|
Service
Wet
inburgering nieuwkomers
Op deze pagina vindt
u een overzicht van relevante wetten, regelingen en circulaires.
De tekst van de Wet inburgering nieuwkomers kunt u nu via InburgerNet
opvragen. Van de overige wetten wordt vermeld van welk ministerie de
regelgeving afkomstig is. Mogelijk zijn ook deze wetten in de toekomst
via InburgerNet opvraagbaar.
Wet en
regelgeving |

Wet inburgering nieuwkomers
Nota van toelichting boetebesluit
Algemeen deel
In artikel 18, zevende lid, van de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de bestuurlijke boete, die bij niet-nakoming van een van de in die bepaling bedoelde verplichtingen aan de betrokken nieuwkomer wordt opgelegd. Dit besluit strekt hiertoe. De bestuurlijke boete kan door het college van burgemeester en wethouders aan de nieuwkomer worden opgelegd indien hij in strijd handelt met een van de volgende verplichtingen:
- zich melden voor een inburgeringsonderzoek (artikel 2 WIN);
- verlenen van medewerking aan het inburgeringsonderzoek (artikel 4, vierde lid WIN);
- zich laten inschrijven bij een educatie-instelling (artikel 8 WIN);
- aanwezig zijn bij alle onderdelen van het voor hem vastgestelde educatief programma,
daaronder begrepen het afleggen van een toets (artikel 9, eerste lid, en artikel 10, derde
lid WIN);
- verlenen van medewerking aan de overige onderdelen van het voor hem vastgestelde
inburgeringsprogramma (artikel 12, eerste lid WIN).
Indien een bijstandsgerechtigde nieuwkomer bedoelde verplichtingen niet of in
onvoldoende nakomt zal het college van burgemeester en wethouders hem veelal een
administratieve maatregel in de zin van de Algemene bijstandswet (Abw) opleggen. Hiermee
wordt aangesloten bij de huidige praktijk. Ingeval een maatregel is opgelegd, mag het
college ingevolge artikel 18, vijfde lid, van de WIN ten aanzien van dezelfde gedraging
geen boete meer opleggen.
Het voldoen aan de inburgeringsverplichtingen is aan te merken als een door het college
van burgemeester en wethouders aangewezen activiteit ter bevordering van de zelfstandige
bestaansvoorziening als bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdeel g, van de Abw. De
hoogte en duur van de administratieve maatregelen die het college van burgemeester en
wethouders dient op te leggen zijn genormeerd in het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz.
Het niet nakomen van bedoelde activiteit kan worden beschouwd als een gedraging in de
derde categorie als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b van het
Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz. In artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van
laatstgenoemd besluit wordt een korting op de bijstand wegens een gedraging van de derde
categorie vastgesteld op 20% van de bijstand gedurende een maand.
Deze normering in het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz laat onverlet dat de gemeenten
in alle gevallen blijven gehouden om de maatregel af te stemmen op de mate van
verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de nieuwkomer (zie artikel 2 van het
laatstgenoemde besluit).
Artikelsgewijs
Artikel 2
De hoogte van de bestuurlijke boete is in dit besluit neergelegd. Het college van
burgemeester en wethouders dient echter, op grond van artikel 18, tweede lid, van de WIN,
in een concreet geval de hoogte van de bestuurlijke boete af te stemmen op de ernst van
het feit, de omstandigheden waarin de nieuwkomer verkeert en de mate van verwijtbaarheid.
Met deze systematiek wordt aangesloten bij het eerder genoemde artikel 2 van het
Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz.
Artikel 3
Uitgangspunt van de onderhavige algemene maatregel van bestuur is dat aan een nieuwkomer,
in het geval dat hij in strijd handelt met een van bovengenoemde verplichtingen, een
bestuurlijke boete zal worden opgelegd die dezelfde hoogte heeft als het bedrag dat hem
aan bijstand zou worden geweigerd, indien hij bijstandsgerechtigd zou zijn geweest. In dit
artikel wordt dan ook aangesloten bij de normbedragen van de bijstand die de nieuwkomer
naar de maatstaf van de Abw had kunnen krijgen. In de meeste gevallen zal een bestuurlijke
boete worden opgelegd aan een nieuwkomer die niet bijstandsgerechtigd is.
Voor de hoogte van de bestuurlijke boete: 20 procent van de bedoelde normbedragen, is,
zoals al in het algemeen deel van deze toelichting is gesteld, aangesloten bij een korting
van 20 procent van de bijstand bij gedragingen van de derde categorie, bedoeld in artikel
5, eerste lid, onderdeel c, van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz. Op grond van
artikel 3, derde lid, onderdeel b, van dit zelfde besluit is een gedraging van de derde
categorie: het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in
de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding, dan wel aan andere aangewezen
activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen.
Artikel 4
Het kan zich voordoen dat een nieuwkomer herhaaldelijk een verplichting ingevolge de
artikelen 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 9, eerste lid, 10, derde lid, of 12, eerste
lid, van de WIN niet nakomt, met als gevolg dat aan hem telkenmale een bestuurlijke boete
moet worden opgelegd. In afwijking van artikel 3 bedraagt bij herhaling van de verwijtbare
gedraging, binnen een tijdvak van twaalf maanden nadat aan de nieuwkomer laatstelijk ter
zake van die gedraging een bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete 40
procent van de in artikel 3 bedoelde bijstandsnorm. Deze verdubbeling komt overeen met de
strekking van artikel 5, tweede lid, van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz, waarin
eveneens een verdubbeling van de op te leggen maatregel is neergelegd.
In laatstgenoemd artikel 5, tweede lid, betreft het een verdubbeling van de periode van
weigering van de bijstand. Indien de maatregel een verdubbeling van 20% (dus 40%) van
weigering van de bijstand in één periode zou betreffen, zou hierdoor de betrokkene een
resterende bijstandsuitkering ontvangen die minder is dan het bestaansminimum. Het is
echter zeer ongebruikelijk om een bestuurlijke boete op te leggen in termijnen. Wel kan
veelal bij de invordering van de bestuurlijke boete een betalingsregeling worden
getroffen. Op deze wijze kan eveneens rekening worden gehouden met de inkomenspositie van
de betrokkene, zodat ook zijn inkomen in een bepaalde periode niet minder is dan het
bestaansminimum.
Artikel 5
In het zevende lid van artikel 18 van de WIN is bepaald dat de onderhavige algemene
maatregel van bestuur niet eerder in werking treedt dan acht weken na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Tevens is bepaald dat van de
plaatsing onverwijld mededeling dient te worden gedaan aan de beide kamers der
Staten-Generaal. Volgens de toelichting bij aanwijzing 37 van de Aanwijzingen voor de
regelgeving verdient het in dit geval de voorkeur niet reeds in de betrokken algemene
maatregel van bestuur zelf de datum van inwerkingtreding vast te leggen. Dit zou tot
problemen kunnen leiden indien de Staten-Generaal bedenkingen blijken te hebben die het
kabinet wil overnemen. Gelet hierop zal de inwerkingtreding van het onderhavige besluit
bij koninklijk besluit worden geregeld.
DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN,
Boetebesluit 
Amvb's 
|
|