Vragen en antwoorden gesteld en gegeven tijdens de presentatie inburgeringstraject geestelijke bedienaren
1. Zijn oudkomers (geestelijke bedienaren die voor 1 januari 2002
in Nederland zijn gekomen) ook WIN-plichtig?
Nee. Zij kunnen zich wel vrijwillig aanmelden voor het
inburgeringstraject bij de gemeente hun woonplaats. Als de gemeente
akkoord gaat, kunnen de kosten van hun vrijwillige inburgeringstraject
betaald worden uit het oudkomersbudget van de gemeente waar de
oudkomer woont. Indien een gemeente niet beschikt over
oudkomersmiddelen staan twee andere bronnen ter beschikking, namelijk
de reguliere educatiemiddelen of de eventuele gereserveerde
WIN-middelen.
2. Is de informatie die gegeven wordt in het specifieke deel
waardevrij? En wat vraagt de overheid van de geestelijk bedienaar
terug? Dat hij zich die informatie ook waardevrij heeft eigen gemaakt?
Een geestelijk bedienaar moet voldoen aan de eisen die gesteld
worden door de overheid en die neergelegd zijn in de eindtermen als
beschreven in de Handleiding voor Gemeenten.
De overheid kan en mag niet ‘tussen de oren’ van de geestelijk
bedienaar gaan zitten. De overheid verwacht niet van de geestelijk
bedienaar dat hij een doorgeefluik zal zijn tussen de overheid en de
burger. Wél verwacht de overheid van de geestelijk bedienaar (1)
begrip en kennis van de Nederlandse samenleving en taal, en (2) dat
hij aanspreekbaar is voor een wederzijdse dialoog. Benadrukt moet
worden dat een burger vrij is te leven zoals het hem goeddunkt. De
kansen die hem geboden worden, hoeft hij niet te pakken.
3. Waarom moeten gemeenten over de financiering contact opnemen met
bijvoorbeeld het moskeebestuur dat de imam aanstelt?
Er moet duidelijkheid zijn over wie de kosten voor de
inburgering voor zijn rekening neemt. De kosten voor de inburgering
van WIN-plichtigen worden namelijk uit de WIN-gelden van de gemeente
betaald. De werkgever, in dit geval het moskeebestuur, kan in de
huidige regeling nooit verplicht worden in de kosten te delen, of
volledig te betalen.
4. Moet de partner van de geestelijk bedienaar ook inburgeren?
Ja, met dien verstande dat de partner het reguliere
inburgeringstraject op grond van de WIN volgt. Ook partners van
Diyanet-imams zijn, ondanks interne regelgeving, onderhevig aan de
inburgeringsverplichting.
5. Hoe moet een imam die naast zijn werk moet inburgeren dit met
elkaar combineren?
De imam moet zijn verplichtingen nakomen jegens de wet. Het
moskeebestuur zal vervanging moeten zoeken voor de tijd die de imam
aan zijn inburgering moet besteden. Dus ook voor diens verblijf in het
Kontakt der Kontinenten te Soesterberg voor het specifieke deel van
zijn inburgering. Pluspunt is dat de manier waarop het specifieke deel
plaatsvindt een snelle en efficiënte manier is om aan de
verplichtingen te voldoen. De lasten zijn zo tot een minimum beperkt.
6. Wat gebeurt er als een geestelijk bedienaar niet het door de
overheid vastgestelde gewenste eindniveau van zijn inburgeringstraject
haalt?
De geestelijk bedienaar krijgt in principe zijn certificaat, mits
aan de gestelde eisen is voldaan. Is het niet behalen van het gewenste
eindniveau verwijtbaar (bijvoorbeeld, hij is moedwillig
thuisgebleven), dan kan de geestelijk bedienaar een administratieve
boete opgelegd krijgen. Een korting op uitkering is niet ter zake
doende, aangezien hij/zij in loondienst is. Overigens is het niet te
verwachten dat, gezien de capaciteiten die een geestelijk bedienaar
heeft, het gewenste eindniveau niet gehaald zal worden.
7. Hoeveel WIN-plichtige geestelijke bedienaren worden per jaar
verwacht?
Niet meegerekend geestelijke bedienaren uit de christelijk
kerken, worden er zo’n 40-50 geestelijk bedienaren per jaar verwacht.
8. Lijkt de inhoud van het onderwijs in het specifieke deel van het
inburgeringstraject niet te veel op de inhoud van het onderwijs van
het reguliere traject?
In het specifieke deel wordt veel diepgaandere informatie
gegeven over, inderdaad, dezelfde thema’s die ook in het reguliere
traject behandeld worden. Daarbij zijn de praktijkopdrachten verplicht
in het Nederlands uit te voeren, wat een beroep doet op de opgedane
kennis van de Nederlandse woordenschat. Deze woordenschat wordt
overigens in het specifieke deel beroepsgericht aangevuld.
9. Vallen ook geestelijk bedienaren die hier tijdelijk
tewerkgesteld worden onder de WIN?
Ja. Juist voor deze mensen is de wijziging van de WIN
ingevoerd. De ministeriële regeling ‘Aanwijzing bijzondere categorieën
vreemdelingen ten behoeve van inburgering’, is terug te vinden op www.overheid.nl.
10. Wanneer begint het specifieke deel van de cursus?
Te beginnen per 6 mei aanstaande. Het lesgeven aan de 1e
groep zal nog een zekere improvisatie kennen, daar het
inburgeringstraject met hen voor het eerst wordt gegeven.
11. Wat gebeurt er als er niet aan de toelatingsvoorwaarden voor
deelname aan het specifieke deel kan worden voldaan?
Het gaat om twee groepen:
- Nieuwkomers: zij volgen het 1e deel van het reguliere programma en voldoen dan naar verwachting aan de NT2-eisen. Is dat niet zo, kan wellicht besloten worden de geestelijk bedienaar in kwestie later te laten beginnen aan het specifieke deel, met dien verstande dat het hele traject wel binnen de termijnen van de WIN moet zijn afgerond.
- Oudkomers: bij hen moet gekeken worden naar welke kennis eventueel aangevuld moet worden en naar waarom hun kennis op de onderzochte punten achterloopt. Met name als de geestelijk bedienaar redelijk/goed is opgeleid. Collegiale en taalondersteuning kunnen in deze goed helpen.
terug naar boven
|