Drie nieuwkomers over hun ervaringen in Rotterdam
Inburgeren is als ritsen op de snelweg’, zegt wethouder Sjaak van der Tak. Hij vindt dat nieuwkomers de taal en regels van het land moeten leren. Maar tegelijkertijd moet ‘de ontvangende samenleving’ de nieuwe Rotterdammers voldoende ruimte geven zodat ze hier hun plek kunnen veroveren. Mitra Idaly uit Iran, Camelia Dalm uit Roemenië en Amayou Abdeladim uit Marokko hebben vorig jaar de inburgeringscursus afgerond. In helder Nederlands vertellen ze over hun ervaringen met het integreren in Rotterdam.
Mitra Idaly (31) woont sinds begin 2003 in Lombardijen. Ze is getrouwd met haar jeugdliefde uit Iran, die hier vier jaar geleden politiek asiel kreeg. Twee maanden na haar aankomst startte de inburgeringscursus op het Albeda College. Al eerder was ze naar het plaatselijke buurthuis gegaan om te beginnen met Nederlandse les. ‘Ik wilde zo snel mogelijk de taal leren. Dan kan ik iets betekenen voor de maatschappij waarin ik leef. In Iran heb ik informatica gestudeerd. Ik wil een goede baan. Ik ben blij dat ik de kans krijg om snel te integreren. Daardoor voel ik me welkom. De meeste mensen zijn aardig en behulpzaam. Niet alleen de docenten van mijn opleiding en mijn begeleiders bij de afdeling Inburgering, maar ook in de winkels en op straat.’
De Iraanse volgt een hbo-opleiding accountancy aan de Erasmus. Een van haar klasgenoten is Camelia Dalm (30) die met haar Nederlandse man in Hoogvliet woont. ‘Ik kwam op vijf december 2002. Ik was onzeker. Het is vreemd om de taal van een land niet te spreken. Maar nu zeg ik: mijn komst was een Sinterklaascadeautje.’ Camelia is vol lof over de docenten van de inburgeringcursus. Zij leerden haar de taal en lieten haar kennis maken met Nederlandse gebruiken. Ze voelt zich gesteund door haar omgeving. ‘Ik ben gaan volleyballen om meer contacten te krijgen. Binnen die club ben ik me thuis gaan voelen. Iedereen waardeert het als je snel de taal leert.’
Amayou Abdeladim (34) uit Marokko, medecursist van Idaly en Dalm, ervaart dat ook. Hij is van mening dat taalkennis en opleiding de sleutel vormen tot integratie. ‘Ik denk dat mijn ervaringen met Nederlanders positief zijn omdat ik mijn best doe de taal te spreken. Autochtone Nederlanders accepteren het niet meer als nieuwkomers niet willen integreren. De spanningen waarover je vandaag de dag hoort, ontstaan door allochtonen die niet naar school gaan en rondhangen op straat. Ik begrijp dat Nederlanders daar niet blij mee zijn. Ook allochtonen die hier alleen maar werken, zonder verder contact te maken met de Nederlandse maatschappij worden niet gewaardeerd. Als je hier bent, moet je respect opbrengen voor de cultuur. Dat betekent niet dat je je eigen cultuur hoeft op te geven.’
De drie nieuwkomers zijn zeer gemotiveerd om aansluiting te vinden. Dalm: ‘Er zijn natuurlijk politieke asielzoekers die trauma’s hebben waardoor het moeilijker voor ze is. Maar in principe vind ik dat iedereen die hier wil leven zich ook positief moet inzetten en aanpassen. Ik heb ervaren dat je ook echt welkom bent als je je zo opstelt: wie goed doet, goed ontmoet.’
Idaly: ‘Ik heb me erover verbaasd dat ik na een maand in Nederland beter de taal sprak dan sommige allochtone vrouwen die hier al twintig jaar wonen. Ik denk dat zij al tevreden zijn als ze zich in de supermarkt kunnen redden. Ik geloof dat sommige mensen niet echt willen integreren. Ze houden vooral vast aan de contacten binnen hun eigen traditionele cultuur. Dat is toch jammer voor de stad.’
De manier waarop deze allochtone studenten zich al weten uit te drukken is indrukwekkend. De rollende “R” waarmee Camelia Dalm “hartstikke leuk” uitspreekt, verraadt zelfs al iets van een Rotterdams accent.
Natuurlijk betekenen hun positieve verhalen niet dat hun integratieproces tot nu toe alleen maar makkelijk is. Dalm: ‘Het is soms ook zwaar. In Roemenië had ik al een goede baan als sales manager, hier moet ik weer bij nul beginnen. En vergeet niet hoe het is om je hele familie achter te laten. Maar ik heb er zelf voor gekozen om hier te leven. Daarom zet ik ook door als het moeilijk gaat.’
Bron: Nieuw Rotterdams Tij