|
|
||
![]()
Op deze pagina's vindt
Terug naar: Terug naar: |
Regeling Antillen en Diplomavergelijking DE
MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID, Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel c, en artikel 1, tweede lid, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers; BESLUIT: Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 5
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant en in de Uitleg OCW-Regelingen worden geplaatst. DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID, R.H.L.M. van Boxtel
TOELICHTING Het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers bepaalt in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, dat bij ministeriële regeling een overzicht wordt vastgesteld van Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse opleidingen. Deze regeling strekt hiertoe. De in het overzicht opgenomen (gedeeltelijke) opleidingen geven recht op ontheffing van de inburgeringsplicht aan Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers. Indien een Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse nieuwkomer kan aantonen dat hij een diploma of verklaring bezit als bedoeld in artikel 2 van deze regeling, ontheft het college van burgemeester en wethouders de Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse nieuwkomer, op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering nieuwkomers, op zijn verzoek van de plicht tot melding voor inburgering. In het overzicht is opgenomen een diploma vwo, havo, mavo, of mbo (vergelijkbaar in het
Nederlandse stelsel met het diploma beroepsonderwijs beroepsopleidende leerweg), waarbij
dient te worden aangetoond dat bij het examen een voldoende is behaald voor het vak
Nederlandse Taal. Tevens is in het overzicht opgenomen een verklaring waaruit onvoorwaardelijke bevordering naar het vierde jaar van het vwo of het havo blijkt en waarbij dient te worden aangetoond dat in het derde jaar van het vwo of het havo een voldoende voor het vak Nederlandse Taal is behaald. Een voldoende voor het vak Nederlandse Taal bij de genoemde onvoorwaardelijke bevordering dient te worden aangetoond door het overleggen van het bij die bevordering behorende overgangsrapport. Op grond van artikel 33, eerste lid, van de Landsverordening Nederlandse Antillen en op grond van artikel 33, eerste lid, van de Landsverordening Aruba betreft het een verklaring waarin in ieder geval wordt vermeld het tijdstip waarop de leerling de school verlaat, en het leerjaar waartoe hij laatstelijk onvoorwaardelijk was bevorderd. De verklaring wordt door het bevoegd gezag of namens het bevoegd gezag door de rector of de directeur ondertekend. Het tweede lid van genoemde artikelen bepaalt dat de Minister van Onderwijs het model van de verklaring vaststelt. Ter ondersteuning van de gemeenten, die de betreffende diploma's en verklaringen moeten kunnen herkennen, zal, in aanvulling op deze regeling, een lijst worden opgesteld met namen en adressen van middelbare scholen die op de Antillen en op Aruba voorkomen. Deze lijst zal aan de gemeenten worden gezonden. Indien nodig zal deze lijst jaarlijks worden geactualiseerd. Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers die in het bezit zijn van een ander diploma, certificaat of document dan de diploma's en de verklaringen die in het op grond van deze regeling vastgestelde overzicht zijn opgenomen, kunnen eveneens ontheffing vragen van de plicht tot melding voor inburgering. Het college van burgemeester en wethouders zal dan op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers het betreffende diploma, certificaat of document vergelijken met een diploma, certificaat of document aan de hand waarvan met betrekking tot de beheersing van de Nederlandse Taal is vastgesteld dat het niveau tenminste overeenkomt met het niveau van een diploma verkregen op grond van een Staatsexamen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 16, vierde lid van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal of een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Het college van burgemeester en wethouders kan daarbij gebruik maken van instanties voor diplomavergelijking, maar kan ook zelf een beoordeling uitvoeren. Dit laatste zal bijvoorbeeld het geval zijn indien het gaat om een bekend diploma of een diploma waarvan al is vastgesteld of het diploma voldoet aan bovengenoemd niveau. Indien het college van burgemeester en wethouders bepaalt dat het betreffende diploma, certificaat of document voldoet aan het bedoelde niveau wordt de Antilliaanse of Arubaanse nieuwkomer eveneens ontheven van de plicht tot melding. Voldoen genoemde documenten niet, dan moet de betreffende nieuwkomer zich alsnog melden voor inburgering. Bij Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers die niet de diploma's, bedoeld in
deze regeling, hebben behaald of niet onvoorwaardelijk zijn bevorderd naar het vierde jaar
havo of het vierde jaar vwo, kan niettemin sprake zijn van een voldoende beheersing van de
Nederlandse Taal om ontheffing te verkrijgen van inburgering op grond van het Besluit
opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers. Zoals is gesteld is voor de beoordeling van het college van burgemeester en wethouders primair van belang het niveau van beheersing van de Nederlandse Taal. Voor het beoordelen daarvan zijn behalve de in deze regeling genoemde diploma's en verklaringen geen algemeen geldende en geautoriseerde documenten aan te wijzen. Het college van burgemeester en wethouders is derhalve bevoegd, op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers, gelet op de behaalde onderwijsresultaten van betrokkene een oordeel te geven aan de hand van andere bewijsstukken die voor dit doel dienstig kunnen zijn. Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers die met gunstig gevolg een landsexamen hebben afgelegd als bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs van de Nederlandse Antillen en in artikel 57, eerste lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs van Aruba, ontvangen op basis hiervan eveneens een diploma vwo, havo of mavo of mbo. De op deze wijze verkregen diploma's, waarbij eveneens dient te worden aangetoond dat een voldoende voor het vak Nederlandse Taal is behaald, behoren ook tot de diploma's bedoeld in artikel 2, de onderdelen a en b, van deze regeling. Aan de in artikel 1, tweede lid, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse
nieuwkomers opgenomen verplichting voor de Ministers van Binnenlandse Zaken en van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om regels te geven voor de vergelijking van diploma's
door het college van burgemeester en wethouders, wordt in artikel 3 van deze regeling in
die zin uitvoering gegeven dat het college van burgemeester en wethouders bij de
uitvoering van de diplomavergelijking zelf kunnen bepalen of en zo ja welke instantie of
instanties om advies worden gevraagd. DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID, R.H.L.M. van Boxtel |
|