Klik hier(naar welkomst pagina van InburgerNet)
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Service  

Wet inburgering nieuwkomers

Op deze pagina vindt
u een overzicht van relevante wetten, regelingen en circulaires.
De tekst van de Wet inburgering nieuwkomers kunt u nu via InburgerNet opvragen. Van de overige wetten wordt vermeld van welk ministerie de regelgeving afkomstig is. Mogelijk zijn ook deze wetten in de toekomst via InburgerNet opvraagbaar.

Terug naar:
Service

Wet en regelgeving

Wet inburgering nieuwkomers

Hoofdstuk 3
Het inburgeringsprogramma

* 1 Vaststelling van het inburgeringsprogramma

Artikel 5

  1. Zo spoedig mogelijk nadat het inburgeringsonderzoek is gehouden, stelt het college van burgemeester en wethouders op grond van de resultaten van het onderzoek voor de betrokken nieuwkomer een inburgeringsprogram- ma vast. Het inburgeringsprogramma is gericht op vergroting van de sociale redzaamheid van de nieuwkomer en van diens mogelijkheden om zich verder te scholen of toe te treden tot de arbeidsmarkt.
  2. Het college van burgemeester en wethouders besluit het vaststellen van een inburgeringsprogramma achterwege te laten, indien tijdens het inburgeringsonderzoek aannemelijk is geworden dat de nieuwkomer de kennis, het inzicht en de vaardigheden die hij door het deelnemen aan een inburgeringsprogramma zou kunnen verwerven, reeds in voldoende mate op andere wijze heeft verworven dan wel binnen een redelijke termijn in voldoende mate op andere wijze zal verwerven.
  3. Het college van burgemeester en wethouders kan aan een besluit als bedoeld in het tweede lid de voorwaarde verbinden dat de betrokken nieuwkomer op een door het college te bepalen datum een toets aflegt en daarbij het in artikel 11, eerste lid, onder b, bedoelde niveau behaalt. Het college draagt er zorg voor dat de toets wordt afgenomen door een instelling. In het geval dat aan de in de eerste volzin genoemde voorwaarde niet wordt voldaan, stelt het college zo spoedig mogelijk na de datum waarop de resultaten van de toets bekend zijn gemaakt, voor de betrokken nieuwkomer alsnog een inburgeringsprogramma vast. In dat geval wordt de termijn, bedoeld in artikel 8.1.3, achtste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs verlengd met de tijd die is verlopen tussen de datum waarop het in de eerste volzin bedoelde besluit is genomen, en de datum waarop het inburgeringsprogramma is vastgesteld.
  4. Onverminderd het derde lid kan de in het tweede lid bedoelde nieuwkomer bij het college van burgemeester en wethouders een aanvraag indienen tot het nemen van een besluit hem een toets te laten afleggen. Het college voldoet aan deze aanvraag, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Indien het college aan de aanvraag voldoet, draagt het er zorg voor dat de toets wordt afgenomen door een instelling.
  5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels over de uitvoering van het tweede lid worden gesteld.

Artikel 6

  1. 1. Een inburgeringsprogramma bestaat uit:
    a. een op het niveau, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b, gericht educatief programma van een door het college van burgemeester en wethouders met inachtneming van het tweede lid vast te stellen aantal uren dat de volgende onderdelen bevat:
    1. een op dat niveau gericht deel van een in artikel 7.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde opleiding Nederlands als tweede taal I of II,
    2. een in dat artikel van die wet bedoelde opleiding gericht op sociale redzaamheid,
    3. een in dat artikel van die wet bedoelde opleiding gericht op breed maatschappelijk functioneren en
    4. een toets,
  2. maatschappelijke begeleiding en
  3. doorgeleiding naar een instantie die zorgdraagt voor verdere scholing of voor toegang tot de arbeidsmarkt, voor zover de nieuwkomer daarvoor in aanmerking komt.

2. In het inburgeringsprogramma worden in ieder geval het resultaat, de intensiteit en de duur van de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1?, 2? en 3?, bedoelde onderdelen van het educatieve programma vastgesteld. Het aantal uren van het educatieve programma wordt vastgesteld op de grondslag van een gemiddelde omvang van deze programma's van 600 uren.
3. Indien tijdens het inburgeringsonderzoek aannemelijk is geworden dat de nieuwkomer de kennis, het inzicht en de vaardigheden die hij zou verwerven door het volgen van een van de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1?, 2? en 3?, bedoelde onderdelen van het educatieve programma of gedeelten daarvan, reeds in voldoende mate op andere wijze heeft verworven dan wel binnen een redelijke termijn in voldoende mate op andere wijze zal verwerven, neemt het college van burgemeester en wethouders dit onderdeel of gedeelte daarvan niet op in het voor de betrokken nieuwkomer vast te stellen inburgeringsprogramma.
4. Het college van burgemeester en wethouders kan het inburgeringsprogramma wijzigen, indien de evaluatiegesprekken, bedoeld in artikel 15, of andere, bijzondere redenen daartoe aanleiding geven.
5. Het college van burgemeester en wethouders vraagt een instelling om advies ten behoeve van het vaststellen of wijzigen van het inburgeringsprogramma, voor zover dit het educatieve programma betreft.

* 2. Aanbod van inburgeringsprogramma's

Artikel 7
Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat er voor de nieuwkomers voor wie een inburgeringsprogramma is vastgesteld, een zodanig aanbod van inburgeringsprogramma's is dat zij aan de krachtens deze wet voor hen geldende verplichtingen kunnen voldoen.

* 3. Het educatieve programma

Artikel 8
Binnen een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen termijn na de bekendmaking van het voor hem vastgestelde inburgeringsprogramma, laat de nieuwkomer zich voor het volgen van het educatieve programma inschrijven bij een instelling. Het college draagt er zorg voor dat deze termijn zo wordt gekozen dat het bevoegd gezag van de instelling kan voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 8.1.3, achtste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 9

  1. De deelnemer is aanwezig bij alle onderdelen van het voor hem vastgestelde educatieve programma.
  2. De deelnemer is van de in het eerste lid bedoelde verplichting vrijgesteld, zolang zich een van de in artikel 11, onder a tot en met e en g, van de Leerplichtwet 1969 genoemde omstandigheden voordoet, met dien verstande dat in dat artikel voor "jongere" moet worden gelezen: deelnemer.
  3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 12, 13, 13b en 14 van de Leerplichtwet 1969 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in de gevallen, bedoeld in de artikelen 13b en 14, eerste lid, van die wet, de kennisgeving, onderscheidenlijk het verzoek wordt gedaan door de deelnemer.

Artikel 10

  1. Het bevoegd gezag van de instelling waarbij de deelnemer zich heeft laten inschrijven, geeft de deelnemer binnen een jaar na de inschrijving de gelegenheid een toets af te leggen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de deelnemer de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 1?, 2? en 3?, bedoelde onderdelen van het voor hem vastgestelde educatieve programma tijdig binnen deze termijn heeft voltooid.
  2. Het bevoegd gezag van de instelling kan de deelnemer de gelegenheid geven een toets af te leggen, indien deze de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 1, 2 en 3, bedoelde onderdelen van het voor hem vastgestelde educatieve programma nog niet heeft voltooid, mits de deelnemer tegenover het bevoegd gezag aannemelijk heeft kunnen maken dan wel het bevoegd gezag op grond van eigen bevindingen verwacht dat de deelnemer bij de toets het in artikel 11, eerste lid, onder b, bedoelde niveau zal kunnen behalen. Indien dit niveau wordt behaald, vervalt voor de deelnemer de in artikel 9, eerste lid, bedoelde verplichting. Indien dit niveau niet wordt behaald, worden de desbetreffende onderdelen van het educatieve programma voortgezet totdat zij zijn voltooid, dan wel tot een eerder tijdstip, zodra opnieuw aan de in de eerste volzin bedoelde voorwaarde wordt voldaan.
  3. Indien de deelnemer daartoe de gelegenheid is gegeven, legt hij de toets af.

Artikel 11

  1. De resultaten van de toets worden gemeten naar twee verschillende niveaus, waarbij:
    a. het ene niveau tenminste aangeeft dat de deelnemer in de Nederlandse samenleving als ingeburgerd kan worden beschouwd op een wijze als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, en
    b. het andere niveau in voorkomende gevallen betekenis heeft voor de doorstroming naar vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.
  2. Bij regeling van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen worden nadere regels gesteld over de in het eerste lid bedoelde niveaus.

* 4. Overige bepalingen

Artikel 12

  1. De nieuwkomer verleent zijn medewerking aan de in artikel 6, eerste lid, onder b en c, bedoelde onderdelen van het voor hem vastgestelde inburgeringsprogramma.
  2. Ten behoeve van de uitvoering van het in artikel 6, eerste lid, onder c, bedoelde onderdeel van het inburgeringsprogramma draagt het college van burgemeester en wethouders er zorg voor dat een advies wordt opgesteld over doorstroming van de nieuwkomer naar vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt. Bij het opstellen van het advies worden de resultaten, vermeld in de verklaring, bedoeld in artikel 7.4.15 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie betrokken.

Artikel 13

  1. Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat het inburgeringsprogramma is voltooid binnen zes maanden nadat de betrokken nieuwkomer de toets heeft afgelegd.
  2. Nadat het inburgeringsprogramma is voltooid, draagt het college van burgemeester en wethouders er zorg voor dat aan de deelnemer een certificaat wordt uitgereikt waaruit diens deelname aan het programma blijkt. Indien uit de verklaring, bedoeld in artikel 7.4.15 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, blijkt dat de deelnemer heeft voldaan aan een van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde niveaus, wordt op het certificaat het behaalde niveau vermeld.
  3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt voor het certificaat een model vast.

Artikel 14

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld voor het geval dat de nieuwkomer tijdens zijn deelname aan het voor hem vastgestelde inburgeringsprogramma aangifte van verblijf en adres als bedoeld in artikel 65 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens doet bij het bestuur van een andere gemeente dan de gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders het inburgeringsprogramma heeft vastgesteld.

Hoofdstuk 4 Trajectbegeleiding
Wet inburgering nieuwkomers, startpagina

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.