
Het nieuws over inburgering vindt u 6 maal per jaar in de Nieuwsbrief Inburgering
Nieuwkomers.

Verder naar:
Agenda
Terug naar:
De komende Nieuwsbrief
Inhoud
Nieuws
De welkomstpagina
|
 |
In Nederland wordt kennis voor een belangrijk deel gemeten aan de hand van diploma's.
De Nuffic is èèn van de organisaties die zich bezighoudt met internationale
diplomawaardering. "Voor nieuwkomers is het belangrijk om hun diploma's te laten
beoordelen. Met enige bijscholing kunnen zij vaak weer aan de slag in hun vakgebied. Ook
het Nederlandse bedrijfsleven profiteert hiervan, want nieuwkomers beschikken vaak over
een schat aan ervaring", zegt Dirk Haaksman, plaatsvervangend hoofd van de afdeling
diplomawaardering & onderwijsvergelijking.
Het is een winterse ochtend in hartje Den Haag. Sneeuwvlokken dwarrelen langs de ramen van
het statige pand waar de Nuffic is gevestigd. De verlichte vensters bieden zicht op het
documentatiecentrum, waar studenten en andere geïnteresseerden zich oriënteren op een
studie in het buitenland.
De Nuffic is opgericht in de jaren vijftig met het doel om de internationale samenwerking
in het hoger onderwijs te bevorderen. Zij doet dat door fondsen van de Nederlandse
overheid en de Europese Unie daartoe aan te wenden. Duizenden studenten uit Nederland en
de landen van de Europese Unie hebben sindsdien met steun van deze organisatie kunnen
studeren buiten de landsgrenzen. Ook studenten in ontwikkelingslanden profiteren van het
fonds, dankzij haar financiële bijdrage aan onderwijsprojecten in deze landen. Verder
maken jaarlijks circa drieduizend migranten in ons land gebruik van de mogelijkheid om hun
buitenlandse diploma's door de Nuffic te laten beoordelen.
Expertisecentra
De Nuffic is èèn van de drie expertisecentra op het terrein van de
internationale diplomawaardering (IDW) in Nederland. De Informatie Beheer Groep (IBG) en
Colo zijn ook actief op dit terrein. De IBG beoordeelt certificaten voor het algemeen
vormend onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs. Colo is gespecialiseerd in
diplomawaardering voor het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. De
Nuffic bedient vooral klanten met een hogere beroepsopleiding of een universitaire titel.
Deze werkverdeling geldt sinds 1994. In dat jaar is in opdracht van het ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC en W) en Arbeidsvoorziening Nederland het aanbod
voor diplomawaardering gestroomlijnd in de zogenoemde IDW-structuur. De diplomawaardering
wordt sindsdien grotendeels uitgevoerd door Adviesbureaus voor Opleiding en Beroep (AOB),
daarbij ondersteund door de expertisecentra en het Landelijk Diensten Centrum (LDC).
In totaal hebben tien AOB's, gevestigd op verschillende plaatsen in het land, een loket
voor diplomawaardering. "Het voordeel van deze werkwijze is dat klanten niet naar de
expertisecentra hoeven te reizen. Zij kunnen bij een AOB in hun directe omgeving terecht
voor de beoordeling van hun documenten", verklaart Haaksman.
terug naar boven 
Strikte voorwaarden
Voor een diplomawaardering geldt een aantal strikte voorwaarden. De klant moet ten eerste
diploma's en een vakkenoverzicht overleggen. Alleen originele exemplaren en gewaarmerkte
kopieën worden geaccepteerd. Daarnaast moet een vertaling van de documenten worden
aangeleverd, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een uitzondering hierop vormen Duitse,
Franse, of Engelstalige papieren, die worden direct in behandeling genomen.
Aan de hand van de gegevens wordt de (onderwijskundige) levensloop van de klant in kaart
gebracht en vergeleken met de Nederlandse situatie. "In het ideale geval is een
vergelijking mogelijk met een Nederlandse opleiding, zoals een HEAO of VWO. Werkgevers
zien een buitenlands diploma graag vertaald in een papiertje dat ze kennen. Dat wekt
vertrouwen", vertelt Haaksman.
Het komt echter slechts zelden voor dat een diploma direct kan worden omgezet. Meestal is
een inhoudelijke vergelijking nodig tussen het vakkenpakket van de klant en de voorwaarden
die in Nederland gelden voor een bepaalde opleiding of functie. "Veel nieuwkomers
hebben een goede opleiding en werkervaring in hun eigen land. Zij gaan ervan uit dat ze
hier vrijwel direct aan de slag kunnen. Helaas is dit bijna nooit het geval. De meeste
mensen moeten eerst bijscholen of onder supervisie werken voordat ze hier hun functie
mogen uitvoeren. Dat vergt veel doorzettingsvermogen."
Het is niet mogelijk om tegen de diplomawaardering in beroep te gaan. De reden hiervoor is
volgens Haaksman dat het een advies betreft en geen bindende uitspraak. Op termijn is het
de bedoeling om klanten die het niet eens zijn met de beoordeling een second opinion te
bieden.
In dat geval worden de documenten b.v. door een ander expertisecentrum beoordeeld.
Klanten die niet de juiste documenten kunnen weerleggen moeten een toelatings- of
beroepsexamen afleggen om hun kwaliteiten te bewijzen. "Dat is heel vervelend voor
iemand die in zijn eigen land heeft gewerkt of een studie achter de rug heeft, maar het is
wel begrijpelijk. Je kunt iemand die zegt dat hij chirurg is, toch niet zonder meer zijn
gang laten gaan? Bovendien willen hogescholen en universiteiten graag weten of iemand
geschikt is voor hun opleiding. Zij kunnen hierin geen risico nemen, omdat ze door de
overheid worden afgerekend op hun output."
terug naar boven
Bronnen
De medewerkers van de AOB's zijn getraind in de diplomawaardering door
deskundigen van de expertisecentra. Verder kunnen zij een speciaal handboek voor
diplomawaardering raadplegen, met informatie over het onderwijsstelsel in de 22 landen
waar de meeste migranten vandaan komen. Voor een beoordeling van documenten uit de overige
180 landen in de wereld worden de expertisecentra ingeschakeld.
Bij de Nuffic werken zeven mensen op de afdeling diplomawaardering. Elke medewerker heeft
een bepaald werelddeel in beheer. Om een diploma op juiste waarde te schatten raadplegen
zij een groot aantal bronnen. "Naast studiegidsen, vaktijdschriften en kranten, maken
wij veel gebruik van het Internet. Met name in ontwikkelingslanden is dit een populair
medium, omdat het relatief goedkoop is in vergelijking met gedrukte media. Verder
raadplegen wij internationale contacten en maken we gebruik van ambassades om informatie
te verzamelen. Tevens putten we uit onze eigen ervaringen."
Subsidie
Als het aan de expertisecentra ligt verandert de huidige IDW-structuur op
korte termijn. "Het systeem werkte goed, totdat de overheid in 1996 de subsidiekraan
dichtdraaide. Vanaf dat moment moesten klanten voor de dienstverlening van de AOB's
betalen. Dat leidde tot een drastische afname van het aantal aanvragen voor
diplomawaardering."
In 1995 zijn ruim 6000 diploma's beoordeeld. In 1996 is dit aantal bijna gehalveerd.
Bovendien kampen de AOB's met een tekort op hun begroting, omdat de kostprijs voor
diplomawaardering hoger ligt dan de vraagprijs. Klanten betalen 125 gulden voor de
beoordeling van hun documenten. De werkelijke prijs ligt echter rond de 275 gulden.
De projectpartners hebben eind 1998 een plan voorgelegd aan het ministerie van OC en W,
waarin een herziening van de huidige structuur wordt bepleit. In dit voorstel voor IDW2
wordt de diplomawaardering volledig overgedragen aan de expertisecentra. De AOB's krijgen
een meer organisatorische rol; zij onderhouden de contacten met klanten, verzorgen de
intake en geven de certificaten uit. Het LDC vervult in deze opzet geen functie meer.
"Op deze manier kunnen we efficiënter en goedkoper werken, terwijl het niveau van de
dienstverlening niet daalt", stelt Haaksman. Hij hoopt binnenkort uitsluitsel te
krijgen, zodat IDW 2 snel van start kan gaan.
Jaarlijks laten circa drieduizend migranten hun buitenlandse diploma's beoordelen.
Werkgevers zien een buitenlands diploma graag vertaald in een papiertje dat ze kennen.
Inhoud 
Verder in Nieuwsbrief

terug naar
boven 

|