Het nieuws over inburgering vindt u 6 maal per jaar in de Nieuwsbrief Inburgering Nieuwkomers.

 

Benut de kennis van nieuwkomers'
"Een lastige, maar uitdagende klus"
Vaktaal voor hoog opgeleide nieuwkomers

&
Verder in Nieuwsbrief

 

Verder naar:
De komende Nieuwsbrief
Agenda
Nieuws

Terug naar:
Inhoud van Nieuwsbrief
De welkomstpagina

 

De laatste Nieuwsbrief

nieuwsbrief-logo

win.jpg (4014 bytes)
"Een lastige, maar uitdagende klus"

Een groot aantal beleidsmedewerkers, werkzaam bij verschillende departementen, heeft zich in de afgelopen tijd achter de schermen ingespannen om de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) tot stand te brengen. Ook nu de wet een half jaar van kracht is, zijn zij nog steeds bezig om de regelgeving te verfijnen. "Buitenstaanders beseffen niet hoeveel tijd het kost om een wet te maken. Zeker niet als het een compleet nieuwe wet betreft waar meerdere departementen bij zijn betrokken, zoals in het geval van de WIN."
Aan het woord is Marion van der Laan van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Zij is sinds het Regeerakkoord van 1994 betrokken bij dit beleidsterrein. "Vrij snel na de invoering van de landelijke regeling inburgering in 1996 gingen stemmen op voor een wettelijke basis van inburgering", vertelt Van der Laan. "Zowel de landelijke als de lokale bestuurders waren van mening dat het inburgeringsbeleid pas goed van de grond zou komen als de rechten en plichten van beide partijen wettelijk zouden worden vastgelegd. Bovendien wilde men alle nieuwkomers verplichten tot deelname aan een inburgeringsprogramma en niet alleen de uitkeringsgerechtigden zoals tot dan toe het geval was."
Het ministerie van BZK onderzocht in 1995 de mogelijkheden van een dergelijke wetgeving. Deze zoektocht leverde weinig op. De bestaande wet- en regelgeving bood geen aanknopingspunten. Ook in het buitenland werden geen voorbeelden gevonden van soortgelijke initiatieven. "Het was iets nieuws dat van de grond af moest worden opgebouwd", vertelt Van der Laan.

terug naar boven

Projectgroep
Onder leiding van BZK werd een interdepartementale projectgroep inburgering (IPI) opgericht. Dit team, bestaande uit beleidsmedewerkers en wetgevingsjuristen van BZK, VWS, OC en W, SZW en Justitie, kreeg de opdracht om de nieuwe wet vorm te geven. Verdeeld in werkgroepen gingen de ambtenaren aan de slag. "Het was een lastige, maar uitdagende klus", zegt Van der Laan. "Ten eerste moest de regeling in de praktijk haalbaar zijn. Ten tweede moesten we ervoor zorgen dat de wetgeving past bij aanverwante wetten, zoals de Welzijnswet en de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB). Ten derde was het een interdepartementaal proces. Dat maakte het extra ingewikkeld, omdat we niet alleen binnen onze departementen, maar ook onderling overeenstemming moesten bereiken. Dat kost tijd."

Formeel proces
Uiteindelijk werd een stramien gemaakt, dat vervolgens stapsgewijs werd ingevuld. Medio 1996 was het beeld compleet en lag er een wetsvoorstel. Dan start een formeel proces, waarin goedkeuring van de politiek moet worden verkregen. Van de Raad voor sociaal en cultureel beleid, via de Ministerraad en de Raad van State kwam het wetsvoorstel uiteindelijk in november 1996 terecht in de Tweede Kamer, waar het een jaar later werd goedgekeurd.
Voorafgaand aan de behandeling in de Tweede Kamer konden politieke partijen en uitvoerende organisaties een reactie op de wettekst indienen bij de griffie van de Kamer. Hoewel het belang van een wettelijke basis voor inburgering algemeen werd onderkend, kwam uit verschillende hoeken commentaar op het wetsvoorstel. De kritiek betrof onder andere de positie van vvtv'ers, die in de wet worden uitgesloten van deelname aan een inburgeringsprogramma. Ook de uitsluiting van 16- en 17-jarige nieuwkomers stuitte op kritiek. Uiteindelijk is na een amendement van enkele Kamerleden bepaald dat deze jongeren in bepaalde gevallen onder de WIN vallen. De positie van de vvtv'ers is, zoals bekend, ook gewijzigd. Zij vallen met ingang van 1 januari 1999 niet langer onder de inburgeringsregeling. Wel kunnen zij zodra zij een VTV of A-status verkrijgen, alsnog aanspraak maken op het recht op inburgering.
Op verzoek van de Antilliaanse regering is een mogelijkheid geschapen waardoor Antillianen en Arubanen met voldoende vooropleiding kunnen worden vrijgesteld van inburgering. Ook is het inburgeringsonderzoek in deze periode verder uitgewerkt. "De Kamer wilde voorkomen dat nieuwkomers in elke gemeente anders worden behandeld. Daarom hebben we een aantal voorwaarden geformuleerd waaraan het inburgeringsonderzoek moet voldoen, zonder daarbij de vrijheid van gemeenten aan te tasten."
terug naar boven

Eerste Kamer
Na de goedkeuring van de Tweede Kamer volgt eenzelfde procedure in Eerste Kamer. "Het enige verschil is dat de Eerste Kamer geen wijzigingen kan aanbrengen in de wettekst. De Eerste Kamerleden hebben alleen de bevoegdheid om een wetsvoorstel aan te nemen of te verwerpen", verduidelijkt Dirk Ebbeling, sinds 1997 projectleider inburgering van het ministerie van VWS.
Na enige discussie over de positie van de vvtv'ers werd het wetsvoorstel in april 1998 door de Senaat aanvaard. "Men heeft dan het idee dat de wet op korte termijn kan worden ingevoerd. Dat is een misvatting, want de onderliggende regelgeving moet nog worden opgesteld", vervolgt zijn collega Maria Bronkhorst van het ministerie van OC en W.
Opnieuw volgt een formele procedure waarin de algemene maatregelen van bestuur (amvb's) en de ministeriÎle regelingen, die tegelijk met de wet in werking treden, moeten worden goedgekeurd door de politiek. "Hoewel we in een vroegtijdig stadium met de regelingen aan de slag zijn gegaan, hebben we de streefdatum voor de wet van 1 juli 1997 niet gehaald. Daarom is de wet uiteindelijk op 30 september van kracht geworden", aldus Bronkhorst.

Implementatie
Ondertussen werd vanaf eind 1997 de implementatie van de wet voorbereid door een interdepartementale werkgroep. Van der Laan: "Omdat het zo'n uitgebreide wet is, wilden we gemeenten ondersteuning bieden bij de invoering ervan. Via een Europese aanbesteding is toen gezocht naar een bureau dat dit proces kon begeleiden. Dat is Vrijbaan geworden."
Vrijbaan wordt bij de implementatie begeleidt door een stuurgroep met vertegenwoordigers van de vier departementen en een klankbordgroep, met afgevaardigden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Vrijbaan maakt elk half jaar een werkplan, dat ook wordt voorgelegd aan de begeleidingscommissies.
Deze werkwijze is volgens Ebbeling tekenend voor de manier waarop de WIN tot stand is gekomen. "Wij hebben onze plannen steeds voorgelegd aan gemeenten en de VNG. Elk onderdeel in de wet is getoetst aan de praktijk. Wij vinden het belangrijk dat het een wet is van de praktijk en niet een of andere regeling die in een ivoren toren is bedacht."
Inmiddels is een aantal plannen in het kader van de implementatie gerealiseerd. In september 1998 zijn regionale conferenties georganiseerd en is het Handboek WIN uitgereikt. Ook zijn brochures voor nieuwkomers gemaakt en hebben de gemeenten een diskette met een model beschikking en het aanmeldings- en ontheffingsformulier ontvangen. Binnenkort worden daar een verklaring en een certificaat aan toegevoegd. Verder organiseert Vrijbaan in opdracht van de departementen begin februari een drietal conferenties over de doorgeleiding van nieuwkomers (zie elders dit blad).
terug naar boven

Materialen
Naast de begeleiding in het kader van de implementatie, zijn de departementen ook nog betrokken bij de ontwikkeling van diverse materialen ten behoeve van de praktijk. Ebbeling heeft onder andere zitting in een werkgroep, die zich buigt over de registratie van nieuwkomers. In samenwerking met de VNG wordt een soort checklist van gegevens ontwikkeld, die nodig zijn voor de afrekening met het rijk en de monitoring van het nieuwkomersbeleid.
Naar verwachting komt dit model begin dit jaar beschikbaar. "Het is niet de bedoeling om een softwarepakket te ontwikkelen", vertelt Ebbeling. "De inburgering van nieuwkomers is in de praktijk zo divers geregeld, dat het ondoenlijk zou zijn om een passend systeem voor elke gemeente te maken. Dat is voor de afrekening ook niet nodig. Wij hebben een model voor ogen, waarmee de kleine gemeenten bij wijze van spreken de informatie kunnen bijhouden in een schrift."
Verder zijn de rijksambtenaren betrokken bij de ontwikkeling van een model voor maatschappelijke begeleiding en de toets voor maatschappij oriëntatie. Onlangs is een onderzoek naar trajectbegeleiding uitgevoerd, dat in de loop van 1999 een vervolg zal krijgen. Verder wordt het verzoek bekeken om het kader voor beroepenoriëntatie dat door Forum is ontwikkeld in de praktijk te laten toetsen door enkele gemeenten. Bronkhorst: "Mensen die denken dat het werk voor de departementen er op zit zodra de wet van kracht is hebben het mis. Alleen al het beantwoorden van telefonische vragen kost een hoop tijd. Daarnaast ben je druk met werkgroepen, het beoordelen van projectaanvragen en de afrekening over de voorgaande jaren. Dan heb ik het nog niet eens over de evaluatie van de wet. Voorlopig hebben we onze handen nog vol aan de WIN."

Vaktaal voor hoog opgeleide nieuwkomers

Nieuw taalprogramma prikkelt tot inzet
Het Instituut Taalbeleid voor Anderstaligen (ITTA) heeft een speciale cursus vaktaal ontwikkeld voor hoog gekwalificeerde nieuwkomers. In dit programma 'Nederlands op de werkvloer voor hoog gekwalificeerde nieuwkomers' leren de cursisten hun beroepstaal in het Nederlands en kunnen ze tegelijk kennismaken met de praktijk.
Het lespakket is gemaakt in opdracht van de ministeries van VWS en OC en W en Arbeidsvoorziening Nederland en voorziet volgens de makers in de vraag naar beroepsgericht taalonderwijs onder hoog opgeleide nieuwkomers. In de praktijk blijkt dat deze groep vaak moeite heeft om een passende baan te vinden. Een reden hiervoor is dat hun kennis van de Nederlandse taal niet voldoet aan de eisen in de beroepspraktijk. Hoewel zij de taal op een redelijk niveau beheersen, zijn zij niet bekend met het vakjargon.
De cursussen NT2 die instellingen voor volwasseneneducatie en universiteiten voor hoog opgeleiden aanbieden, zijn meestal gericht op doorstroom naar vervolgonderwijs. Deze cursussen bieden volgens het ITTA weliswaar een goede voorbereiding voor een opleiding in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en aan een universiteit, maar zijn minder geschikt als voorbereiding op de beroepspraktijk.
terug naar boven

Beroepsgroepen
Het ITTA-programma bereidt nieuwkomers voor op een baan in de (para)medische, technische of administratieve sector. Het pakket is geschikt voor cursisten die een basiscursus NT2 hebben gevolgd en de Nederlandse taal beheersen op NT2 niveau 3.
Het pakket bestaat uit vier onderdelen:

  • Met woorden bouwen
  • Gespreksvoering
  • Beroepsoriëntatie
  • Vakgenoten en arbeidsmarktverkenning

In de module Met woorden bouwen leren de cursisten vakgerichte woorden en termen uit hun eigen taal omzetten in het Nederlands. In het onderdeel Gespreksvoering wordt de taalvaardigheid in verschillende werksituaties geoefend. Aandacht gaat uit naar het voeren van alledaagse gesprekken, (vak)overleg met collega's, publiekscontacten en zelfpresentatie.
De module Beroepsoriëntatie is een vervolg op de maatschappij oriëntatie in het inburgeringsprogramma. Cursisten maken zich de relevante informatie voor hun beroep en de sector eigen. Medici brengen bijvoorbeeld het Nederlandse systeem van de gezondheidszorg en ziektekostenverzekeringen in kaart. Voor de administratieve sector is het belastings- en sociale verzekeringssysteem een onderwerp. In Vakgenoten en arbeidsmarktverkenning worden tenslotte de verschillende manieren om een werkplek te vinden uitgewerkt, zoals netwerken, het opbouwen van een kring van vakgenoten, open sollicitaties en deelname aan taalstages.

Vooronderzoek
Het programma is ontwikkeld op basis van ervaringen met cursussen NT2 op de werkvloer en taalstageprojecten voor anderstaligen. Er is een vooronderzoek gehouden onder hoog opgeleide vluchtelingen die werken in Nederland. Daarnaast is het materiaal bij wijze van proef voorgelegd aan een groep nieuwkomers in de medische sector. Zij noemen het (hoge) niveau van het leermateriaal een stimulans. Het feit dat men aan de slag kan met de taal in het eigen vakgebied prikkelt volgens de ondervraagde nieuwkomers tot 'enorme' inzet.

Voor meer informatie over dit programma kunt u terecht bij het ITTA,
tel. 020 - 525 3844.
terug naar boven

Inhoud kaas-lees.jpg (670 bytes)
Verder in Nieuwsbrief
Veder Veder