|
Service
Wet inburgering
nieuwkomers
Op deze pagina vindt
u een overzicht van relevante wetten, regelingen en circulaires.
De tekst van de Wet inburgering nieuwkomers kunt u nu via InburgerNet
opvragen. Van de overige wetten wordt vermeld van welk ministerie de
regelgeving afkomstig is. Mogelijk zijn ook deze wetten in de toekomst
via InburgerNet opvraagbaar.
|
Memorie van
toelichting
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 1999–2000 Nr. 3
Wijziging van de Wet inburgering nieuwkomers houdende regels tot
aanwijzing van bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van
inburgering
Doel van de Wet inburgering nieuwkomers
(WIN) is dat nieuwkomers die met het oog op een permanent verblijf in
Nederland aanwezig zijn, zo snel mogelijk het vermogen verwerven om
zelfstandig aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. Een van de
uitgangspunten van de wet is dat de regeling niet van toepassing is op
nieuwkomers die in Nederland verblijven voor een tijdelijk doel. Deze
personen zijn er op gericht om na enige tijd weer naar het land van
herkomst terug te keren. Dit geldt eveneens voor de met deze
nieuwkomers meegekomen gezinsleden.
In artikel 1, eerste lid, onderdeel a,
onder 1°, van de WIN zijn de nieuwkomers die hier voor een tijdelijk
doel verblijven uitgezonderd. In het tweede lid van artikel 1 is
omschreven wat onder verblijf voor een tijdelijk doel wordt verstaan.
Onder zo’n verblijf wordt, voor zover hier relevant, het verblijf
verstaan van de vreemdeling die als werknemer of als zelfstandige in
Nederland arbeid gaat verrichten. Voor deze vreemdelingen en hun
gezinsleden is een tewerkstellingsvergunning vereist als bedoeld in
artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen. Onder de categorie
werknemers ten behoeve van wie over een geldige
tewerkstellingsvergunning dient te worden beschikt vallen de
geestelijke bedienaren die naar Nederland komen. Zij ontvangen bij hun
toelating een vergunning tot verblijf onder de beperking (tijdelijk
doel) arbeid en zijn op grond van het genoemde tweede lid van artikel
1 niet verplicht tot inburgering.
Doel van het onderhavige voorstel tot
wijziging van de WIN is om bijzondere categorieën vreemdelingen te
kunnen aanwijzen waarvan het om redenen van groot maatschappelijk
belang wenselijk is dat deze vreemdelingen, ondanks hun in principe
tijdelijk verblijf, toch tot inburgering worden verplicht. Hiertoe
wordt voorgesteld artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, in die
zin te wijzigen. Bij deze bijzondere categorieën vreemdelingen wordt
gedacht aan vreemdelingen die functies gaan bekleden of beroepen gaan
uitoefenen die van zodanig maatschappelijk belang zijn dat inzicht in
de sociaal-economische en sociaal-culturele integratie in de
Nederlandse samenleving en kennis van de Nederlandse taal nodig geacht
worden, ook indien deze vreemdelingen zelf slechts enkele jaren hier
werkzaam zullen zijn.
Een dergelijke bijzondere categorie
vreemdelingen zijn de geestelijke bedienaren. Gezien het
maatschappelijk belang van de functie van geestelijke bedienaar in het
algemeen en vanwege de doelstellingen van het integratiebeleid
etnische minderheden in het bijzonder ligt het in de rede, voor de
introductie van geestelijke bedienaren in de Nederlandse samenleving
en het aanleren van de Nederlandse taal hun de voorzieningen van de
WIN te bieden. Ik heb dan ook het voornemen in de ministeriële
regeling op basis van de voorgestelde wijziging van de WIN, de
geestelijke bedienaren aan te wijzen als categorie vreemdelingen die
om redenen van groot maatschappelijk belang onder de werking van de
WIN worden gebracht.
Hierbij verwijs ik naar de nota van de
Minister van Binnenlandse Zaken en de toenmalige Staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: «Het integratiebeleid betreffende
etnische minderheden in relatie tot hun geestelijke bedienaren»
(kamerstukken II 1997/98, 25 919, nr. 2). In deze nota is reeds
uiteengezet dat het van belang is te bevorderen dat geestelijke
bedienaren goed zijn voorbereid op hun maatschappelijke taken met
betrekking tot hun positiebepaling ten opzichte van het
integratieproces van etnische minderheden. In deze nota heeft het
kabinet het voornemen meegedeeld de onderhavige wijziging van de WIN
voor te bereiden.
Het is mogelijk dat op termijn,
afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen, het nodig zou kunnen
blijken te zijn ook andere categorieën aan te wijzen als categorieën
vreemdelingen die om redenen van groot maatschappelijk belang onder de
werking van de WIN worden gebracht. Hierbij zou kunnen worden gedacht
aan beroepen op het terrein van de gezondheidszorg; bijvoorbeeld
verpleegkundigen. Ook zou gedacht kunnen worden aan personen uit het
onderwijs.
De aanwijzing in de ministeriële
regeling betreft alle geestelijke bedienaren, ongeacht de
godsdienstige of levensbeschouwelijke richting waartoe zij behoren.
Omdat islamitische richtingen, hoewel niet uitsluitend, vooral in
meerderheid vertegenwoordigd zijn onder de etnische minderheden, zal
de grootste groep onder de geestelijke bedienaren de inburgering van
de imams betreffen. Op deze wijze kan van elke imam, c.q. van elke
geestelijk bedienaar, zoals bijvoorbeeld ook een rabbijn en een
priester, gevergd worden dat hij gedurende het eerste jaar van zijn
verblijf in Nederland een inburgeringsprogramma als voorzien in de WIN
doorloopt. Over dit voornemen is inmiddels overleg gepleegd met
organisaties uit islamitische (en hindoeïstische) kring die met
instemming kennis hebben genomen van het voornemen, zoals geformuleerd
in dit wetsvoorstel.
De Minister voor Grote Steden- en
Integratiebeleid,
R. H. L. M. van Boxtel |
|