is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Service  

Wet inburgering nieuwkomers

Op deze pagina vindt
u een overzicht van relevante wetten, regelingen en circulaires.
De tekst van de Wet inburgering nieuwkomers kunt u nu via InburgerNet opvragen. Van de overige wetten wordt vermeld van welk ministerie de regelgeving afkomstig is. Mogelijk zijn ook deze wetten in de toekomst via InburgerNet opvraagbaar.

Terug naar:
Service

Wet en regelgeving

Wet inburgering nieuwkomers

Hoofdstuk 7
Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 21

De Wet educatie en beroepsonderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 1.1.1, onderdeel q, wordt voor de puntkomma ingevoegd: , alsmede degene die nieuwkomer is ingevolge artikel 1, derde en vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers.

B. In artikel 2.3.1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. In het eerste lid wordt de derde volzin vervangen door: De maatstaven hebben in elk geval betrekking op het aantal volwassen inwoners van de desbetreffende gemeenten, waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau en de etnische achtergrond van die inwoners.
  2. Het tweede lid komt te luiden:
  3. Onze Minister kent, na overleg met Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken, aan de gemeenten jaarlijks een rijksbijdrage toe ten behoeve van de educatie, voor zover het betreft de educatieve programma's, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers. De bijdrage wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever vastgestelde middelen, berekend op grond van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. De rijksbijdrage kan mede worden aangewend voor in artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde doeleinden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de rijksbijdrage. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op voorwaarden, te verbinden aan de toekenning van de rijksbijdrage en aan de in de derde volzin bedoelde aanwending, tussentijdse wijziging van de rijksbijdrage, verantwoording van de besteding van de rijksbijdrage en bestemming van niet bestede middelen. De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage kan mede worden aangewend ten behoeve van educatieve programma's als bedoeld in de eerste volzin.

C. In artikel 2.3.2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. In het eerste lid, wordt "rijksbijdrage" vervangen door: rijksbijdragen als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste en tweede lid,.
  2. In het derde lid wordt "artikel 2.3.1, eerste en derde lid" vervangen door: artikel 2.3.1, eerste, tweede en derde lid.

D. Aan artikel 2.3.6 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt:

5. Voor zover het educatieve programma's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers betreft, worden de in het eerste lid bedoelde gegevens mede verstrekt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken ten behoeve van het door deze te voeren beleid met betrekking tot inburgering van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving en wordt de in dat lid bedoeld medewerking mede verleend aan door of namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken uit te voeren onderzoek met betrekking tot die inburgering dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd.

E. In artikel 7.1.2, derde lid, wordt na "een examen" ingevoegd: , uitgezonderd een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers.

F. Het opschrift van hoofdstuk 7, titel 4, komt te luiden: EXAMENS EN TOETSEN.

G. In artikel 7.4.1 wordt "en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II" vervangen door: , opleidingen Nederlands als tweede taal I en II en in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b en d, bedoelde opleidingen, voor zover deze deel uitmaken van educatieve programma's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers.

H. Na artikel 7.4.11 wordt een paragraaf ingevoegd, die luidt:
Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's

Artikel 7.4.12. Reikwijdte
Deze paragraaf is van toepassing op educatieve programma's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers.

Artikel 7.4.13. Toetsen educatieve programma's

De toets van een educatief programma omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden die de deelnemer zich door de deelname aan de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 1? en 2?, van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde onderdelen van dat programma heeft eigen gemaakt. De toets is zodanig ingericht dat de resultaten die daaruit blijken, een indicatie geven van het niveau dat de deelnemer heeft bereikt ten opzichte van de in artikel 11 van die wet bedoelde niveaus.

Artikel 7.4.14. Vaststelling toets

Het bevoegd gezag stelt de inhoud van de toets vast met inachtneming van een door Onze Minister vastgestelde regeling.

Artikel 7.4.15. Bewijsstukken van afgelegde toetsen

  1. Ten bewijze dat een toets is afgelegd, reikt het bevoegd gezag aan de deelnemer een verklaring uit. De verklaring vermeldt de in artikel 7.4.13 bedoelde resultaten.
  2. Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de verklaring aan het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet inburgering nieuwkomers.

Artikel 7.4.16. Toetsregeling educatieve programma's

  1. De artikelen 7.4.5, 7.4.8 en 7.4.9 zijn van overeenkomstige toepassing op de educatieve programma's en de toetsen, met dien verstande dat de examencommissie als toetsingscommissie optreedt.
  2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de artikelen 6:7, 7:10 en 7:24 van de Algemene wet bestuursrecht, kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan een toets.

I. Na artikel 7.5.4 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 7.5.5. Toepassing op toetsen educatieve programma's

De artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsen, bedoeld in titel 4, met dien verstande dat de commissie van beroep voor de examens tevens als commissie van beroep voor de toetsen optreedt.

J.  In artikel 8.1.1, vijfde lid, wordt na "artikel 7.2.2, eerste lid" ingevoegd: , alsmede voor een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers.

K. Aan artikel 8.1.3. wordt een achtste lid toegevoegd, dat luidt:

8. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het educatieve programma, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers voor de desbetreffende deelnemer aanvangt binnen vier maanden na de melding, bedoeld in artikel 2 van die wet. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst tussen het bevoegd gezag en deze deelnemer bevat geen bepalingen over de onderwerpen die zijn geregeld bij of krachtens de Wet inburgering nieuwkomers. Het derde lid, onder f en g, blijft ten aanzien van deze overeenkomst buiten toepassing.

Artikel 22

De Welzijnswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

Aan het slot van onderdeel k van artikel 2 wordt toegevoegd: behoudens voor zover de Wet inburgering nieuwkomers van toepassing is.

Artikel 23

Onze Minister van Binnenlandse Zaken zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de StatenGeneraal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 24

  1. Voor zover het tijdstip waarop deze wet in werking treedt binnen de termijn, bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, valt, wordt deze termijn verlengd tot het tijdstip waarop zes weken zijn verstreken sinds het tijdstip van inwerkingtreding.
  2. Onder de in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2?, bedoelde nieuwkomer wordt niet verstaan de Nederlander die in enig persoonsregister als bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding opgenomen is geweest.
  3. De artikelen 2.3.1 en 2.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van deze wet, en artikel 16 vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot het eerste kalenderjaar na deze inwerkingtreding. De voorwaarden, gesteld krachtens artikel 2.3.1, eerste lid, derde volzin, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals dit luidt op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 21, onderdeel A, blijven van kracht ten aanzien van de middelen waarop deze voorwaarden betrekking hebben.
  4. Voor zover deze wet, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Welzijnswet 1994 daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij of krachtens deze wetten bepaalde, worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van deze wet, de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals gewijzigd door deze wet, of de Welzijnswet 1994, zoals gewijzigd door deze wet.
  5. Artikel 1, derde en vierde lid, is voor de eerste maal van toepassing op de daar bedoelde vreemdeling of Nederlander die na inwerkingtreding van deze wet voor de eerste keer tot Nederland is toegelaten, respectievelijk die na inwerkingtreding van deze wet voor de eerste keer in Nederland ingezetene in de zin van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is.

Artikel 25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop artikel 24, vierde lid, in werking treedt.

Artikel 26

Deze wet wordt aangehaald als: Wet inburgering nieuwkomers.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 'sGravenhage, 9 april 1998

Beatrix

 

De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal

 

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
J.M.M. Ritzen

 

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.G. Terpstra

Uitgegeven de twaalfde mei 1998

De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

Wet inburgering nieuwkomers, startpagina

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.