|
De praktijk
In deze rubriek is er ruimte voor publicaties van iedereen die zijn of haar ervaring in de uitvoering wil delen. InburgerNet biedt daarmee een platform voor de publicatie van producten of halfproducten, die de moeite waard kunnen zijn voor anderen. Aarzel niet en lever ons uw verslagen, formulieren, schema's en voorbeeldbrieven via het volgende adres: Opmerking formulier
Praktijkboek Inburgering en Maatschappelijke participatie
Begeleiding inburgeraars door studenten in Rotterdam
Den Haag, oudkomers
Drie nieuwkomers over hun ervaringen in Rotterdam
Milieuvriendelijk inburgeren in Gouda
Inburgeren in de regio Dordrecht
Deltaplan inburgering: Rotterdam wil af van vrijblijvende inburgering
Zorg en vreugde bij de roc's
Project "Samen Werken" in Emmen
Praktijk uit Amsterdam
en uit de Friese Wouden
Video inburgeren in Nederland
VluchtelingenWerk en Maatschappelijke Begeleiding
|
Zorg en vreugde bij de roc's
Prioriteit: inburgering
Uit: Nieuw Rotterdams Tij, mei 2003
Het nieuwe college van de gemeente Rotterdam plaatste inburgering
bovenaan de agenda. Dat leidde tot het in december 2002 gepresenteerde
Deltaplan Inburgering. De inzet van de gemeente is niet gering: de
komende jaren wordt 133 miljoen euro besteed aan inburgering. Marion
Klapwijk van ROC Albeda en Peti Baudoin van ROC Zadkine zijn
verantwoordelijk voor een groot deel van de inburgeringstrajecten in
Rotterdam. Zij vertellen wat het Deltaplan voor hun instellingen
betekent.
De ROC's (regionale opleidingscentra) nemen vanaf 2003 samen
jaarlijks rond de vierduizend inburgeringstrajecten voor hun rekening.
Vorig jaar waren dat er nog 2.500. Welke veranderingen heeft het
Deltaplan voor de ROC's meegebracht? Marion Klapwijk, onderwijsmanager
bij ROC Albeda, noemt als eerste punt het gezamenlijke loket voor de
intake van nieuwkomers bij de SoZaWe-afdeling Inburgering. Een zeer
positieve ontwikkeling, vindt Klapwijk. 'Landelijk loopt het aantal
deelnemers aan inburgering terug, maar bij ons stijgt het loodrecht.
Voorheen kregen we 35 nieuwkomers per week. Sinds de opening van het
gezamenlijke loket is dat zestig tot tachtig per week. Dat is heel
mooi.'
Taaleis
Peti Baudoin, directeur opleidingscentrum Zuid van ROC Zadkine, is net
als Klapwijk positief over de maatschappelijke stage die alle
inburgeraars moeten gaan volgen. Ze maakt zich zorgen over de eis in
het Deltaplan dat de taalbeheersing van veertig procent van de
nieuwkomers met minimaal twee niveaus moet stijgen. Baudoin: 'Voor
Zadkine is dat heel moeilijk omdat wij de laagopgeleide nieuwkomers in
huis hebben.' Voor Albeda is de taaleis geen probleem omdat deze ROC
vooral de hoger opgeleiden bedient, aldus Klapwijk. 'Ik word er niet
zenuwachtig van, maar stel dat je een analfabeet in huis hebt die
eerst moet leren lezen en schrijven. Die haalt niveau twee niet binnen
de door het Deltaplan gestelde tijd, nooit.' Op haar beurt maakt
Klapwijk zich er druk over dat de ROC's vijftien procent minder geld
krijgen als het niet lukt om 75 procent van de cursisten voldoende
Nederlands te leren om goed te kunnen werken of studeren, én aan een
baan of (beroeps)opleiding te helpen. Klapwijk: 'Ik ben voor afrekenen
op rendement, we staan voor onze kwaliteit, maar dit is echt niet
haalbaar. Ten eerste is dit een kwetsbare doelgroep die bovendien
nogal eens uit de stad vertrekt en daarom stopt met het
inburgeringstraject. Ten tweede lukte het in de hoogconjunctuur van
2000 gemakkelijker om mensen aan het werk te krijgen dan nu. Je moet
heel goed kijken wat haalbaar is en dat regelmatig bijstellen.'
Baudoin: 'De eisen zijn voor ons aanleiding om nog beter te proberen
om de niveaus van de cursisten zoveel mogelijk te laten stijgen. We
zijn nog meer dan voorheen gericht op wat de cursisten nodig hebben
voor hun werk of opleiding na de inburgering. Daar lijkt het wethouder
Van der Tak uiteindelijk vooral om te gaan, en daar zijn we het
natuurlijk mee eens. We passen ons aanbod daarop aan.'
Kwalijke zaken
Voor Klapwijk ligt het grootste knelpunt bij de inperking van de
doelgroep 'oudkomers'. 'Vroeger mochten we iedereen binnenlaten die de
taal niet machtig was. Nu moet een oudkomer aan veel eisen voldoen:
ouder zijn dan achttien jaar, geboren in een arm land en werkloos. Dat
leidt tot heel kwalijke zaken. We hebben hier veel leerlingen die in
Nederland geboren zijn, naar Marokko of Turkije zijn verhuisd toen ze
twee of drie jaar waren, en op hun achttiende weer naar Nederland
komen in het kader van gezinshereniging. Dat zijn jonge potentiële
werknemers die de taal niet spreken maar die toch geen
inburgeringslessen kunnen volgen. 25 procent van de mensen die zich
bij ons meldt, staat door deze verdringingproblematiek eindeloos lang
op onze wachtlijst. We krijgen nog een kleine hoeveelheid geld om ze
via de volwasseneneducatie een inburgeringscursus te laten volgen,
maar dat geld wordt steeds minder en het oudkomersgeld wordt meer. Ik
vind dat een zeer zwaar probleem. Ik denk dat de Rotterdamse politiek
voor een groot deel van het vraagstuk de ogen dichtknijpt.'
Terug naar: Deltaplan inburgering:
Rotterdam wil af van vrijblijvende inburgering
|
|