NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Taskforce

De Taskforce Inburgering heeft drie grote klussen op het bordje:
- het wegwerken van de wachtlijsten voor taallessen voor nieuw- en oudkomers,
- het bevorderen van de regie door de gemeenten van het inburgerings-proces,
- het tot stand brengen van een goede monitor van de uitvoering.

De Taskforce heeft een eigen site met de actuele informatie over het werk en de vorderingen. InburgerNet volgt de Taskforce op de voet en onderhoudt in goede samenwerking met de Taskforce een overzicht van alles wat er door toedoen van de Taskforce geschiedt.

Als u de nieuwsbrief wilt ontvangen, meldt u zich bij het website van Taskforce aan.

Zie ook eerdere nummers


nieuwsbrief

Nummer 6              juni 2001
N i e u w s b r i e f        I  N  B  U  R  G  E  R  I  N  G nummer 6

Een goed begin is het halve werk
De arbeidsmarkt biedt kansen aan iedereen, zeker op dit moment. Maar voor velen vormt de beheersing van de Nederlandse taal nog een barrière om aan de slag te komen. Dat is zonde, omdat werk een belangrijke bijdrage kan leveren aan de inburgering.

De sluitende aanpak, die gericht is op alle werkzoekenden, zorgt voor een passend aanbod aan alle werkzoekenden gericht op toeleiding naar de arbeidsmarkt. Het is daarbij mogelijk om taalcursussen als onderdeel van een reïntegratietraject aan te bieden. Maar dat gebeurt in de praktijk nog te weinig.

En er zijn nog meer mogelijkheden. In plaats van eerst een taalcursus te volgen en dan pas aan het werk te gaan, kunnen mensen ook al eerder aan het werk worden geholpen, gecombineerd met het volgen van taallessen of een opleiding. Hoewel dat niet voor iedereen de geëigende weg is, blijkt er aan zulke mogelijkheden wel behoefte te bestaan. Dus waarom zouden we die kansen niet bieden? Een goed begin is het halve werk.

Met gemeenten probeer ik daarover afspraken te maken. En gelukkig merk ik dat veel gemeenten al bezig zijn met specifieke maatregelen voor de nieuwkomers en oudkomers op de arbeidsmarkt.

Met grote bedrijven worden nu afspraken gemaakt. Het is mijn bedoeling om in 2001 zo'n honderd convenanten te sluiten die gericht zijn op het verbeteren van het intercultureel personeelsbeleid binnen deze bedrijven. Een aantal bedrijven wil ook specifieke afspraken maken over inburgering op de werkvloer.

Ook op het terrein van sociale activering worden steeds meer activiteiten ondernomen gericht op taalverwerving. Het is in de komende periode zaak dat alle goede intenties worden omgezet in daden. Dat betekent ook dat we samen moeten kijken of er knelpunten zijn die de uitvoering van het beleid belemmeren. Als dat het geval is, moeten deze zo snel mogelijk worden weggenomen.

Willem Vermeend,
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid


PTT-inburgeringstrajecten van start gegaan
'Mensen maken de kwaliteit.' Zo kenschetste RvB-lid Harry Koorstra van TPG de belangrijkste beweegreden voor zijn bedrijf om samen met het Albeda College en de gemeente Rotterdam te investeren in een integrale inburgering van allochtonen. In de Rotterdamse vestiging van de PTT zijn op 30 mei 16 personen, zowel nieuwkomers als oudkomers, gestart met een geïntegreerd traject dat voorziet in inburgering, taalverwerving en beroepsopleiding. Uiteindelijk volgt een vast dienstverband als postsorteerder of -besteller. De PTT is met zo'n 55.000 werknemers een van de grootste particuliere werkgevers in Nederland. Met een personele samenstelling van ongeveer dertig nationaliteiten bovendien steeds meer een afspiegeling van de Nederlandse samenleving. 'Wil dit bedrijf zijn hoge kwaliteitsstandaard waar kunnen maken, dan zijn zaken als intercultureel personeelsbeleid, aandacht voor communicatie op de werkvloer en adequate taalbeheersing onontbeerlijk. Vandaar dit initiatief', aldus Koorstra. Het bedrijf streeft er naar dit jaar nog honderd personen zo'n traject aan te bieden.
Minister Van Boxtel van Grote Steden- en Integratiebeleid kwam de 30e de PTT vereren met een bezoek. Hij woonde onder andere een NT2-les bij. Hij wees op de voorbeeldwerking van dit initiatief; zijn departement is bijna platgebeld door tal van andere geïnteresseerde bedrijven. Inmiddels zijn er met een aantal bedrijven vergelijkbare afspraken als met TPG tot stand gekomen.


Ronde van Nederland ... deel 1
In september klinkt het startschot voor tien ontwikkeltrajecten van de Taskforce Inburgering. Met deze trajecten hoopt de organisatie oplossingsrichtingen voor knelpunten in het inburgeringsproces op een hoger niveau te tillen. Twee maanden lang trokken Ella Vogelaar en Martin van der Krogt door het land om regio's te stimuleren deel te nemen. Op 16 mei jl. was Eindhoven aan de beurt. Samen met Taskforce-accountmanager Yvonne Tolman verzorgde Van der Krogt een sheetpresentatie.

Druppelsgewijs komen ze de vergaderkamer binnen: de beleidsmedewerkers van de gemeenten Eindhoven, Veldhoven en Geldrop en de directeur van het ROC Eindhoven. Martin van der Krogt steekt van wal: 'Na drie jaar win is het duidelijk dat de inburgering van nieuwkomers nog op veel punten verbeterd kan worden. De afgelopen tijd hebben we een aanzienlijke inhaalslag gemaakt door de oudkomerswachtlijsten voor NT2 van 1 juli 2000 ver terug te dringen. Maar er is meer nodig. Willen we het inburgeringsproces structureel verbeteren, dan moeten regio's hun krachten bundelen om bestaande knelpunten op te lossen. Ontwikkeltrajecten vormen voor gemeenten een mogelijkheid om als het ware in een laboratoriumomgeving vernieuwingen in te zetten op een deelgebied van de inburgering. Het is de bedoeling dat verschillende regio's gebruik gaan maken van elkaars expertise. Zo kan er een olievlekwerking ontstaan.' Instemmend geknik alom.

In stevig, maar goed volgbaar tempo doorloopt het Taskforce-duo alle sheets. Nagenoeg alle ontwikkeltrajecten leveren levendige gespreksstof op. Bijvoorbeeld het ontwikkeltraject uitval- en sanctiebeleid. Wiebe Schuitemaker van de unit Nieuwkomers Eindhoven: 'In Arnhem hebben ze een boetesysteem om uitval te bestrijden.' Verschillende stemmen uit de groep gaan op voor een bonussysteem in plaats van een boetesysteem. 'Beloon de inburgeraar maar als hij consequent naar iedere les komt', aldus Mia Hermans, directeur van het ROC Eindhoven.

Een blik op de klok laat zien dat de tijd voorbij gevlogen is. Voor de Taskforce een reden om terzake te komen. Als Van der Krogt vraagt of er interesse is voor deelname, zijn de reacties onverdeeld enthousiast. 'Mogen we er maar eentje kiezen?', vraagt Anke van Esch, regiefunctionaris van de gemeente Veldhoven. Tolman legt uit dat een regio zich voor maximaal twee ontwikkeltrajecten mag inschrijven. Aan Eindhoven zal het niet liggen. Meteen worden er spijkers met koppen geslagen: 22 juni wordt erover vergaderd met alle betrokken beleidspersonen en uitvoerenden.

Tien onwikkeltrajecten
Nu deelopdracht 1: het wegwerken van de wachtlijsten oudkomers van 1 juli 2000, is afgerond, zal de Taskforce Inburgering zich concentreren op deelopdracht 2 en 3: de structurele verbetering van het inburgeringsproces en de verbetering van de informatievoorziening. De ontwikkeltrajecten richten zich op een bepaald te verbeteren onderdeel van het inburgeringsproces.
De Taskforce nodigt gemeenten en uitvoeringsorganisaties die tot de G4, G21 en G17 behoren, uit om zich als partner bij een ontwikkeltraject te melden. Dat kan tot 15 juli. Begin september gaan de ontwikkeltrajecten van start. Er zijn in totaal tien:

  1. Regierol gemeenten
  2. Intergemeentelijke samenwerking
  3. Inkoopfunctie gemeenten
  4. -Vraag en aanbod; uitval- en _sanctiebeleid
  5. Inburgeringsonderzoek
  6. Duale trajecten
  7. -Onderwijsprogramma
  8. Traject-/Maatschappelijke begeleiding
  9. Kinderopvang
  10. Informatievoorziening

'We moeten streven naar meer drang'
Het prettige nieuws is dat de wachtlijsten van 1 juli 2000 voor taallessen voor oudkomers op 1 mei vrijwel helemaal weggewerkt zijn. Daar staat tegenover dat velen vooraf of tussentijds zijn afgehaakt, zo blijkt uit de oudkomersnotitie die Roger van Boxtel begin deze maand presenteerde. Een goede reden om de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid aan het woord te laten. Wat is er het afgelopen jaar bereikt en welke verwachtingen heeft hij voor de nabije toekomst?

Wat zijn de belangrijkste punten uit uw oudkomersnotitie?
'Het allerbelangrijkste is dat we het oudkomersbeleid gaan intensiveren. Er komt extra geld voor taallessen beschikbaar. Verder valt op dat weliswaar de wachtlijsten van vorig jaar juli vrijwel verdwenen zijn, maar dat van de oudkomers er slechts ongeveer 30% nog daadwerkelijk aan _een cursus deelneemt. De rest is niet gestart, tussentijds gestopt of staat nog op de wachtlijst.'

U heeft het over extra middelen. Om welke bedragen gaat het?
'Dit jaar trekken we vijftig miljoen gulden extra uit. Hiermee kunnen de ROC's het aantal cursisten en het aantal instroommomenten aanzienlijk uitbreiden. De daaropvolgende jaren zal het budget voor het oudkomersbeleid nog verder stijgen. Dit moet ertoe leiden, dat in de periode tot en met 2006 zo'n 200.000 mensen taalonderwijs kunnen volgen. Dat is in vijf jaar tijd een enorme taakstelling.'

Wat zijn de belangrijkste oorzaken voor de hoge uitval?
'We hebben nog niet echt inzicht in de verhouding tussen de diverse oorzaken voor uitval. Soms ontbreekt maatwerk, terwijl voor opvoeders kinderopvang een echt knelpunt is. Verder wreekt zich het feit dat het oudkomersbeleid op vrijwilligheid gestoeld is. We moeten streven naar meer maatwerk en meer drang. Let wel, ik zei drang, niet dwang.'

De oude wachtlijst mag dan weliswaar vrijwel weggewerkt zijn, maar inmiddels is er een bijna even grote nieuwe wachtlijst ontstaan. Wat moeten we daar van denken?
'Ik duid dat positief. Er blijkt een enorme behoefte aan taallessen te bestaan. Waar succes wordt geboekt bij het wegwerken van de wachtlijst, melden zich onmiddellijk weer nieuwe groepen aan.'

Hoe kan worden voorkomen dat er van de oudkomers op de nieuwe wachtlijst opnieuw velen afhaken?
'Er zal morgen niet ineens een omgekeerd beeld zijn, maar we hebben inmiddels wel voldoende inzicht gekregen om een effectiever wachtlijstbeleid en wachtlijstbeheer tot stand te brengen. Het is van belang dat je bij de intake van een oudkomer samen met alle betrokken partijen het aanbod zo sluitend mogelijk regelt. Ook met allerlei andere beleidsvoornemens willen we uitval voorkomen, bijvoorbeeld door het stimuleren van duale trajecten. Eind mei ben ik bij de opening van het inburgeringsproject van TPG geweest, waarbij in company taallessen worden gegeven. Dat is een goed voorbeeld van de nieuwe samenwerkingsverbanden, die gaan ontstaan tussen bedrijfsleven, overheid en de mensen die aan de slag willen.'

Als u de situatie van nu vergelijkt met die van een jaar geleden, wat is er dan bereikt?
'Op de eerste plaats hebben we nu een goed inzicht in het wachtlijstprobleem. Verder is er duidelijkheid ontstaan over de totale behoefte aan taallessen. Ook blijkt dat er een enorme bereidheid bij gemeenten, ROC's en betrokken ministeries bestaat om de klus te klaren. Ondanks alle kinderziekten onderscheiden we ons internationaal met ons oudkomersbeleid. Mijn collega's uit de omringende landen zeggen: 'Jullie zijn toch wel heel bijzondere dingen aan het doen.' Dat geeft wel enige troost bij alle kritiek, die er soms in ons land bestaat.'

U sprak eerder over 'drang'? Betekent dit dat werkloze oudkomers verplicht kunnen worden taallessen te volgen, als ze daarmee hun kansen op de arbeidsmarkt verbeteren?
'Ik onderzoek inderdaad in overleg met collega Vermeend of we taallessen voor werkloze oudkomers verplicht kunnen stellen. Verder zit achter het woord 'drang' de gedachte, dat het mogelijk moet zijn om mensen die vrijwillig aan een cursus beginnen en zonder fatsoenlijke reden afhaken, een deel van de cursuskosten in rekening te brengen. Want het gaat natuurlijk niet om vrijwillig met hoofdletters. Een taalcursus is bedoeld om de stap naar integratie en naar een zelfredzame plek, mits met een baan, in deze samenleving te realiseren. We blijven ons daarom in het oudkomersbeleid focussen op werklozen en opvoeders.'

U wilt de regierol van de gemeenten versterken. Zijn die daar allemaal toe in staat?
'Dat gemeenten de regierol aankunnen, is een waarheid als een koe. De vraag is of een gemeente ook intern alle maatregelen wil nemen om die regierol maximaal waar te maken. Het loopt doorgaans gesmeerd als één wethouder over alle belangrijke onderdelen iets te zeggen heeft. Het wordt lastiger, als allerlei bevoegdheden verdeeld zijn. Ik vertrouw erop dat de gemeenten de regierol nu echt gaan waarmaken. En die rol gaat ver hoor, dat moet je niet onderschatten. Bij opvoeders moet je bijvoorbeeld niet alleen kijken naar het taalonderwijs maar ook aansluiting zoeken bij voorschoolse educatie. Waar ik niets voor voel, is om te zeggen 'nou ja, sommige gemeenten doen het nog niet helemaal goed, laten we maar vanuit Den Haag het totale oudkomersbeleid gestalte gaan geven'. Daarmee zouden we twee stappen achteruit doen in plaats van een stap vooruit.'

Welke bijdrage heeft de Taskforce Inburgering bij het verbeteren van het inburgeringsproces geleverd?
'De eerste opdracht die de Taskforce Inburgering meekreeg, was 'kijk naar de 10.000 mensen op de wachtlijst van 1 juli 2000 en zie hoe we die eraf krijgen'. De Taskforce heeft ertoe bijgedragen dat er in de regio's met de grootste wachtlijsten afspraken zijn gemaakt om de wachtlijsten versneld naar beneden te krijgen. Dat is ook gerealiseerd. De tweede opdracht luidde 'doe dan tevens voorstellen voor beleidsontwikkeling om het proces beter te laten verlopen'. De Taskforce heeft inmiddels een aantal aanbevelingen op dit terrein gedaan. Een deel willen we meteen oppakken. En verder wordt er onder regie van de Taskforce hard gewerkt aan het verwezenlijken van de derde opdracht, het ontwerpen van een groeiende informatiearchitectuur die het mogelijk maakt om meer te gaan sturen op output.'

Wat verwacht u voor positieve effecten van het convenant dat VNG, BVE-raad en de Taskforce Inburgering afsluiten?
'Ik vind het belangrijk dat de koepelorganisaties aan hun leden zichtbaar maken dat wij één lijn trekken. Die bereidheid bleek ook duidelijk bij de informele bijeenkomst die we eind april hebben gehad, waarbij van de kant van het kabinet alle betrokken bewindslieden én de premier aanwezig waren. De vertegenwoordigers van colleges van B&W en de directeuren van ROC's zeiden toen unaniem 'we onderschrijven de doelstellingen en we willen de inspanningsverplichting leveren.' Maar je kunt niet twaalf wonderen op één dag verwachten. Wij hebben een jaar ontzettend hard gewerkt, met hulp van de Taskforce, om inzicht in het wachtlijstprobleem te krijgen en om de wachtlijsten met behulp van regionale convenanten terug te dringen. Het is nu van het grootste belang het vertrouwen dat er tussen alle partners gegroeid is, vast te houden en daarop in de komende jaren voort te borduren.'


Ronde van Nederland ... deel 2
Een van de eerste gemeenten die de Taskforce Inburgering op haar rondreis langs de G42 aandeed, was Purmerend. Een gemeente waar het wachtlijstprobleem niet zo speelt. Desondanks was er genoeg discussiestof.

Een zonnige middag in mei, met zijn vieren rond de tafel. Projectleider Ella Vogelaar en accountmanager Yvonne Tolman zijn namens de Taskforce Inburgering van de partij, terwijl Purmerend wordt vertegenwoordigd door Petra Kras, hoofd Bureau Integratie en Inburgering, en Han Sleven, coördinator project Sleutel. Even later komt Neal Caciano, trajectbegeleider oudkomers, erbij zitten.
Vogelaar verzorgt de opening: 'De Taskforce bezoekt de gemeenten van de g42 om ze enthousiast te maken voor deelname aan de ontwikkeltrajecten, gemeenschappelijke zaken die veel regio's aangaan. Daarnaast stimuleren we het opstarten van regionale taskforces. De regionale taskforce stelt een eigen verbeteragenda op. De Taskforce Inburgering stelt hiervoor één dag per week een accountmanager ter beschikking.'

bootvluchtelingen
Kras neemt vervolgens in vogelvlucht de geschiedenis van het inburgeringsbeleid in Purmerend door: 'Wij zijn hier al mee bezig sinds 1983, toen we een groep Vietnamese bootvluchtelingen opnamen. Ging het aanvankelijk alleen om nieuwkomers, tegenwoordig is er ook veel aandacht voor oudkomers. Om de samenhang in het beleid voor beide groepen te onderstrepen, is het Bureau Nieuwkomers per 1 mei omgedoopt in het Bureau Integratie en Inburgering.'
Het gesprek komt op oudkomers die een baan hebben maar onder hun niveau werken, mede door een gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal. Deze mensen hebben een slecht maatschappelijk perspectief en willen verder met hun toekomst, vertelt Sleven. 'Volgens de regels van de rijksbijdrageregeling Oudkomers moet je hen uitsluiten. We zouden graag in het kader van het oudkomersbeleid iets voor deze groep willen doen, onder de voorwaarde dat werklozen de prioriteit genieten. Want omdat het om relatief dure trajecten gaat, biedt het budget voor volwasseneducatie onvoldoende soelaas. De rijksbijdrageregeling zou eigenlijk op dit punt moeten worden aangepast.' Op dat moment schuift wethouder Jan ten Klei voor een half uur aan. Hij haakt meteen in op de discussie: 'Ik bespeur het gevoel dat we de eisen voor werkende oudkomers moeten versoepelen.' De riposte van Vogelaar, met een veelbetekenende intonatie: 'U hóórt het me niet zeggen.'

inspirerend
Als Ten Klei weer weg moet, begint de reguliere vergadering van de Projectraad Oudkomers. De discussie voert langs thema's als de rol van de sociale dienst bij het integratiebeleid en het gebruik van ict-middelen in het onderwijs. En dan is het tijd voor Vogelaar en Tolman om afscheid te nemen.
Petra Kras is achteraf erg te spreken over het verloop van de middag. 'Het is een inspirerende bijeenkomst geweest met een levendige discussie. De manier waarop de Taskforce te werk gaat, is zeer zorgvuldig.' En naar welke ontwikkeltrajecten gaat haar belangstelling uit? Kras: 'Ik denk dat we ons zullen opgeven voor 'duale trajecten' en 'vraag en aanbod'. Over deze thema's willen we graag met gelijkgestemde mensen praten.'


Maatwerk en resultaat in Schiedam
De gemeente Schiedam telt een hoog aantal allochtonen: van de ruim 76.000 inwoners zijn er 21.000 oud- of nieuwkomer. Tot voor kort ontbrak het aan duidelijke, inzichtelijke cijfers over deze bevolkingsgroep. 'En zonder deze cijfers valt er geen regie te voeren of beleid te ontwikkelen', aldus gemeentelijk coördinator inburgering en beleidsmedewerker volwasseneneducatie Jelle Metz.
Pas toen na de zomer van 2000 de Taskforce Inburgering van start ging, klaarde de mist geleidelijk aan op. Inmiddels zijn de eerste contouren van een Schiedamse aanpak zichtbaar.
Effectiviteit, maatwerk en klantgerichtheid zijn kernbegrippen in de nieuwe manier van werken. Op de uitvoering van de regie, regionale samenwerking en verder verbeterde sturingsinformatie en monitoring ligt een blijvende focus.

differentiëren
Schiedam is niet bang onorthodoxe wegen in te slaan of geld uit te geven. 'Als een hoogopgeleide en zeer gemotiveerde nieuwkomer een stoomcursus Nederlands wil volgen op een internaat, moet dat mogelijk zijn, ook als de kosten een stuk hoger zijn', vertelt Saskia Berkhout van de Sociale Dienst. In Schiedam is er geen verschil tussen de begeleiding van oud- en nieuwkomers. Beide groepen worden bij de hand genomen en die hand wordt niet meer los gelaten. Saskia Berkhout: 'We zorgen voor een heel kort lijntje, niemand mag tussen wal en schip vallen.' In de praktijk betekent dit uitgangspunt onder meer dat er sprake is van een strikt verzuimbeleid. Met alle cliënten worden 'harde' afspraken gemaakt. Worden deze niet nagekomen, dan volgen er sancties. Anderszijds wordt geprobeerd waar mogelijk problemen te voorkomen of op te lossen. Ingrid Sahetapy van het gemeentelijke Bureau voor Werk en Scholing intervenieert en bemiddelt als cursisten - om welke reden dan ook - dreigen vast te lopen. Omdat de oud- en nieuwkomers goed in het zicht blijven, kan er aan de meeste problemen snel en afdoende een mouw worden gepast.
'Vroeger' viel in Schiedam tweederde van de cursisten op een taalcursus voortijdig uit. Een hoog percentage, hoewel niet hoger dan in de aangrenzende gemeenten. Dit vormde reden tot ontevredenheid. Volgens Metz, Berkhout en Sahetapy moeten de taalcursussen gedifferentieerder worden en beter aansluiten op de wensen, het taalgevoel en de mogelijkheden van de cursisten. In de oude praktijk ging het voor de één te snel _en voor de ander te langzaam. Bovendien werd _er geen rekening gehouden met cultuurverschillen. In een groot deel van de wereld is de westerse, schoolse manier van leren, volstrekt onbekend.

spijbelen loont niet meer
Een prognose voor de output van het beleid durft Jelle Metz niet te geven. Daarvoor is het nog te vroeg. Voor het moment doet Schiedam wat er gedaan kan worden. De politiek van de kleine stapjes vooruit. Uitvallers worden onmiddellijk opgepikt en in een schakelklas geplaatst, het probleem van de bestandsvervuiling wordt aangepakt en er komt vier keer per jaar een rechtstreeks plaatsingsoverleg met het ROC.
Schiedam zal in de toekomst vaker in zee gaan met andere aanbieders, waarbij het niet uitsluitend zal gaan om taalcursussen. Een experiment met gecombineerd taal- en vakonderwijs bij het Centrum Vakopleiding lijkt vrucht te dragen. 'Al doende' wordt er Nederlands geleerd en wennen de inburgeraars aan Nederlandse gewoonten en het hier gebruikelijke werkritme. Voor lager opgeleiden - in Schiedam veruit de grootste groep - lijkt het de panacee.

samenwerking
Er wordt in Schiedam door de gemeente en alle andere betrokkenen op voorbeeldige wijze samengewerkt, een samenwerking die zich nog moet verbreden naar de regio. Leren van elkaar en elkaar in ieder geval niet tegenwerken: dat is het motto.
In 2002 wordt de laatste stap in de vervolmaking van het inburgeringsbeleid gezet. Afspraken over harde rendementtargets zullen dan regel zijn, met no cure no pay als uitgangspunt. 'Alleen door prestatieafspraken dwing je een goede diagnose en intake af. De intake is nu niet altijd realistisch. Wat vooral telt is de omzet die gerealiseerd wordt en dat maakt dat de 'moeilijke gevallen' eindeloos door het circuit worden gepompt. Dat is uiteraard niet de bedoeling', besluit Saskia Berkhout.


27 juni: conferentie Samenwerken aan Inburgering
In de vorige nieuwsbrief schreven we er al over: op 27 juni aanstaande vindt in het Euretco Expocenter in Houten de conferentie Samenwerken aan Inburgering plaats. De conferentie wordt georganiseerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Taskforce Inburgering en heeft als doel om met elkaar een antwoord te vinden op de vraag hoe (beter) om te gaan met de inburgering van oud- en nieuwkomers. Alle wethouders, (afdelings)hoofden en medewerkers van gemeenten en vertegenwoordigers van Regionale Opleidingen Centra en uitvoeringsorganisaties die verantwoordelijk zijn voor inburgering, zijn van harte welkom.

Minister Van Boxtel en Ella Vogelaar zullen de aftrap verzorgen. De minister zal u informeren over de oudkomersnotitie en de resultaten van het overleg met de Tweede Kamer. Ella Vogelaar gaat in op verbetering van de inburgering.
Daarna is het de beurt aan u. Op een zogeheten 'Inburgeringsplein' krijgt u tweeënhalf uur de tijd om met deskundigen te discussiëren over diverse onderwerpen, zoals het nieuwe oudkomersbeleid, kinderopvang, duale trajecten, intergemeentelijke samenwerking, inburgering in de wijk, mogelijkheden in de regelgeving, enzovoort.
Korte presentaties, workshops, informatiestands en een interviewcafé bieden u volop gelegenheid om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Uiteraard is er ook ruimte om informeel met elkaar te praten.
Na het 'plein' vindt een paneldiscussie plaats. Mensen uit de praktijk komen aan het woord. Hoe ervaren zij inburgering? De bijeenkomst wordt afgesloten met een samenvatting van de dag.

Voor inhoudelijke informatie kunt u bellen met Taskforce Inburgering
telefoon: (070) 362 61 22.

Graag tot ziens op 27 juni in het Eurecto Expo Centre in Houten!

Klik hier voor download pdf versie

Download Acrobat ReaderVoor lezen en printen van het Nieuwsbrief in Acrobat formaat (PDF) heeft u het programma Adobe Acrobat Reader nodig, dat u gratis kunt downloaden bij website van Adobe

Zie ook eerdere nummers

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.

Klik hier voor download pdf versie