Project "Samen Werken" in Emmen
Project "Samen Werken", een werkgelegenheidsproject voor nieuwkomers, door
Projectbureau RAP in de gemeente Emmen
Doel en taakstelling "Samen Werken"
Het project "Samen Werken" loopt sinds 1996 en bouwt voort op het in
1992 in de gemeente Emmen gestarte Allochtonenproject. Het project beoogt werkloze
allochtonen met een uitkering een vaste baan te bezorgen via werkervaringsplaatsen. Een
geselecteerd aantal allochtonen wordt een speciaal scholings- en trainingsprogramma
aangeboden.
Taakstelling voor project 1998 1999: 60 uitplaatsingen (naar Melkert II)
De uitvoerende instantie is het projectbureau RAP van de gemeente Emmen, waar de
trajectbegeleider en de uitplaatsingsfunctionaris zijn ondergebracht. Zij zijn de
begeleiders van de deelnemers en onderhouden de contacten met de verschillende instanties.
De trajectbegeleider verzorgt de begeleiding tijdens de intensieve taalfase en draagt de
activiteiten aan de uitplaatsingsfunctionaris over in het vervolgtraject.
Cursisten die niet direct arbeidsmarktgericht zijn maar na de taalcursus een studie
willen oppakken kunnen niet deelnemen aan het project "Samen Werken". Toch
kunnen ook zij gebruik maken van de mogelijkheden die het projectbureau RAP hen biedt.
Allochtonenproject
Vanaf 1992 werden alle werkzoekende allochtonen in Emmen en omgeving die
Nederlands taalonderwijs nodig hadden door het Arbeidsbureau en de gemeentelijke Sociale
Dienst verwezen naar het Projectbureau RAP, waarin de afdeling werkgelegenheid van de
gemeente Emmen participeert.
Er werd een trajectbegeleider aangesteld die de allochtonen begeleidde. De allochtonen
volgden een intensief taaltraject aan de Basiseducatie of het VAVO. Het project werd
gefinancierd vanuit de reguliere onderwijsbijdrage, gelden uit het Europees Sociaal fonds
(ESF) en een bijdrage van het Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening (RBA) Drenthe. In 1995
werd de financiering van het RBA afgebouwd omdat men van mening was dat het project te ver
afstond van de praktijk. Er was te weinig relatie met de arbeidsmarkt en de uitstroom was
beperkt.
Doorgeleiding naar werk: Project "Samen Werken"
In 1996 heeft Emmen een hernieuwde ESF-aanvraag gedaan voor het project
"Samen Werken". Naast de al bestaande intensieve taallessen zijn extra
NT2-modulen, een Assessmentprogramma (AOTS, Assessment on the Spot) en werkstages aan het
traject toegevoegd.
Het project "Samen Werken" richt zich op dezelfde doelgroep als voorheen het
Allochtonenproject: allochtonen die ingeschreven staan bij het Arbeidsbureau.
Het project is eveneens ondergebracht bij het projectbureau RAP. De meesten van de
doelgroep hebben een bijstandsuitkering en volgen NT2-onderwijs. Voordat zij kunnen
instromen op de arbeidsmarkt hebben zij nog behoefte aan NT2-onderwijs en
trajectbegeleiding. Sinds het Inburgeringsbeleid vallen ook nieuwkomers die de 600
urentoets hebben afgelegd, maar nog verder taalonderwijs nodig hebben, onder de doelgroep.
Naar voren kwam namelijk dat het inburgeringsprogramma van 600 uren niet voldoende was
voor de beoogde trajecten. In Emmen worden de cursisten na het inburgerings-programma dan
ook overgenomen door het projectbureau RAP.
Doelgroep "Samen Werken":
- (bij voorkeur) uitkering op grond van Bijstandswet
- langer dan een jaar werkloos
- goede motivatie/positieve werkhouding
- geen bijzondere problemen die een belemmering vormen om op korte termijn uit te kunnen
stromen naar werk
- wat betreft taalniveau voldoende perspectief op de arbeidsmarkt
- voldoende leercapaciteit
Opzet van het project
Het projectteam van "Samen Werken"bestaat uit een fulltime
trajectbegeleider, een uitplaatsingsfunctionaris voor 32 uur, een parttime
projectcoördinator en secretariële ondersteuning. De trajectbegeleider begeleidt de
cursisten gedurende het taaltraject. Op het moment dat een cursist uitstroomt naar een
werkervaringsplaats, een stage of een WIW-plaats wordt de begeleiding
overgedragen aan de
uitplaatsingsfunctionaris. De uitplaatsingsfunctionaris heeft tevens de functie om nieuw
werkervaringsplaatsen te acquireren.
Het NT2-onderwijs wordt gevolgd bij het ROC Drenthe (Drenthe College), de
assessmenttraining (AOTS) bij Netwerk Leerplaats Emmen en een beroepsvoorbereidend traject
bij het Centrum Beroepenoriëntatie en Beroepsuitoefening (CBB).
Opbouw van het traject
Het programma van "Samen Werken"bestaat uit een intensieve taalcursus
(ITC) die bij aanvang van het project verder wordt geïntensiveerd door de cursist extra
modulen en een taalstage aan te bieden.Wanneer het beoogde taalniveau is behaald of als er
geen groei meer is in de taalontwikkeling van de cursist, gaat deze in overleg met de
trajectbegeleider verder met de volgende stap. Afhankelijk van de wensen en capaciteiten
van de cursist zijn er diverse mogelijkheden voor een vervolgtraject: de cursist volgt een
assessmenttraining, doet werkervaring op in een werkervaringsplaats, volgt een
beroepskeuzeprogramma of volgt een voortraject of beroepsvoorbereidende cursus bij het
CBB. Het uiteindelijke doel is uitstroom naar de arbeidsmarkt.
Beschrijving van de verschillende onderdelen
Intensieve taalcursus (ITC)
De basis van het programma is het bestaande NT2-aanbod van het Drenthe College. De
deelnemers aan "Samen Werken"volgen intensieve NT2-lessen van ongeveer 14 uur
per week. In deze lessen wordt vooral aandacht besteed aan algemene taal. Voor de
deelnemers aan "Samen Werken" zijn er bovendien speciale modulen ontwikkeld die
de aansluiting op de arbeidsmarkt moeten bevorderen.
Ook taalstages zijn onderdeel van het NT2 traject. Deze taalstages zijn bedoeld om met
de Nederlandse taal te oefenen in situaties waarin cursisten anders nooit verzeild raken.
Om in aanmerking te komen voor een taalstage moet men minimaal taalniveau 2 hebben.
AOTS
Een deel van de allochtonen is, nadat ze Nederlands hebben geleerd, niet
direct inzetbaar op de arbeidsmarkt. Zij hebben geen geschikte werkervaring of diplomas,
hebben moeite met een "normaal"arbeidsritme en weten niet goed genoeg welke
richting ze op willen. Voordat de deelnemers doorstromen naar werk, bestaat voor hen de
mogelijkheid een assessmenttraining bij NetWerk Leerplaats te volgen. Zij kunnen kiezen
uit voorbereidende trajecten op het gebied van textiel, klein hout, metaal en
detailhandel.
NetWerk leerplaats voert de methode Assessment on the Spot
(AOTS) uit. De doelstelling
van AOTS is de deelnemers op systematische wijze en onder intensieve begeleiding
werkervaring laten opdoen en vanuit het project te laten doorstromen naar een
werkervaringsplek in het bedrijfsleven. Er wordt een gerichte trainingsvraag geformuleerd
en de deelnemers worden systematisch geobserveerd. De medewerkers van NetWerk Leerplaats
hebben voor de observatie een speciaal formulier ontwikkeld. In dit formulier wordt onder
meer aandacht besteed aan kwaliteit, tempo, omgaan met instructies, inzet, omgaan met
beperkingen en ontwikkeling. Het gaat bij de observatie uitdrukkelijk om
arbeidsmarktvaardigheden en arbeidsritme, niet om scholing.
Op de werkvloer wordt alleen Nederlands worden gesproken. In de pauze mogen de
deelnemers hun eigen taal spreken.
AOTS neemt in principe twaalf weken in beslag.
Werkervaringsplaats
Deelnemers aan "Samen Werken" wordt de mogelijkheid geboden om
werkervaring op te doen op een werkervaringsplaats. Sommige deelnemers gaan eerst naar
NetWerk Leerplaats en daarna naar een werkervaringsplaats. De werkervaringsplaatsen worden
door de uitplaatsingsfunctionaris gezocht en sluiten aan bij de wensen en capaciteiten van
de deelnemer. In het bedrijf wordt een mentor aangewezen die de deelnemer tijdens de
werkervaringsplaats begeleidt en observeert. De observatie vindt plaats volgens de
AOTS-methode en de mentor vult iedere week het formulier in.
Begeleiding tijdens het traject
Trajectbegeleiding
Alle deelnemers aan "Samen Werken" die bezig zijn met het taaltraject
worden begeleid door de trajectbegeleider. Ook tijdens het taaltraject is de
trajectbegeleider actief voor de cliënten. In de intake wordt een trajectplan vastgelegd
dat naar gelang de vorderingen en wensen van de cursist wordt aangepast. In het begin van
het traject heeft de trajectbegeleider eenmaal in de vier maanden een afspraak met de
cliënt. In het tweede jaar, als de cursisten verder zijn met de taalcursus is het contact
intensiever. De stappen in het traject worden concreter en de trajectbegeleider en de
cursist maken verdere afspraken over het te volgen traject. Aan het eind van ieder gesprek
maakt de trajectbegeleider meteen een afspraak voor de volgende keer.
Ook tussendoor hebben de cursisten contact met de trajectbegeleider. Hij houdt twee
maal per week spreekuur op de educatieve instelling waarbij cliënten zonder afspraak
langs kunnen komen met allerlei vragen.
De trajectbegeleider maakt een verslag van alle gesprekken met de cliënt. Van iedere
cursist wordt een dossier bijgehouden. De cliënt krijgt een afschrift van alle
rapportages die de trajectbegeleider over hem maakt en verstuurt deze naar bijvoorbeeld
sociale zaken en het arbeidsbureau.
Begeleiding bij AOTS en CBB
De uitplaatsingsfunctionaris van het RAP neemt de begeleiding van de trajectbegeleider
over op het moment dat cliënten met AOTS of een werkstage beginnen of wanneer zij
uitstromen naar werk. De uitplaatsingsfunctionaris hanteert eenzelfde werkwijze als de
trajectbegeleider, maar heeft vaak nog een intensiever contact met de cliënt omdat er
veel geregeld moet worden voordat er begonnen kan worden aan een werkstage. Cliënten die
uitstromen naar het CBB worden daar ter plaatse begeleid door een trajectbegeleider van
het CBB. Bij AOTS is er ook een begeleider voor de deelnemers van "Samen
Werken".
De uitplaatsingsfunctionaris neemt twee weken na het begin van de werkstage contact op
met de werkgever met de vraag of alles goed verloopt. Indien er problemen zijn zoekt zij
een oplossing. Tegen het einde van de werkstage is er nogmaals een bijeenkomst tussen
werkgever, uitplaatsingsfunctionaris en de cliënt. Tussendoor kunnen zowel werkgever als
de cliënt contact opnemen met de uitplaatsingsfunctionaris.
Cursisten die buiten het project "Samen Werken" vallen
Er zijn ook cursisten, vooral jongere, die na het beheersen van het vereiste
taalniveau een verdere studie willen oppakken. Deze cursisten hebben meestal in het
thuisland hun studie moeten afbreken. De trajectbegeleider van het projectbureau RAP
hanteert de regel dat indien allochtonen verder willen studeren en hun studiewens is
reëel, zij alle gelegenheid moeten krijgen om het taalniveau naar het vereiste niveau te
brengen (meestal is dit Cito 4/5)
De trajectbegeleider volgt dezelfde procedure als voor de cursisten die meedoen aan het
project "Samen Werken". De begeleiding op het eind van het traject is echter
intensiever omdat meestal de geijkte paden niet kunnen worden bewandeld.
Bijvoorbeeld een cursist die aan de academie Minerva te Groningen wil studeren. Deze
studie kan worden verricht met studiefinanciering. Uitgangspunt is echter dat het voorkeur
verdient om allochtonen indien mogelijk een voortraject aan te bieden om de kans op succes
zo groot mogelijk te doen zijn. Voor de kosten van het voortraject en de reiskosten moet
echter bijzondere bijstand worden verstrekt. De trajectbegeleider zet alle noodzakelijke
gegevens, dus ook de motivatie voor het volgen van het voortraject op schrift. De cursist
krijgt de brief mee en dient zelf de bijstandsaanvraag in.
Het komt echter ook regelmatig voor dat cursisten geen uitkering van sociale zaken
ontvangen omdat hun partner werkzaam is. Een voorbeeld hiervan is een cursiste die een
tolkenopleiding wil volgen. De kosten bedragen f. 4000,- per jaar gedurende vier jaar.
Aangezien de partner weinig inkomen heeft en betrokkene geen recht kan laten gelden op
een studiefinanciering schakelt de trajectbegeleider een fonds in voor de noodzakelijke
gelden.
Dit gaat altijd per brief waarin ook de financiële situatie van de cursiste en de
partner zeer duidelijk moet worden omschreven.
Henk Heegen, trajectbegeleider allochtonen
JAARCIJFERS 1998
Voor meer informatie:
Projectbureau RAP
Contactpersoon: de heer H. Heegen
Postbus 30001
7800 RA Emmen
tel. 0591 - 685121
fax 0591 - 685111