is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE

De praktijk

In deze rubriek is er ruimte voor publicaties van iedereen die zijn of haar ervaring in de uitvoering wil delen. InburgerNet biedt daarmee een platform voor de publicatie van producten of halfproducten, die de moeite waard kunnen zijn voor anderen. Aarzel niet en lever ons uw verslagen, formulieren, schema's en voorbeeldbrieven via het volgende adres: Opmerking formulier

De praktijk

‘Ook de taal vraagt onderhoud’

taalonderhoud door leren en participeren
Een discussienotitie, gericht op een taal- en participatie offensief in de wijken
Schilderswijk West, Transvaal en Bouwlust

7 maart 2005

1. Voorwoord

Aanvullend op het door de Raad aangenomen initiatiefvoorstel ‘ Zo wij iets zijn, zijn wij Hagenaars’ *werd op initiatief van de vrouwelijke raadsleden, dan wel vrouwelijke vertegenwoordigers uit de fracties van VVD, PvdA, CDA, GroenLinks, D66, SP, Stadspartij en ChristenUnie/SGP in de afgelopen twee weken uitgebreid gesproken over het belang om taalonderwijs veel nadrukkelijker te koppelen aan participatie. Door te leren en gelijktijdig te doen wordt het mogelijk om sneller te integreren en te emanciperen in onze Haagse samenleving.

In deze notitie werken wij deze gedachte verder uit, waarbij het College van B&W wordt verzocht de notitie te bespreken met relevante organisaties. Afhankelijk van de uitkomst daarvan wordt het college verzocht om binnen drie maanden met een plan van aanpak te komen voor de uitwerking van een taal- en participatie-experiment in drie Haagse wijken, te weten Schilderswijk West, Transvaal en Bouwlust.

Hiermee houden we de traditie in ere dat de vrouwelijke raadsleden ieder jaar rond de Internationale Vrouwendag van 8 maart met een concreet voorstel komen. Net zoals met ‘Dress for succes’ hopen wij dat ook dat de uitwerking van deze notitie op een succesvolle wijze in de praktijk wordt gebracht.

* Uitgebracht door de fracties van VVD, PvdA, CDA, GroenLinks, SP en ChristenUnie/SGP

2. Aanleiding

Op woensdag 19 januari 2005 was er in buurthuis ‘de Loods’ door medewerkers van het Mondriaan College een terugkombijeenkomst georganiseerd voor vrouwen die een cursus Nederlandse les, in het kader van de inburgeringstrajecten, hadden gevolgd. De meeste van deze vrouwen hadden 600 uur les gehad zoals dat geldt voor nieuwkomers. Een aantal viel onder het zogenaamde ‘oudkomerstraject’ en kregen daarom 500 uur les aangeboden.

De opkomst op de 19e januari was erg groot. Alle oud-cursisten hadden een uitnodiging thuis gekregen voor deze ochtend en waren massaal gekomen. Er zaten zo'n kleine honderd vrouwen, die zich na een korte inleiding verdeelden over groepen van circa 10 personen per tafel, verdeeld over het gebouw.

De opzet van het geheel was te vernemen hoe het nu met die vrouwen en natuurlijk met hun Nederlands ging. De aanwezige raadsleden verspreidden zich over de diverse tafels om eens te horen wat er zoal speelt.

Het merendeel van de cursisten had in augustus 2004 de cursus afgerond, dus was dit een mooi moment om te zien wat er in de praktijk daarna gebeurt. Daar schrokken wij toch wel van. Zodra de druk en de stimulans van de cursus was afgelopen, leek met dezelfde snelheid bij een groot deel van deze vrouwen de motivatie om Nederlands te spreken voorbij te zijn.

Dit met het gevolg dat veel van deze vrouwen weer terugvielen op hun moedertaal. Hun kinderen spreken op school - uiteraard - Nederlands, maar thuis viel men terug op het Turks of Marokkaans. Als argument werd door de vrouwen aangevoerd dat daardoor de kennis van die taal voor de kinderen op peil bleef (om met opa en oma te kunnen praten op vakantie) en het tweede argument was dat hun kinderen vonden dat ze zodanig slecht Nederlands spraken, dat ze gemakkelijker met hun moeder in het Turks of Marokkaans kunnen communiceren.

Dit alles aangevuld met Turkse en Marokkaanse televisiezenders (die vrijwel permanent aanstaan) en een vrijwel geheel allochtone leefomgeving, betekent dit dat het basis-laagje Nederlandse taal in snel tempo verdwijnt. Hierbij is zeker de rol van de echtgenoot niet uit te vlakken. Ook voor hen is immers een stimulerende rol weggelegd in het leren en gebruiken van de Nederlandse taal door hun partner (in een aantal gevallen is het de man die verbiedt dat de vrouw thuis Nederlands spreekt).

Het probleem is dus goed zichtbaar. Verder kun je afvragen of de manier van lesgeven zoals dat nu gebeurt nog wel van deze tijd is. Het is een klassikale benadering, waarbij de klacht van de cursisten nog wel eens klonk dat het vrij statisch is. Ook zou er meer gedifferentieerd aanbod moeten zijn, omdat niet alle cursisten dezelfde achtergrond hebben.

Iemand met alleen lagere school zal waarschijnlijk met moeite het Nederlands onder de knie krijgen en iemand met een afgeronde middelbare schoolopleiding vlotter.

Daarnaast is ons ook gebleken dat een mengeling van culturen binnen een groep een enorme stimulans is en betere resultaten geeft. Zo bleken de oudere Surinaamse vrouwen een impuls aan het spreken van de Nederlandse taal in de groep te geven. Zij willen zich weer met name bekwamen in het goed schrijven van deze taal, iets waar zij eerder niet aan toe kwamen.

Uiteraard worden er door de instellingen kwaliteitsonderzoeken gedaan, met goede resultaten. Echter, voor de cursisten is er geen referentiekader en je kunt je afvragen of de vrouwen die deze lessen volgen überhaupt wel tegen de instelling durven te zeggen dat ze de cursus niet goed vonden. Alles bij elkaar genomen blijkt dat het aanbod van Nederlandse les, zoals dat nu geboden wordt, niet voldoet. Dit kan zowel te maken hebben met de manier van lesgeven als met het gemis aan een vervolgtraject. Wij bevelen aan dat hier door de verantwoordelijken goed naar gekeken wordt.

Dus op een speelsere en meer praktijkgerichte manier gaan lesgeven en vervolgcursussen aanbieden waar de deelnemers op praktische wijze de Nederlandse taal blijven oefenen. Want de enige manier om een taal goed onder de knie te krijgen, is spreken, spreken en nog eens spreken!

Bijvoorbeeld in het buurthuis of met de Nederlandstalige buurtgenoten.

3. Onderzoek naar goede voorbeelden:

3.1 Taallessen van het Mondriaan op de Vliegerschool

De Vliegerschool heeft een lespunt van het Mondriaan in huis waar cursussen oudereducatie en NT2 worden gegeven. De groep NT2 is bedoeld als doorstroommogelijkheid voor die moeders die na de oudereducatie het Nederlands nog niet voldoende beheersen. Vrouwen kunnen in de groep worden opgenomen wanneer er geen grote niveauverschillen ontstaan. Deze groep is dus niet geschikt voor analfabeten. Oudereducatie wordt 2 keer per week gegeven, NT2 3 keer per week.

De school heeft bij het Mondriaan college gevraagd om NT2 lessen, om de moeders van kinderen die geen of slecht Nederlands spreken de mogelijkheid te geven taallessen te volgen op de school van hun kinderen. De vrouwen worden door de school geselecteerd wanneer zij hun kinderen komen inschrijven. Wanneer blijkt dat zij de taal slecht beheersen, worden zij gestimuleerd om zich bij het Mondriaan aan te melden voor de lessen.

De lessen vinden plaats onder de schooltijd van de kinderen en staan alleen open voor vrouwen, hiervan vinden wij dat dit ook gemengd zou moeten kunnen. Uiteraard moet worden voldaan aan de criteria die de gemeente stelt aan het Mondriaan en andere aanbieders ten behoeve van het geven van NT2 lessen.

De Vliegerschool gebruikt het systeem van ambassadrices voor de school. Dit zijn moeders die op school vrijwilligerswerk verrichten en als voorbeeld voor andere moeders gelden, die daardoor ook gestimuleerd worden op school taken te verrichten. De taalvaardigheid van de moeders wordt door deze activiteiten vergroot.

3.2 Taalbom (van het MCI)

Taalbom is een cursus gericht op allochtone vrouwen, die het leren van Nederlandse taal combineert met bewegen op muziek. Het is een vorm van actief leren. De woorden die de deelnemers leren zijn geselecteerd op hun directe bruikbaarheid in het dagelijkse leven. De herhaling en de fysieke inspanning zorgen ervoor dat de woorden er letterlijk ingestampt worden. Bijkomend voordeel is de gezonde lichaamsbeweging. In het theoretische gedeelte worden een aantal Nederlandse begrippen behandeld, het praktische gedeelte bestaat uit bewegen op muziek. Bij de cursus ontvangen de cursisten een CD, waarmee ze ook thuis kunnen “taalbommen”

3.3 Sportieve winst

Wij raadsvrouwen beschouwen sport en lichamelijke beweging als perfecte middelen om mensen ook geestelijk in beweging te krijgen. Op sportieve wijze kan men integratie en emancipatie op gang brengen en houden.

Dat vinden overigens niet alleen de raadsvrouwen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport formuleert deze gedachte als volgt: “Uit de kabinetsnota Sport, bewegen en gezondheid blijkt dat de overheid sport belangrijk vindt voor de samenleving. Sport biedt naast gezondheid veel mogelijkheden op het gebied van integratie, overdracht van normen en waarden, werkgelegenheid en tolerantie”. Om (als samenleving en stad) te kunnen winnen, is meedoen van allerlei groepen Hagenaars van belang. Feit is dat vooral onder vrouwen van niet-Nederlandse afkomst het meedoen aan sportieve en bewegingsactiviteiten sterk achterblijft.

Dit wil niet zeggen dat er totaal geen belangstelling voor dergelijke activiteiten zou bestaan. Een laagdrempelige actie als fietsen via het buurthuis Parada in de Stationsbuurt trekt tientallen vrouwen van allerlei afkomst. De lessen worden in het Nederlands gegeven en deze halen vrouwen effectief uit een isolement.

Goed werk wordt in de sfeer van laagdrempeligheid eveneens verricht door de Richard Krajicek Foundation, die diverse sportveldjes in Den Haag beheert en begeleiding geeft. Hier komen ook meisjes op af en dat is van belang voor de toekomstige houding tegenover sport en bewegen.

Ook de zwemlessen vanuit de Vader- en Moedercentra in de Houtzagerij kunnen rekenen op toenemende belangstelling. De wachtlijsten zijn enorm. Iets waar dringend wat aan gedaan moet worden. Door voor de vrouwen in het door ons beoogde experiment het recreatiebad van het Wassenaarse Sterrenbad in te zetten, snijdt het mes aan twee kanten. Een zwembad dat door bezuinigingen op doordeweekse dagen gesloten blijft, en daardoor te huur is. En daarnaast een gemotiveerde staf die wil meewerken aan combinaties van taalvaardigheid en zwemmen. De HTM zou benaderd kunnen worden voor groepsvervoer.

Het voorstel is om:
De club van Haagse (oud-)internationals, de Haagse Sportadviesraad en de Haagse en regionale sportclubs en accommodaties te betrekken bij plannen om emancipatie/integratie van in het bijzonder allochtone vrouwen en meisjes te bevorderen.

Te bezien of het fietsenproject van Parada kan worden uitgebreid naar meerdere wijken, te bezien of in het cursusaanbod van vrouwen- en wijkcentra meer sportieve activiteiten kunnen worden opgenomen en na te gaan of er meer laagdrempelige sportveldjes a la Richard Krajicek Foundation en Johan Cruijff foundation kunnen komen, na te gaan of arrangementen met andere – ook regionale – zwembaden kunnen worden gemaakt om meer zwemlessen, in combinatie met taal, mogelijk te maken, na te gaan of vrouwelijke Haagse (oud-)internationals stimulerende bezoeken kunnen brengen aan scholen, wijk- en dienstencentra en daar workshops kunnen organiseren, na te gaan of sportclubs in bepaalde wijken medewerking kunnen verlenen aan sportdagen op scholen e.d.

“Sportpassen” te introduceren waarmee kennis kan worden gemaakt met diverse sporten, bijvoorbeeld door vijf lessen aan te bieden tegen een aantrekkelijk tarief.

3.4. Combinatie van taalaanbod en participatietrajecten

De hierboven geschetste voorbeelden tonen aan dat er een goede combinatie te maken is van taal- sport en participatieprojecten, met als doel een betere beheersing van de Nederlandse taal en een actievere participatie aan de Haagse (en Nederlandse) samenleving.

4. Probleemanalyse (belemmeringen)

Factoren die mede bepalen dat de Nederlandse taal snel wegzakt na de 500 uur (oudkomers) of 600 uur (nieuwkomers) 'Inburgering' zijn:

  • de 500 uur voor oud-komers, of 600 uur voor nieuwkomers is onvoldoende om tot een redelijk niveau van taalbeheersing te komen
  • er is geen breed Haags circuit voor taalstages ('afzetmarkt')
  • er is in het algemeen een gemis aan vervolg aanbod na de inburgering
  • de beste resultaten die geboekt worden met vervolgtrajecten, komen niet voor in de VPS (het dienstenboek van op basis waarvan de DWO's hun aanbod bepalen)
  • mensen vallen - na de verplichte inburgering - terug in een passieve houding
  • de man wil vaak niet dat er thuis Nederlands wordt gesproken
  • het gemis aan een integrale benadering, het mede betrekken van de omgeving van de cursist, maakt de investering te tijdelijk en vluchtig
  • het grote verschil in basis-niveau van de deelnemers, maakt dat ook het eind niveau van de deelnemers sterk verschilt
  • gemis aan 'taalonderhoud', de helft van de Haagse vrouwen van niet-Nederlandse afkomst heeft nooit contact met vrouwen van Nederlandse origine
  • de oudereducatie op basisscholen bevat te weinig leerstof Nederlands voor de taalbeoefening van de moeders en heeft een te laag niveau
  • probleem-echo; het niet beheersen van de Nederlandse taal kan leiden tot een sociaal isolement van vrouwen (aan huis gebonden/zorg voor de kinderen)
  • de taalachterstand die kinderen oplopen, tussen hun geboorte en het jaar dat ze naar de basisschool gaan, wanneer er thuis geen Nederlands gesproken wordt, lopen zij nooit meer in
  • het behoud van de eigen cultuur is positief, maar als je in Nederland woont, moet je je in het Nederlands kunnen uiten, in het belang van de vrouwen zelf en hun gezin
  • de monocultuur in sommige straten en wijken, waardoor er overwegend alleen Turks of Marokkaanse wordt gesproken (mono-linguïstisch).

5. Oplossingsrichtingen

De initiatiefnemers van dit voorstel hebben op het oog vooral de groep laag opgeleide Haagse vrouwen van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, Afrikaanse en Nederlandse afkomst.

Het gaat om de vrouwen die ook behoren tot de doelgroepen van het Rijksbeleid.

5.1 Taal- en participatieaanbod op wijkniveau

Dit aanbod is gericht op het schrijven, spreken en gebruiken van en participeren in de Nederlandse taal. De trajecten die hier per cursiste op volgen duren maximaal twee jaar, afhankelijk van het instapniveau van de cursist. Het aanbod is module-gewijs opgebouwd en via een leerlingvolgsysteem worden de vorderingen in goede monitorgegevens vastgelegd. Afhankelijk van de ontwikkeling kan worden aangesloten op werktrajecten, al dan niet voorbereid via gerichte taalstages.

5.2 Coördinatie en bestuurlijke verantwoordelijkheid

  • Een projectleider vanuit de dienst OCW wordt belast met de centrale aansturing en de coördinatie van dit experiment. Voor de uitvoering schakelt deze de ‘voorposten’ in op stadsdeelniveau. Jaarlijks worden er prestatieafspraken met relevante instellingen gemaakt voor de taal- participatie- en begeleidingstrajecten. Deze zijn vraaggericht. Voorts worden prestatieafspraken gemaakt over het bijbehorende leerlingvolg- en monitoringsysteem waarbij zowel de taal als de participatie worden bijgehouden. Ook wordt voorzien in een wijkloket waar de cursisten voor informatie en voor voortgangsgesprekken terecht kunnen. Op basis van de monitoringgegevens worden de prestatieafspraken tussentijds bijgesteld
  • De Verordening Productsubsidieerring (VPS) wordt waar nodig aangepast
  • De bestuurlijke verantwoordelijkheid ligt bij het collegelid belast met emancipatie, dan wel integratie
  • Verantwoording wordt afgelegd in de raadscommissie WDLY en in de raad.

5.3 Werving op wijkniveau

De werving gebeurt vanuit de dienst OCW, in samenwerking met de dienst SZW.

In de praktijk zal blijken dat basisscholen, buurthuizen, gezondheidscentra en bibliotheken daar een belangrijke rol in kunnen spelen.

5.4 Afspraken met de cursiste

Er wordt een werkwijze gevolgd waarin er met de cursiste afspraken worden gemaakt over het leer- en participatietraject. Deze afspraken worden vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelingsboekje. In dit boekje wordt op een praktische manier aandacht besteed aan het belang van het veelvuldig spreken en gebruiken van de Nederlandse taal. Aan de hand van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem wordt het boekje op resultaten bijgehouden. Ook kan de cursiste haar persoonlijke ervaringen in het boekje kwijt. Een keer per kwartaal is er een gesprek met de cursiste over de voortgang en de gewenste begeleiding.

  • Desgewenst wordt er voor deze begeleiding een ‘coach’ ingezet.
  • Op initiatief van de cursiste worden er afspraken gemaakt over het betrekken van de echtgenoot bij het taal- en participatietraject. Daarbij kan goed worden aangesloten op de bestaande programma’s voor oudereducatie.

5.5 Betrokkenheid van de kant van de echtgenoot/partner

Het is ontzettend belangrijk dat de partner meedoet en mee kan doen. Daar waar dit gewenst is, wordt in het Vadercentrum Laak of Escamp een aanbod voor de partner geboden, gericht op taal, oudereducatie en participatie. Deze centra worden daarvoor in de gelegenheid gesteld hun programma daarom verder uit te breiden.

  • Ook verzoeken wij het college om in goed overleg met de betrokken organisaties te bezien op welke wijze de partners verder gestimuleerd kunnen worden de Nederlandse taal binnen- en buitenshuis te gebruiken en hun echtgenotes/partners daarin te stimuleren.

5.6 Stimuleren en motiveren in taalvaardigheid

Het traject wordt zo opgebouwd dat er afwisseling is tussen het leren en het doen. Door ook maandelijks een taalvaardigheidsmoment met externe personen in te bouwen moet het leuk worden om de Nederlandse taal écht te gebruiken en meer over Nederland te leren. Boeiend wordt het om hiervoor een beroep te doen op personen buiten de directe woonomgeving van de vrouwen. Waarom geen afspraak met de ministeries of het bedrijfsleven om maandelijks een aantal vrouwen naar deze gesprekken af te vaardigen en over en weer (dus ook op die andere werkplek) tot uitwisseling te komen.

5.7 Hoogtepunten

Het doel is en blijft om de Nederlandse taalbeheersing van vrouwen op een hoger niveau te brengen. Dit is de sleutel tot kennis van Den Haag en Nederland en het slecht de barrières tot maatschappelijke participatie. Officiële momenten zoals de uitreiking van een certificaat door de burgemeester, de wethouder of een raadslid dragen bij aan de motivatie van de cursisten.

6.Vervolg

Zoals in het voorwoord aangegeven verzoeken wij het college om deze notitie in discussie te brengen en afhankelijk daarvan binnen drie maanden met een voorstel voor een experiment in de genoemde wijken te komen.

Tineke van Nimwegen, PvdA
Ageeth van den Heuvel, VVD
Jeanette Doll-Gras, CDA
Marjolein de Jong, D66
Ingrid Gyömörei, SP

Bijlage: huidige beleid en sanctie mogelijkheden

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.