artikel 48 van het EU-verdrag.

De kans is echter niet uitgesloten dat op korte termijn jurisprudentie omtrent deze vraag zal ontstaan, indien een nieuwkomer met een dubbele nationaliteit de verplichte inburgering aanvecht op grond van zijn tweede nationaliteit. Eventuele jurisprudentie op dit terrein zal via de beschikbare wegen bekend worden gemaakt.

- Kan een nieuwkomer met een Nederlandse en een Spaanse nationaliteit worden ingeburgerd?

Wanneer de Nederlander buiten de EU en EER is geboren en zich voor het eerst in Nederland vestigt, behoort hij tot de doelgroep van inburgering, ongeacht een eventuele tweede nationaliteit. Hij is verplicht zich te melden bij de gemeente. (Bron: rapportage nr. 22, ICO/CFI)

- Een nieuwkomer, afkomstig uit Curacao, vestigt zich op 2 september 1998 in Nederland. Na het intakegesprek blijkt dat zij sinds haar tweede jaar in verschillende gemeenten ingeschreven heeft gestaan. Zij heeft echter nooit in Nederland gewoond. Haar moeder heeft haar ingeschreven om op die manier voor kinderbijslag in aanmerking te komen. In 1996 is zij uitgeschreven uit de GBA. Kan zij nu worden ingeburgerd?

Zij kan niet worden ingeburgerd omdat er hier sprake is van tweede toelating tot Nederland, ook al is zij nooit daadwerkelijk in Nederland geweest. (Bron: rapportage, nr. 21, ICO/CFI)

- Een nieuwkomer heeft in zijn paspoort een sticker: 'verblijfsaantekening voor gemeenschapsonderdanen'. Deze aantekening in het paspoort zou dezelfde rechten en plichten met zich meebrengen als een vergunning tot verblijf. Kan deze nieuwkomer worden ingeburgerd?

Navraag bij de IND heeft uitgewezen dat de sticker in het paspoort wordt geplakt in afwachting van een status. Zolang een nieuwkomer nog geen status heeft, komt hij niet in aanmerking voor een inburgeringsprogramma. Verder geeft de sticker inderdaad dezelfde rechten en plichten als een vergunning tot verblijf. Een dergelijk persoon kan bijvoorbeeld wel al naar werk zoeken. (Bron: rapportage, nr. 20, ICO/CFI)

- Onder de Onderwijsregeling Inburgering Nieuwkomers 1998 is het niet mogelijk een VVTV'er, die geen inburgeringsprogramma heeft gevolgd, bij verandering van status (VTV) alsnog in te burgeren, omdat een VVTV'er ook tot de doelgroep inburgering behoort. Onder de WIN behoren de VVTV'ers niet meer tot de doelgroep. Kunnen zij worden ingeburgerd wanneer hun VVTV-status wordt omgezet in een VTV-status?

Artikel 1, eerste lid, onder a, van de WIN geeft aan dat een nieuwkomer die 'na een vergunning tot verblijf als bedoeld in artikel 9a van de Vreemdelingenwet (VVTV) een vergunning als bedoeld in artikel 9 van die wet (VTV) heeft verkregen' tot de doelgroep van inburgering behoort. Bij verandering van status, wanneer deze geen beperkingen kent (en deze niet is afgegeven voor een tijdelijk verblijf), kan een nieuwkomer dus worden ingeburgerd. Een technische wijziging van de wet zal het op korte termijn mogelijk maken dat ook in de situatie dat een VVTV-status wordt omgezet in een A-status, de nieuwkomer kan worden ingeburgerd. (Bron: Rapportage, nr. 20, ICO/CFI)

- Behoren alleenstaande minderjarige asielzoekers (zgn. AMA-VTV'ers) tot de doelgroep van het inburgeringsbeleid?

In tegenstelling tot eerdere rapportages heeft navraag bij het Ministerie van BZK uitgewezen dat AMA-VTV'ers als groep niet onder de WIN vallen. De WIN heeft namelijk betrekking op die nieuwkomers, die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt (artikel 1, eerste lid van de WIN). Als nadere toelichting op artikel 1, derde en vierde lid van de WIN is een handreiking voor 16- en 17-jarige nieuwkomers opgesteld. Bij jongeren van 16 en 17 jaar (bijvoorbeeld VTV-AMA) kan aan de hand van de handreiking worden vastgesteld of zij nieuwkomer zijn in de zin van de WIN. (Bron: rapportage, nr. 36, ICO/CFI)

- Komt een vluchteling die in een Centrale Opvang Woning (COW) verblijft of een vluchteling die deelneemt aan het Zelfzorgarrangement (ZZA) in aanmerking voor een inburgeringstraject?

Nee, deze vluchteling is weliswaar in de gemeente gehuisvest, maar valt nog steeds onder verantwoordelijkheid van het Rijk (COA). Dit betekent dat deze persoon nog niet in aanmerking komt voor inburgering. (Bron: VluchtelingenWerk)

- Komen vluchtelingen met een afgeleide A-status (verstrekt in het kader van gezinshereniging) in aanmerking voor een inburgeringstraject?

Ja.

- Moeten mensen die hier als diplomaat zijn gehuisvest inburgeren?

Nee, deze zijn uitgesloten omdat internationale verdragen het opleggen van een verplichte inburgering niet toelaten.

- Moet een statushouder die werkt en die niet op bijstand terugvalt inburgeren?

Ja. De gemeente is er echter verantwoordelijk voor om het traject dusdanig aan te bieden dat de inburgeraar bijvoorbeeld in de avonduren een traject kan volgen. (Bron: VluchtelingenWerk)

- Is er een maximumleeftijd voor deelname aan een inburgeringsprogramma?

Er is geen maximumleeftijd voor deelname aan een inburgeringsprogramma. Een nieuwkomer op leeftijd kan op basis van eventuele lichamelijke, psychische of andere gronden vragen om een (tijdelijke) ontheffing van de meldingsplicht. Als er geen ontheffingsgrond is, zal de nieuwkomer zich moeten melden voor een inburgeringsonderzoek. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan de betreffende nieuwkomer worden vrijgesteld van (delen van) het educatief programma. Zo zal beroepenoriėntatie voor een 65+-er niet meer relevant zijn. (Bron: rapportage, nr. 22, ICO/CFI)

- Als een VVTV-er een VTV- of A-status krijgt behoort hij tot de doelgroep van de WIN. Kan een gemeente nog een inburgeringsaanbod doen als de betreffende persoon als VVTV-er onder de Onderwijsregeling al is ingeburgerd?

De nieuwkomer heeft de plicht zich te melden bij de gemeente door middel van het aanmeldings- of ontheffingsformulier. Op basis van de resultaten van het inburgeringsonderzoek kan de gemeente besluiten voor de betreffende nieuwkomer nogmaals een geheel of gedeeltelijk educatief programma vast te stellen of een vrijstelling te geven. (Bron: rapportage, nr. 23, ICO/CFI)

- Behoren Turken, Polen en Amerikanen tot de doelgroep van de WIN?

In tegenstelling tot een eerder antwoord blijkt bij navraag dat Amerikanen niet kunnen worden ingeburgerd. In de memorie van toelichting bij de WIN staat dat de omvang van de doelgroep mede wordt bepaald door internationale regelingen. In artikel 1 is de vreemdeling uitgezonderd, die op grond daarvan niet kan worden verplicht aan een inburgeringsprogramma deel te nemen. Als voorbeelden zijn genoemd (zie de memorie van toelichting bij de WIN) de onderdanen van de Europese Unie en de onderdanen van de Europese Economische Ruimte. Behalve deze vreemdelingen kunnen ook worden genoemd werknemers met de Turkse nationaliteit, die al langer dan een jaar in Nederland zijn toegelaten (Besluit Associatieraad EEG-Turkije 1/80), Amerikanen die vallen onder het Vriendschapsverdrag Nederland-Verenigde Staten en Polen die vallen onder het Associatieverdrag EU-Polen. (Bron: rapportage, nr. 31, ICO/CFI)

- Een nieuwkomer heeft in september 1998 een status gekregen. Zij is twee keer uitgenodigd voor een gesprek, dat uiteindelijk begin september heeft plaatsgevonden. De gemeente heeft geen beschikking afgegeven. Wel is na het inburgeringsonderzoek besloten dat de nieuwkomer in februari 1999 zou starten met het onderwijs. Dit is wegens ziekte niet gebeurd. Het ROC heeft toen, in overleg met de nieuwkomer, besloten dat zij zou starten met het onderwijs in september 1999. Kan de nieuwkomer nog worden ingeburgerd? Zo ja, hoe moet de gemeente in dat geval handelen?

De nieuwkomer behoort nog steeds tot de doelgroep van de WIN. Het feit dat de termijnen zijn verstreken ontslaat de nieuwkomer niet van de inburgeringsplicht. Het is vreemd dat de gemeente in december afspraken heeft gemaakt over het educatief programma, maar dat deze niet zijn vastgelegd in een beschikking. De gemeente zal in dit geval de datum van aanmelding moeten vaststellen. Vanaf dat moment moet binnen vier maanden het inburgeringsonderzoek zijn afgerond, de beschikking zijn afgegeven en de nieuwkomer zijn gestart met het volgen van onderwijs. De gemeente moet nu verantwoorden waarom de termijnen zijn overschreden. Vanaf het moment dat de nieuwkomer wordt ingeschreven bij het ROC (september 1999) moet de nieuwkomer binnen ‚‚n jaar de toets afleggen (WIN, artikel 10, eerste lid). (Bron: rapportage, nr. 28, ICO/CFI)

- Is er iets bekend over het inburgeren van Antilliaanse jongeren in Cura‡ao?

Minister van Boxtel (GSI) en Staatssecretaris de Vries (BZK) hebben een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, waarin de plannen ten aanzien van de aanpak van de problemen met Antilliaanse jongeren in Nederland worden gepresenteerd (kamerstuk 1998-1999, 26283, nr. 1, Tweede Kamer). Een van de punten van aandacht is de aanpak op de Antillen. Het Nederlandse kabinet gaat ervan uit dat met het Antilliaanse kabinet afspraken gemaakt kunnen worden die er onder andere toe leiden dat 'Antilliaanse migranten voordat ze naar Nederland vertrekken goed voorbereid zijn (via gedeeltelijke inburgering en realistische voorlichting)'. In juli 1999 zijn de voorbereidingen gestart voor twee pilots inburgering op de Antillen, die in het najaar 1999 zullen worden uitgevoerd. Meer informatie is te verkrijgen bij het Ministerie van BZK en het kamerstuk is te bestellen bij de SDU, tel.: (070) 378 98 30. (Bron: rapportage, nr. 25, ICO/CFI)

- Een nieuwkomer heeft een dubbele nationaliteit. Hij is geboren in een land buiten de EU/EER. In de GBA is hij ingeschreven op basis van zijn EU-nationaliteit en op basis daarvan heeft hij ook zijn verblijfsvergunning. Kan hij worden ingeburgerd?

Dit is niet mogelijk. Als een nieuwkomer twee nationaliteiten heeft (EU/EER en een niet-EU/EER) moet worden uitgegaan van de EU-nationaliteit. Deze gaat altijd boven een andere nationaliteit. Nieuwkomers met een EU/EER-nationaliteit behoren niet tot de doelgroep van de WIN (artikel 1, lid 1a, onder 1) en zijn dus uitgesloten van inburgering. (Bron: rapportage, nr. 32, ICO/CFI)

- Een EU-onderdaan komt tijdelijk naar Nederland om te werken. Zijn partner komt mee, maar heeft geen EU/EER-nationaliteit. Kan zij worden ingeburgerd?

Ongeacht haar nationaliteit kan zij niet worden ingeburgerd. In zo'n situatie krijgt de partner dezelfde rechten en plichten als haar man, in dit geval dezelfde rechtspositie als een EU-onderdaan. (Bron: rapportage, nr. 32, ICO/CFI)

- Behoren ROMA's (zigeuners), die door de IND de Poolse nationaliteit krijgen toegewezen, tot de doelgroep van de WIN?

Nee, nieuwkomers met de Poolse nationaliteit behoren niet tot de doelgroep. In de Memorie van Toelichting bij de WIN staat vermeld dat Polen, die vallen onder het Associatieverdrag EU-Polen, niet kunnen worden verplicht aan het inburgeringsprogramma deel te nemen. (Bron: rapportage, nr: 34, ICO/CFI)

- Komt een nieuwkomer met zowel een EU-nationaliteit als een niet-EU-nationaliteit in aanmerking voor inburgering?

In tegenstelling tot eerdere rapportages heeft navraag bij het Ministerie van BZK uitgewezen dat indien een nieuwkomer over twee nationaliteiten beschikt, een EU-nationaliteit en een niet-EU-nationaliteit, men uit dient te gaan van de EU-nationaliteit. Nieuwkomers die afkomstig zijn uit landen van de EU/EER behoren niet tot de doelgroep van de WIN. (Bron: rapportage, nr: 34, ICO/CFI)

Behoren de deelstaten van Rusland, onder andere Letland en Estland, tot de EU/EER-landen?

Nee, momenteel vallen deze niet onder EU- of EER-landen. Nieuwkomers die afkomstig zijn uit deze deelstaten vallen dus onder de WIN. In de toekomst kunnen deze landen wel onder de EU gaan vallen. Dit geldt eveneens voor andere Oost-Europese landen. (Bron: rapportage, nr: 34, ICO/CFI)

- Een VVTV'er, die reeds onder de Onderwijsregeling een inburgeringstraject heeft gevolgd, krijgt een VTV- of A-status uitgereikt. Kan deze nieuwkomer nogmaals een inburgeringsprogramma volgen onder de WIN?

Ja, de nieuwkomer behoort tot de doelgroep van de WIN (WIN artikel 1, 1e lid, onder a) en heeft de plicht zich te melden bij de gemeente. Op basis van de resultaten van het inburgeringsonderzoek kan de gemeente besluiten de betreffende nieuwkomer een volledige of gedeeltelijke vrijstelling te geven (artikel 5, 2e lid van de WIN). (Bron: rapportage, nr: 38, ICO/CFI)

- Behoren VTV'ers met beperking tot de doelgroep?

Wanneer de VTV is afgegeven vanwege verblijf bij partner, dit is vanwege gezinshereniging of gezinsvorming, kan de betrokkene worden ingeburgerd. Voor VTV'ers met overige beperkingen (zie art. 1, 2e lid van de WIN) geldt dat zij niet kunnen worden ingeburgerd.

- Mag een gemeente al voor de statusuitreiking een nieuwkomer inburgeren, aangezien het toekennen van een status lang kan duren?

Dit mag wel maar het is op eigen risico. De gemaakte kosten kunnen niet worden vergoed wanneer iemand geen status of een VTV met beperkingen krijgt of als de nieuwkomer op het moment van statusuitreiking op een niveau zit dat doorgeleiding mogelijk is. Bovendien moet rekening worden gehouden met de in de WIN opgenomen termijnen.

-Kan een au pair, die in het bezit is van een visum voor een jaar, worden ingeburgerd?

Nee, dit is niet mogelijk. Om voor inburgering in aanmerking te komen moet de nieuwkomer een verblijfsstatus hebben op basis van artikel 9 of 10 van de Vreemdelingenwet (art. 1, 1e lid van de WIN). In de regeling aanwijzing nieuwkomers wegens verblijf voor een tijdelijk doel is de categorie 'au pair' benoemd. Deze valt derhalve niet onder de WIN.

- Een nieuwkomer voldoet aan alle criteria om te worden ingeburgerd: hij is ouder dan 18 jaar, heeft een status en er is sprake van achterstand. Hij is echter ooit eerder in Nederland geweest. Kan hij worden ingeburgerd?

Wanneer de persoon tijdens het vorige verblijf niet heeft beschikt over een status als bedoeld in de definitie van nieuwkomer, kan zijn huidige vestiging als eerste huisvesting in Nederland worden beschouwd. In dat geval komt hij voor inburgering in aanmerking. Wanneer de nieuwkomer tijdens zijn vorige verblijf wel een status heeft gehad, kan hij niet worden ingeburgerd. In dit laatste geval kan hij wel worden ingeburgerd van de reguliere educatieve middelen.

- Een nieuwkomer heeft in het kader van gezinshereniging een VTV-status gekregen. Zijn partner is echter voor haar werk tijdelijk in Nederland. Kan de gemeente de man een inburgeringscontract aanbieden?

Partners van diegenen die in Nederland verblijven op basis van een tewerkstellingsvergunning mogen niet worden ingeburgerd vanuit het WIN-budget, wel vanuit de reguliere middelen.

- Gezinsvormers en -herenigers mogen niet ten laste komen van de maatschappij. Kunnen zij dan toch worden ingeburgerd? Een inburgeringsprogramma wordt immers door de overheid betaald.

Gezinsvormers en -herenigers vallen onder de doelgroep van inburgering zoals beschreven in artikel 1, 1e lid van de WIN. Met toepassing van dit artikel kan aan gezinsvormers en -herenigers dan ook een inburgeringsprogramma worden aangeboden. Wat betreft hun levensonderhoud mogen zij echter niet ten laste komen van de maatschappij. Zij mogen geen uitkering aanvragen. De partner moet in het levensonderhoud voorzien.

- Een vrouw staat ingeschreven in de gemeente Eindhoven, waar haar man woont. Zelf woont ze in Helden. Kan deze vrouw in Helden worden ingeburgerd?

Wanneer de vrouw voor tweederde deel van het jaar in Helden woont, moet zij zich ook in Helden laten inschrijven. Pas dan kan de gemeente Helden haar een inburgeringsaanbod doen. Aangezien de vrouw niet gehuisvest is in Eindhoven, kan de gemeente Eindhoven haar niet inburgeren.

- In artikel 1, lid 1 onder a van de Wet Inburgering Nieuwkomers is vastgelegd dat 'degene die hier voor een tijdelijk doel verblijft danwel op grond van bepalingen van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet verplicht kan worden aan een inburgeringsprogramma deel te nemen'. Wat zijn volkenrechtelijke organisaties? Is het EU-verdrag ook een besluit van een volkenrechtelijke organisatie?

Het EU-verdrag is geen verdrag van een volkenrechtelijke organisatie. Voorbeelden van volkenrechtelijke organisaties zijn: UNESCO, de Verenigde Naties en het Internationaal Tribunaal. Mensen die werkzaam zijn bij dergelijke organisaties kunnen dan ook niet worden verplicht deel te nemen aan een inburgeringsprogramma.

- Behoren EU-onderdanen tot de doelgroep van inburgering onder de WIN?

EU-onderdanen behoren niet tot de doelgroep. Het begrip EU moet overigens ruim worden genomen: onderdanen van de Europese Economische Ruimte (EER) kunnen ook niet worden ingeburgerd. Hieronder vallen ook Noorwegen en IJsland. Op het formulier ter bepaling van de doelgroep, dat nieuwkomers bij de uitreiking van hun beschikking van de Vreemdelingendienst krijgen, worden de namen van de betreffende landen genoemd. Het formulier is opgenomen in het Handboek inburgering.

- Kunnen Amerikanen, Australiėrs en Japanners worden ingeburgerd onder de WIN?

Deze nieuwkomers kunnen worden ingeburgerd als zij een status krijgen op grond van artikel 9 of 10 van de Vreemdelingenwet. In het inburgeringsonderzoek wordt beoordeeld of zij daadwerkelijk aan de inburgeringsplicht moeten voldoen. Wanneer een nieuwkomer met een tijdelijk doel in Nederland komt, geldt de inburgeringsplicht niet.

- Kunnen alle 16- en 17-jarigen onder de WIN worden ingeburgerd?

Nee. Een kind is volledig leerplichtig tot en met het schooljaar waarin het 16 is geworden of tot aan het einde van het schooljaar na afloop waarvan de jongere ten minste 12 volledige schooljaren 1 of meer scholen heeft bezocht. Om te bepalen of een 16-jarige nieuwkomer onder de werking van de WIN valt, is het moment van binnenkomst in Nederland van belang. Wanneer hij 16 is en in april naar Nederland komt, moet hij volgens de Leerplichtwet nog regulier onderwijs volgen. Wanneer hij in september naar Nederland komt, is het schooljaar, waarin hij 16 is geworden, afgelopen en kan hij worden ingeburgerd. Dit geldt alleen ingeval de nieuwkomer bij vestiging in de gemeente danwel statusuitreiking niet deelneemt aan volledig dagonderwijs (voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs).

Na de volledige leerplicht komt de partiėle leerplicht, die duurt tot en met het schooljaar waarin de jongere 17 is geworden. De inburgeringsplicht gaat echter boven de partiėle leerplicht. Dit betekent dat alle 17-jarigen, die nog geen instroom hebben gehad in het reguliere onderwijs, kunnen worden ingeburgerd.

Er kan worden gewezen op een brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) van 13 november 1998 (kenmerk ......), waarin een handreiking voor 16 -en 17-jarigen is opgenomen. Deze handreiking is een nadere toelichting op artikel 1, 3e en 4e lid van de WIN.

- Een Poolse man krijgt, na een verblijf van een jaar in Nederland, de Nederlandse nationaliteit omdat uit onderzoek van de Immigratie en Naturalisatie Dienst is gebleken dat zijn voorouders de Nederlandse nationaliteit hadden. Kan deze man worden ingeburgerd?

Indien de Poolse man naar Nederland is gekomen voor arbeid is de WIN niet op hem van toepassing (art. 1, tweede lid, de onderdelen a en b, en o.g.v. het EU-associatieverdrag met Polen). Indien de Poolse man naar Nederland is gekomen in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming is hij verplicht tot inburgering. De verplichting van de WIN stopt op het moment dat hij de Nederlandse nationaliteit krijgt. Op dat moment valt hij niet meer onder de doelgroep van de WIN.

- Een nieuwkomer met een Nederlands paspoort, afkomstig van Cura‡ao, is in 1991 negen maanden in Nederland geweest en komt nu in het kader van gezinsvorming naar Nederland. Kan deze persoon worden ingeburgerd?

Deze nieuwkomer kan niet worden ingeburgerd omdat het de tweede keer is dat hij in Nederland komt.

- Behoort een nieuwkomer, afkomstig van Malta tot de doelgroep van de WIN? En een nieuwkomer uit Liechtenstein of Monaco?

Malta en Monaco behoren niet tot de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. Dit betekent dat een Maltese en Monagaste nieuwkomer kan worden ingeburgerd. Liechtenstein is een van de EER-landen Een nieuwkomer afkomstig uit Liechtenstein kan o.g.v. het EER-verdrag niet tot inburgering worden verplicht.

- Een Zwitserse heeft een VTV met beperking 'verblijf bij partner'. Zij heeft eerder twee jaar in Nederland gewoond bij haar ouders. Kan zij worden ingeburgerd?

Nee, de vrouw behoort niet tot de doelgroep van de WIN omdat zij niet voor de eerste keer tot Nederland wordt toegelaten. Het gaat in dit geval om tweede huisvesting (WIN, art. 1, 1e lid onder a.1ų).

- Een Portugese vestigt zich bij haar partner en zal een VTV-status met beperking 'verblijf bij werkende partner' krijgen. Haar partner heeft haar nu verlaten en de vrouw mag de scheidingsprocedure in Nederland afwachten. Komt zij op basis van haar status in aanmerking voor inburgering of moet haar status worden herzien?

De Portugese nieuwkomer komt niet in aanmerking voor inburgering. Haar status hangt namelijk af van die van haar (ex-)partner. Ook wanneer zij nog bij elkaar zouden blijven is inburgering op basis van de regelgeving niet mogelijk, omdat haar partner een status met beperking heeft (een tewerkstellingsvergunning).

- Kan een gemeente VVTV'ers en MVV'ers, vooruitlopend op hun VTV-status, een inburgeringsprogramma aanbieden via reguliere educatie (voorfinancieren) en uiteindelijk wel aanspraak maken op de bekostiging twee jaar later?

Dit is mogelijk, maar het risico ligt in dat geval bij de gemeente. Binnen zes weken nadat de VTV-status is uitgereikt moet de nieuwkomer zich bij de gemeente melden voor een inburgeringsonderzoek. Op basis van dit onderzoek geeft de gemeente een beschikking af, die meetelt voor de bekostiging twee jaar later. Als de VTV'er vervolgens ook de toets aflegt, telt ook deze mee in het telsysteem voor twee jaar later. Er schuilt echter een risico in deze werkwijze voor de gemeente. Het is mogelijk dat de VVTV'er geen VTV-status krijgt en in dat geval zijn de reguliere middelen al aangewend om de VVTV'er in te burgeren.

Vervolgens, kan het voorkomen dat een nieuwkomer in 1996 of 1997 al is ingeburgerd. Als zijn status nu wordt omgezet in een VTV- of A-status valt hij formeel onder de WIN (art. 1, Stb. 261, 1998). Of inburgering dan nog mogelijk is, is een vraag die veel wordt gesteld. Het antwoord is: ja. De nieuwkomer heeft zelfs de plicht zich aan te melden bij de gemeente (art. 2). Als hij niet in staat is mee te werken aan het inburgeringsprogramma zal hij een ontheffing moeten aanvragen op basis van artikel 3.1 van de WIN. Of inburgering nog zin heeft is een tweede vraag. Dit moet blijken uit het inburgeringsonderzoek. Een VVTV'er valt niet onder de doelgroep van de WIN. Vanuit de reguliere educatiemiddelen of overschotten van het WIN-Budget kan de gemeente een VVTV'er een casus NT2 aanbieden. Als een VVTV-status wordt omgezet in een VTV- of A-status valt de betrokkene onder de WIN en moet de gemeente hem oproepen voor een inburgeringsonderzoek. Als de nieuwkomer over voldoende kennis, inzicht en vaardigheden beschikt is het mogelijk hem een gehele of gedeeltelijke vrijstelling te geven van het programma. Dit is overigens een overgangsregeling. Tot 2001 kan het voorkomen dat een oud-VVTV'er al eens een inburgeringsprogramma heeft gevolgd.

- Een nieuwkomer is afkomstig uit Canada, maar heeft de Franse nationaliteit. Kan zij worden ingeburgerd?

Dit is niet mogelijk. De nieuwkomer is weliswaar geboren in Canada, maar is onderdaan van de Europese Unie en behoort dus niet tot de doelgroep. (Als de nieuwkomer een tweede nationaliteit zou hebben gehad (anders dan een EU/EER-nationaliteit) en zij zou in het niet-EU-land geboren zijn, dan zou inburgering wel mogelijk zijn.)

- Een nieuwkomer heeft de Chinese nationaliteit en heeft een VTV met de beperking 'verblijf bij partner'. Haar partner heeft de Deense nationaliteit. Kan zij worden ingeburgerd?

Dit is mogelijk. Het gaat hier om gezinsvorming of -hereniging. Het feit dat de partner een EU/EER-nationaliteit heeft speelt in een dergelijke situatie geen rol.

- Een nieuwkomer woont sinds 1995 in een gemeente. Sinds juli 1997 heeft hij een VTV, maar hij ontvangt nog steeds een ROA-uitkering. Kan de betrokkene worden ingeburgerd?

Dit is niet mogelijk. Om te bepalen of een nieuwkomer tot de doelgroep van de WIN behoort, is de datum van huisvesting of statusuitreiking van belang.

In deze situatie ligt die voor de inwerkingtreding van de WIN. De betrokkene had ingeburgerd kunnen worden onder de Onderwijsregeling Inburgering Nieuwkomers 1997. Het feit dat hij nog een ROA-uitkering ontvangt is in dit geval niet van belang.

- Een nieuwkomer heeft in 1997 in een asielzoekerscentrum gewoond en heeft zich ingeschreven in het GBA van de gemeente. Medio 1997 heeft hij een VTV gekregen en onlangs is hij regulier gehuisvest in de gemeente. Komt deze nieuwkomer nog in aanmerking voor inburgering?

Inburgering is mogelijk. In artikel 2, 2e lid van de WIN (Sb. 261, 1998) staat dat de nieuwkomer zich binnen zes weken na vertrek uit een opvangcentrum moet melden bij de gemeente. Hoewel de nieuwkomer zich al in 1997 heeft laten inschrijven in het GBA, is er nu pas sprake van reguliere huisvesting in de gemeente. Om die reden komt de nieuwkomer voor inburgering in aanmerking.

- Behoort een Amerikaan tot de doelgroep van de WIN?

Ja, behalve als hij een beperking op zijn VTV heeft zoals bedoeld in artikel 1, 2e lid van de WIN (Stb. 261, 1998) of als hij werkzaam is bij een volkenrechtelijke organisatie (bijvoorbeeld de Verenigde Naties, het Internationaal Tribunaal of het Internationaal Gerechtshof). Ook de partner van een Amerikaan, die een dergelijke beperking op de status heeft, komt dan niet voor inburgering in aanmerking.

- Een Zuid-Afrikaanse heeft als au pair in Nederland gewerkt. Zij wil zich nu definitief in Nederland vestigen. Komt zij in aanmerking voor een inburgeringstraject?

Dit is niet mogelijk. Alleen een nieuwkomer, die voor de eerste keer tot Nederland wordt toegelaten, kan worden ingeburgerd (WIN, art. 1, 1e lid onder a). De Zuid-Afrikaanse heeft au pair een vergunning tot verblijf met beperking gehad. Nu zij zich definitief wil vestigen, wordt zij voor de tweede keer tot Nederland toegelaten en behoort zij dus niet tot de doelgroep van de WIN.

- Is een doofstom echtpaar verplicht zich aan te melden voor het inburgeringsonderzoek?

Als het echtpaar voldoet aan de criteria, genoemd in artikel 1 van de WIN, moet het zich melden voor het inburgeringsonderzoek of het kan, op basis van lichamelijke, psychische of andere gewichtige gronden (artikel 3.1 van de WIN) een verzoek indienen tot ontheffing van de meldingsplicht. Als het verzoek tot ontheffing door de gemeente wordt afgewezen, zal het echtpaar alsnog moeten deelnemen aan het inburgeringsonderzoek. Op basis van dit onderzoek stelt de gemeente een inburgeringsprogramma vast, dat is toegespitst op de situatie van het echtpaar. Dit betekent dat het ROC onderwijs moet aanbieden dat geschikt is voor doofstomme nieuwkomers. Hiertoe kan een ROC 'doorcontracteren' of expertise in huis halen.

- Kan een nieuwkomer met een Nederlandse en een Spaanse nationaliteit worden ingeburgerd?

Wanneer de Nederlander buiten Nederland is geboren en zich voor het eerst in Nederland vestigt en voorzover niet afkomstig uit een EU- of EER-land, behoort hij tot de doelgroep van inburgering, ongeacht een eventuele tweede nationaliteit. Hij is verplicht zich te melden bij de gemeente. Dit geldt dus niet voor de Spanjaard. Hij is EU-burger.

- Kan een nieuwkomer met een Belgische en een Marokkaanse nationaliteit worden ingeburgerd?

Nee, EU/EER-nationaliteit is altijd bepalend. Land van herkomst doet niet terzake. Geen inburgering voor EU/EER-onderdanen.

- In welke gevallen is een student afkomstig van de Nederlandse Antillen of Aruba verplicht een inburgeringsprogramma te volgen?

Wanneer een student hier komt in het kader van zijn studie hoeft hij zich niet te melden voor het houden van een inburgeringsonderzoek.

- Een nieuwkomer krijgt op 9 september 1998 een vergunning op basis van artikel 9 van de Vreemdelingenwet. Deze wordt een dag later (10 september) weer ingetrokken. Op 3-12-1998 krijgt de man een nieuwe vergunning en meldt zich voor inburgering. Kan hij nu nog worden ingeburgerd?

Navraag bij het Ministerie van BZK heeft uitgewezen dat inburgering in dit geval mogelijk is. Waarschijnlijk is er bij het uitreiken van de eerste status een procedurefout gemaakt, waardoor de vergunning direct weer is ingetrokken. In deze situatie kan worden uitgegaan van de uitreiking van de status op 3 december. De tweede vergunning moet natuurlijk wel een WIN-plichtige vergunning zijn.

- Een nieuwkomer heeft in mei 1998 een VTV met beperking verblijf bij partner gekregen. Pas in december 1998 heeft zij zich laten inschrijven in het GBA. Kan zij nu nog worden ingeburgerd?

Dit is niet meer mogelijk. De vrouw heeft al die tijd reguliere huisvesting gehad, maar de termijn van vier maanden na statusuitreiking of eerste huisvesting, waarbinnen zij haar inburgeringscontract en onderwijsovereenkomst had moeten tekenen, is verstreken. Bovendien heeft deze nieuwkomer verzuimd zich binnen de wettelijke termijn (5 dagen?) in te schrijven bij het GBA.

- Er blijkt nog veel verwarring te bestaan over de doelgroep van de WIN. Wanneer valt een nieuwkomer onder de werking van deze wet, wanneer onder de werking van de Onderwijsregeling of de zogenoemde overgangsregeling?

Nieuwkomers, die zich vanaf 19 augustus 1998 met een niet tijdelijk doel in de gemeente hebben gehuisvest of een status hebben gekregen (incl. Nederlanders, die buiten Nederland geboren zijn en zich voor het eerst in Nederland vestigen) vallen onder de WIN. Zij krijgen een beschikking en na afronding van de toets krijgen zij een verklaring. Nieuwkomers, die zich v¢¢r 19 augustus 1998 in de gemeente hebben gevestigd of een status hebben gekregen, vallen onder de werking van de Onderwijsregeling. Zij kunnen vanaf 1 januari 1999 niet meer worden ingeburgerd. Door de 'Regeling tijdelijke handhaving en wijziging van de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998' (overgangsregeling, GK 17b, 1998) is de oude Onderwijsregeling met drie maanden verlengd voor die nieuwkomers, die niet onder de doelgroep van de WIN vallen (VVTV'ers en EU/EER-onderdanen). De VVTV'ers en de EU/EER-onderdanen krijgen geen beschikking, maar een inburgeringscontract en zij krijgen geen verklaring, maar leggen wel de toets af. Het inburgeringscontract en de toets tellen mee in de t-2-systematiek. Het inburgeringscontract en de onderwijsovereenkomst moesten uiterlijk op 31 december 1998 zijn getekend. (In feite is dit vervallen.)

- Een gemeente heeft een nieuwkomer met een VTV met beperking 'verblijf bij partner' abusievelijk een beschikking gegeven dat zij niet tot de doelgroep behoort. Kan de gemeente de beschikking intrekken en de nieuwkomer alsnog laten inburgeren?

De gemeente kan de beschikking herzien. De inburgeringsplicht van de nieuwkomer kan immers niet worden opgeheven door een fout van de gemeente. Weliswaar zal in dit geval de vier-maandentermijn, waarin de nieuwkomer moet zijn gestart met het onderwijs, zijn overschreden, maar daar is een goede verklaring voor. Deze kan worden vastgelegd in het dossier van de nieuwkomer. De termijn van een jaar, waarin de nieuwkomer de toets moet afleggen, gaat in op het moment dat de nieuwkomer wordt ingeschreven bij het ROC (WIN, art. 10, 1e lid).

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.

Terug naar:
Interactief

Inhoudsopgave