|
Service
Wet
inburgering nieuwkomers
Op deze pagina vindt
u een overzicht van relevante wetten, regelingen en circulaires.
De tekst van de Wet inburgering nieuwkomers kunt u nu via InburgerNet
opvragen. Van de overige wetten wordt vermeld van welk ministerie de
regelgeving afkomstig is. Mogelijk zijn ook deze wetten in de toekomst
via InburgerNet opvraagbaar.
Terug naar:
Service
Wet en
regelgeving |
Wet
inburgering nieuwkomers
Hoofdstuk 2
Het inburgeringsonderzoek
Artikel 2
1. Iedere nieuwkomer meldt zich op een door het college van
burgemeester en wethouders te bepalen wijze bij een door dit college
aangewezen instantie voor het houden van een inburgeringsonderzoek.
Hij meldt zich met een door hem ingevuld aanmeldingsformulier. Indien
het een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a,
onder 1?, betreft, wordt hem dit formulier overhandigd tegelijk met de
beschikking, bedoeld in artikel 15d van de Vreemdelingenwet. Indien
het een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a,
onder 2?, betreft, wordt hem dit formulier overhandigd op het moment
dat hij aangifte van verblijf en adres als bedoeld in artikel 65 van
de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens doet. Onze
Minister van Binnenlandse Zaken stelt voor het formulier een model
vast.
- 2. De nieuwkomer die vreemdeling
is, voldoet aan de in het eerste lid bedoelde verplichting:
indien hij in een opvangcentrum verblijft, binnen zes weken nadat
hij na vertrek uit het centrum voor de eerste keer aangifte van
verblijf en adres als bedoeld in artikel 65 van de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens heeft gedaan, en
- in de overige gevallen, binnen zes
weken nadat hem de vergunning tot verblijf is uitgereikt.
3. De nieuwkomer die Nederlander is,
voldoet aan de in het eerste lid bedoelde verplichting binnen zes
weken nadat hij aangifte van verblijf en adres als bedoeld in artikel
65 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens heeft
gedaan.
4. Onder een opvangcentrum als
bedoeld in het tweede lid wordt verstaan: een door het Rijk
beschikbaar gestelde accommodatie die uitsluitend bestemd is voor het
bieden van tijdelijke opvang aan vreemdelingen.
Artikel 3
1. Het college van burgemeester en wethouders ontheft de nieuwkomer
van de in artikel 2 bedoeld verplichting, indien deze:
- op lichamelijke of psychische
gronden niet in staat is aan enige krachtens deze wet voor hem
geldende verplichting te voldoen,
- behoort tot de nieuwkomers,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2?, en hier
voor een tijdelijk doel verblijft of aan bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken vast te stellen opleidingseisen voldoet, of
- op andere dan onder a en b
bedoelde, gewichtige gronden niet in staat is aan een zodanige
verplichting te voldoen.
2. De nieuwkomer dient een aanvraag
tot een ontheffing als bedoeld in het eerste lid in binnen dezelfde
termijn als waarbinnen aan de in artikel 2 bedoelde verplichting zou
moeten zijn voldaan.
3. Het college van burgemeester en
wethouders vermeldt in zijn besluit tot ontheffing de duur van de
ontheffing. De duur van de ontheffing bedraagt ten hoogste een jaar.
De ontheffing wordt voor onbepaalde tijd verleend, indien:
- uit bij de aanvraag verschafte
gegevens en bescheiden blijkt dat de nieuwkomer nooit in staat zal
zijn aan enige krachtens deze wet voor hem geldende verplichting te
voldoen, of
- betrokkene een nieuwkomer als
bedoeld in het eerste lid, onder b, is.
4. Het college van burgemeester en
wethouders kan de duur van de ontheffing verlengen. Op het besluit tot
verlenging is het derde lid van overeenkomstige toepassing.
5. Zolang niet op de aanvraag tot
ontheffing of tot verlenging van de duur daarvan is beslist, is de in
artikel 2 bedoelde verplichting opgeschort.
6. Onder verblijf voor een tijdelijk
doel als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt het verblijf
verstaan van de Nederlander die behoort tot een bij regeling van Onze
Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen categorie van
Nederlanders. De aan te wijzen categorie komt zoveel mogelijk overeen
met een categorie van vreemdelingen als bedoeld in artikel 1, tweede
lid.
Artikel 4
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat
het inburgeringsonderzoek zo spoedig mogelijk wordt gehouden nadat de
betrokken nieuwkomer zich heeft gemeld. Het college draagt er tevens
zorg voor dat bij het onderzoek een instelling en, voor zover de
nieuwkomer op grond van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 het recht
toekomt zich te laten registreren als werkzoekende, de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden betrokken.
2. Het inburgeringsonderzoek is een
onderzoek naar de mate waarin de nieuwkomer in Nederland in een
maatschappelijke achterstandssituatie kan geraken. Het onderzoek heeft
in ieder geval betrekking op de mate waarin de nieuwkomer actief en
passief de Nederlandse taal beheerst en kennis van de Nederlandse
samenleving en de Nederlandse arbeidsmarkt heeft, alsmede op de mate
waarin hij naar verwachting door het volgen van een voor hem vast te
stellen inburgeringsprogramma kennis, inzicht en vaardigheden kan
verwerven met het oog op verdere scholing of toegang tot de
arbeidsmarkt.
3. Het inburgeringsonderzoek bestaat
uit:
- een beoordeling van het ingevulde
aanmeldingsformulier,
- tenzij uit de op het formulier
ingevulde gegevens blijkt dat de nieuwkomer niet voor een
inburgeringsprogramma in aanmerking komt, een begingesprek met de
nieuwkomer waarin het doel van een inburgeringsprogramma en de
verdere procedure uiteen worden gezet en de nieuwkomer, zo nodig, om
een toelichting op deze gegevens wordt gevraagd,
- tenzij uit het begingesprek blijkt
dat de nieuwkomer niet voor een inburgeringsprogramma in aanmerking
komt, een test van de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de
nieuwkomer ten behoeve van de vaststelling van de inhoud van het
inburgeringsprogramma en
- tenzij uit de resultaten van de
test blijkt dat de nieuwkomer niet voor een inburgeringsprogramma in
aanmerking komt, een eindgesprek met de nieuwkomer waarin met hem
het vast te stellen inburgeringsprogramma, het met het programma te
bereiken einddoel en zijn rechten en verplichtingen worden
besproken.
4. De nieuwkomer verleent zijn
medewerking aan het inburgeringsonderzoek. Het college van
burgemeester en wethouders maakt aan de nieuwkomer tijdig bekend
waaruit de te verlenen medewerking bestaat.
5. Bij algemene maatregel van bestuur
worden nadere regels gesteld over de criteria aan de hand waarvan het
inburgeringsonderzoek wordt gehouden.
Hoofdstuk 3
Het inburgeringsprogramma

Wet inburgering nieuwkomers, startpagina
 |
|