|
Service
Wet
inburgering nieuwkomers
Op deze pagina vindt
u een overzicht van relevante wetten, regelingen en circulaires.
De tekst van de Wet inburgering nieuwkomers kunt u nu via InburgerNet
opvragen. Van de overige wetten wordt vermeld van welk ministerie de
regelgeving afkomstig is. Mogelijk zijn ook deze wetten in de toekomst
via InburgerNet opvraagbaar.
Terug naar:
Service
Wet en
regelgeving |
Wet
inburgering nieuwkomers
Hoofdstuk 6 Handhaving
Artikel 17
- Het toezicht op de naleving van de
artikelen 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 9, eerste lid, 10,
derde lid, en 12, eerste lid, is opgedragen aan het college van
burgemeester en wethouders, dat daartoe een of meer ambtenaren
aanwijst. Op dit toezicht zijn de artikelen 16, tweede, derde en
vierde lid, 17, 18, eerste en derde lid, en 21, tweede lid, van de
Leerplichtwet 1969 van overeenkomstige toepassing.
- Het college van burgemeester en
wethouders controleert of de nieuwkomers die als ingezetene in de
basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven, zich hebben
gehouden aan hun verplichting, bedoeld in artikel 2.
- Indien blijkt dat een nieuwkomer
zich niet aan de verplichting, bedoeld in artikel 2 of 9, eerste
lid, heeft gehouden, zonder dat een grond voor ontheffing dan wel
vrijstelling aanwezig is, zich niet aan de verplichting, bedoeld in
de artikelen 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 10, derde lid, of 12,
eerste lid, heeft gehouden of indien een kennisgeving als bedoeld in
artikel 21, tweede lid, van de Leerplichtwet 1969 is ontvangen,
stelt de ambtenaar een onderzoek in. Hij hoort de betrokken
nieuwkomer en tracht hem te bewegen zijn verplichtingen na te komen.
Indien blijkt dat de nieuwkomer weigert deze verplichtingen na te
komen, zendt de ambtenaar een verslag van zijn bevindingen aan het
college van burgemeester en wethouders.
Artikel 18
- Indien een nieuwkomer in strijd
met de artikelen 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 9, eerste lid,
10, derde lid, of 12, eerste lid, handelt, legt het college van
burgemeester en wethouders ter zake van de overtreding aan de
nieuwkomer bij beschikking een bestuurlijke boete op.
- De hoogte van de boete wordt
afgestemd op de ernst van het feit, de omstandigheden waarin de
nieuwkomer verkeert, en de mate van verwijtbaarheid.
- De beschikking vermeldt in ieder
geval:
a. de hoogte van de boete,
b. de termijn waarbinnen de boete moet worden betaald,
c. het feit ter zake waarvan de boete wordt opgelegd alsmede het
overtreden wettelijk voorschrift en
d. een aanduiding van de plaats waar en van het tijdstip waarop de
overtreding is begaan.
- Indien daarvoor dringende redenen
aanwezig zijn, kan het college van burgemeester en wethouders
besluiten van het opleggen van een boete af te zien.
- Het opleggen van een boete blijft
achterwege, indien voor dezelfde gedraging een maatregel als bedoeld
in artikel 14 van de Algemene bijstandswet is opgelegd.
- De bevoegdheid tot het opleggen
van een boete vervalt twee jaar nadat de overtreding is begaan.
- Bij algemene maatregel van bestuur
worden nadere regels over de hoogte van de boete gesteld. De
maatregel treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de
plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der
Staten Generaal.
Artikel 19
- Indien het college van
burgemeester en wethouders of een ambtenaar jegens de nieuwkomer een
handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking
kan verbinden dat aan hem wegens een bepaald feit een boete zal
worden opgelegd, is de nieuwkomer niet langer verplicht ter zake van
dat feit enige verklaring af te leggen.
- Indien het college van
burgemeester en wethouders voornemens is een boete op te leggen,
geeft het de nieuwkomer daarvan kennis onder vermelding van het feit
ter zake waarvan het voornemen bestaat en van de gronden waarop het
voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in
het eerste lid.
- Op verzoek van de nieuwkomer die
de in het tweede lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige
kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het
college van burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor
dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de nieuwkomer worden
meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
- In afwijking van afdeling 4.1.2
van de Algemene wet bestuursrecht stelt het college van burgemeester
en wethouders de nieuwkomer in de gelegenheid om naar keuze
schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen
voordat de boete wordt opgelegd.
- Indien de nieuwkomer zijn
zienswijze naar voren brengt, draagt het college van burgemeester en
wethouders er op verzoek van de nieuwkomer die de Nederlandse taal
onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de
nieuwkomer kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen
dat daaraan geen behoefte bestaat.
Artikel 20
- Indien de boete niet is betaald
binnen de overeenkomstig artikel 18, derde lid, onder b, bepaalde
termijn, wordt de nieuwkomer schriftelijk bevolen binnen twee weken
alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de kosten van de
aanmaning, te betalen.
- Bij gebreke van betaling kan het
college van burgemeester en wethouders de boete, verhoogd met de op
de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij
dwangbevel invorderen.
- De bevoegdheid tot invordering
vervalt binnen twee jaar nadat de beschikking inzake oplegging van
de boete onherroepelijk is geworden.
- Het dwangbevel wordt op kosten van
de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een
executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering.
- Gedurende zes weken na de dag van
betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding
van de gemeente. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek
van de gemeente kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging
opheffen.
- De boete komt ten goede aan de
gemeente.
Hoofdstuk 7
Slot- en overgangsbepalingen

Wet inburgering nieuwkomers, startpagina
 |
|