| De laatste Nieuwsbrief
Psychoanalyse
Welke mogelijkheden biedt psychoanalyse voor het begrijpen van en werken met migranten en vluchtelingen? Deze vraag staat centraal op een studiedag op 5 maart a.s. in Amsterdam. De bijeenkomst wordt geleid door de Amerikaanse psychoanalyticus Salman Akhtar. De organisatie is in handen van stichting Pharos, de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse en het Nederlands Psychoanalytisch Instituut. De prijs voor deelname is 165 bij inschrijving voor 1 februari 1999. Na die datum bedragen de kosten 200. Deelnemers ontvangen het boek Multiculturele samenleving en psychoanalyse. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse, mevr. J. Passchier, tel. 020 - 6737389.
Geestelijke verzorging
Zorginstellingen krijgen bij de begeleiding van patiënten steeds vaker te maken
met imam en pandit als geestelijk verzorger. Zij begeleiden moslim- en hindoe-patiënten
en adviseren artsen en verpleegkundigen over godsdienstige en levensbeschouwelijke
thema's. In het Academisch Ziekenhuis Utrecht zijn de ervaringen met deze nieuwe vormen
van geestelijke verzorging in kaart gebracht. De resultaten van dit onderzoek worden
gepresenteerd tijdens een congres op 3 maart a.s. in congrescentrum De Eenhoorn in
Amersfoort. Aanmelding kan schriftelijk bij HcTh Adviesbureau, Jan Bijhouwerstraat 112,
3404 AN in IJsselstein.
WIN
Uitgeverij Samsom heeft de belangrijkste wet- en regelgeving op het gebied van
nieuwkomers gebundeld in een tekstuitgave. Naast de tekst van de Wet inburgering
nieuwkomers bevat deze publicatie ook een aantal relevante besluiten, zoals het
bekostigings- en uitvoeringsbesluit, het besluit opleidingen Nederlandse nieuwkomers en
het boetebesluit. Ook is de nota van toelichting opgenomen. De uitgave kost 25 en
kan worden besteld bij Samsom,
tel. 0172 - 466 833 (o.v.v. ISBN 90 422 0266 1).
terug naar boven 
Beroepswensen
GelderRijn heeft een werkboek ontwikkeld voor loopbaanbegeleiding van
nieuwkomers. Dit werkboek ondersteunt de trajectbegeleider bij het in kaart brengen van de
wensen, capaciteiten en mogelijkheden van hoger opgeleide cliënten. In het werkboek staan
opdrachten waarmee de nieuwkomer onder begeleiding van de trajectbegeleider zijn of haar
normen en waarden, levenslijnen, persoonlijke interesse en toekomstverwachtingen kan
analyseren. Vervolgens kan de nieuwkomer met opdrachten aan de slag om capaciteiten en
persoonlijke eigenschappen uit te werken. Deze opdrachten kunnen nieuwkomers volgens
GelderRijn stimuleren om hun blik te verruimen en vormen een hulpmiddel om trajecten uit
te zetten. Tot slot bevat het werkboek ook opdrachten die ondersteunen bij
arbeidsmarktverkenning en het solliciteren. Het werkboek kan worden aangepast aan de
specifieke doelgroep van bureaus nieuwkomers. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met
Wanda Bodewitz van GelderRijn, tel. 072 - 520 0868.
Ondernemer
'Ondernemer worden in Nederland' is de titel van een informatiemap voor startende
allochtone ondernemers en intermediairs. In de informatiemap wordt op een overzichtelijke
manier informatie gegeven over het starten van een eigen bedrijf. Aan de orde komen
onderwerpen als vestigingseisen, ondernemingsplan, financiering, verzekeringen,
bedrijfsruimte, personeel, netwerken en relevante organisaties. De informatiemap bevat ook
een checklist en een adressenlijst. De informatiemap is een uitgave van Expertisecentrum
MOTOR. Dit project is opgezet in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Doel
van het project is het aantal allochtone ondernemers vergroten en de kwaliteit van
allochtoon ondernemerschap verbeteren. De informatiemap 'Ondernemer worden in Nederland'
kan worden besteld door overmaking van 20,50 op banknr. 69.97.14.222 of gironr.
3144529 t.n.v. Expertisecentrum MOTOR o.v.v. informatiemap.
terug naar boven 
Bureau Van Dijk, Van Soomeren en Partners heeft de huidige beroepspraktijk van de
trajectbegeleiding nieuwkomers beschreven. Er is een gedetailleerde beschrijving gemaakt
van de werkwijze van drie bureaus nieuwkomers. Verder hebben trajectbegeleiders in 79
gemeenten een uitgebreide vragenlijst ingevuld over hun achtergrond, werkervaring en
toerusting voor het werk. De onderzoeksresultaten laten onder andere zien dat gerichte
maatregelen nodig zijn om de trajectbegeleiders in de kleine gemeenten en in de vier grote
steden te ondersteunen.te gemeenten voelen zich het best toegerust voor hun werk
De werkzaamheden van de trajectbegeleider-nieuwkomers zijn in de Wet inburgering
nieuwkomers (WIN) beschreven. Er is echter bewust voor gekozen om de taken en de positie
van de trajectbegeleider niet wettelijk vast te leggen. Men wilde de gemeenten namelijk de
mogelijkheid bieden om zoveel mogelijk maatwerk te leveren.
Zowel bij de overheid als ook in het veld bestaat wel behoefte om de kwaliteit van de
trajectbegeleiding te bewaken. De Directie Sociaal Beleid van het Ministerie van VWS heeft
daarom aan Van Dijk, Van Soomeren en Partners de opdracht gegeven om de huidige
beroepspraktijk te beschrijven. In samenspraak met een aantal (praktijk)deskundigen is
vervolgens bepaald welke kwaliteitsbevorderende maatregelen nodig zijn om te stimuleren
dat de werkzaamheden die in de WIN zijn beschreven gemeengoed worden voor de
trajectbegeleider.
terug naar boven 
Gemeentegrootte
Het aantal nieuwkomers per gemeente varieert van minder dan 5 tot meer dan 500. De
organisatie en uitvoering van de trajectbegeleiding loopt dan ook sterk uiteen. Aan het
ene uiterste staat de kleine gemeente waar èèn bijstandsmaatschappelijk werker de
trajectbegeleiding er als extra taak bijdoet. Aan het andere uiterste staan de grote
steden waar gespecialiseerde medewerkers binnen gespecialiseerde organisaties met een
caseload van meer dan 100 nieuwkomers werken.
Bij de uitvoering van het onderzoek is daarom onderscheid gemaakt naar gemeentegrootte. Er
werden 3 categorieÎn onderscheiden: gemeenten met minder dan 30 nieuwkomers, gemeenten
met meer dan 30 nieuwkomers en de vier grote steden.
Voor elk type gemeente werd èèn beschrijving gemaakt van 'good practice'. Daarnaast werd
een schriftelijke enquête uitgezet onder trajectbegeleiders. De enquête werd ingevuld
door:
- 23 trajectbegeleiders in de kleine gemeenten;
- 52 trajectbegeleiders in de middelgrote gemeenten;
- 23 trajectbegeleiders in de vier grote steden.
Profiel
Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de trajectbegeleider meestal een vooropleiding op
HBO niveau heeft gevolgd; een MBO-opleiding of een universitaire vooropleiding komen
minder vaak voor.
Trajectbegeleiding van nieuwkomers is geen beroep waar men direct na afsluiting van een
vooropleiding aan begint. Bijna altijd hebben de ondervraagde trajectbegeleiders eerst
ergens anders gewerkt. Dat heeft vermoedelijk te maken met het feit dat de vooropleiding
vaak niet goed aansloot bij de functie trajectbegeleiding. Met name trajectbegeleiders in
de kleine gemeenten hebben vaak een opleiding gevolgd die niet als voorbereiding op het
werk als trajectbegeleider beschouwd kan worden.
De allochtone trajectbegeleider moet een langere weg afleggen om trajectbegeleider te
worden dan de autochtone collega. Deze groep heeft gedurende langere tijd eerst ergens
anders gewerkt. Allochtone trajectbegeleiders zijn alleen in de vier grote steden in de
meerderheid. In de kleine gemeenten werken bijna alleen maar autochtone
trajectbegeleiders. In de middelgrote steden is driekwart van de trajectbegeleiders
autochtoon.
terug naar boven 
Taken
De werkzaamheden die in de WIN zijn omschreven behoren meestal standaard tot
het takenpakket van de trajectbegeleider. Er bestaat dus een grote mate van consensus over
de kerntaken van trajectbegeleiding. Een van de uitzonderingen is de gemeente Amsterdam.
Hier is de benaming trajectbewaker; zijn/haar functie is beperkter dan in de WIN
beschreven.
Voor de meeste trajectbegeleiders is het ook duidelijk wat hun taken feitelijk inhouden.
Dat geldt niet altijd voor de kleine gemeenten. Hier lijken de taken van de
trajectbegeleider soms verweven met andere gemeentelijke taken ten behoeve van de
nieuwkomers.
Uit de vergelijking van de drie beschrijvingen van 'good practice' blijkt dat er veel
overeenkomst is in methodiek en instrumenten, maar er zijn ook verschillen. Er kan gewerkt
worden vanuit een sterk functionele benadering (die een relatief hoge caseload mogelijk
maakt) maar ook volgens een werkwijze die het best getypeerd kan worden als
'cliënt-gericht binnen het kader van rechten en plichten'.
De vraag of psycho-sociale begeleiding wel of niet tot het takenpakket van de
trajectbegeleider behoort, wordt vanuit deze twee invalshoeken verschillend beantwoord.
Dit verschil van mening komt ook naar voren uit de beantwoording van de schriftelijke
enquête: ruim eènderde van de ondervraagde trajectbegeleiders rekent de psycho-sociale
begeleiding van de nieuwkomers wel tot zijn/haar takenpakket, bijna tweederde doet dat
niet.
Vooral de trajectbegeleiders die ook de maatschappelijke begeleiding van de nieuwkomers
verzorgen, worden geconfronteerd met beperkingen in de doorverwijzing naar de
hulpverlening. Dit vormt waarschijnlijk een van de verklaringen voor het feit dat men zelf
activiteiten onderneemt op het terrein van de hulpverlening.
Uit de enquête onder trajectbegeleiders komt ook naar voren dat nazorg ongeveer even vaak
wel als niet tot het takenpakket van de trajectbegeleider gerekend wordt. Feitelijk gaat
het dan om de vraag of de trajectbegeleider na afsluiting van het inburgeringsprogramma
nog regelmatig contact heeft met de nieuwkomer. Deze vorm van nazorg blijkt door iets meer
dan de helft van de trajectbegeleiders te worden verzorgd. Meestal gaat het dan om
contacten op initiatief van de nieuwkomer.
terug naar boven 
Caseload
Het onderzoek maakt duidelijk dat het begrip caseload om nadere definiëring en
afbakening vraagt. Het maakt nogal uit of nieuwkomers die tijdelijk gestopt zijn met het
inburgeringsprogramma wel of niet worden meegerekend, of de trajectbegeleider ook nazorg
verleent en/of maatschappelijke begeleiding verzorgt.
Uit het onderzoek kan wel geconcludeerd worden dat de omvang van de caseload voor twee
groepen trajectbegeleiders problemen geeft. eènderde van de trajectbegeleiders in de
kleine gemeenten vindt zijn/haar caseload feitelijk te laag om voldoende werkervaring op
te doen. De grootste problemen doen zich echter voor in de vier grote steden. Hier is de
caseload van veel trajectbegeleiders om verschillende redenen (zoals de achteraf
financiering, vacatures en ziekte) onaanvaardbaar hoog. De gemiddelde caseload ligt hier
op 155. Ter vergelijking: in de middelgrote steden heeft driekwart een caseload vam
maximaal 100 cliënten; in de kleine gemeenten ligt de gemiddelde caseload op 15
cliënten.
Arbeidsvoorziening
Uit de praktijkbeschrijvingen komt naar voren dat er ontevredenheid bestaat over
de kwaliteit en het aanbod van de ROC's. De klachten zijn: het aanbod is te beperkt, het
duurt te lang, het is te weinig toegespitst op de praktijk en de taakafbakening tussen
docent en trajectbegeleider is niet helder.
Ook de bijdrage die Arbeidsvoorziening moet leveren verloopt volgens de geÎnterviewden
van de bureaus nieuwkomers met een 'good practice', niet geheel naar wens. Er lijkt echter
wel een stijgende lijn te zitten in deze samenwerking en afstemming. De trajectbegeleiders
die de schriftelijke enquête invulden, zijn met name ontevreden over de samenwerking met
Arbeidsvoorziening. Een meerderheid beoordeelt deze samenwerking als matig of onvoldoende.
In de WIN wordt aangegeven dat de betrokkenheid van Arbeidsvoorziening minder vrijblijvend
moet worden. Het onderzoek maakt duidelijk dat dat in de meeste gemeenten op dit moment
nog niet het geval is. Het komt nog weinig voor dat Arbeidsvoorziening in de beginfase
betrokken is bij het inburgeringsonderzoek en aan het einde van het inburgeringsprogramma
adviseert over een vervolgtraject richting arbeidsmarkt.
terug naar boven 
Ondersteuning
Het volgen van gerichte bijscholing is niet ongebruikelijk voor de
trajectbegeleiders nieuwkomers. Dit heeft vermoedelijk te maken met het feit dat de
methodiek nog in ontwikkeling is en gerichte vooropleiding tot voor kort ontbrak.
Voor de trajectbegeleiders in de middelgrote en grote steden sluit de bijscholing die men
volgde redelijk aan op de praktijk: ongeveer 60% is op dit punt tevreden. Dit geldt niet
voor de kleine gemeenten: hier vindt een ruime meerderheid de aansluiting met de eigen
beroepspraktijk onvoldoende.
Trajectbegeleiders in de middelgrote steden voelen zich over het algemeen goed toegerust
voor het werk. Dat geldt in veel mindere mate voor hun collega's in de kleine gemeenten en
de vier grote steden, getuige de volgende cijfers:
- Slechts eènderde van de trajectbegeleiders in de kleine gemeenten voelt zich voldoende
toegerust om nieuwkomers goed te begeleiden. In de grote steden ligt dit percentage op
45%. In de middelgrote steden is dit percentage aanmerkelijk hoger; hier voelt een
meerderheid, namelijk tweederde, zich voldoende toegerust voor de begeleiding van
nieuwkomers.
- Slechts een kwart van de trajectbegeleiders in de kleine gemeenten voelt zich voldoende
toegerust voor de contacten met instellingen. Datzelfde geldt voor eènderde van de
trajectbegeleiders in de vier grote steden. In de middelgrote gemeenten ligt dit
percentage dubbel zo hoog, namelijk op 65%.
De trajectbegeleiders in de kleine gemeenten werken bijna nooit met een individueel
trajectplan waarin het einddoel dat met inburgering dient te worden bereikt, wordt
vastgelegd. Deze groep trajectbegeleiders geeft dan ook aan dat men vooral intuÎtief en
op basis van ervaring te werk gaat en niet zozeer volgens een bepaalde methodïek. Dat
geldt niet voor de trajectbegeleiders in de grote steden. Waar het gebrek aan toerusting
voor het werk bij deze groep trajectbegeleiders wèl uit voortkomt, kan op basis van het
onderzoek niet worden aangegeven. Wellicht spelen hier factoren als de complexiteit van de
problematiek in de grote stad en de hoge caseload een rol.
terug naar boven 
Aanbevelingen
Een aantal aspecten van de beroepspraktijk behoeft nadere aandacht. Het betreft
onder andere de omvang van de caseload, de beschikbaarheid en kwaliteit van het aanbod van
externe instellingen, het verkrijgen van vergelijkbare uitstroomgegevens en de
noodzakelijke verhouding tussen productieve en niet-productieve uren binnen het bureau
nieuwkomers.
Aanbevolen wordt om deze aspecten uit te werken binnen het raamwerk van een zogenaamd
functioneel model. In dit functionele model zouden de kernfuncties en de extra functies
van de bureaus nieuwkomers volgens een bepaald stramien nader beschreven moeten worden.
Het onderzoeksrapport biedt hiervoor goede aanknopingspunten.
Per functie dient te worden aangegeven:
- welke activiteiten moeten worden verricht;
- aan welke kwaliteitseisen dient te worden voldaan (bijvoorbeeld ten aanzien van
inschakeling tolken, beschikbaarheid ruimten, tijdsduur en gebruik van protocollen);
- aan welke professionele eisen dient te worden voldaan door degene die uitvoering geeft
aan de functie.
Dit functionele model zou ontwikkeld kunnen worden door een werkgroep waarin alle
betrokken partijen zitting hebben: Rijk, gemeenten, praktijkdeskundigen en externe
inhoudelijk deskundigen.
Verder worden nog drie op zichzelf staande aanbevelingen gedaan. In de eerste plaats dient
een ondersteuningsaanbod op maat ontwikkeld te worden voor de kleine gemeenten. Dit aanbod
heeft het karakter van individuele intervisie en dient gericht te zijn op het ontwikkelen
van het methodisch handelen en het legitimeren en professionaliseren van het bureau
nieuwkomers. In de tweede plaats wordt aanbevolen om voorbeeldprojecten uit te voeren
waarin de beoogde samenwerking met Arbeidsvoorziening concreet wordt vormgegeven. Op basis
van de ervaringen opgedaan binnen deze projecten, kan worden beschreven hoe knelpunten en
belemmeringen in de afstemming en samenwerking met Arbeidsvoorziening kunnen worden
opgelost.
De laatste aanbeveling heeft betrekking op de ondersteuning van de trajectbegeleiders in
de vier grote steden. Er is nader onderzoek nodig om aan te kunnen geven hoe een
ondersteuningsaanbod aan deze groep eruit zou moeten zien.
Agnes van Burik Van Dijk,
Van Soomeren & Partners te Amsterdam
Het rapport over trajectbegeleiding is verkrijgbaar
voor f 19,90 bij Forum, afd. verkoop Mw. M. Roche,
telefoon 030 297 4321.
Inhoud 
Verder in Nieuwsbrief

terug naar boven


|